Categoriearchief: symboliek

Kerstsymboliek

Liesbeth Veldhuysen

Door Rieny van Beek

Onze Germaanse voorouders vierden het midwinterfeest of joelfeest. Dat was een doden, vruchtbaarheids- en zonnefeest. De Germanen vereerden bomen, vooral de eik was een heilige boom. Tijdens het joelfeest ontstaken zij vuren en lichten bij grote bomen om de doden te eren. Ook het haardvuur, dat heilig werd beschouwd, werd op het joelfeest gedoofd en opnieuw aangestoken. Er werd een wortelig stuk van de onderstam van de eik verbrand, joelblok genoemd, waarvan de as een genezende eigenschap had en de vruchtbaarheid bevorderde, wanneer ze over het land werd uitgestrooid.

Heleen Derksen Staats-van Spaandonk

Het joelfeest werd gevierd van 25 december tot 6 januari, wanneer de zon in de laagste stand stond. Gedurende de joeltijd mocht niets op aarde draaien, de spinnewielen werden stilgezet. Na 12 nachten werd als afsluiting van het joelfeest een draaiend rad rondgedragen of een brandend rad van een berg gerold als teken van het weerkerende zonlicht. Op het joelfeest werd een joelboom opgericht op het dorpsplein, waarbij men zong en danste. Het woord joel is afgeleid van hjul, dat rad of wiel betekent. In het Deens, Noors en Zweeds komt het woord in deze betekenis voor. Het kerstfeest wordt daar nog steeds Jul genoemd.

I.L.G. Kerp-Schlesinger

Na de komst van het christendom werden de heidense gebruiken verboden. Karel de Grote liet in de Saksenwetten het verbod van de boomverering opnemen en verbood ook het plaatsen van lichten en vuren bij bomen, Het oude volksgeloof was niet uit te roeien, daarom heeft de kerk het oude joelfeest gekerstend door de geboortedag van Christus op 25 december te plaatsen en het feest van Driekoningen op 6 januari. De kerkvader Ambrosius noemde Christus de nieuwe zon, Christus werd het licht der wereld.
Hoewel de kerk de joelboom verbood, bleef deze gewoonte toch in enkele streken van Duits land bestaan.

Chris van Veen-Scholten

De kerstboom door de tijden heen
Het oudste gebruik van de kerstboom, voorzover uit oude stukken bekend, komt voor in de Elzas. Uit 1561 is een verordening bekend waarin staat dat iedere burger met kerst slechts één mei mag omhakken. Met een mei wordt een feestboom bedoeld en een wintermei is een kerstboom. Uit 1605 is bekend dat in Straatsburg de gewoonte bestond om met Kerstmis een sparrenboom in de kamer te zetten. Deze bomen waren versierd met appels en papieren bloemen. Uit brieven van Liselotte van de Paits (1652-1722) is bekend dat er een kerstboom stond in het paleis in Hannover.

An van Hoogstraten-de Saegher

In de l8de eeuw kwam de kerstboom steeds vaker voor in Duitsland. Liselotte, die trouwde met een broer van Lodewijk XIV, probeerde de kerstboom aan het hof te Versaille te introduceren, maar de zonnekoning wilde deze Duitse mode niet. Het duurde tot 1840 voordat prinses Hélène van Orléans een kerstboom in de Tuilleriën ontstak. In Engeland schonk Albert van Saksen in 1840 een versierde kerstboom van 40 voet hoog aan zijn gemalin koningin Victoria. In Hongarije was het ook een vorstin, die de kerstboom introduceerde, prinses Maria Dorothea van Würtemberg, de derde vrouw van aartshertog Josef. Vanaf de l9de eeuw zien we de kerstboom ook in Zwitserland en Oostenrijk.

In Amerika is de gewoonte van de kerstboom meegebracht door de Duitse emigranten. August Imgart richtte in 1847 voor het eerst een lichtboom op in de Nieuwe Wereld en sindsdien is de kerstboom daar populairder dan in Duitsland. Honderd jaar later, in 1947, werd ter ere van dit feit een herinneringsbord gemaakt in Amerika.

To van Waning-Mijnlieff

In Nederland en Vlaanderen komt de kerstboom pas vanaf het einde van de l9de eeuw voor. Duitsers, die hier woonden, brachten de gewoonte van de versierde boom mee. Dat een kerstboom toen nog iets bijzonders was blijkt uit een bericht in de ‘Wageningsche Courant’ van 23 december 1875, waarin stond aangekondigd dat op donderdag-, vrijdag- en tweede kerstdagavond de kerstboom van banketbakker G. Hijnekamp verlicht was. Eerst kwam het gebruik voor in de kerk en de zondagsschool, daarna hij de gegoede burgerij in de stad, later was het ook algemeen bekend op het platteland.

Kwam de boom eerst vooral binnenshuis voor, tegenwoordig ziet men steeds meer verlichte bomen buiten staan. Grote verlichte bomen staan in het midden van de stad naar Scandinavisch voorbeeld. Kleinere bomen verlichten ‘s avonds steeds meer de tuinen. Eveneens uit de Scandinavische landen is het gebruik overgenomen om in de kersttijd in de masten van schepen kerstgroen aan te brengen. Vooral in de havens van Delfzijl en Harlingen liggen dan veel versierde schepen.

Frouke Goudman-Cupido

Kerstboomversieringen
De oudste kerstboomversieringen bestonden uit appels, noten, verschillende koekvormen, papieren bloemen, suikergoed en kaarsjes. De eetbare versieringen waren vruchtbaarheidssymbolen en bedoeld als offers voor de goden. De koekvormen bestonden uit kransjes, krakelingen en honingkoeken in de vorm van een paard, hert, eekhoorn, geluksvarken of levens boom met mensenpaar. De kransjes, eerst van koek of suikergoed en later van chocolade, stelden de zon voor, herinnerend aan het midwinter-of zonnewendefeest. De boom bleef tot Driekoningen staan om dan door de kinderen geplukt te worden.

Ook werden er zilveren slingers gebruikt, die aan de boom rijkdom en lichtglans gaven. De papieren bloemen en rozetten herinnerden eraan dat de kerstboom of joelboom niet alleen vruchtdragend, maar ook een bloeiende boom was. In de top bevond zich een ster met acht stralen; deze stelde oorspronkelijk het zonnerad voor, maar kreeg later de betekenis van de ster van Bethlehem.

Sister Nary Jean Dorcy

Omstreeks 1880 verdwenen de eetbare en papieren versieringen. Zij werden vervangen door verzilverde, glazen voorwerpen. De chemicus Justus, Freiherr von Liebig had een methode ontdekt waardoor glazen voorwerpen verzilverd konden worden. De glasblazers in Thüringen pasten dit nieuwe procédé toe en maakten zilverkleurige glazen kerstboomversieringen in de vorm van ballen, klokken, trompetjes en dergelijke. De verlichting van echte kaarsjes herinnerde aan de lichtgevende wereldboom. Een kerstboom met brandende kaarsjes was sfeervol en het hoogtepunt van de kerstfeestviering. Na de opkomst van de elektrische kerstboomverlichting is de kerstboom geworden tot een gezellige schemerlamp die dagelijks brandt.

Gelezen:
Dr. C. Catharina van de Graft – Nederlandse volksgebruiken bij hoogtijdagen.
S.J. van der Molen – Onze Folklore – Het jaar rond.
A.P. van Gilst – De Kerstboom, herkomst, geschiedenis en folklore.
Henk Sweers e.a -Jaarfeesten.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-4

De boom als religieus symbool

 ‘ Zou de Wereld morgen zou vergaan, dan zou ik vandaag toch nog een boom planten.”
Maarten Luther

Door Rieny van Beek.

De boomsymboliek in het Christendom
In het paradijsverhaal wordt verteld van de boom des levens, die God plantte in het midden van de Hof van Eden. De vruchten van deze boom verleenden onsterfelijkheid aan de mens.
Ook de boom der kennis van goed en kwaad stond in het Paradijs. God verbood de mens om van deze boom te eten, anders zou hij zeker sterven. De slang verleidde Adam en Eva tot het eten van de vruchten, waardoor zij sterfelijk werden en uit het Paradijs verjaagd (afb. 1).

afb. 1

In het laatste Bijbelboek Openbaring wordt verteld van de boom des levens, Die staat in het nieuwe Paradijs. Deze boom draagt twaalf maal vrucht, iedere maand weer, en zijn bladeren zijn tot genezing van de volkeren. De paasboom of levensboom, die vaak ter gelegenheid van het Paasfeest wordt neergezet, bestaat uit een boom met twaalf eieren en is zo een verwijzing naar Openbaring 22:2 (afb.3).

afb. 3

Tussen deze beide bomen, in het midden van de geschiedenis, zien we een af gehouwen boom, de tronk van Isaï, waarin het leven lijkt afgesneden, maar waar toch weer nieuw leven uit ontspruit: “Er zal een rijsje voortkomen uit de af gehouwen tronk van Isa.” Dit nieuwe leven is Jezus Christus, die eindigde aan het kruis, maar daarna is opgestaan uit de doden. Volgens een oud christelijke overlevering werd het kruis van Jezus gemaakt van het hout van de boom der kennis van goed en kwaad uit het Paradijs.

afb. 2

Zo is de boom der kennis van goed en kwaad met Adam en Eva en de satan als slang geworden tot de boom des levens, door Christus’ kruisdood en zijn overwinning op satan en de dood, tot in eeuwigheid (afb. 2). De vogels zijn een zinnebeeld van de ziel. In de lauwerkrans het Christusmonogram. De alpha en de omega zijn een symbool voor Christus.

De boomsymboliek in het Jodendom
De zevenarmige kandelaar of menora is voor velen in Israël de boom van hoop en leven (afb. 4). De kandelaar wordt wel gezien als een tot hoogste bloei gekomen lichtboom. De menora of zevenarmige kandelaar stond vroeger in de tempel van de Joden. De zeven armen zijn een symbool voor de zeven gaven: wijsheid, verstand, raad, sterkte, wetenschap, vroomheid en vreze Gods. Zeven is ook het getal van de Heiligheid Code. Voor het parlementsgebouw in Jeruzalem, de Knesset, staat een levensgrote menora als symbool van de staat Israël. Deze is gemaakt door beeldhouwer B. Elkan, is vijf meter hoog en vier meter breed, uitgevoerd in brons. De zeven armen zijn versierd met negenentwintig panelen, die in reliëf figuren en gebeurtenissen vertonen, die hoogtepunten zijn in de historie en herleving van het Joodse volk, vanaf Mozes tot het Ghetto van Warschau. Op de middenpilaar staan de woorden:

“Hoor, o, Israël”, de eerste woorden van de Joodse geloofsbelijdenis, die beschreven staat in de thora: “Hoor, o, Israël, de Here is onze God, de Here is één”. De boom als symbool van de wil tot leven en doorleven komt tot uiting in het woud der martelaren. Voor elke omgebrachte Jood in de tweede wereldoorlog is een boom geplant in Israël. In Nederland wordt het bos der rechtvaardigen aangeplant voor de oorlogsslachtoffers in de Jappenkampen.

In Israël kent men sinds 1948 het nieuwjaarsfeest van de bomen. Tijdens dit plantingsfeest op 15 januari gaan de kinderen in schoolverband naar buiten in grote optochten en gaan stekjes van bomen planten op van tevoren aangewezen plekken. Toespraken, zang en spel vullen de planting aan. Ook krijgen de kinderen een traktatie in de vorm van noten en vruchten, zoals druiven, vijgen, granaatappels, olijven en dadels. Om de zeven jaar wordt er een sabbathjaar voor de bomen ingelast, dan mag er één jaar lang niet van de bomen gegeten worden.

Een ander Joods feest is het loofhuttenfeest. Halverwege de herfstmaanden wonen zij zeven dagen in hutten, gemaakt van takken van loofbomen, beekwilgen en palmen. Zij denken dan terug aan de tijd dat het volk Israël door de woestijn trok onder leiding van Mozes en daar in hutten woonde. De inwijding van de tempel van Salomo, vele jaren later, viel samen met het loofhuttenfeest en wordt ook op dit feest herdacht. Tegenwoordig wordt tijdens het loofhuttenfeest een bundeltje planten plechtig rondgedragen. De bundel wordt naar alle vier windstreken gezwaaid en bovendien van boven naar beneden. De symboliek hiervan is dat Jahweh heerst over heel zijn schepping. De bundel bevat groen van verschillende komaf: de koninklijke palm, de nederige wilg en takjes van de altijd groene mirt, waar van de bladeren een heerlijke geur verspreiden. Dit betekent dat alle mensen voor Jahweh gelijk zijn en dat hoog en laag zich moet verenigen om eendrachtig mee te werken aan de opbouw van de wereld.

afb. 4

De boomsymboliek in de Islam
De boom speelt een grote rol in de symboliek van de Islam. De meeste moslims zien de boom als symbool van de voortzetting van het leven. De wortels, die de boom van voedsel voorzien, symboliseren de voorouders die zijn heengegaan nadat ze de levenden hebben grootgebracht. De boom met zijn takken zijn de levenden. De vruchten en zaden zijn de nakomelingen. De boom is symbool van standvastigheid en verdraagzaamheid, omdat hij ondanks storm en regen blijft staan. Moslims die in de woestijn en op het platteland wonen, zien de boom als symbool van moederschap. De mens maakt veel gebruik van de boom. Hij voedt zich met de vruchten, zoekt bescherming tegen zon en regen onder de bladeren en gebruikt dorre takken als brandhout. De boom levert dit alles zonder klagen. Moslims denken dat alleen een moeder zulke offers kan brengen.

De boom als bron van voedsel en leven is in de Islam een sterk levende gedachte. Allah is de schepper van de natuur en heeft zorg voor de mensen; Hij zegent de olijfboom omdat door zijn olie de lampen worden verlicht. Dat licht wordt vergeleken met het goddelijk licht.

De koran vertelt dat Allah twee zeer speciale bomen heeft geschapen. De Al-Moen-taha, de goede boom, is gezegend. Hij staat in de hemel dicht bij de goddelijke troon. Onder deze boom bevinden zich de engelen, die voor nieuwe levens zorgen. Mensen, die tijdens hun leven op aarde Allah gediend hebben mogen onder deze boom staan in het hiernamaals. De profeet Mohammed heeft onder deze boom gestaan en met de profeten gesproken die voor hem op aarde waren.

De slechte boom is de Zakkoem en is vervloekt. Deze staat midden in de hel en wordt voorzien van energie om te blijven branden. Onder de Zakkoem bevinden zich de plaatsen waar de slechtste mensen hun straf moeten uitzitten.

Boomverering
In sommige culturen en godsdiensten worden bomen vereerd omdat ze zo groot worden en zo lang leven. Men denkt dat de bomen een geest of ziel hebben, en brengt daarom offers aan de boom.
In de heilige schriften van de Hindoes, de Bhagavad-Gita, is de banyanboom een heilige boom, waarin goede geesten wonen. Onder deze boom komen mensen bidden en vragen om een gelukkig leven. Aan de lange luchtwortels worden kleine offergaven gehangen, die bestemd zijn voor de goede geesten. Daarmee hopen de mensen op een spoedige verhoring.
De Amaltasboom of Indiase gouden regen is een boom, die een heilige plaats aan geeft, waar een waterbron is of waar een wonder is gebeurd. De goudgele bloemen van deze boom geven de mensen hoop en moed.
In het Boeddhisme vereert men de boom waaronder Siddharta, de stichter van het Boeddhisme, mediteerde en tot nieuwe inzichten kwam. Door te luisteren naar de boom bereikte hij een toestand van eeuwigdurend geluk. Hij noemde dat het Nirwana. De boom wordt de Bodhi-boom genoemd, de boom der verlichting.

Gelezen: De Boom, een uitgave van de Projectgroep Interreligieuze Dialoog.
Alle knipsels zijn van Rieny van Beek.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-3

Boomsymboliek

Door Rieny van Beek.

De bomen komen uit de grond
en uit hun stam de twijgen
en ieder vindt het heel gewoon
dat zij weer bladeren krijgen.
We zien ze vallen naar de grond
en dan opnieuw weer groeien.
Zo heeft de aarde ons geleerd
dat al wat sterft zal bloeien.

Toon Hermans

Bomen hebben altijd een belangrijke plaats ingenomen in het leven van de mensen. Ze hebben grote ‘betekenis voor het voortbestaan van het leven. De boom levert zuurstof en voedsel voor mens en dier. Het hout is een belangrijke grondstof in de industrie en bouw. De boom geeft bescherming, aan vogels en andere dieren bij regen en zonneschijn. Hij is een schuilplaats of vluchtplaats voor mens en dier. Hij is een woonplaats voor vogels en insecten. De boom is soms een klimboom en uitkijkpost.

Een bekend gebruik van de boom als eenheidssymbool is de familiestamboom. In één oogopslag is te zien dat al die mensen en kinderen bij elkaar horen. Het heden bestaat niet zonder het verleden en het handelen van nu is van belang voor de toekomst. Op familiewapens komt vaak een levensboom voor, meestal is dat een eik of linde, soms is het alleen een tak. De linde is het symbool voor de echtelijke liefde.

Symboliek van boom, bloesem en vrucht.
Bomen hebben vaak een symbolische betekenis. Zo is de eik het symbool voor gastvrijheid, de beuk betekent voorspoed, de berk spreekt van zachtmoedigheid, de acacia geeft vriendschap aan en de es is grootheid. De populier betekent moed, de meidoorn spreekt van hoop, de kastanje straalt weelde uit, de treurwilg beeldt verdriet uit, het is de boom van het dodenrijk en het ongeluk. De iep betekent waardigheid, de lariks symboliseert dapperheid en de spar spreekt van hoop in tegenslag. De palmtak of lauwerkrans betekent overwinning. De ceder is een prachtige, altijd groene boom met een heerlijke geur. De wormen hebben geen vat op zijn hout. Het is een symbool voor kracht en eeuwig leven. De cypres is ook altijd groen en staat veel op kerkhoven, het is een symbool voor rouw.

In veel culturen vormen de bloesems van bomen het beeld van de rijkdom van de schepping en het bestaan. Sommige bloesems hebben een symbolische betekenis. Kersenbloesem betekent een goede opvoeding, appelbloesem zegt: zijn roem is groot, amandelbloesem is het symbool voor ontwakend, nieuw leven.
In China is de perzikbloesem het symbool voor onsterfelijkheid en de pruimenbloesem betekent lang leven. Na de bloei komen de vruchten aan de boom. Bij de vruchten gaat het om de kwaliteit. Een goede boom brengt goede vruchten voort. Een vruchtdragende boom is een symbool voor hoop. Vruchten kunnen ook een symboliek in zich hebben. De appel is in de oudheid bekend om zijn zoetheid en schoonheid en daarom het symbool van liefde en vruchtbaarheid. Het overreiken of toewerpen van een appel geldt als een liefdesverklaring. De appel uit het paradijsverhaal betekent verleiding. De peer is het symbool voor genegenheid, de walnoot geeft verstand aan, de citroen levenslust en de braam afgunst. De framboos betekent wroeging en de bosbes verraad. De ananas zegt: U bent volmaakt. De cranberry is een genezing voor hartzeer, de perzik zegt: Uw charme en uw goede karakter vinden hun gelijke niet.

Gelezen:
De Boom, een uitgave van de Projectgroep Interreligieuze Dialoog.
De taal der bloemen, Kate Greenaway.

Alle knipsels op deze pagina’s zijn van Rieny van Beek.

Afmetingen:

  1. Herfst 17 x 24.5 cm
  2. Fantasieboom 11 x 7 cm
  3. Apenboom 28 x 20 cm
  4. Verjaardagsboom 25 x 17 cm
  5. Stamboom 25 x 17 cm.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-2

De levensboom

Door Rieny van Beek.

Een boom is een levenskrachtige eenheid, hij overleeft de seizoenen. Nadat in de herfst de bladeren zijn afgevallen, komt hij elk voorjaar weer tot groei en bloei. De boom draagt vruchten, de grote verscheidenheid aan vruchten levert voedsel voor mens en dier. De boom is stevig geworteld in de aarde, bij een storm blijft hij stevig staan dankzij de kracht van zijn wortels en zijn buigzaamheid. Met zijn takken reikt hij tot ver in de lucht. Voor sommige volken is hij daarom de verbinding tussen hemel en aarde.

De symboliek van de levensboom

Bij alle Germaanse volkeren treffen we de boomsymboliek aan, de levensboom is één van de oudste zinnebeelden. Vanuit de steentijd zijn tekeningen bekend, die aan bomen en takken doen denken. Een forse boom, sterk geworteld in de aarde, de kruin tot aan de hemel, was voor de Germanen het symbool van de wereldes of ‘Yggdrasil’.
In de Noorse landen was deze heilige boom gewijd aan Thor of Freia. De Germanen die aan het begin van de jaartelling in ons land leefden, hielden bij de heilige eik hun religieuze feesten. Ze geloofden dat de eik de woonplaats was van hun god Wodan. Bonifacius liet deze boom omhakken toen hij het christelijke geloof verkondigde.

De Egyptische levensboom was de ‘sycamore’, de wilde vijgenboom, waarop de goden zetelden en van wiens vruchten de goden, de gestorven koningen en de zaligen aten. De vrucht was hun levensbrood.
In Mesopotamië was de levensboom de boom van het licht, die aan het oostelijke uiteinde van de wereld stond, daar waar de zon opgaat, met aan weerszijden soms een geit.
De levensboom uit Perzië was een boom, die zaad droeg van alle planten op aarde, met aan weerszijden een vogel. De zaden werden door de vogels meegenomen en op de aarde rondgestrooid. Zo hield de boom het plantenleven op aarde in stand.
In Griekenland stond de levensboom in de tuin der Hesperiden, dit is het dodenrijk, maar in het mythisch denken juist het land des levens. Soms had de boom gouden appels, die onsterfelijkheid schenken.
De pottenbakkers uit Mexico maken kleurrijke levensbomen van klei. Ze zijn soms wel een meter hoog en prachtig versierd. Deze levensbomen kunnen ook als kandelaar dienen want aan het uiteinde zit een gat, waarin een kaars gestoken kan worden.
Bekend is ook de Poolse levensboom, die in verschillende vormen geknipt wordt, vaak met aan beide kanten een haan (zie de door Maruscha Gaasenbeek geknipte variant op de Poolse levensboom).

De levensboom in de volkskunst

In de volkskunst komen levenszinnenbeelden voor als de lelie en de tulp, die verwant zijn aan de levensboom. De vorm is afgeleid van manrune, die in het runenalfabet zo geschreven wordt, het symbool voor man en mannelijkheid. Runen zijn tekens van het Germaanse alfabet, zij stellen woorden of begrippen voor. Het zijn de eerste uitingen van schrijfkunst van onze voorouders. De manrune beeldt de mens uit, die met opgeheven armen de kracht en het licht van de zon ontvangt en in zich opneemt. Het is een wens om vruchtbaarheid en levenskracht te ontvangen. In de volkskunst is deze gestileerde bloem, driespruit of mensgestalte terug te vinden in het ulebord, gevelteken, in bovenlichten van deuren en op merklappen. Veel levensbomen ontspruiten uit een urn of hart. De urn is het symbool van de levensbron. Het hart is een oud zinnebeeld voor Moeder Aarde en voor de vrouw in het algemeen.

Later heeft zich hieruit een algemeen liefdessymbool ontwikkeld, waarbij de oorspronkelijke typisch vrouwelijke betekenis verloren ging. Soms ziet men in een boom of plank een doorboord hart gekerfd. De pijl heeft een driespruit aan het eind en is een voorstelling van de mannelijkheid, terwijl het hart de vrouwelijkheid symboliseert.

De boom in de volkscultuur

In de volkscultuur is de boomsymboliek aanwezig als teken van hoop en nieuw leven. Bij de geboorte van een kind wordt soms een boom geplant, er is weer een nieuwe loot of spruit aan de stam.
De boom als symbool van vrijheid en het aanbreken van een nieuw tijdperk zien we tijdens de Franse Revolutie. Men danste van vreugde om de vrijheidsboom. Na de tweede wereldoorlog werd er bij de bevrijding of ter gelegenheid van bevrijdingsdag in veel dorpen en steden een boom geplant.

Bij de bouw van een huis is het in sommige streken de gewoonte om een boom of tak op de nok van het nieuwe huis te plaatsen als het hoogste punt is bereikt. Het huis en zijn bewoners kunnen nu spoedig een nieuw leven beginnen.

In sommige streken kent men het gebruik van de wensboom. Mensen hangen hun wensen aan de boom met de hoop op vervulling daarvan. Een jaarlijks terugkerend ritueel is de ‘boomplantdag’. In veel plaatsen worden dan door leerlingen van het basisonderwijs bomen geplant.

De meiboom was het symbool van het nieuwe ontluikende leven in het voorjaar. Het was een symbool van vruchtbaarheid. Er werd om deze boom gedanst. Aan de meiboom bevonden zich ringen, versierd met gekleurde linten. Deze ringen of kransen waren een nabootsing van het zonnerad, die onze voorouders in de lente ronddroegen om de zon bij haar nieuwe omloop weer op gang te helpen. Bovenop de meiboom prijkte een vogel, haan, duif of eend, symbool van de vruchtbaarheid. Eerst was het een levend dier, later werd dat door een broodfiguur vervangen. De meiboom werd ook wel Pinksterboom genoemd, omdat hij tot Pinksterdag bleef staan. Daarna werd hij in het stromend water gegooid of verbrand. Hierdoor meende men regen te krijgen of warmte aan de zon toe te voegen.

De meiboom in het klein was de palmpaas, versierd met een broodhaantje en papieren slingers, vlaggetjes, uitgeblazen eieren, slingers van vruchten of suikergoed. Hiermee hielden de kinderen een palmpaasoptocht op Palmzondag. Het broodhaantje was het symbool van de nieuwe dag die komt. De vruchten die eraan hangen waren het symbool voor nieuw leven. De eieren waren het symbool voor vruchtbaarheid. Een Limburgse gewoonte was de vakantiemei. De laatste schooldag was een feest voor jong en oud. De kinderen liepen in een optocht door het dorp met groene takken, de zogenaamde vakantiemeien. Deze groene takken hadden de kinderen eerst versierd. De ouders waren met de kinderen blij dat ze weer een schooljaar goed konden afsluiten.

Gelezen:
Merklapmotieven en hun symboliek van Albarta Meulenbelt-Nieuwburg.
Folklore der lage landen van Dr. Tj. de Haan.
De boom, een uitgave van de Projectgroep Interreligieuze Dialoog.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-1

Gelukssymbolen

Door Rieny van Beek

Het is bij ons een goede gewoonte om elkaar bij de jaarwisseling een gelukkig nieuwjaar te wensen. De Germanen wensten elkaar heil toe, de Christenen voegden daar zegen aan toe, zodat een oude wens was: Veel heil en zegen in het nieuwe jaar.

Een hoefijzer met de open kant naar boven brengt geluk, maar hang het niet ondersteboven, want dan loopt het geluk eruit. Een dobbelsteen die zes gooit, betekent geluk hebben.

Scherven brengen geluk”, is een bekend Nederlands spreekwoord. In Brabant was het de gewoonte dat de buurvrouwen het huis van een aanstaand bruidspaar schoonmaakten. Als dank daarvoor werden ze na de bruiloft een avond uitgenodigd. Als de koffie op was sloegen ze de kommetjes, die ze zelf meegebracht hadden, tegen elkaar stuk als teken van geluk. In Friesland was het ingooien van ruiten een teken van geluk. Dit werd bij het ouderlijk huis van de bruid gedaan. Daarom zei men tegen de vader van een pasgeboren dochter: “Dat zal je glazen kosten”. In Engeland zegt het volksgeloof dat een bruid die op haar weg een schoorsteenveger tegenkomt, veel geluk zal hebben.

De klaver vier wordt nog altijd gezocht, omdat hij geluk brengt en de bezitter beschermt tegen ongeluk. Als een jongen een klavertje vier aan een meisje geeft zegt hij daarmee: Wees de mijne. Lelietjes van Dalen treffen we vaak aan in bruidsboeketten. Men geloofde vroeger dat ze onheilbrengende geesten konden afweren. Het lelietje van Dalen betekent: Het geluk keert weer. Altijd groene takken brengen geluk en gezondheid. Door een slag met de levensroede hoopten jonge vrouwen de kinderzegen te krijgen. Volgens het oude volksgeloof brengt het geluk, wanneer men bij het dopen een meisje op de linkerarm legt en een jongen op de rechterarm. Bovendien moet het kind schreien als het gedoopt wordt. Een kind met de helm geboren is een gelukskind, het kan in de toekomst kijken en zieken genezen.

De Japanners versieren op nieuwjaarsdag hun deuren met pruimen-, dennen- en bamboetakken als symbool voor een lang en gelukkig leven. Ook zetten ze als offer drie op elkaar geplaatste rijsttaarten in de tokonoma, met papierslingers, bladeren en mandarijntjes versierd. Dit offer brengt geluk. De kinderen krijgen bij het nieuwjaarswensen geld, wat ze in een papieren gelukszakje doen, Het dragen van kammen in het haar brengt de Japanse vrouw geluk. De kraanvogel is een algemeen Japans symbool en betekent geluk.

Er zijn bloemen en planten met een gelukbrengende betekenis. De Stefanotis is een geluksbloem. De Bruidsroos is een symbool voor gelukkige liefde. De Narcis betekent geluk voor de Chinees. De paddestoel is een gelukssymbool. Hulst is gelukaanbrengend. Volgens een Engelse kalender uit 1866 is Hulst de bloem van de maand december. De Bijvoet brengt geluk. Het Vlijtig Liesje betekent gelukzaligheld. Het reukgras zegt: arm, maar gelukkig. Het gele Viooltje betekent landelijk geluk.

In veel landen worden voor de Pasen de eieren rood gekleurd. Effen rode eieren zijn een teken van geluk, vreugde en liefde. In Perzië heette het nieuwjaars feest, dat in de lente gevierd werd, het feest van het rode ei.

Er zijn ook dieren die geluk brengen. De zwaluw, koekoek en ooievaar zijn geluksvogels. Het huis waar een zwaluw nestelt is een gelukkig huis, de bliksem zal er nooit inslaan. Waar een zwaluw aan de stal nestelt, daar sterven de kalveren niet, zegt de Veluwse boer. Een ander gezegde is: Zwaluwen op het dak, guldens in de zak. De ooievaar is het symbool voor heil en kinderzegen. Wie een ooievaar neerschiet heeft geen voorspoed te verwachten. In Overijssel zegt men: “Waar een ooievaar zijn nest bouwt, daar zal geen kraamvrouw sterven.”

In Schotland gelooft men dat iemand, die de koekoek hoort roepen tijdens een wandeling, veel geluk te wachten staat. In Wales hangt het er van af waar men staat. Staat men op gras of bladeren, dan brengt de koekoek geluk. Staat men op een kale plek, dan krijgt men ongeluk. Een varkentje is een gelukssymbool. Het onze-lieve-heersbeestje brengt geluk en mooi weer. Een duif bij de hoorn des overvloeds is een Romeins symbool voor geluk. Een zwaan brengt huwelijksgeluk; het is het dier der minne dat Venus en Amor vergezelt.

Bij spinnen hangt het er van af wanneer men ze ziet, want: “Een spin in de morgen, brengt kommer en zorgen. Maar “de avondspin brengt geluk en zegen in.”

Gelezen:
De bezem en de meitak, door Ben Janssen.
Dieren in het volksgeloof, uit Volksgeloof en bijgeloof, door Dr. P.J. Meertens.
De taal der bloemen, Kate Greenaway.

Knipsels:
1. Liesbeth Veldhuysen, 8 x 10 cm.
2. Rieny van Beek, 27.5 x 16.5 cm.
3. Duri Mantel.

Betekenis van de symboliek in het tweede knipsel: De twee harten zijn het symbool van de liefde. De viooltjes betekenen trouw. De duiven symboliseren vrede. De lelietjes van dalen spreken van geluk. De tulp is een symbool voor gebed. De campanulaklokjes betekenen dankbaarheid.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1991-4

De bruidegomspijp en andere huwelijkssymbolen

Door Rieny van Beek.

De pijp speelde vroeger bij de verkering een belangrijke rol. In Groningen was het de gewoonte dat een jongen, die bij zijn meisje thuis kwam, een pijp kreeg aangeboden, waaruit hij de hele avond rookte. Hierop schreef hij zijn naam. Kreeg hij bij een volgend bezoek dezelfde pijp, dan werd hij als vrijer aanvaard door het meisje. In Drenthe kreeg de vrijer ook een lange pijp aangeboden. Tot driemaal toe vroeg hij een kooltje vuur voor zijn pijp. Wanneer hij dit kreeg dan aanvaardde het meisje hem als vrijer. Bij weigering moest de arme jongen de aftocht blazen. In Friesland wist een jongen dat hij geaccepteerd werd door het meisje, als zij hem met een vriendelijk gezicht een stoel en een pijp aanbood. Op Ameland was het de gewoonte dat de jongeman, die uit vrijen wilde gaan, op zondagavond naar het huis van zijn uitverkorene ging en daar aanklopte. Hij vroeg dan of hij zijn pijp mocht aansteken, Het meisje kwam dan met een vuurtestje. Gaf ze het de jongen In de hand dan kon hij, na zijn pijp aangestoken te hebben, weer naar huis gaan. Hield ze de test vast, dan was de jongen welkom en kon hij binnenkomen.

De bruidegomspijp was een symbolisch huwelijksgeschenk sinds 1776 tot het begin van deze eeuw, bij de boerenstand. De pijp was een vruchtbaarheidssymbool en de versieringen symboliseren huwelijkstrouw en liefde. De versiering bestond uit bloemen, linten en strikjes en soms ook glazen balletjes in de vorm van druiven, dit is een vruchtbaarheidssymbool.

Op de huwelijksdag werd de versierde pijp aangeboden aan de bruidegom door de dienstbode, de buurvrouw of de zuster van de bruid. De bruidegom mocht de pijp alleen op de huwelijksdag gebruiken. Daarna kreeg de pijp een ereplaats in huis in een kastje, gemaakt door de bruidegom of zijn familie. 0p Terschelling werd het kastje door de aanstaande bruidegom gemaakt tijdens de wintermaanden, uit aangespoeld wrakhout. In de de winter gingen de vissers in verband met het vaak slechte weer niet varen en hadden tijd voor dit handwerk. De pijp werd na de huwelijksdag alleen nog gerookt op het koperen, zilveren en gouden huwelijksfeest.

In Overijssel was het de gewoonte dat er bij de geboorte van een kind een rode strik om de pijp gedaan werd. In Gelderland gold de regel: “Breekt de pijp, dan wordt de vrouw het hoofd van het gezin”. In andere streken van ons land geloofde men dat het huwelijk kapot zou gaan als de pijp zou breken. In Groningen kreeg de bruid op de huwelijksdag twee versierde kopjes aangeboden, waar het bruidspaar uit moest drinken. In Gelderland werden deze bruidskopjes na de huwelijksdag samen met de bruidegomspijp in het kastje geplaatst. In de Achterhoek noemde men het kastje de trouwkaste.
Op Terschelling werden bij de pijp ook de borrelglaasjes van bruid en bruidegom in het kastje gezet. In Utrecht werd de pijp door de bruid gestopt en aangestoken. Hierna gaf zij hem aan de bruidegom, die er de hele dag uit bleef roken. Dit wijst op onderdanigheid van de vrouw. Tijdens de wittebroodsweken rookte de man elke zondag uit de pijp, daarna werd hij in een kastje geplaatst in de mooie kamer. En West Friesland en de Zaanstreek kwamen dezelfde pijpen en kastjes voor als in Friesland. Hier zag je mooie reliëfpijpen met symbolische afbeeldingen versierd. Enkele voorkomende symbolen: Twee ineengeslagen handen betekenen eendracht, vriendschap en trouw. Twee vogels stellen de ware liefde voor, een vlammend hart is een symbool voor de liefde, evenals rozen en een hart.
Granaatappels zijn een teken van vruchtbaarheid, een duif betekent zachtzinnigheid en liefde. Twee harten is het symbool van twee levens, die aan elkaar worden verbonden. Op bruidsgeschenken was vaak het hart te zien, vergezeld door twee liefdevogeltjes, die het verlangen van beide aanstaande echtgenoten om naar elkaar toe te vliegen tot uitdrukking brachten. In Friesland was het de gewoonte om bij de geboorte een geboortelepel te geven, die tijdens de bruidsdagen en op de trouwdag gebruikt mocht worden. Iedereen die in de bruidstijd in het ouderlijk huis van de bruid kwam, moest op de gezondheid van het jonge paar drie lepels brandewijn met rozijnen,de bekende boerenjongens, uit de brandewijnkom nemen. De gasten gebruikten hiervoor de geboortelepel van de bruid.

In de vorige eeuw zat het bruidspaar tijdens de bruiloft onder een met groen versierde kroon, met in het midden vaak twee in elkaar geslagen handen of twee doorboorde harten. Dit waren de symbolen voor liefde, trouw en levenskracht. In Noord Holland vergezelde de bruidskroon het bruidspaar op hun trouwdag. Na het feest werden zij onder een baldakijn met de bruidskroon naar huis gebracht. De krans was een huwelijkssymbool wanneer man en vrouw samen de krans vasthielden. Kroon en krans waren een symbool van de onschuld van zowel de hemelse als de aardse bruid. Een krans met een gekroond hart, doorstoken met twee pijlen en vastgehouden door man en vrouw stelt de betekenis van het huwelijk voor. De kroon boven het hart symboliseert trouw, het bekroonde hart, doorboord met twee pijlen is de liefde. De man heeft een duif op zijn hand, symbool voor echtelijke trouw. De vrouw heeft een palmtak in de hand, symbool voor het leven.

Gelezen: H.P. Tupan, De Bruidegomspijp.

Knipsels:

  1. Bruideqomspijp in kastje.
  2. Huwelijkstrouw niet geloof, hoop en liefde.
  3. Huwelijkstrouw met liefde (hart) en geluk (klavertje vier).
  4. Ouderliefde.
  5. Twee vogels in hart, zij stellen een verliefd, verloofd of pas getrouwd paar voor. De tulp is het symbool voor volmaakte liefde, de viooltjes betekenen trouw, de lelietjes van dalen zijn geluk.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1991-3

Vrijen en trouwen in grootmoeders tijd

Door Rieny van Beek

Vroeger kende men vrijersmarkten, meestal waren dit jaarmarkten, die éénmaal per jaar gehouden werden. Op zo’n jaarmarkt flaneerden de meisjes rond in hun mooiste kleren en de jongens probeerden de aandacht te trekken en in de gunst te komen. Een jongen koos op zo’n markt een meisje uit om mee naar de kermis te gaan en om mee te vrijen, daarom werden deze markten vrijersmarkten of meidenmarkten genoemd.
Wanneer de vrijerij tussen de jongen en het meisje serieus werd, dan moest de jongen kennismaken bij de ouders van het meisje en hun goedkeuring vragen. Eerst liep de vrijer een paar maal voor het huis heen en weer, tot het meisje hem een teken gaf, bijvoorbeeld door een bezem uit het raam te steken, dan mocht hij binnenkomen. Nu moest hij kennismaken net de ouders en hun goedkeuring krijgen. Dat kon op verschillende manieren gebeuren: Er werd hem een “tas” koffie aangeboden of men gaf hem een “struif” (pannenkoek). Ook het stoppen van een pijp samen met de vader van het meisje duidde er op dat de jongen aanvaard was en terug mocht komen.

Wanneer een jongen verlegen was en een meisje zijn liefde niet durfde te verklaren, kon hij “de vrijer aan de klink hangen”, dit was een bosje bloemen of meitak, die hij ‘s avonds aan de klink van de deur van het meisje bond. Kwam het meisje naar buiten om de bloemen of meitak te halen, dan werd zijn liefde beantwoord. Liet het meisje de bloemen hangen dan kon de jongeman alle hoop laten vaten. Niet altijd bond een vrijer een meitak aan de klink van de deur, soms plantte hij de tak in de grond, versierd met gekleurde papiertjes. Een meitak kon een tak zijn van elke willekeurige boom, maar ieder heeft zijn eigen betekenis. Een dennentak betekent gestadige liefde, een fijne sparrentak is goedheid, een berkentak is goed en schoon, een kersentak duidt een veranderlijk meisje aan, een hagendoorn is stekelig, katjes betekenen niet zonder handschoenen aan te pakken, een biesbosje houdt het met elke vrijer. Het meisje wist dus wel hoe de vrijer over haar dacht.
In sommige delen van het land was het de gewoonte om deze meitak op de eerste mei te planten voor het buis van zijn geliefde. Het meisje stond dan ‘s morgens vroeg op om te zien wat haar “mei” was. Een goede tak liet ze natuurlijk zo lang mogelijk staan.

Ook de bezem had bij het vrijen en trouwen een symbolische betekenis. De bezem diende als seinvlag, het meisje stak dan de bezem uit het raam, om de vrijer te waarschuwen dat vader en moeder uit waren en de kust veilig om binnen te komen. Als een meisje een vrijer afwees, liet ze dit merken door met de bezem de vloer te vegen rond de stoel waar de jongen zat. Als het bruidspaar met een wagen beladen vol huisraad naar hun nieuwe woning trok, dan werd een bezem op de top van het meubilair gestoken. Ook was het in sommige plaatsen de gewoonte dat de bruidegom bij het binnengaan van zijn nieuwe woning over een bezem sprong, die op de drempel was gelegd. Men zette ook wel een bezem tegen de muur van het huis met de steel omlaag. Dit zijn overblijfselen van een oud heidens geloof, dat de bezem kracht bezat om boze geesten te weren.

Voordat er getrouwd werd, ging het bruidspaar eerst in ondertrouw; dit gebeurde op het stadhuis of de gemeentesecretarie. De bruid werd door haar moeder, en de bruidegom door zijn vader begeleid. In Brabant was het de gewoonte dat de jongen bij thuiskomst de hele buurt uitnodigde en bier schonk. Dit noemde men “kwanselbier”: het gezellig samenkomen van jongens en meisjes om te kwanselen (dit is praten, drinken en vrolijk zijn). Na het aantekenen kwam het aanstaande bruidspaar “onder de roepen”. Dit betekende dat het huwelijk vanaf de preekstoel driemaal werd afgekondigd of afgeroepen. In Brabant noemde men dit ook wel “van de preekstoel vallen”. Na de eerste afkondiging werd er weer feest gevierd en ditmaal stond de bruid in het middelpunt van de belangstelling. Men dronk dan “heilbier” (heil is gelukwens). Hierna moest het huwelijk worden bekend gemaakt bij familie en vrienden, dit noemt men “het huwelijk aanzeggen”. Meestal werd dit gedaan door de buren, door de broers van de bruidegom of door het bruidspaar zelf. In sommige dorpen was een “bruiloftsnodiger”, die speciaal belast was met het aanzeggen van een huwelijk. Hij trok door het dorp, soms met een versierde hoed op het hoofd, en nodigde de mensen uit met een gedicht. Overal waar hij kwam kreeg hij een stuiver, dat op de bodem van een glaasje brandewijn lag. Eerst moest hij de brandewijn opdrinken om de stuiver te kunnen pakken. Daarom verdeelde hij zijn aanzeggingen over een paar dagen.

In de vier ovalen: 1. De bruid met versierde kop en schotel en de bruidegom met een gestrikte pijp onder de bruidskroon. 2. De vader van de bruid biedt de bruidegom een glaasje jenever aan. 3.Het bruidspaar onder de ereboog. 4. Het bruidspaar plant een levensboon in de hof.

Voor het huwelijk moesten er getuigen gezocht worden, meestal waren dit familieleden van het bruidspaar. Er waren ook mensen, die tegen een vergoeding als getuige wilden optreden. In sommige dorpen was het de vaste gewoonte dat de pastoorsmeid en de koster als getuige optraden.

Vroeger droeg alleen de vrouw een trouwring, deze werd tijdens de huwelijksmis door de pastoor gewijd. De ring was een teken van trouw en werd als onderpand door de man aan de vrouw gegeven. Na 1930 werd het gewoonte dat beiden een ring droegen en vond ook de ringwisseling plaats tijdens de huwelijksplechtigheid.

De dag voor het huwelijk versierden de buren het huis waar de bruiloft werd gevierd, meestal het ouder lijk huis van de bruid. Er werd een ereboog neergezet, versierd met papieren roosjes.

In de omgeving van Arnhem was het de gewoonte dat de aanstaande bruidegom op zijn vrijgezellenavond van zijn vrienden een Goudse pijp kreeg aangeboden. Wanneer deze leeggerookt was, moest hij hem doormidden breken. Dit was een symbolische afsluiting van zijn vrijgezellentijd.

Het wettelijk huwelijk vond plaats op het gemeentehuis, maar daaraan werd niet zoveel betekenis gehecht in Brabant en Limburg. Het vond plaats zonder feestelijk vertoon, soms in de alledaagse kleren. Het kerkelijk huwelijk in rooms-katholieke kringen was veel belangrijker. Pas wanneer de priester het huwelijk had ingezegend begonnen de feestelijkheden.
Terwijl de feeststoet van de kerk weer naar huis ging, was de vader van de bruid vooruit gegaan om thuis een glaasje met jenever te vullen. Als de vader van de bruid de bruidegom zag aankomen, ging hij hem tegemoet, gaf hem de hand, dronk het glaasje half leeg en gaf de rest aan zijn schoonzoon.
De bruid en bruidegom liepen door tot onder de ereboog, daar kwamen een jongen en een meisje naar hen toe die een feestvers opzegden en het bruidspaar een bruidskoek overhandigden. Een bruidskoek is een langwerpige koek, mooi versierd en met allerlei vruchten erin. Soms strooide de bruid met bruidssuikers, dit is afkomstig van een oud Germaans offer om tijdens de bruiloft de goden gunstig te stemmen. De bruidssuikers waren soms zoet en soms bitter, zoals pepernoten en bitterkoekjes. Zij symboliseren de karaktereigenschappen van het huwelijk: zoete kanten maar ook bittere. Tijdens de koffietafel kwam de “bruiloftsman” een feestvers opzeggen. In de loop van de middag werd in de hof een levensboom geplant. Laat in de middag kwam het middagmaal, dat beëindigd werd met rijstepap met suiker.

Wanneer het jonge paar de volgende dag naar hun eigen woning trok, was deze helemaal schoongemaakt door de buurvrouwen. De bruid werd door de bruidegom over de drempel gedragen. Het dragen over de drempel was om de geesten niet te storen, omdat in de oudheid de doden voor de drempel werden begraven.

De buurvrouwen moesten natuurlijk getrakteerd worden op koffie met suiker. Daarvoor brachten zij hun eigen kommetje mee. Dit feest werd het “wijvenfeest” genoemd. Na afloop werden de kommetjes tegen elkaar stuk geslagen, scherven brengen geluk. Dit was een uitgesproken vrouwenfeest, geen man kwam er aan te pas. Kwam hij toch, dan werd hem de broek uitgetrokken en er op los geslagen.

De eerste zes weken na het huwelijk werd er wittebrood gegeten, dit moet gezien worden als een overblijfsel van een vroegere offervorm. Daarom heten de eerste zes weken na het huwelijk ook wittebroodsweken.

Gelezen: De bezem en de meitak – Ben Janssen.

Symboliek in het zwanenknipsel:
Twee zwanen en een hart betekenen huwelijkstrouw en liefde, klavertjes vier geven geluk. Vanuit het hart ontspringt een levensboom met in de top een tulp, symbool voor volmaakte liefde.

De roos is een symbool voor de liefde, de viooltjes betekenen trouw, de campanulaklokjes spreken van dankbaarheid, de klimop is een symbool voor trouw, de lelietjes van dalen betekenen geluk.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1991-2, de knipsels zijn van Rieny van Beek

Diersymbolen: vogels

Door Rieny van Beek

Boven de wolken
moet de vrijheid
wel grenzeloos zijn.

In het volksgeloof neemt het dier een belangrijke plaats in. Hij is de metgezel van de mens. Soms schrijft men het dier verstand toe, of men gelooft dat dieren in de kerstnacht kunnen praten. Vroeger geloofde men dat dieren de dood aankondigden: het gekras van een uil in het holst van de nacht, een vlaamse gaai die schreeuwend om het huis vliegt, zij zijn beide aankondigers van de dood. Ook kondigen vogels onheil aan, zoals het voorbijvliegen van een zwarte vogel op een eenzame weg, het schreeuwen van een nachtvogel, een vogel die tegen het raam vliegt of pikt, of het vinden van een dode vogel. De Noordzeevissers geloofden vroeger dat, wanneer er een zwarte vogel s nachts over het schip vloog, er in de familie van één van de vissers een sterfgeval zou plaatsvinden.

Er zijn ook vogels die geluk brengen, zoals de zwaluw, de koekoek en de ooievaar. Volgens het Engelse volksgeloof hangt het er van af hoeveel kraaien men ziet. E kraai brengt onheil, twee kraaien brengen geluk.

De tortelduif is het beeld van de tedere liefde, onschuld, zachtmoedigheid en weerloosheid. Een duif met een brief is een boodschapper of postillon d’amoure. De eend is een symbool uit de Griekse mythologie en betekent huwelijkstrouw. Ook de zwaan is een huwelijkssymbool, het is het dier der minne dat Venus en Amor vergezelt. Twee zwanen betekenen huwelijkstrouw; dit is ontleend aan de dierenwereld, waar een zwaan zijn partner kiest voor het leven en haar altijd trouw blijft. In de Germaanse mythologie is de zwaan een attribuut van Wodan, evenals zijn witte paard en gans, en betekent licht en levensdrager.

De adelaar is het beeld van koninklijke macht en verhevenheid. Hij wordt wel gebruikt in de heraldiek en komt dan voor op familiewapens of wapens van landen of steden.

De raaf betekent beschermeling. In de 13e eeuw werd in Engeland de kop van een raaf begraven op Tower Hill, om de bevolking van de hoofdstad tegen haar vijanden te beschermen.

De reiger betekent prikkelbaar en driftig, de gier symboliseert een scherp gezicht, terwijl slankheid wordt uitgebeeld door een meeuw. Een patrijs is een roeper en beeldt vaderzorg uit; het mannetje rent ‘s avonds al roepend over het veld heen en weer om de jongen te roepen, die zich overdag over de akkers verspreid hebben om voedsel te zoeken.

Een papegaai symboliseert babbelzucht en napraten De pauw is een symbool voor pronkzucht, ijdelheid en weelde. De hovaardij is een rijk opgetooide jonge vrouw met een pauw; zij kijkt naar haar eigen beeld in een spiegel, die zij in haar hand draagt. De pauw is ook het symbool voor koninklijk en ridderlijk gedrag; in koninklijke tuinen ziet men vaak pauwen lopen. In 1400 legden de ridders in Engeland de eed van trouw af op de zijkant van een opgezette pauw. In de christelijke symboliek is de pauw het beeld van de ziel en het symbool voor opstanding en onsterfelijkheid.

Gelezen:
Dieren in het volksgeloof uit Volksgeloof en bijgeloof, door Dr. P.J. Meertens.
Bijbelse encyclopedie, Prof. Dr. W.H. Gispen e.a.
Het beste vogelboek, uitgegeven door the reader’s digest.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1991-1

Jubileumknipsel

Door Rieny van Beek

Een gelukwens in de vorm van een geknipte kaart ter gelegenheid van een huwelijk of jubileum wordt meestal zeer gewaardeerd. Bij een jubileum is het knipsel pas kompleet als ook het jubileumgetal erin verwerkt is.

Als voorbeelden zijn geknipt:
1. 10 jaar liefde voor de knipkunst (anjer en schaar)
2. 25 jaar trouwe dienst (Iauwerkrans)
3. 40 jaar geluk. liefde en trouw (lelietjes van dalen. hart en viooltjes)

Voor een verloving of een huwelijk kunnen twee ringen door elkaar geknipt worden als teken van altijddurende trouw, Dit gaat als volgt:

Teken een cirkel op stevig papier en knip deze uit (a). Vouw een randje van de cirkel om (b). Neem een stukje zwart of gekleurd papier dat twee keer zo groot is als de cirkel en vouw dit dubbel, de goede kant van het papier naar binnen. Leg de vouw van de vouw van het papier. Teken de grote boog van de cirkel na. draai de cirkel om en kleine boog na (c). Zet een spiegeltje tegen de vouw en kijk of de cirkels in de spiegel doorlopen, Knip eerst de cirkels aan de binnenkant van de potloodlijn uit en daarna aan de buitenkant. Vouw het knipwerk open en de cirkels zijn klaar (d).

De ringen kunnen samen een hart vormen, het symbool voor de liefde. Vouw een stukje papier van 8 bij 10 cm in de lengte dubbel. Teken tegen de vouw een half hart en plaats de ringen erin (e). Knip uit en vouw open (f). In de ringen kunnen twee zwanen geknipt worden als symbool voor huwelijkstrouw, onderin het hart twee klavertjes vier als teken van geluk (g).

eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1993-1

Diersymbolen I

door Rieny van Beek

In de oudheid werden dieren vereerd om bepaalde eigenschappen die zij bezaten. Sommige diersoorten werden heilig verklaard of tot godheid verheven.
In de Middeleeuwen was het dier een geliefd onderwerp in de letterkunde. Het kwam voor in het dierdicht, de dierfabel en de diernovelle. Het dier kreeg in deze verhaalvormen een menselijke karaktertrek toebedeeld, meestal een ondeugd, terwijl het verhaal moraliserend en satirisch was.
Heel bekend zijn de dierfabels van Jean de Lafontaine en de diernovelle Van den Vos Reinaerde. Een vijftal dieren zullen we eens nader bekijken.

De Kat
De kat was door de Eqyptenaren tot heilig dier verklaard en werd vaak in goud afgebeeld. Bekend was de kattegodin Bastet, veelal afgebeeld als een vrouw met een kattekop. Katten werden ook gemummificeerd.

Op een oude papyrusrol zijn muizen op strijdwagens te zien, die oorlog voeren tegen katten die zich in een vesting verschanst hebben. Een antieke versie van onze Tom en Jerrystrips. Vanuit Egypte kwam de kat naar Griekenland en Rome, waar ze beschouwd werd als attribuut van de godin Diana.

In het volksgeloof schreef men aan zwarte katten toverkracht toe. Ze werd gezien als helpster van de heks. Omdat de kat in het donker kon zien, werkte zij samen net de machten van de duisternis. Zij was het symbool van wellust en wreedheid. Bij de Kelten was de kat het symbool voor boze machten en werd daarom geofferd. De uitgestrooide as op het veld verjoeg het ongedierte.

In de heraldiek heeft de kat een positieve betekenis. Zij is het symbool voor listigheid hij het jagen op de buit, en vrijheid omdat een kat zijn eigen gang gaat en zich niet gemakkelijk laat op sluiten.

De Hond
De hond is het symbool voor trouw en waakzaamheid. Hij staat als vaker bij de poort van het hiernamaals. De Egyptische doodsgod Anubis had een hondekop; de hond was hier een gids voor de zielen in het dodenrijk.

Aan de ingang van een Romeins woonhuis kwam de hond als motief in de mozaïekvloer voor met de waarschuwing: “Cave Canem”, wacht u voor de hond.
In de Middeleeuwen werden honden vaak op grafstenen afgebeeld. Zij waren de trouwe metgezel van vazallen en echtgenoten. Eén van de deugden, de Trouw, werd afgebeeld als een persoon, die een sleutel of zegelring draagt en vergezeld wordt door een hond. Naar Joodse begrippen is de hond een scheldwoord voor heidenen; hij is onrein en verachtelijk, maar als waakhond wordt hij wel geduld.

Het Paard
Het paard is het symbool voor strijdlust, fierheid en trots. Hij is de belichaming van kracht, vurigheid en vitaliteit. Om zijn snelheid en springvaardigheid werd het paard in de oudheid gezien als zonnesymbool of als trekdier voor de hemelwagen van Apollo, Mithras en Elia.

De Germanen offerden paarden en hielden offermaaltijden waarop zij paardenvlees aten. Ook geloofden zij dat een paardenschedel op de huisgevel het ongeluk kon weren. Nadat zendelingen het christelijk geloof hier gebracht hadden, werden deze feesten verboden. Sindsdien wordt er hij ons nog steeds weinig paardenvlees gegeten.

De oude kerkvaders vonden het paard hoogmoedig en wellustig, omdat het begerig zou hinniken als het een vrouw zag.

In de christelijke symboliek heeft het paard op grafstenen de betekenis van de snelle levensloop naar het eeuwige doel. Het paard en zijn ruiter symboliseert de twee naturen van Christus: het paard is de menselijke natuur en de ruiter beeldt de goddelijke natuur uit.

Het stralend witte paard is een zinnebeeld van Christus als overwinnaar.

Op schilderijen van de kruisiging komen vaak Romeinen te paard voor. De paarden wenden hun hoofd af van de gekruisigde Christus en zijn zo het symbool voor het ongeloof van hun berijders.

Wapen met leeuwen, 24 x 30 cm

De Leeuw
De leeuw wordt in de fabel de koning der dieren genoemd, hij is het symbool voor heerschappij. In Egypte werd de oorlogsgodin Sechmet afgebeeld als een leeuwin, wat duidt op kracht, sterkte en moed. De god Ré werd afgebeeld als een leeuwin met een zonneschijf op haar kop.

In de oudheid werden goden en helden als overwinnaars van leeuwen voorgesteld, en beeldden zo de overwinning van de mens op de natuur uit.

In de christelijke symboliek is de leeuw het symbool van de kracht van de stam van Juda. Ook heeft de leeuw hier de betekenis van de vijand, waartegen God bescherming kan bieden. Dit wordt verteld in het verhaal over Daniël in de leeuwenkuil. Een brullende leeuw is het symbool voor de duivel.

De leeuw als poortwachter betekent waakzaamheid. In Oost-Azië worden vaak twee leeuwen als poortwachters bij de ingang van een heiligdom geplaatst om deze plaats te beschermen.

In de Europese heraldiek komt de leeuw, naast de adelaar, het meeste voor. Hij wordt staand en dreigend afgebeeld, net een slank, hang lijf en rode klauwen en tong. Reeds in de Middeleeuwen werd de leeuw op wapens afgebeeld en had de betekenis van krijgshaftigheid en macht.

Bijen op raat, 30 x 24 cm.

De Bij
In Egypte was de bij als hiëroglyfe het symbool van het koningschap.

In Chinese sprookjes hielpen bijen bij het vinden van de ware bruid. De bij was het beeld van de jonge minnaar, die van meisjesbloemen snoept. De winterslaap van de bij werd door de Grieken met de dood vergeleken, daarom was de bij het beeld voor de wederopstanding.

In de Griekse mythologie had de bij de betekenis van voorspoed. In de heraldiek is de bij het symbool voor ordelijkheid en ijver. In de christelijke symboliek is de bij een teken van de goede boodschap. De Paaskaars, het beeld van het licht van Christus, is gemaakt van bijenwas.

De bijenkorf is het beeld van een klooster of kerkelijke gemeenschap. Het motief komt veel voor in de heraldiek van de Rooms-Katholieke Kerk. Zo als de bijen in een korf ondergeschikt zijn aan de koningin en gezamenlijk een sterke en natuurlijke eenheid vormen, zo zijn de monniken in het klooster en de gelovigen in een kerk een ondeelbare eenheid en sterk in hun gemeenschappelijke gehoorzaamheid aan hun hoofd de abt, de bisschop en de Paus.

Gelezen:
Manfred Lurker, Woordenboek van Bijbelse beelden en symbolen.
Hans Biederman, Prisma van de Symbolen.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1993-3