Luilak en pinksterbruid

Door Rieny van Beek

In Noord-Holland begint Pinksteren nogal luidruchtig met een luilakviering. Het wordt vooral gevierd in Amsterdam, Haarlem, de Zaanstreek en de. kop van Noord-Holland. Op zaterdagmorgen, al om een uur of vijf als het nog schemerdonker is, lopen er jongens op straat te schreeuwen: “Luilak, luilak, beddezak!”
Als er een agent in de buurt komt, dan nemen ze de benen. Tegen zes uur komen er meer jongens op straat, die met groenteblikken of oude fluitketels achter zich aan lopen te gillen en joelen net zo lang tot iedereen wakker is, want uitslapen is er op deze zaterdag niet bij.

In Haarlem is er een speciale luilakmarkt, die van vrijdagavond tot zaterdagochtend voor Pinksteren wordt gehouden. Het is voornamelijk een bloemenmarkt en iedere ware Haarlemmer komt op luilakmorgen dan ook met een bloemetje thuis.

Pinkstergebruiken in de Zaanstreek- het reinigen van huis en hof voor Pinkster

Käthy Kuiper, die zichzelf 10 jaar geleden de oude technieken van knippen, snijden en prikken heeft aangeleerd, maakte deze prent in 1983. In haar jeugd – zo rond 1950 – was het nog een algemeen gebruik in de Zaanstreek, dat vóór Pinksteren alles aan kant moest zijn. De heggen werden geknipt, de paden geharkt, het onkruid tussen de stenen uitgetrokken en het huis met bezemen gekeerd.

Käthy Kuiper, 1983,  afm.30 x 21 om

De Pinksterbruid
De Pinksterbruid is een meisje, getooid met bloemen in het haar en omhangen met rozenslingers. Zij is het zinnebeeld van de herleefde natuur. Vooral in Twente was dit gebruik algemeen. De Pinksterbruid loopt onder een boog, versierd met bloemen, papier en groen, die door twee vriendinnetjes boven haar hoofd wordt gehouden. Zij lopen zo van erf tot erf en van huis tot huis, onder het zingen van een liedje met de vraag of er iets gegeven wordt. Krijgt de groep iets, dan strooit het meisje een paar lovertjes (van papier of bloemblaadjes) voor de deur als een zegenend gebaar van de kleine lentefee.

Hill Bottema,

Soms werden er pinksterkronen opgericht, waaronder gezongen en gedanst werd.
De pinksterkroon bestond uit staken van vier of vijf meter hoog, waaraan hoepels bevestigd waren met afhangende van gekleurd papier geknipte slingers. In Deventer was het de gewoonte om op dinsdag na Pinksteren de pinksterkroon te begraven. Dit gebeurde door de kroon in de IJssel te smijten of op een weiland te verbranden.

Gelezen:
D.J. van der Ven: Met de goastok door Twente en Salland.
Dr. J.M. Fuchs en W.J. Siinons: Shell Journaal van de Nederlandse Folklore.

De bloemenmand is geknipt door Rieny van Beek

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-2