Categoriearchief: symboliek

Kerstmis

Door Rieny van Beek

Birgit Selvig, Denemarken

Met Kerstmis staat in veel huizen een kerstboom met zijn stralende lichtjes.  Deze gewoonte bestaat nog niet zo heel lang. Wel was er in de boerengemeenschappen een gebruik om begin december, meestal op 4 december – Sinte Barbara – een kersen- of berketak in het water te zetten, die dan met Kerstmis bloeide of uitliep. In Zuid-Limburg werden deze takken Barbaratakken genoemd. De eerste versierde kerstbomen kwamen in Duitsland, in Straszburg, voor. Omstreeks 1850 waren ze ook bij ons te zien, voornamelijk in de grote steden. Meestal hebben katholieken een kerststal bij de kerstboom staan. Vóór Kerstmis ziet men daarin alleen .Jozef en Maria. In de kerstnacht komt het kindje Jezus erbij en de herders met de schapen. Op Driekoningen verschijnen de drie wijzen met hun kamelen en daarna wordt het stalletje weer opgeborgen.

Dorothea Brockmann

In sommige streken was het de gewoonte om de klokken te luiden, zoals het Sint Thomasluiden in Katlijk en Oudenhorne. Daar luidde men onafgebroken vanaf 21 december tot Nieuwjaar de klokken.

Het blazen op de midwinterhoorn was een gewoonte in Twente. Vanaf de eerste Adventszondag tot Driekoningen toe bespeelde de Twentse boer, vooral ‘s avonds na negen uur, zijn instrument, waarbij de put als klankbord dienst deed.

Rieny van Beek

Nieuwjaar
Onze voorouders kenden geen bepaalde nieuwjaarsdag. De overgang van het oude jaar naar het nieuwe werd gevierd met een feestperiode van twaalf dagen: de zogenaamde Twaalf Nachten, die duurde van 25 december tot 6 januari.
Tijdens deze feesten werden er vreugdevuren ontstoken. Ook geloofde men dat de geesten van gestorvenen in de Twaalf Nachten terug keerden op aarde en men probeerde deze door geraas te verjagen. Dit gebeurde door het blazen op hoorns, het ratelen met ratels, het luiden van klokken, het lossen van schoten. Dit verklaart waarom er nu nog steeds in de oudejaarsnacht zoveel lawaai en vuurwerk is.
Na de komst van het christendom plaatste de kerk aan het begin van de Twaalf Nachten de Kerstdag, aan het einde de Driekoningen en in het midden de Romeinse Nieuwjaarsdag van 1 januari.

Evert Root Sr.

Driekoningen
Het grote huiselijke feest van de winter was in vroeger eeuwen Driekoningen. Volgens het evangelie van Mattheus ging het eçhter om drie wijzen, die koning Herodes naar de geboorteplaats van Jezus vroegen. In later tijden werden zij koningen genoemd en van namen voorzien: Caspar, Melchior en Balthasar. Op Driekoningenavond gaf men elkaar geschenken en werd er een koning gekozen. Dat ging soms met een koningsbrief of door het eten van een koningsbrood. De koningsbrief was een vel met 16 plaatjes, waarop afbeeldingen van de koning, koningin en hun hofbeambten. Dit vel werd in 16 stukjes geknipt en ieder grabbelde een briefje en vervulde het ambt dat hij getrokken had. Ook kon men een koning kiezen door met elkaar te eten van een koningsbrood of bonenkoek, waarin een boon verstopt was. Wie de boon in zijn plak koek vond, werd tot koning gekroond met een kroon van verguld papier. Een andere gewoonte was dat sterrenzangers, gekleed in een wit hemd en met een vergulde kroon op het hoofd, zingend met een ster in de hand langs de huizen gingen om een gift te ontvangen. In sommige delen van het land wordt dit nog steeds door kinderen gedaan.

Toos Dietz

Gelezen:
Ir W.F. van Heemskerk Düker en Ir H..J.van Houten, Zinnebeelden in Nederland
Dr C.C.van der Graft, opnieuw bewerkt door Dr Tj.W.R. de Haan, Nederlandse voiksgebruiken bij hoogtijdagen

Bovenste knipsel: E. van de Broecke, België

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Het Johanniter- of Mathezerkruis

Door Rieny van Beek

Tijdens de eerste kruistocht werd de orde van St. Jan gesticht. Toen de kruisridders onder leiding van Godfried van Bouillon in 1099 de stad Jeruzalem hadden veroverd, vonden ze in de omgeving een klein hospitaal, gewijd aan Johannes de Doper. Een aantal ridders vormden een verplegersorde: de ridderlijke orde van het hospitaal van St. Jan te Jeruzalem.
Het kenteken van deze orde is een achtpuntige witte ster. De acht punten wijzen naar de acht zaligsprekingen (Mattheus 5:3 t/m 11): Zalig zijn de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, de hongerigen, de barmhartigen, de reinen van hart, de vreedzamen, de vervolgden.

 

Van 1309 tot 1522 verplaatste de orde zich naar het eiland Rhodos en in de 16de eeuw werd het eiland Malta het hoofdkwartier van de orde.

In ons land hebben de ridders van St. Jan al in de 13de eeuw de St. Janskerken en gasthuizen gesticht. Rond 1250 beheerden zij in Utrecht het St. Catharijneklooster met het daarbij behorende gasthuis.

Tegenwoordig kennen we in Nederland twee takken van de orde van St. Jan: de orde van Malta, een roomskatholieke orde en de Johanniterorde, een protestantse orde. Beide werken nauw samen met het Nederlandse Rode Kruis. De Johanniterorde bezit enkele tehuizen voor lichamelijk gehandicapten. Prins Bernhard was de landcommandeur van de Johanniterorde in Nederland.

Het Hugenotenkruis

Oorspronkelijk was het Hugenotenkruis het teken van de Franse protestanten in de tijd van hun geloofsvervolging in Frankrijk In de 16de en 17de eeuw. Nu is het internationaal het symbool van het wereldprotestantisme. De symboliek van het Hugenotenkruis bestaat uit drie delen. Het hoofdbestanddeel is het Maltezerkruis. Op de acht punten van dit kruis bevinden zich acht parelen. Tussen de armen van het kruis is een krans van vier lelies. Deze lelie, eigenlijk een lisbloem, is het teken van het Franse koningshuis. Deze vertegenwoordigt het wereldgezag, waaraan de Franse protestanten, ondanks alles, trouw wilden blijven. De lelie is ook een symbool voor reinheid. De vier open ruimten tussen de armen van het kruis vormen vier harten, symbolen van trouw. Het aanhangsel is een neerdalende duif als symbool van de Heilige Geest.

Gelezen:
S.S. Smeding, 24 Christelijke Symbolen.
Zie ook “Lexikon der Symbole”.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-3

Bolbloemen

Door Rieny van Beek

Als de lente komt
dan stuur ik jou…
tulpen uit Amsterdam

Weinig bloemen doen zo aan Holland denken als de tulp. Vele buitenlanders bestellen “Tulips of Holland”, om ze in hun tuin uit te planten, vol verwachting wat eruit groeien zal. Waar de tulpen oorspronkelijk vandaan komen weten we nauwelijks.

Het verhaal wil dat de tulp van oorsprong uit Perzië komt. Een oosterse legende vertelt dat een Perzische jongeling, Ferhad, verliefd werd op een meisje Shirin, die zijn liefde afwees. Ferhad trok de woestijn in om aan een gebroken hart te sterven. Wanneer hij huilde vielen de tranen in het droge zand en veranderden in bloemen. Deze bloemen, wilde tulpen, werden in Perzië “lâle” genoemd en zijn een symbool van de volmaakte liefde. In de 16e eeuw werden deze wilde tulpen uitgegraven en in de koninklijke tuinen geplant, waar ze werden gecombineerd met andere voorjaarsbloeiers zoals hyacint en narcis. Net als in Perzië was het de gewoonte in Turkije om tuinen met geurende planten aan te leggen. Vooral bij de Turkse haremhoven nam de tulp een belangrijke plaats in. De tulp is de nationale bloem van Turkije. Wilde tulpen ziet men daarom veel afgebeeld op stoffen, keramiek en muren van huizen en moskee.

In 1562 werden de eerste bloembollen per schip van Constantinopel naar Antwerpen vervoerd en vandaar kwamen ze terecht in Noord-Nederland.

Met de komst van de lente in de natuur wordt er opnieuw hoop en verwachting in ons opgeroepen. De betekenis van één der eerste lenteboden, het sneeuwklokje, is dan ook hoop. Soms hebben bloemen een minder mooie betekenis; zo is de narcis het symbool voor egoïsme. In de Griekse mythologie is Narcissus een schone jongeling, die de liefde van de nimf Echo versmaadt. Hij wordt gestraft door verliefd op zijn eigen spiegelbeeld te worden, dat hij in het water ziet. Verteerd door deze onbevredigde liefde, kwijnt hij weg en wordt een bloem.

De gele trompetnarcis daarentegen spreekt van aanzien en respect voor iemand. De krocus is een symbool voor blijheid en opgewektheid. De hyacint betekent lieflijkheid, maar de wilde hyacint spreekt van standvastigheid.

Van de zeer vroege voorjaarsbloeiers betekent winterjasmijn gratie en bevalligheid en de toverhazelaar spreekt van betovering.

Andere vroegbloeiende bloemen zijn het viooltje dat trouw voorspelt, de primula die vertrouwen wekt, en het speenkruid dat vertelt van toekomstige vreugde. De anemoon betekent verwachting en het vergeetmijnietje spreekt voor zichzelf.

Rode tulpen zeggen: “ik hou van jou”,
viooltjes fluisteren: “ik blijf je trouw”,
maar ‘t kleinste bloempje dat je ziet vraagt eenvoudig: “vergeet mij niet”.

Gelezen:
Merklapmotieven en hun symboliek, Albarta Meulenbelt, Nieuwburg.
De taal der bloemen, Kate Greenaway.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1989-1

Wilde bloemen en planten

Door Rieny van Beek

Wie er op een mooie dag eens op uit trekt en goed rondkijkt, zal verscheidene wilde bloemen vinden. Ze groeien langs sloten en riviertjes, bij vennen en moerassen, in het bos-, duin- en heidelandschap. Maar ook op weilanden, akkers en opgespoten terreinen komen we wilde planten tegen. Zelfs in de wegbermen zien we tegenwoordig steeds weer wilde planten tussen het gras verschijnen. De oorzaak hiervan is de verandering bij het beheer van wegbermen. Moesten vroeger de bermen netjes kort gehouden worden, tegenwoordig kiest men meer en meer voor een kleurige, bloemrijke berm.

Een vroegbloeiende wilde plant is het klein hoefblad; zodra de zon gaat schijnen gaan de eerste bloemen als stralende zonnetjes open. De symbolische betekenis van het klein hoefblad is: u zal recht worden gedaan.

Een veld vol paardenbloemen is een vrolijk gezicht, met hun wijd geopende warmgele bloemen weerkaatsen zij het voorjaarslicht. Tegen de avond sluiten de bloemen, en kan men zich nauwelijks voorstellen dat het veld midden op de dag een gouden deken was. De paardenbloem betekent: spreken in raadselen.

De scherpe boterbloem betekent luister; met haar geel glanzende bloemen luistert zij de bermen en slootkanten op; haar blad is handvormig.

In de wei- en hooilanden zien we naast de paardenbloem en boterbloem ook de rode en witte klaver. De rode klaver betekent vlijt, de witte klaver zegt: denk aan mij en het klavertje vier brengt geluk.

Een van de vriendelijkste bloemen van onze benen is de akkerhoornbloem, zij is bescheiden in blad en rijk aan bloemen. Haar betekenis is: welkom voor een vreemdeling.

Als de margrieten gaan bloeien is de zomer voor de planten begonnen. Met hun zuiver witte bloemen doen ze hun betekenis eer aan: onschuld.

Alle campanula-soorten, zoals het weideklokje en grasklokje, zijn zeldzaam en daarom beschermd. Het grasklokje vinden we op de zandgronden. Bij regenachtig weer zijn de klokjes een schuilplaats voor wilde bijtjes. Het grasklokje betekent: onderdanigheid. Het weideklokje komt voor in het weidegebied langs de grote rivieren, samen met de klaproos, korenbloem en dagkoekoeksbloem. Het weideklokje betekent dankbaarheid, de klaproos geeft vertroosting, de korenbloem spreekt van fijngevoeligheid en de dagkoekoeksbloem zegt: uw ogen zijn als zonnestralen. De akkerwinde is een kruipende of klimmende plant met klokjesvormige bloemen, de kleur varieert van zuiver wit tot roze, de betekenis van deze plant is nederigheid.

Veldboeket, Rieny van Beek, 20 x 15 cm

De vaste bezoekers van al deze bloemen zijn insecten zoals bijen en vlinders. De bij is het Griekse symbool voor voorspoed. De vlinder betekent blijheid en dartelheid. De vlinder, die van bloem tot bloem fladdert zonder ergens rust te vinden is een symbool van onstandvastigheid.
De vlinder, die rond de helder schijnende kaarsvlam blijft zijn vleugels schroeit, is het beeld van lichtzinnigheid. De ontwikkeling van rups tot pop en van pop tot vlinder is een Egyptisch beeld van de verrijzenis en opstanding.

Bermbeplanting, Ria Kuipers-Mulder, 15,5 x 23 cm.

Gelezen:
Dr. P. Zonderwijk: De bonte berm.
Wim Schroevers en Jan de Hengst: Plantenrijk.
De taal der bloemen, met prentjes van Kate Greenaway.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-2

Afmetingen:
1. vlinders ca. 9 x 6 cm.
2. veldbloemen, ca. 10 x 8 cm

Het schip

Door Rieny van Beek

Het schip komt in de christelijke symboliek in verschillende betekenissen voor. Het oudste symbool van de kerk is de ark van Noach, die in de tijd van de zondvloed over de wereldzee voer. Het is het symbool van de zorg van God voor de zijnen. Noach stuurt een duif uit de ark om te zien of de aarde droog is. Zij keert terug met een olijftak in de bek: dit is het symbool van de vrede tussen God en de mensen. Als Noach uit de ark gaat ziet hij de regenboog. Deze staat voor het verbond dat God met Noach maakte, het is een verbindingsbrug tussen God en mens, het is een teken van hoop.

In de tijd van de eerste christelijke gemeenten werd het schip gezien als het beeld van de gemeente van Christus, die met Christus kruis als mast de zeven zeeën der aarde omzeilt. De christelijke kerk is in de geschiedenis als een schip, dat vaart over een woelige zee, de kruisvlag staat in top en Jezus brengt ons naar de veilige haven. Het is zijn Heilige Geest die het zeil doet bollen en het schip voortstuwt. Het scheepje van Petrus is het schip der kerk, dat de gelovigen veilig over de wereldzee voert, de apostelen aan boord worden door Jezus mensenvissers genoemd. In onze tijd is het scheepje met de kruismast het merkteken van de Wereldraad van Kerken en het symbool van de oecumenische beweging.

Het schip is ook een symbool van ons leven. Bij de geboorte begint het levensscheepje te varen over de soms onstuimige levenszee tot aan het einde van ons leven.
Voor de Grieken en Romeinen was de vaart met het levensscheepje een vertrouwd beeld. In de Griekse mythologie zet de veerman Charon de zielen van de overledenen in zijn veerboot over de Styx, de grensrivier van de onderwereld.
Op grafplaatsen uit de vroegchristelijke tijd komen het schip en de vuurtoren voor als symbolen van de vaart van de ziel naar de veilige haven. In de middeleeuwen is het schip het symbool van de hoop. In die tijd verschijnen er in veel vissersdorpen scheepjes in de kerken. Zij roepen de gelovigen op tot gebed voor de vissers, die op zee zijn en voor allen, die familieleden op zee hebben verloren.
Het schip kan ook de betekenis hebben van een huwelijksbootje, het is dan goed te gebruiken bij een gelegenheidsknipsel voor een trouwerij of huwelijksjubileum. In het volksgeloof ziet men het huwelijksbootje als het zegenbrengende schip, dat de vervulling brengt van een grote verwachting.

Symbolen op de schipperstruien

Verwant aan het schip zijn de schipperstruien, die door de Nederlandse vissers gedragen werden. Patronen werden niet opgeschreven, maar van moeder op dochter doorgegeven. Omdat de dorpen onderling niet veel contact hadden, waren de gebruikte steken en patronen plaatsgebonden. Zo kon men aan de trui zien uit welke haven de visser afkomstig was. Het leven van de visser was niet altijd gemakkelijk, afhankelijk van weer, wind en de visvangst.

De vissersbevolking hechtte zeer aan de symboliek. Vandaar dat veel motieven met een symbolische betekenis werden verwerkt. Enkele motieven en hun betekenissen zijn:
Kabels: Een vissersboot kan niet varen zonder kabels of lijnen.
Vlaggetjes: Met behulp van vlaggetjes hielden de vissers contact met elkaar op zee.
Zig-zag: Voorstellend de slang, het symbool van het kwaad.
Ribbels: Dat zijn de ribbels op het strand, die de wind en het terugtrekkende tij achterlaten.
Levensboom: Symbool voor het voortbestaan van de mens, de stam is de vader en de takken zijn de zonen, die al vanaf hun zevende jaar meegingen naar zee.

Toelichting bij onderstaand knipsel:

Linksboven: Het schip der kerk, met het kruis van het geloof als mast, het anker van de hoop aan de boeg, de vredesduif op het achtersteven en de Ichtus-vis (Christus) in haar nabijheid.

Rechtsboven: De ark van Noach, met de vredesduif en de regenboog als symbool van de hoop.

Linksonder: Het scheepje van de oecumene met het kruis van Christus als mast. Rechtsonder: Het levensscheepje met het anker van de hoop, en de duif als symbool van de vrede.

De dieren eromheen zijn de duif (vrede), haan (waakzaamheid) en pauw (onsterfelijkheid).

De korenaren betekenen brood en de druiventrossen betekenen wijn. Samen zijn zij brood en wijn, tekenen van eucharistie en avondmaal.

Het kruis, anker en hart zijn de symbolen voor geloof, hoop en liefde.

Afbeeldingen:
1.Huwelijksbootje met rand, 24 x 17 cm.
2. Symbolisch knipsel met vier scheepjes, 25 x 25 cm.

Gelezen:
Henriëtte van der Klift-Tellegen: Nederlandse visserstruien.
Manfred Lurker: Woordenboek van Bijbelse beelden en symbolen.
Albarta Meulenbelt-Nieuwburg: Merklappen en hun symboliek.
S.S.Smeding: 24 Christelijke Symbolen.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-3

Kerst begrippen

Door Rieny van Beek

Bethlehem, de geboorteplaats van het kindje Jezus. De naam betekent broodhuis.
Stal, de plaats waar Jezus geboren werd, eigenlijk een grot, die als schaapskooi benut werd. In 330 liet keizer Constantijn boven de geboortegrot de Basiliek der geboorte bouwen. In het midden van de oostelijke wand van de grot bevindt zich de geboortenis, waarvoor een altaar geplaatst is, onder het altaar is een zilveren ster te zien met het opschrift: Hic de Virgine Maria Jesus Christus natus est (Hier is Jezus Christus uit de maagd Maria geboren).
Maria, de moeder des Heren.
Jozef, de man van Maria, timmerman uit Nazareth.
Kribbe, een voederbak voor de dieren, hierin werd het kindje Jezus gelegd door Maria zijn moeder. Het is het symbool voor onze geestelijke verlossing.
Stro, een herinnering aan de kribbe van Bethlehem, het symbool voor een goede oogst en de vruchtbaarheid van de aarde.
Engel, een brenger van de goede boodschap, boodschapper van God.
Engel met bazuin, een heraut, brengt de aankondiging van Jezus geboorte.
Herders, zij hoorden de engelenzang en waren de eersten die het kindje kwamen aanbidden. Symbool voor koning of kerkelijk leider.
Schaap, symbool voor de vrome mens, geduldig en lijdzaam.
Os en ezel, zij zijn in het kerstverhaal gekomen in de Middeleeuwen door Franciscus van Assisi op grond van het woord van Jesaja 1 vers 3: “Een os kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester. Ook kunnen zij het symbool zijn van het oude en het nieuwe testament, die door de geboorte van de Messias verbonden werden.

afb. 1 en 2, Rieny van Beek

Ezel, deze is het symbool voor de nederige mens, nuttig en goedig, maar soms ook koppig en dom.

An van Hoogstraaten

Morgenster, aankondiging van de dageraad en opkomst van de zon, die het duister van de nacht overwint. De komst van Christus in de wereld is als het opgaan van de ster. Christus is de morgenster.

Maria Stevens

Drie koningen, wijzen of magiërs, zij zagen de geboortester. In latere tijden werden zij van namen voorzien: Caspar, Melehior en Balthasar. Zij gaven het Christus kind geschenken.
Goud, symbool van het goddelijke koningsschap.
Mirre, symbool van de versterving, Gods zoon zal sterven.
Wierook, symbool van aanbidding en verering van het Christuskind.
Kameel, rijdier van de wijzen of magiërs, dikwijls voorzien van versierselen en soms met een soort baldakijn tegen de felle zon.

Gelezen:
Woordenboek van Bijbelse beelden en symbolen, Manfred Lurker.
Bijbelse encyclopedie, Prof. Dr. W.H. Gispen e.a.

Eugeen Van den Broeck.

Met een glimlach naar de Kerstdagen toe en met een knipoog naar het Nieuwe Jaar!

Dit artikel is eerder gepubliceerd in  Knip-Pers 1990-4

Werken met Vredessymholen

Door Marie Wieten

Op de vorige Vredeszondag in 1989, werden in alle kerken van Den Burg, door het Texels Vredesplatform (inter- en buitenkerkelijk), een activiteit georganiseerd, waarbij iedereen de hele dag welkom was. De aan mij gestelde vraag was: Wil je knippen over vrede, met kinderen en volwassenen? Natuurlijk wilde ik dat, en het voorafgaande denkwerk leverde het volgende idee op; stickers met vredessymbolen.

Er was bij iedere sticker een korte verklaring en elke bezoeker kon er zelf eentje uitzoeken om als “teken op de hand” de hele dag te dragen. Zowel kinderen als volwassenen deden graag mee zodat de voorraad stickertjes nauwelijks toereikend was. Hoewel dit idee veel gesprekstof opriep, was er toch behoefte aan meer activiteit. Om die te bevorderen waren “vrede” en “onvrede” op grote vellen karton uitgebeeld. Er werd aan de mensen niet gevraagd om iets aan de onvrede toe te voegen! We wilden daaraan geen tijd besteden.

Aan de vrede daarentegen kon iedereen, jong of oud, meewerken. En dat werd gedaan!

De vrede hangt soms aan een zijden draadje Van een zijden draadje was dus een spiraal geplakt van circa 60 cm doorsnee. Een spiraal, géén (afgesloten) cirkel – voelt u de symboliek? Nu konden én de demonstrerende knipsters, én de mensen die kwamen kijken, de “weg van de vrede met zelf bedachte, geknipte vredessymbolen invullen. Opvallend was dat kinderen onder de tien jaar veel huizen knipten. “Thuis” was duidelijk toch synoniem met geborgenheid en vrede. Bij de ouderen waren uiteraard de vredesduiven geliefd, maar er waren ook sterren, bloemen, bomen, engelen, een open (!) hand en de kaars van Amnesty. Eigenlijk waren er dus erg veel symbolen om “vrede” mee in te vullen.

Liefde en vrede een veelbelovend stel.

De weg naar de vrede begint in je hart.

Je mag de vrede best een handje helpen.

Wie vrede in ‘t hart draagt, verspreidt haar al.

Vrede heeft een maar al te tere vlam.

Het kruis brengt ons de vrede aan.

Doe iets terwille van de vrede.

Wie niet liefde handelt, dient de vrede.

De groten helpen de kleinen.

vrede vraagt inzet van hart en handen.

Laten uw daden van vrede zijn.

Je hart en je hoofd hebben alles met vrede te maken.

Geloof, hoop en liefde geoorloofde wapens.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-3

Japanse symbolen 3

Door Rieny van Beek.

Evenals de kunst van het bloemschikken, Ikebana, wordt ook de traditie van het theezetten door veel jonge meisjes geleerd voor het huwelijk. Het mengen van de groene poeder, het drinken van de thee en het wassen van de vaat, moet met eenvoudige en volmaakte gebaren geschieden. De theeceremonie werd in de 15e eeuw ontwikkeld uit Boeddhistische riten en is een onderdeel van de Japanse gastvrijheid. Voordat men een Japans huis binnen gaat moet men zijn schoenen uittrekken en een kimono aantrekken. Men zit op dunne zwarte kussens op de tatami (rijst-stromat) bij een lage tafel. De kamers hebben papieren schuifwanden. ‘s Nachts slaapt men in dezelfde kamer en haalt laken, deken en kussen uit de kast. Een kimono is een kledingstuk zowel voor mannen als voor vrouwen en ziet er heel fraai uit. De patronen op de kimono’s zijn prachtig en worden soms naar geknipte voorbeelden aangebracht.


In de traditionele dracht dragen Japanse vrouwen kammen in het haar ter versiering. De kammen worden uit oud geurig hout gemaakt. De tanden worden gepolijst met een speciale vijl, die bedekt is met schurende bladeren. Het duurt soms meer dan vijf uur om één kam te maken. Het dragen van kammen brengt geluk en ze beschermen de deugdzaamheid van de draagster. Als een echtgenote een kam uit haar haar trekt, is dit een teken dat ze wil scheiden.

Een Japanse kunst is het maken van vliegers en het oplaten ervan. Oorspronkelijk werden ze opgelaten als symbolische dankoffers aan de goden en droegen ze geschreven lettertekens die goede voortekenen aangaven. Nu worden ze meestal versierd met kleurige patronen van traditionele ontwerpen.
Poppen worden niet alleen als speelgoed, maar ook als kunstwerk gemaakt. Tijdens een Boeddhistisch poppenfeest verbrandt men de oude poppen om zo op een eerbiedige manier afstand te doen van oud speelgoed. Met meisjesdag zet men poppen in de tokonoma die de keizerlijke familie voorstellen.

Het smeden van zwaarden was vroeger een religieuze ceremonie, waarbij de smid speciale gewaden aantrok en de buitenwereld vermeed. De kling was vaak prachtig versierd en tegenwoordig gebruikt de smid bij het maken van zwaarden nog steeds traditionele boeken als handleiding. Met jongensdag plaatst men vaak enkele zwaarden in de tokonoma als symbool voor dapperheid en mannelijkheid. Goden worden gesymboliseerd door een spiegel en een zwaard.

De spiegel, het zwaard en de komma zijn de drie symbolen van het keizerrijk. Zij symboliseren macht. De komma is een juweel van agaat of jade en is in de vorm van een tijgerklauw, dat kracht symboliseert. Het mitsutomoeteken stelt drie komma’s in een cirkel voor. Zij zijn de drie schatten van het Boeddhisme: de Boeddha, de leken en de wet.

Over de spiegel als keizerlijk symbool wordt het volgende verhaal verteld: Toen Ninigi no Mikoto, de grootvader van de eersté Japanse keizer en de kleinzoon van de godin van de zon, uit de hemel neerdaalde om Japan te veroveren, kreeg hij van zijn grootmoeder de heilige spiegel. Die bleef tot op heden het symbool van de keizerlijke functie en wordt bewaard in brokaat gewikkeld, op een vergulde houten sokkel, in de tempel van Ise, gewijd aan de godin van de zon. Volgens de legende staat op de rug van de spiegel in het Hebreeuws: “Ik ben die ben”, maar nog nooit heeft iemand het gezien. De tempel wordt om de twintig jaar afgebroken en vernieuwd volgens de oude afmetingen. De huidige tempel is de achtenvijftigste.

De krijgers in het oude Japan waren de Samoerai. Hun stand werd gesymboliseerd door twee zwaarden. Zij riepen een nieuwe traditie in het leven: het gevecht met de sabel, het symbool van de onbezoedelde eer. De samoerai waren kampioen in de gevechtskunst., Ze beoefenden het schermen (kendo) en legden zich toe op de boogschutterskunst (kioedo). Ook waren ze bedreven in de gevechtskunsten judo en karate. De samoerai streven naar loyaliteit, energie, zelfverloochening en zelfbeheersing.

OP 6 augustus wordt jaarlijks de explosie van de atoombom herdacht. Dan keren de zielen van de afgestorvenen voor een tijdje terug op aarde. In het Park van de Vrede te Hiroshima laat men op die dag duizenden lantaarns opstijgen en wegdrijven. Elke lantaarn symboliseert één ziel. In het Park van de Vrede staat ook een gedenkteken. Op de punt van een symbolische atoombom verheft zich de bronzen figuur van een meisje. In haar ten hemel gestrekte handen houdt zij een gouden kraanvogel. De kraanvogel is een algemeen Japans symbool en betekent geluk. Deze is een gevouwen kraanvogel, volgens de Japanse vouwkunst of origami. Karl Bruckner schreef hierover het boek “Die ene seconde”. Het boek vertelt over het leven van een meisje vanaf de val van de atoombom tot haar dood, tien jaar later. Als ze in het ziekenhuis ligt probeert ze de hoop op leven te behouden door het vouwen van duizend kraanvogels. Als ze er duizend af heeft gaat haar wens in vervulling: ze zal weer beter worden en gelukkig zijn.

Gelezen:
Japan, Larousse Landenserie
Japan, Richard Story
Symhols, signs en signets – Ernst Lebner
Die ene seconde, Karl Bruckner

Illustraties:
1,2,4,5: Greetje Beekman
3,6,7: Ans van Oeveren

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1990-3

Japanse symbolen 2

Door Rieny van Beek.

Vuurrood en warm
Straalt nog steeds de zomerzon
Doch de herfstwind waait

Basho

Bovenstaand Japans gedichtje is een Haiku. Het is een drieregelig vers van 17 lettergrepen, dat over één onderwerp gaat. Het maken van deze verzen wordt in alle lagen van de bevolking beoefend. Jaarlijks organiseert het Bureau van het Keizerlijk Huis een wedstrijd rond een bepaald thema: de zee, de herfst, de kerselaar enzovoort. Eén van de grootste dichters van de Haiku is Basho.

De Japanner heeft een grote liefde voor de natuur; poëzie en kunst zijn daar een afspiegeling van. De taal der bloemen wordt in Japan heel precies gebruikt. Je mag een zieke nooit gele tulpen geven, want ze kunnen een voorteken zijn van een fataal einde. De witte camelia is het symbool voor ideale liefde, zij bloeit bijna het hele jaar door. Hoewel erg geliefd in Japan, vermijdt men toch de bloem bij blijde gebeurtenissen te gebruiken omdat deze bloem vrij plotseling afvalt en daarmee een vroege dood suggereert. De narcis is een voorjaarsbloeier en beeldt moed uit. Hij verjaagt de winter en zegt dat de lente op komst is. De witte trosnarcis is het symbool van zuiverheid. Klimplanten symboliseren aanhankelijkheid.

De altijd groene dennentak betekent voorspoed, welvaart en een lang leven, bemoste dennentakken zijn symbolisch voor ouderdom en rijpheid. De bamboe groeit snel en is veerkrachtig, zodat het met de wind meebuigt. Het betekent duurzaamheid, buigzaamheid. oprechtheid en vitaliteit. De pruim is de eerste boom die bloeit in het jaar, hij kondigt de lente aan en is een symbool voor moed en uithoudingsvermogen. Met deze drie takken: den, pruim en bamboe versieren de Japanners hun huis tijdens het nieuwjaarsfeest. Iedereen is vrij van 29 december tot 5 januari. Men maakt van bamboe en dennentakken een poort en hangt aan een koord van stro gevouwen repen papier ”gohei”, om de god van het nieuwe jaar te begroeten. De ikebana schikking op de eerste dag van de eerste maand bestaat uit pruimen- (afb. 1), dennen- (2) en bamboetakken (3). Deze combinatie, die ook gebruikt wordt voor andere gelukbrengende gebeurtenissen, is als geheel symbolisch voor een lang en gelukkig leven.

Op de laatste dag van december is het in Japan tijd om voorbereidingen te treffen om het leven opnieuw te beginnen. Het huis wordt schoongemaakt, oude kleren weggedaan en uitstaande rekeningen betaald. Tegen middernacht klinken in Tokio de tempelklokken 108 maal, wat een herinnering is aan het aantal kwaden in de boeddhistische leer, die de wereld der mensen plaagt. Als de laatste slag heeft geklonken gaan de burgers van Tokio naar buiten om in de tempels en heiligdommen te bidden voor geluk en succes. Feestvuren en lampions verlichten de tempels. Veel Japanners blijven op om de eerste zonsopgang van het nieuwe jaar te zien. Daarna besteden zij speciale aandacht aan het eerste bad en houden een speciaal ontbijt. Op de eerste dag van het nieuwe jaar wordt er door veel mensen een bezoek gebracht aan de goden.

Bij de tempels en heiligdommen kan men horoscopen op reepjes papier kopen, die na het lezen aan iets heiligs worden gebonden, zoals handvatten van de tempeldeur, het hek of takjes van bomen in de tempeltuin. Dit wordt gedaan om het noodlot te weren. Aan de god van het nieuwe jaar wordt geofferd voor een goede oogst door in de tokonoma drie boven elkaar geplaatste rijsttaarten te zetten, met papierslingers, bladeren en mandarijntjes versierd. Dit offer brengt geluk. Op 6 januari eindigt het nieuwjaarsfeest met het verbranden van de versieringen: een ceremoniële gebeurtenis.

Tijdens Japanse feesten, Matsuri, versieren de mensen hun huizen met vrolijk gekleurde papieren lampions en bloemen boven de deur. Eén van de Japanse feesten is meisjesdag; het valt op de derde dag van de derde maand. De versieringen voor deze dag zijn perzikbloesemtakken en koolzaadbloemen. De perzikbloesem symboliseert vrouwelijke deugden, zoals zachtheid en vriendelijkheid. In de tokonoma, de nis waarin de ikebanaschikking geplaatst wordt, zet men poppen, die de keizerlijke familie voorstellen. Men biedt de keizer en keizerin en hun gevolg kleurige rijsttaarten en zoete sake, rijstwijn, aan in een speelgoedserviesje.

Een ander feest is jongensdag op de vijfde dag van de vijfde maand. De ikebanaschikking voor die dag bestaat uit irissen, die dapperheid symboliseren, terwijl het blad de vorm heeft van een zwaard. Het dragen van een zwaard in het oude Japan mocht alleen door de samurai, de krijgers. In de tokonoma worden bij de irisschikking ook enkele samuraipoppen en een wapenuitrusting ge plaatst. Buiten het huis worden aan een lange bamboestok katoenen karpers gehangen, die als linten in de wind wapperen. Aan het aantal karpers kan men zien hoeveel jongens er in het gezin zijn. De irisbloem (afb. 4) symboliseert dapperheid, oprechtheid en mannelijkheid. De karper betekent moed en doorzettingsvermogen, omdat deze vis tegen de stroom in kan zwemmen.

Bij feestelijke gelegenheden, zoals huwelijken en deftige theepartijen, worden vrolijke snoepjes in de vorm van bloemen en bladeren geserveerd. De uiterlijke vorm is voor de Japanner even belangrijk als de smaak. De snoepjes zijn gemaakt van suiker en rijstebloem en ze hebben de vorm van esdoornbladeren, chrysanten, kersen- en pruimenbloesem. Tot slot nog een Haiku over de wind:

Zonder penseelstreek
schildert toch de wilgenboom
een beeld van de wind

Sarijn

Gelezen:
Ikebana in kleur, Doris Diels-Kraift
Japan, Richard story
Japan, Larousse landenserie
Symbols, signs en segnets, Ernst Lehner

Afbeeldingen:
1 tm 4 uit Symbols, signs en segnets
5 en 7 Annet van der Heide
6 Greetje Beekman

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-2

Japanse symbolen 1

Door Rieny van Beek

Heel die lentenacht
eindigde in morgenrood
op kersebloesen

De symboliek van Japanse bloemen en planten komt tot uiting in Ikebana, dat is de Japanse kunst van het bloemschikken. Ikebana betekent: het tot leven brengen van bloemen en planten in een schikking. De priester Ono-no-Imoko introduceerde het Chinese gebruik om bloemen voor het altaar van de goden te plaatsen. Hij sticht te de Ikenobo-school, waar de bloemschikkunst geleerd kon worden. Aanvankelijk werden de bloemstukken alleen in de tempels geplaatst als offerande ter ere van Boeddha, later ook in de huizen voor het familiealtaar, bijvoorbeeld voor de rust van een overledene.
Onder invloed van het Zen-Boeddhisme werden de bloemschikkingen niet meer gezien als huldigingen aan Boeddha, maar in de tokonoma geplaatst met een decoratieve functie. De tokonoma is de traditionele ereplaats van de Japanse woning, een alkoof in de kamer, meestal gelegen tegenover de tuin. De bodem is bedekt met een tatami, een dikke rijststromat. Het is een rustige plaats voor meditatie. Hier plaatst men de bloemschikkingen, die daar goed tot hun recht komen.

In het Boeddhisme is de lotusbloem het symbool van reinheid en onsterfelijkheid. De chrysant is de meest geliefde bloem in Japan. Zij symboliseert rijpheid, waardigheid, onsterfelijkheid en een lang leven. De chrysant werd 1000 jaar geleden uit China naar Japan overgebracht en daar gecultiveerd tot een grote verscheidenheid in soorten en kleuren. In de herfst gaan veel mensen de tentoonstellingen in de openbare parken bezoeken om de chrysanten te bewonderen. De 16-bladige chrysant is het embleem van de keizerlijke familie en is op praktisch alle voorwerpen van het keizerlijke huis te zien. Kikumon is het embleem van de keizer (afb. 1) en kirimon is het embleem van de keizerin (afb. 2).

Het chrysanthemum is afkomstig uit het Grieks en betekent gouden bloem; goud als de kleur van de zon. Dit wijst naar de rode cirkel op de witte vlag van Japan: de opgang van de zon. Japan is het land van de rijzende zon.

De kersenbloesem (afb. 3) is de nationale bloem van Japan. Kersenbomen worden om de bloesem geplant en in het voorjaar neemt bijna elke familie wel een dag vrij om de schoonheid van de bloesems te bewonderen. De kersenbloesem is het symbool voor mannelijkheid, dienstbaarheid en ridderlijkheid en wordt vergeleken met de samurai, de Japanse krijger. De wilg, die in het vroege voorjaar ontluikt is een symbool voor nieuw leven en blijheid. Lange, tot op de grond hangende takken symboliseren lang leven. Riet betekent beweeglijkheid en onbezorgdheid, uitgebloeide pluimen zijn een symbool voor weemoed en rust.

De pioenroos (afb. 4) is de koning van de bloemen en betekent nobelheid en voorspoed. De dahlia betekent dankbaarheid, de amarylis spreekt van aanhankelijkheid en de magnolia duidt trouw en echte liefde aan.
Op het embleem van adelijke families komen veel van deze bloemen voor, maar ook vlinders (afb. 5), insekten, bomen en voorwerpen uit het dagelijks leven zoals sleutels (afb. 6) en scharen (afb. 7). Vanaf 900 waren deze emblemen al bekend en vooral in het feodale tijdperk in de l7de eeuw, bereikte het gebruik ervan een hoogtepunt.

Het familiesymbool of mon komt voor op alles wat de familie bezit. Ook komen zij voor op bruidskleding, rouwkleding en doodskleding (hara—kiri). De patronen zijn geweven of geborduurd, en op vijf plaatsen op elk kledingstuk genaaid; op elke mouw, elke borst en achter in de hals.

Tot besluit nog een Japans gedichtje of Haiku over kersenbomen in bloei.

Het is mei
een middag
in bloei.

Miki Rofoe.

Gelezen:
Ikebana in kleur, Doris Diels Krafft
Symbols, Signs en Signets: Ernst Lebner

Illustraties:
1 t/m 7 uit Symbols, Siqns en Signets van Ernst Lehner

  1. Ineke Sanders, afm.10 x 5 cm
  2. Liesbeth Teunissen, 19 x 10 cm
  3. Rieny van Beek, 7 x 6 cm
  4. Ineke Sanders, 4,5 x 9 cm

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-1