Categoriearchief: symboliek

Kerstmis

Door Rieny van Beek

Birgit Selvig, Denemarken

Met Kerstmis staat in veel huizen een kerstboom met zijn stralende lichtjes.  Deze gewoonte bestaat nog niet zo heel lang. Wel was er in de boerengemeenschappen een gebruik om begin december, meestal op 4 december – Sinte Barbara – een kersen- of berketak in het water te zetten, die dan met Kerstmis bloeide of uitliep. In Zuid-Limburg werden deze takken Barbaratakken genoemd. De eerste versierde kerstbomen kwamen in Duitsland, in Straszburg, voor. Omstreeks 1850 waren ze ook bij ons te zien, voornamelijk in de grote steden. Meestal hebben katholieken een kerststal bij de kerstboom staan. Vóór Kerstmis ziet men daarin alleen .Jozef en Maria. In de kerstnacht komt het kindje Jezus erbij en de herders met de schapen. Op Driekoningen verschijnen de drie wijzen met hun kamelen en daarna wordt het stalletje weer opgeborgen.

Dorothea Brockmann

In sommige streken was het de gewoonte om de klokken te luiden, zoals het Sint Thomasluiden in Katlijk en Oudenhorne. Daar luidde men onafgebroken vanaf 21 december tot Nieuwjaar de klokken.

Het blazen op de midwinterhoorn was een gewoonte in Twente. Vanaf de eerste Adventszondag tot Driekoningen toe bespeelde de Twentse boer, vooral ‘s avonds na negen uur, zijn instrument, waarbij de put als klankbord dienst deed.

Rieny van Beek

Nieuwjaar
Onze voorouders kenden geen bepaalde nieuwjaarsdag. De overgang van het oude jaar naar het nieuwe werd gevierd met een feestperiode van twaalf dagen: de zogenaamde Twaalf Nachten, die duurde van 25 december tot 6 januari.
Tijdens deze feesten werden er vreugdevuren ontstoken. Ook geloofde men dat de geesten van gestorvenen in de Twaalf Nachten terug keerden op aarde en men probeerde deze door geraas te verjagen. Dit gebeurde door het blazen op hoorns, het ratelen met ratels, het luiden van klokken, het lossen van schoten. Dit verklaart waarom er nu nog steeds in de oudejaarsnacht zoveel lawaai en vuurwerk is.
Na de komst van het christendom plaatste de kerk aan het begin van de Twaalf Nachten de Kerstdag, aan het einde de Driekoningen en in het midden de Romeinse Nieuwjaarsdag van 1 januari.

Evert Root Sr.

Driekoningen
Het grote huiselijke feest van de winter was in vroeger eeuwen Driekoningen. Volgens het evangelie van Mattheus ging het eçhter om drie wijzen, die koning Herodes naar de geboorteplaats van Jezus vroegen. In later tijden werden zij koningen genoemd en van namen voorzien: Caspar, Melchior en Balthasar. Op Driekoningenavond gaf men elkaar geschenken en werd er een koning gekozen. Dat ging soms met een koningsbrief of door het eten van een koningsbrood. De koningsbrief was een vel met 16 plaatjes, waarop afbeeldingen van de koning, koningin en hun hofbeambten. Dit vel werd in 16 stukjes geknipt en ieder grabbelde een briefje en vervulde het ambt dat hij getrokken had. Ook kon men een koning kiezen door met elkaar te eten van een koningsbrood of bonenkoek, waarin een boon verstopt was. Wie de boon in zijn plak koek vond, werd tot koning gekroond met een kroon van verguld papier. Een andere gewoonte was dat sterrenzangers, gekleed in een wit hemd en met een vergulde kroon op het hoofd, zingend met een ster in de hand langs de huizen gingen om een gift te ontvangen. In sommige delen van het land wordt dit nog steeds door kinderen gedaan.

Toos Dietz

Gelezen:
Ir W.F. van Heemskerk Düker en Ir H..J.van Houten, Zinnebeelden in Nederland
Dr C.C.van der Graft, opnieuw bewerkt door Dr Tj.W.R. de Haan, Nederlandse voiksgebruiken bij hoogtijdagen

Bovenste knipsel: E. van de Broecke, België

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Diersymbolen, deel 2

De aap
Een aap is zeer amusant,
vooral in zijn geboorteland,
en heeft in zijn jeugd veel grappiger manieren
dan de meeste jongelui onder de dieren.
Daar is altijd groot dispuut geweest
of een aap eigenlijk een mensch is of een beest;
en dat verwondert ons ook niet,
daar men zooveel apen onder de menschen ziet.
Uit: De gedichten van den Schoolmeester, 1859.

 Veel dieren hebben eigenschappen, die aan de mens doen denken, daarom wordt het dier als symbool voor die menselijke eigenschap gebruikt. Andere dieren kunnen mensen nadoen of napraten, zoals de aap of de papegaai. We geven de medemens dan een dierlijke eigenschap, we noemen een naprater een papegaai en wie een ander nadoet is een na-aper. Van enkele dieren wordt hieronder de symbolische betekenis beschreven.

De aap
Apen zijn de hoogst ontwikkelde zoogdieren met de relatief grootste hersenen. Er zijn 200 soorten, waarvan de hoogst ontwikkelden in groepen leven. Bij de mensapen zien we de neiging tot monogamie en gezinsvorming. De wijfjes brengen jaarlijks een jong ter wereld, dat door de moeder aan de borst wordt meegedragen. In de oudheid waren er al verschillende soorten apen bekend, die gedresseerd in theaters werden tentoon gesteld. “Aap” was een scheldnaam en het symbool voor boosaardigheid en lelijkheid. In het oude Egypte werden apen met eerbied behandeld. Er werd gezegd dat ze de menselijke spraak verstonden en goedleerser waren dan menige menselijke leerling. Het krijsen van de bavianen in de ochtendschemering werd gezien als een gebed van de vrome dieren voor de zonnegod. De god van de wijsheid Thot werd soms als een wijze oude mantelbaviaan afgebeeld.

In het oude Indië was de aap een heilig dier. Hij is het symbool van kracht, trouw en opoffering. In China werden apen met eerbetoon omringd. De Zuid-Chinezen vertelden trots afkomstig te zijn van apen-voorouders, die bij ontvoerde mensenvrouwen kinderen hadden verwekt.
Beroemd is de aap Soen Woek’oeng, die de boeddhistische pelgrim Hsuan-tsang op zijn reis naar Indië vergezelt en daarbij grote heldendaden en streken uithaalt.
In de christelijke iconografie wordt de aap negatief afgeschilderd. Hij is een karikatuur van de mens en het symbool voor de dwaasheid, luiheid, begeerte en onkuisheid. Met een spiegeling de hand is de aap het symbool van ijdelheid. Een aap in ketenen geslagen is het beeld van de overwonnen duivel.

De drie Aziatische beeldjes van apen die de mond, ogen en oren dichthouden, worden populair “horen, zien en zwijgen” genoemd. Dit is niet juist, de betekenis is niets kwaads zien, horen en zeggen. De apen zijn oorspronkelijk door de goden. als boodschappers naar de mensen gestuurd om hun doen en latente bespioneren. Als amulet ertegen zijn ze blind, doof en stom afgebeeld.
In Japan heten deze drie beeldjes ‘saroe’, dat zowel aap als niet doen betekent, het is een symbool voor het afwenden van slechte daden.

Kameel
Tot de familie van de kamelen behoort zowel de eenbultige dromedaris als de tweebultige kameel. Reeds 6000 jaar ge leden werd de kameel tot huisdier gemaakt in Midden-Azië. Kamelen kunnen meer dan 40 jaar oud worden.
De kameel heeft in de symboliek een tweeledige betekenis. Voor de woestijn- en steppe-bewoner is de kameel een nuttig dier, hij heeft weinig water en voedsel nodig, de vetbulten bevatten reservevoedsel, zodat enkele distels, dorens en plantenwortels voldoende zijn. Toch kan hij met een vracht van 250 kg 12 uur achtereen een tempo van ongeveer 4 km per uur volhouden. Van het haar van de kameel worden kleding stukken gemaakt en de mest wordt gebruikt als brandstof. De kameel maakt de steppen en woestijnen voor de mens begaanbaar. Hij is het symbool voor matigheid en nuchterheid.
De kerkvader Augustinus zag de kameel als een symbool van de christen, die zijn lasten deemoedig draagt De kameel maakt echter ook een hoogmoedige indruk, en heeft soms een slecht humeur, zodat hij ook het symbool is voor arrogantie en eigenzinnigheid. Hij accepteert alleen draagbare lasten en is daarom het zinnebeeld van het onderscheidingsvermogen. Wie niet met het dier kan omgaan verwijt hem luiheid De kameel kan gehoorzaam knielen en is daarom ook een beeld van gehoorzaamheid.
Van de drie koningen wordt algemeen aangenomen dat zij op kamelen reden, de kameel is dan een verwijzing naar Azië en het oosten.

Papegaai
De papegaai behoort tot een vogelfamilie met 326 soorten, die allen een grote kop, korte hals, sterk gekromde haaksnavel en grijptenen hebben. Zij bootsen diverse geluiden na, onder andere de menselijke stem. Reeds in het jaar 300 voor Chr. was de papegaai bekend en werd geïmporteerd van uit India. Hij werd gezien als taalnabootser en was het symbool van de geesteloos babbelende redenaar.

In de middeleeuwen gold een papegaaien snavel als amulet tegen de koorts. Als de vogel op afbeeldingen van het paradijs voorkomt, is dat omdat hij de naam van Eva heeft leren uitspreken. De omkering ervan, Ave, is de groet van de engel aan Maria, de moeder van Jezus. Door Eva is de zonde in de wereld gekomen; Jezus, de zoon van Maria, heeftt de zonden der wereld gedragen. Een papegaai in een liefdeskooi betekent onderdanigheid van “de vrouw aan haar man”. De papegaai is het symbool van napraterij, babbelzucht en spraakzaamheid.

Ibis
De ibis was in het oude Egypte een vogel met een grote symbolische betekenis. werd “hibi” genoemd, de heilige Ibis. Hij was gewijd aan Thot, de god van de wijsheid. Een ibis werd gezien als de aardse verschijning van de god Thot, daarom werden ibissen gebalsemd en in stenen kruiken bijgezet in de graven. In de grafgrotten van Sakkara liggen miljoenen ibis-mummies. Volgens het volksgeloof is een ibisveer voldoende om een slang aan de grond te nagelen. Een ibisei schrikt alle wilde dieren af. Bij de joden was de ibis een onrein dier, omdat alle waadvogels tot de onreine dieren behoren. Toch wordt in het boek Job de vraag gesteld: “Wie verleende de ibis wijsheid…

Kraanvogel
Evenals een ibis kon een kraanvogel een slang verdelgen. In de oudheid werd de kraanvogel bewonderd om zijn onvermoeibaar vliegvermogen en een kraanvogelvleugel gold als een amulet tegen uit putting. De kraanvogel was het heilige dier van de godin van het gewas Demeter. Wanneer de kraanvogel met zijn trek begon, kondigde hij de lente aan en was zo het symbool voor vernieuwing. Het christendom maakte hem tot ‘symbool van de verrezen’ Christus en tot symbool voor waakzaamheid.

In de oud-chinese symboliek was Wo, de kraanvogel, een beeld voor lang leven, wijsheid, voorspoed en geluk. Een kraanvogel die naar de zon opstijgt geeft de wens aan om maatschappelijke carrière te maken. In Japan betekent de kraanvogel verhevenheid. In India is hij daarentegen het symbool van valsheid en arglist.

Paradaijsvogel
Over de paradijsvogel bestond tot in de 19e eeuw een fabel. De inboorlingen van Nieuw-Guinea en de Indonesische eilanden hadden de gewoonte om de huid van de dode vogels met veren en al af te stropen en zo te roken dat ze zonder poten en botten hun vorm behielden. De vogels werden verkocht naar Europa en werden daar voetloze paradijsvogels (Paradisea apoda) genoemd. Er werd verteld dat ze zich slechts met hemeldauw voedden, hun leven lang bleven zweven en vanaf hun geboorte rein waren. Daarom waren zij het symbool van onbezwaardheid, dicht bij God en ver van de wereld… In de 19e eeuw heeft een zoölogisch onderzoek een eind gemaakt aan, dit vreemde mysterie.

Door Rieny van Beek
Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1995-2

Gelezen:
Prisma van de Symbolen, Hans Biedermann.
Bijbelse encyclopedie, onder redaktievan Prof. Dr. W. H. Gispen e.a.

Illustraties:

  1. Evert Root Sr.
    2. Vogelhandelaar, Karl Fröhlich
    3. Johann August Eckert
    4. Rieny van Beek
    5. Bettina von Arnim
    6. Kraanvogel uit: Symbols, Signs en Signets, Ernst Lehner.
    7. Rieny van Beek, 21 x 28cm, geknipt naar ontwerp van Olga Furginson.
    8. Rieny van Beek, 15 x 30 cm.

 

 

 

 

 

 

Diersymbolen

De prehistorische mens was nauw bij het dierenleven betrokken en hij herkende dieren aan hun vormen en gedragingen. Verbazingwekkend zijn de grottekeningen van bizons, paarden, giraffen, antilopen, herten, mammoeten en zwijnen die gevonden zijn in Cantabrië in Spanje en de Dordogne in Frankrijk.
De griek Aristoteles (384-322 v. Chr.), de leermeester van Alexander de Grote, verzamelde alle gegevens van de in zijn tijd bekende dieren en vulde ze aan met nieuwe waarnemingen en geniale over zichten. Hij schreef vier zoölogische werken, waarin hij 500 verschillende dieren behandelde.

Een aantal wilde dieren zullen we eens nader bekijken.
Tijger
De tijger is bij ons bekend sinds de veldtocht van Alexander de Grote naar Indië in 332 v. Chr. Zijn naam Tigris is afgeleid van het Iraanse woord “thigra”, wat scherp of spits ‘betekent. In Rome duikt de tijger voor het eerst op in het jaar 19 als geschenk van Indische gezanten aan keizer Augustus. In Azië is de tijger het symbool voor kracht, hij wordt erom bewonderd en gevreesd. Goden en helden dragen daarom tijgervellen.
In China noemt men zijn naam niet uit eerbied, maar omschrijft hem als “koning der bergen” of “groot krijgsdier”. Hij wordt algemeen gewaardeerd omdat hij de wilde zwijnen, die de akkers vernielen, verdrijft en verslindt. De tijger kan demonen verjagen en daarom staan er op graven vaak stenen tijgerbeeldjes; ook komt zijn beeltenis voor op de deurposten van de huizen. In Zuid-China bestonden “weertijgers, dat zijn mensen die in tijgers konden veranderen (zoals weerwolven in onze streken).

Panter
De panter is het symbool voor wildheid, strijdlust en list. In Rome werden panters sinds 186 v. Chr. uit Afrika gehaald om dienst te doen in de dierengevechten. Veel helden uit de oudheid dragen panterhuiden.
In het oude China is de panter een gevaarlijk, wreed en wild dier, zijn staart werd als veldteken op gevechtswagens geplant. Een mooie jonge vrouw kan de bijnaam “bonte panter” hebben als ze agressief is. De zwarte panter is bijzonder gevaarlijk.

Liesbeth Teunissen

Olifant
De olifant heeft een positieve symbolische betekenis. Hij wordt in Azië gebruikt als koninklijk rijdier en als werkdier en geprezen om zijn wijsheid. De geboorte van Boeddha werd aangekondigd door een witte olifant.
Van de olifanten zijn er nog twee soorten: de Indische olifant, die in Zuid-Oost Azië leeft en de Afrikaanse olifant, die in Midden-Afrika voorkomt. Vroeger was het verspreidingsgebied groter, vooral van de Afrikaanse olifant. In vroeger tijden was het ivoor van de slagtanden van de olifant een belangrijk handelsartikel, gelukkig is dat tegenwoordig verboden. Afrikaanse volkeren, die aan Egypte onderworpen waren, betaalden hun schattingen in ivoor.
Het Indische ivoor was mooier, witter en sterker. Daarom liet koning Salomo het door de Feniciërs aanvoeren met schepen om er een troon van te laten maken. Ook werden wanden, deuren en meubelen versierd met ingelegd ivoor en goud De Feniciërs gebruikten het ivoor om het deken de kajuiten van schepen met inlegwerk te kunnen voorzien.
In het oude China is de olifant het symbool voor kracht en wijsheid. Door zijn lange levensduur is hij ook het symbool voor het overwinnen van de dood. De olifant komt veel voor als rijdier van helden in Chinese sagen. Op een olifant rijden betekent daar “geluk”.
De olifant komt veel voor op afbeeldingen van het paradijs. Na de tijd van de kruistochten hij als wapendier op de wapens en schilden van adellijke personen. In 1464 werd in Denemarken een olifantenorde ingesteld. Een witte olifant was tot 1910 het wapendier van het koninkrijk Siam (Thai land).

Beer
In het oude China is de beer een mannelijk symbool voor kracht, zijn vrouwelijke tegenbeeld is de slang. Dromen over een beer wordt gezien als voorteken voor de geboorte van een zoon. In Chinese sprookjes speelt de beer de rol van onze “boze wolf”. In de christelijke symboliek is de beer het symbool van toom Volgens kerkvader Augustinus is de beer, die een schaap van de kudde rooft een beeld van de duivel.
In de tijd van de Bijbel kwam de beer voor in Palestina en Syrië. Toen de jonge David op de schaapskudde moest passen werd hij overvallen door een beer, die hij wist te verslaan. Dit verwijst naar de zege van Christus over de machten der duisternis De heilige Gallus wordt samen met een beer afgebeeld. De beer is Gallus behulpzaam omdat hij hem verlost heeft van een doorn in zijn klauw.

Nijlpaard
Het nijlpaard was reeds in de oudheid bekend. Egyptische inscripties vermelden dat het nijlpaard in het hele nijlgebied voorkwam. Het was daar een geliefd jachtdier, bejaagd met de harpoen, omdat het de akkers verwoestte. De nijlpaardgodin, een nijlpaard met vrouwenborsten, was een zegenbrengend amulet bij het bed van barende vrouwen. Ook in Palestina en de Jordaan kwam hij voor en in grotten zijn er overblijfselen van het dier gevonden. Hij wordt beschreven in Job 40 vers 10 tot 19, vooral zijn geweldige lichaamsbouw en kracht treden daarbij op de voorgrond. Het nijlpaard symboliseert kracht en sterkte en is vaak te zien op afbeeldingen van Gods schepping van de dierenwereld.

Ineke Sanders

Struisvogel
De struisvogel is sinds de 5de eeuw vvoor Chr. bekend in de landen rond de Middellandse Zee en komt op oude rotstekeningen voor. Hij kwam vroeger veel voor in Palestina en de Syrische woestijn en is een metgezel van de jakhals. Hij wordt uitvoerig beschreven in Job 39 vers 16 tot 21.
Bij gevaar steekt de struisvogel de kop in het zand om niet gezien te worden, daarom is het dier het symbool van de traagheid. Omdat de struisvogel vaak zijn vleugels uitspreidt maar niet kan vliegen is hij ook een beeld voor huichelarij.

Jakhals
De jakhals leeft in grote groepen, die zich overdag schuilhouden en tegen de avond op pad gaan om aas te verslinden. De jakhals is een hondachtig dier dat zich graag bij graven ophoudt, daarom is hij een voorbode van de dood. De Egyptische doodsgod Anoebis wordt vaak met de kop van een jakhals afgebeeld. De zwarte jakhals is in de christelijke iconografie het symbool voor het geloof in een voortleven na de dood in het hiernamaals.

Hyena
De hyena is een veracht en onrein dier met een negatieve symbolische betekenis Deze lijkenvreter wordt beschouwd als bastaard van wolf en hond. Hij is het symbool van de hebzucht. Een legende vertelt over de woestijnheilige Makarios, die een jong van een hyena geneest van zijn blindheid. Symbolisch betekent dit dat het mogelijk is iemand met een negatieve aanleg toch “de ogen te openen”.

Gelezen:
– Prisma van de Syinbolén, Hans Biedermann.. Bijbelse Encyclopedie, Prof.Dr.W.H.Gispen e.a.
– Van Mammoet tot Gorilla, Lekturama encyclopedie

Door Rieny van Beek
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1995-1

Rieny van Beek, afm. 24  x 34 cm.

Illustraties 1: Annet van der Heide

Voor zover bekend hebben de uitgebeelde de volgende symbolische betekenis:
Vlinder: vrolijkheid en dartelheid
Vis: Christus (christelijke symboliek)  geluk
Geit: vruchtbaarheid
Schaap: argeloosheid en hulpeloosheid
Konijn: vruchtbaarheid en weerloosheid
Ree: zachtheid en soepelheid
Hert: zachtmoedig en fier
Antilope: lieflijk en schoon
Papegaai: babbelzucht en napraterij
Arend: snelheid
Pelikaan: opofferende ouderliefde
Aap: boosaardigheid en lelijkheid
Struisvogel: het niet willen zien en weten, traagheid en huichelarij
Tijger: kracht
Olifant: kracht en wijsheid
Beer: gevaar en kracht
Wolf: het kwade
Schildpad: stille kracht, lang leven en vitaliteit
Slang: duivel en dood
Krokodil: lui en onbarmhartig, huichelarij
Kikker: vruchtbaarheid

De symboliek van de kleuren

Nu …. en dan

Nu is hier alles nog zwart:
oorlog en honger en dood,
ziekten, gebrek, hongersnood,
pijn in je lichaam, je hart.

Nu is hier alles nog rood:
haat en verdwazing en bloed,
vuur, dat verterende woedt,
seinlicht, dat staat op de dood.

Zwarter dan ‘t donkerste zwart
was Christus’ lijden en dood,
‘t Bloed, dat ons reinigt, is rood,
Rood is het vuur van Gods hart

Daarom wordt alles eens wit:
zonlicht op alles wat leeft,
bruidskleed, dat God voor ons weeft,
hemel neemt aarde in bezit!

Uit: Een boom in de wind, Nel Benschop

Christelijke kleurensymboliek

In de christelijke traditie spelen kleuren een belangrijke rol. Omstreeks 1200 werden door paus Innocentius III de kleuren vastgelegd voor de kerkelijke feestdagen en gewaden van de priesters. In de Missale Romanum uit 1570 zijn deze bepalingen uitgewerkt. Door de de betekenis van de kleuren te kennen, was het voor de gelovigen gemakkelijker om Jezus, Maria en sommige heiligen te herkennen Ook konden begrippen als liefde, lijden of heiligheid beter worden uitgedrukt. Kleur hielp om afbeeldingen op muurschilderingen, schilderijen, gebrandschilderde ramen, iconen of mozaïeken beter te begrijpen. In de katholieke kerken worden deze kleuren algemeen gebruikt, bij protestantse kerken zijn ze aanbevolen. De oosterse kerken gebruiken deze liturgische kleuren niet. Bij het maken van een knipsel in kleur voor een liturgie of een bijzondere dag Kan met de betekenis van de kleuren rekening worden gehouden

Betekenis van de kleuren

Wit is de kleur van het feest, de vreugde, de waarheid en de reinheid Het is de kleur van de ongerepte en zuivere sneeuw, de kleur van witgewassen gewaden De Heilige Geest wordt als een witte duif voorgesteld. Religieuzen dragen vaak een wit onderkleed. De albe van priester is een wit miskleed of koorhemd, dat hij onder zijn kazuifel in de te liturgisch voorgeschreven kleur draagt. De witte toga van de Paus symboliseert de hemelse heerlijkheid. In de eerste eeuwen van het christendom werden volwassenen, die tot het geloof gekomen waren in de Paasnacht gedoopt Zij droegen dan een wit kleed, dat de zondag na Pasen werd afgelegd. Het is de kleur voor grote feesten zoals Kerstmis, Epifanie (de verschijning van de Heer), Pasen en Paastijd en Hemelvaart. Wit wordt ook gebruikt bij het huwelijk, feestdagen van heiligen en de doop Het water van de doop is een beeld van reiniging en leven. Soms is Wit de kleur bij een uitvaart.

Zilver betekent reinheid en zuiverheid en kan wit vervangen.
Geel is de kleur van de zon en verwijst naar licht, luister en glorie. In Portugal wordt in plaats van wit vaak geel gebruikt bij kerkelijke feesten. Maar ook Judas wordt met de gele kleur afgebeeld, het betekent dan afgunst en verraad.
Goud is de kleur van goddelijkheid en rijkdom, symbool voor het hemelse licht en voor de volmaaktheid. Heiligen hebben op afbeeldingen vaak een goudkleurige stralenkrans, aureool of nimbus rond hun hoofd. Ikonen hebben vaak een gouden achtergrond.
Rood is de kleur van het vuur en ver wijst naar.de brandende liefde en de Heilige Geest. Als kleur van de Geest wordt rood gebruikt op het Pinksterfeest maar ook bij gelegenheden waarbij de Geest een belangrijke plaats inneemt, zoals het vormsel, het doen van belijdenis en de bevestiging van ambtsdragers. Bij een huwelijksinzegening verwijst de kleur naar de liefde. Rood is ook de kleur van het offerbloed van Christus en de martelaren en wijst zo op het lijden en op de liefde, die zichzelf offert, daarom is rood ook een goede kleur voor Palmzondag, Goede Vrijdag en de dagen waarop martelaren herdacht worden. Rood is ook de kleur van duivel en hel. Op afbeeldingen van de opgestane Heer komt rood voor als teken van de zegevierende liefde van God en Christus.
Groen is de kleur van de natuur, van het nieuwe blad in de lente en van het jonge gras. Het betekent dan ook hoop, groei, leven en toekomst. In de bijbel wordt God vergeleken met een altijd groene cypres, een gezalfde wordt een groene olijfboom genoemd. Wanneer het kruis groen wordt afgebeeld verwijst het naar de opstanding en nieuw leven. De zondagen, die buiten de advent, Kersttijd, veertigdagentijd, Paastijd en Pïnksteren vallen hebben de liturgische kleur groen, het zijn 33 of 34 zondagen.
Blauw is de kleur van de hemel en bete kent daarom goddelijkheid en oneindigheid. Jezus wordt vaak in een blauw gewaad afgebeeld. Blauw is een echte Maria kleur en verwijst naar onschuld. Samen met wit is blauw de kleur voor de Mariafeesten. Blauw is ook de kleur van de trouw.
Paars is de kleur van rouw, boete en ingetogenheid en daarom in gebruik gedurende de tijd voor Kerstmis: de adventstijd, en de tijd voor Pasen: de veertigdagentijd of lijdenstijd. Soms wordt paars gebruikt bij een begrafenis.
Roze betekent het licht dat doorbreekt, het is de liturgische kleur op de derde zondag van advent en de vierde zondag van de veertigdagentijd. Op deze zondagen breekt het licht van het komende feest door en verandert het paars in roze.
Purper is de kleur van de mantels van de koningen in de bijbel en van pausen en bisschoppen. Het betekent gezag en koninklijkheid. Het was een kostbare kleur, die vroeger bereid werd uit een kleurstof afkomstig van purperslakken. Volgens het boek Exodus, moesten de Joden stof van deze kleur gebruiken bij de vervaardiging van priestergewaden en de aankleding van de tabernakel.
Bruin is de kleur van de aarde, de herfst en de droefenis, en betekent ar moede en nederigheid. De broeders en zusters van Franciscus en Clara van Assissi dragen vaak bruine habijten.
Grijs is een kleur, die door veel religieuzen gedragen wordt en betekent wereldverzaking.
Zwart is de kleur van de duisternis, de diepste rouw en wereldverzaking. Veel religieuzen dragen een zwart bovenkleed als teken van wereldverzaking en nederigheid. Zwart wordt soms als liturgische kleur gebruikt op Goede Vrijdag. Het zwart van de rouw en boete belooft de komende opstanding en wordt van grijs tot wit Zwart is ook de kleur van een begrafenis.

Kleurensymboliek in de volkscultuur

De volksmond heeft zijn eigen kleurensymboliek:
Groen is de kleur van de hoop, maar er is ook gifgroen.
Blauw betekent trouw, maar het is ook een koele kleur.
Helder geel is het symbool van afgunst, jaloezie en nijd en is afgeleid van ‘gele gal’.
Goudgeel heeft de gloed van wijsheid.
Rood is de kleur van de liefde, wat vooral tot uitdrukking ;komt in rode rozen. Rood is ook de kleur van de woede, ‘rood aanlopen’, en gevaar.
Wit is de kleur van de onschuld, maar ook spoken zijn wit: ‘witte wieven’.
Zwart is de kleur van de dood en het onheil, pas op voor ongeluk als een zwarte kat je weg kruist.

Kleurensymboliek in de heraldiek

De kleuren in de wapenkunde hangen samen met de planeten. In 1688 beschreef Böckler de volgende betekenissen van de kleuren:
Geel en Goud staan voor de zon, en de betekenis is deugd, verstand., aanzien en hoogheid.
Wit en Zilver staan voor de maan en zij wijzen naar reinheid, onschuld en vreugde.
Rood en IJzer zijn voor Mars,, zij betekenen brandende begeerte en een godvrezend hart dat bereid s voor het Woord van God zijn bloed te vergieten.
Blauw en Tin staan voor Jupiter en de betekenis is standvastigheid, trouw, wetenschap en innige devotie tot God, Zwart en Lood zijn voor Saturnus, zij betekenen treurigheid, deemoed, ongeluk en gevaar.
Groen en Koper taan Venus, de betekenis is vrijheid, schoonheid, vrolijkheid, gezondheid, hoop en mildheid.
Purper en Violet zijn koninklijke kleuren.
Oranje wijst naar onbestendigheid en eigen roem.

Gelezen:
Symbolische bloemsierkunst, Ad van Uffelen
Prisma van de symbolen, Hans Biedermann.

Illustraties:
1. Geloof, hoop en liefde
Het kruis is een symbool voor het geloof. De hoop is een anker, veilig en vast. De liefde tot God komt uit ons hart. De korenaren en druiven trossen verwijzen naar brood en wijn van het Heilig Avondmaal.
2. Bevestiging van een ambtsdrager
De driehoekige vorm verwijst naar de drie-enige God. De bijbel, het woord van God staat centraal. De klokjes bloemen verwijzen naar het geroepen worden tot het ambt. De tulpen, die met hun open hart naar de hemel staan zijn een symbool voor het gebed.
3. Belijdenis
De belijdenis is een bevestiging in het geloof, daarbij staat de bijbel centraal. Om de bijbel goed te kunnen begrijpen is verlichting door de Heilige Geest nodig. Het sacrament van het Heilig Avondmaal versterkt het geloof.
4. Bijbellezing
Om de bijbel te kunnen begrijpen bid den we om verlichting met de Heilige Geest, zodat Gods Woord een lamp voor onze voet en een licht op ons ad wordt De neerdalende duif is het symbool voor de Heilige Geest. De tulp betekent gebed.
5. Doop
Er wordt gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Bij de doop wordt de naam van de dopeling verbonden met de naam van de drie-enige God. De drie-eenheid is uitgebeeld door het driekleurig viooltje. Het water van de doop verwijst naar reiniging en nieuw leven.

Door Rieny van Beek
Dit artikel verscheen eerder in de Knip-Pers 1994-4

Christelijke symboliek van de Bloemen III

Door Rieny van Beek

In de tijd dat de vroeg-Christelijke kunst ontstond, konden de gewone mensen niet lezen en schrijven. Kennisoverdracht vond plaats door middel van vertellingen of door schilderingen. In de oud-Christelijke kerken zijn daarom veel muurschilderingen aangebracht, er hangen schilderijen en tapisserieën of er staan prachtige altaarstukken. Op deze schilderingen staan vaak passages uit de Bijbel, voorstellingen van Heiligen, Maria met het kindje Jezus of andere religieuze afbeeldingen.Ook de Heiligenbeelden spraken de mensen in die tijd erg aan. Behalve personen, die het belangrijkste op dergelijke voorstellingen waren, stonden er ook veel attributen op met symbolische betekenis. Vaak moet je zoeken naar deze symbolen omdat ze soms heel klein zijn. De mensen in de Middeleeuwen leefden niet zo jachtig als wij en hadden wel de tijd om alle kleine aanwijzingen op te sporen. Graag wil ik bloemen en planten, die in de vroeg-Christelijke tijd een symbolische betekenis meekregen, beschrijven.

Bloemen en planten met bijbelse naam

Sommige bloemen en planten hebben een Bijbelse naam gekregen omdat ze door hun kleur of vorm aan een persoon of gebeurtenis uit de Bijbel doen denken.
Jacobsladder. De volksnaam van deze plant slaat op de dubbele rij bladeren, die aan een centrale stengel zitten en zo op een ladder lijken. De aartsvader Jacob kreeg een droomvisioen van den ladder die tot de hemel reikte, waar langs de engelen Gods opklommen en neerdaalden als teken van contact tussen God en mens. De Jacobsladder is veel te zien op kribbevoorstellingen, als symbool van de verbinding tussen hemel en aarde.

Johannesbroodboom of Sint Jansbroodboom. De boom dankt zijn naam aan Johhannes de Doper, omdat hij zich met de vruchten van deze boom gevoed zou hebben. De zaden zitten in lange peulen en zijn eetbaar.

Judaspenning. De Judaspenning heeft zilverkleurige zaaddozen, die herinneren aan de dertig zilverlingen die Judas kreeg als loon voor zijn verraad van Jezus. De Judaspenning betekent verraad.

De Tiengebodenplant dankt haar naam aan de tjen opvallende donkere vlekken die zich op de groene bladeren bevinden. De tien vlekken herinneren aan de tien geboden die Mozes op twee stenen tafelen van God ontving op de berg Sinaï.

De Salomonszegel is familie van het Lelietje van Dalen. Het is een bosplant met langwerpig blad en kleine witte klokvormige bloemen, die bijeen aan lange gebogen stengels hangen. Als de stengels afsterven laten ze een litteken na op de wortelstok. Dat litteken lijkt met enige fantasie op een zegel dat vroeger gebruikt werd om belangrijke stukken te waarmerken.

Het Hemelroosje is een rijkbloeiende plant waarvan de bloemen van de blauwe variant aan de hemel doen denken. De Ster van Bethlehem dankt haar naam aan de vele stervormige bloemen, die wit of blauw van kleur zijn.

Het gebroken hartje, ook wel Mariatranen genoemd, is een sierlijke plant met hangende hartvormige bloemen aan gebogen stengels. De rose bloemen lijken op hartjes en de witte stukjes daarin zijn de tranen, die verwijzen naar het verdriet van Maria bij Jezus kruisiging en dood.

Jona’s wonderboom of Ricinus is een bladplant uit tropisch Afrika, met grote esdoornachtige bladeren. Eenmaal gezaaid bereikt deze struik al gauw de hoogte van meer dan een meter en doet dan denken aan de wonderboom die de Heer voor Jona beschikte, zodat hij in de schaduw kon zitten.

De doornen van de Christusdoorn herinneren aan de doornenkroon, die Jezus voor zijn. kruisiging moest dragen. De kleine rode bloempjes doen denken aan zijn bloed.

De Aronskelk heeft een opvallende bloemkolf die in de volksmond wel de Aronsstaf genoemd wordt.

De witgevlekte Mariadistel doet herinneren aan de moedermelk van de Heilige Maagd. De bittersmakende distel is een geneeskrachtige plant en helpt tegen maagkwalen.

Planten genoemd naar kerkelijke personen

Profetenbloem of Arnebia heeft heldere buisvormige bloemen. Iedere bloem heef t vijf ronde paarsgevlekte kroonbladeren, die na verloop van tijd verbleken

De Heiligenbloem of Santolina heeft fijnverdeeld zilverkleurig blad. Tussen het geurend blad verschijnen stralende knopvormige bloemhoofdjes als het aureool rond de heiligen., De astrophytum is een cactus en wordt in Nederland wel Bisschopsmuts genoemd omdat de vorm van de plant lijkt op het hoofddeksel van de bisschop. De Kardinaalshoed is een struik die in de herfst helderrode vruchten krijgt. Als deze vruchten opengaan ziet men de oranjerode zaden, die op het kardinaalshoedje lijken.

De Monnikskap heeft lange aren met, bloemen die op een kapje lijken in de kleuren diepblauw, blauw of paarsblauw.

Er zijn ook planten, die op een bepaalde datum bloeien of in een bepaalde tijd van het jaar thuishoren. In de voorzomer bloeit de lila Pinksterbloem uitbundig in de weilanden of langs de wegen. Hoewel de bloei niet altijd samenvalt met het Pinksterfeest dankt de bloem daar toch haar naam aan. Het Sint Janskruid is een geneeskrachtig kruid dat bloeit op Sint Jan, 24 juni. De symbolische betekenis is heil. De plant zou ontstaan zijn uit het bloed van Johannes, dat bij zijn onthoofding vloeide. Als men jonge bloemknoppen tussen de vingers stuk wrijft, komt er paarsrood sap uit. Als men het blad tegen het licht houdt, ziet men er lichte doorschijnende puntjes in: het blad lijkt doorboord met gaatjes. Dit, zou de duivel gedaan hebben in een poging de heilzame kracht te breken. In de bloemen van het St.Janskruid ziet men zomers kleine glanzende kevers in donkerblauwe, groene en donkerrode kleur. Het zijn de Sint-Janskruidhaantjes, die leven van de bladeren.

Op 25 juli is het de naamdag van Jacobus, dan staat in de duinen het Jacobskruiskruid volop in bloei. De plant bloeit met stralend gele bloemen, die een schermvormige tros vormen. Op het Jacobskruiskruid worden vaak geel met zwarte Zebrarupsen gevonden van de rood met zwarte Jacobsvlinder. Enkele bloemen en planten hebben Kerst voor hun naam. Zo bloeit de Kerstcactus of lidcactus meestal rond de Kerst met karmijnrode bloemen. De Kerstster is een plant met rode, witte of roze schutbladeren, die speciaal voor de Kerst gekweekt wordt. Ook de rode Kersttulp bloeit met Kerst. De Kerstroos is de vroegst bloeiende plant in de tuin. Rond Driekoningen staat ze met witte bloemen vaak in de sneeuw te bloeien.

De Passiebloem bloeit rond Pasen en beeldt het lijden van Christus uit.

Gelezen:
Manfred Lurker, Woordenboek Bijbelse beelden en symbolen.
Hans Biedermann, Prisma van de symbolen.
Aad van Uffelen en Tini Brugge, Symbolische bloemsierkunst.
Dr. P. Zonderwijk, De bonte berm.

Knipsels van Rieny van Beek
Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1994-3

Christelijk symboliek van de bloemen II

Door Rieny van Beek

“De sterveling, zijn dagen zijn als het gras, als een bloem des velds, zo bloeit hij; wanneer de wind daarover is gegaan, is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.”
Psalm 103 vers 15 en 16.

De bloem die spoedig verdort, verwijst naar de vergankelijkheid van de aardse schoonheid en het aardse leven. In het hemels paradijs is deze schoonheid duurzaam en het leven eeuwig. Het planten van bloemen op een graf is een oud gebruik, wat hiermee verband houdt. In de christelijke symboliek verwijst de bloesemkelk, die naar boven geopend is, naar het ontvangen van Gods gaven.

Symbolen voor de drievuldigheid
De drieëenheid, ook wel drievuldigheid of Triniteit genoemd, betekent in de christelijke kerken dat God n Wezen is en zich openbaart als drie personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De. drievuldigheid wordt uitgesproken tijdens de doop: “Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”. Er zijn enkele bloemen en planten, die de drievuldigheid uitbeelden en vaak op oude schilderingen voorkomen.

Het blad van de aardbei is drietallig en daarom een beeld van de drievuldigheld. Door de fijne smaak en geur wordt de vrucht vergeleken met hemels voedsel als beloning voor goede werken. Daarom betekent de vrucht van de aardbei: rechtvaardigheid.

Het driekleurig viooltje wordt drievuldigheidsbloem genoemd door de drie kleuren in haar bloemkroon. In de bloemvorm van het viooltje kan men een door stralen omgeven driehoek zien met in het centrum een oog. Deze gelijkzïjdige driehoek is een oudchristelijk symbool voor de goddelijke drievuldigheld. Het oog binnenin de driehoek is het alziend oog van God, een christelijk symbool wat reeds in de Middeleeuwen bekend was en verwijst naar 1 Petrus 3 vers 12: “De ogen des Heren zijn  op de rechtvaardigen”.

De akelei heeft een drietallig blad en is daarom een symbool voor drievuldigheid. Een deel van de bloem lijkt op een duif, het symbool voorde Heilige Geest.

Ook van de anemoon is het blad drietallig en een teken van de drievuldigheid. Volgens de overlevering worden met de “leliën des velds”, waarover Jezus in de bergrede spreekt, de anemonen bedoeld; zij zijn het attribuut van enkele heiligen. De rode anemoon is een symbool van de dood en het bloed van Jezus, volgens een legende bloeiden er anemonen aan de voet van het kruis. Het bloed van Jezus kleurde deze bloemen rood.

De engelwortel is een symbool voor de drieëenheid omdat de bladeren drietallig zijn. Het geneeskrachtige kruid brengt zegen, omdat het volgens een legende door een engel aan de mensen is gegeven in de tijd dat de pest, de zwarte dood, heerste.

De iris heeft drie bloembladeren die naar beneden, naar de aarde zijn gericht en drie die naar boven, naar de hemel zijn gericht. Het is daarom een veel gebruikt symbool voor de drievuldigheid.

Ook de klaver is een teken van de Triniteit, doordat het blad drietallig is. Saint Patrick, die omstreeks 440 zendeling was in Ierland, gebruikte het klaverblad om de Ieren de drievuldigheid van God uit te leggen. Het klaverblad werd het attribuut van Saint Patrick, die een slang doodde met een klaverbladvormige kruisstaf. Het klaverblad, shamrock, is een nationaal symbool in Ierland. De sterfdag van Saint Patrick (17 maart) is een nationale feestdag.

Vroeger werd klaver gebruikt als grafbeplanting en daarom is het een ver wijzing naar nieuw leven na de opstanding.

Christussymbolen

Enkele bloemen en planten verwijzen naar het lijden en sterven van Christus en zijn opstanding. Het gevlekte blad van de aronskelk en de rode bessen zouden volgens een legende ontstaan zijn omdat het bloed van Christus erop gevallen zou zijn. De naam heeft deze bloem te danken aan de opvallende bloeikolf, die herinnert aan de staf van Aäron.

De doornen van de christusdoorn herinneren aan de doornenkroon die Jezus moest dragen voor zijn kruisiging. De rode bloemen van de klaproos doen denken aan het bloed van Jezus. De klaproos komt veel voor op plaatsen waar hevig gevochten is. In de zomer van 1919, na de eerste wereldoorlog, bloeiden de klaprozen uitbundig op de slagvelden van Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Tijdens de dodenherdenking in Engeland op 11 november, worden er op de oorlogsbegraafplaatsen kransen en klaprozen gelegd. Iedereen draagt dan een imitatie-klaproos in zijn knoopsgat. De opbrengst van de verkoop van de klaprozen (poppies) is bestemd voor de opvang van gehandicapte veteranen en hun familie. Tijdens de herdenkingsplechtigheid in de Royal Alberthall dwarrelen duizenden klaproosblaadjes naar beneden tijdens de twee minuten stilte. In de poppies zien we het symbool van de vrede en hoop, de eerste bloem die na de vrede op het front zo rijkelijk begon te bloeien. De klaproos betekent ook vertroosting. Op sommige afbeeldingen waarop Christus aan het kruis is genageld, heeft hij een lisdodde of rietstok als scepter in de hand. De rietsigaren van de lisdodde worden in Vlaanderen Christusstokken of Ecco-homo-riet genoemd (Ecco homo betekent: zie de mens). De getande bladeren van de hulst ver wijzen naar de doornenkroon en de rode bessen doen denken aan het bloed van Jezus.

De passibloem beeldt het lijden van Christus uit. De stampers lijken op de nagels en de meeldraden op de hamers die bij de kruisiging werden gebruikt. De bloemkroon lijkt op een doornenkroon en de vijf meeldraden verwijzen naar de vijf wonden van Jezus.

De kalebas heeft een grote groeikracht en is daarom een symbool voor de verrijzenis. De pelgrims gebruikten de kalebas om water in te bewaren op reis. De muurbloem groeit op oude muren en lijkt er wel doorheen te breken. Ze herinnert aan de steen die van het graf gerold is, daarom is de muurbloem een symbool voor de opstanding. De steenbreek lijkt rotsen en stenen te kunnen splijten en is zo een symbool voor het opengebr9ken graf. De palm verwijst naar de overwinning en opstanding. Bij Jezus intocht in Jeruzalem riepen de mensen Hosanna en zwaaiden met palmtakken. Op de graven van de eerste christenen werd vaak een palmtak afgebeeld als verwijzing naar de opstanding.

De bloembladeren van de tulp staan open naar de hemel, daarom is de tulp het symbool voor gebed. Volgens een legende bad Jezus in de nacht voor de kruisiging in de olijfhof te midden van witte tulpen. Toen de ochtend aanbrak waren deze tulpen rood geworden.

Gelezen:
Symbolische bloemsierkunst, Aad van Uffelen en Tini Brugge.
24 Christelijk Symbolen, geknipt en verklaard door S.S. Smeding.
Prisma van de symbolen, Hans Biedermann.

knipsels van Rieny van Beek.
Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1994-2.

Christelijke symboliek van bloemen

Heer Jesus heeft een hofken, daar schoon bloemen staan.
Daarin zoo wil ik plukken gaan, ‘t is wel gedaan.
Die leliekens, die ik daar zag zijn zuiverheid.
Die zoete violetten zijn ootmoedigheid.
De schoone purper roze was de lijdzaamheid.
De schoon vergulde goude bloem gehoorzaamheid.
Nog was er één, die boven al spande de kroon,
Coronimperiale, ‘t was de liefde schoon.
Maar d’ aller schoonste beste bloem al in dat Hof,
dat was de Heere Jesus zoet, dus zij Hem lof.
Och Jesus, mijn gebed en al mijn zaligheid.
Maak van mijn hert uw hoveken, het is bereid.

refrein:
Men hoort daar niet dan engelenzang en harpgespel,
trompetten en klaretten en die veelkens al zoo wel.

                                                      

Door Rieny van Beek

In dit laat-Middeleeuws Nederlands lied wordt de bloemensymboliek van die tijd in het kort samengevat. Veel bloemen hebben als symbool een christelijke betekenis, die al eeuwenlang gebruikt is in de christelijke kunst. Bloemen verwijzen in het algemeen naar schoonheid en vergankelijkheid. Geneeskrachtige kruiden verwijzen naar Jezus, die het heil der wereld brengt. Geurende planten verwijzen naar het goede en goddelijke.
Witte bloemen betekenen zuiverheid, reinheid en onschuld. Rode bloemen zijn een teken van liefde en lijden. Blauwe bloemen verwijzen naar de hemel, het mysterie en innige overgave. Gele bloemen zijn een symbool voor de zon, warmte en goud.

Mariabloemen
Een aantal bloemen worden Mariabloemen genoemd omdat ze lekker geuren, de Mariakleuren blauw of wit hebben, in de meimaand (Mariamaand) bloeien of omdat ze een eigenschap van Maria uitbeelden.
De bloem van de akelei kijkt naar beneden en beeldt zo ootmoed uit, een eigenschap van Maria. De akelei werd vroeger als geneeskrachtig kruid gebruikt tegen de bittere gal van geelzucht, als zinnebeeld diende het ter genezing van begeerte. De amandel wordt in de bijbel het beeld van bevestiging en uitverkiezing genoemd: Maria werd uitverkoren om de moeder van Jezus te worden. De anjer is het symbool voor liefde en lijden, het smalle onderste gedeelte van de bloem lijkt op de nagels waarmee Christus aan het kruis werd geslagen. Volgens een legende verscheen de anjer voor het eerst toen Maria haar tranen op aarde liet vallen tijdens haar tocht naar de plaats van de kruisiging: de Calvarieberg of Golgotha. De karmijnrode steenanjer wordt vaak afgebeeld bij de madonna met kind. De donkere vlekken op het blad van de cyclaam en het rode deel in het hart van de witte cyclaam herinneren aan het bloedend hart en verdriet van Maria. Wanneer Maria afgebeeld wordt met een tros druiven in de hand, wordt zij vergeleken met een wijnstok waarvan Jezus de vrucht is.

De goudsbloem richt zich op trouwe en gehoorzame wijze naar het licht en is daarom het symbool voor trouw en gehoorzaamheid, twee eigenschappen van Maria. De bladeren van de iris zijn zwaardvormig, dit herinnert aan het zwaard dat de door Maria’s ziel zou gaan. De jasmijn is een echte Mariabloem om haar geur, witte kleur en broosheid. Kamille is een geneeskrachtig kruid, speciaal voor vrouwenkwalen. Het wordt daarom moederkruid genoemd. Het komt vaak voor op oude schilderingen waar Maria, de Moeder Gods, is afgebeeld. Lavendel is een Mariabloem door haar geur en blauwe kleur. Het Lelietje van Dalen betekent heil en komst van Jezus, om haar geur en witte kleur. Het is ook een geneesmiddel bij de verstoring van het hartritme. De maagdenpalm betekent eeuwig leven, omdat de bladeren ook in de. winter groen blijven. De plant groeit goed in de schaduw en is om haar standvastigheid en blauwe bloemen een Mariaplant. De margriet heeft als volksnaam grote Mariabloem om haar witte kleur. De pioenroos wordt door haar geur en bloeiwijze vergeleken met een roos zon der doornen, een naam die ook aan Maria gegeven wordt. De zaden van de plant, als ketting bij zuigelingen om de hals gehangen, helpen tegen de pijn bij het tanden krijgen. De bloesembladeren en de wortel helpen tegen astma, epilepsie en jicht. Zeelieden werden door de pioenroos beschermd tegen de gevaren van de storm. Het sneeuwklokje betekent hoop. Volgens een legende werden Adam en Eva in, de winter uit het paradijs verdreven. Om Eva te troosten heeft een engel een sneeuwvlok veranderd in een sneeuwklokje om daarmee het einde van de winter en het begin van de lente aan te duiden. Zo werd de bloem een teken van hoop. Maria wordt wel aangeduid met de latijnse naam Spes mundi: hoop der wereld.

Het vergeet me nietje is een symbool voor trouw en door haar hemelsblauwe kleur en naam een echte Mariabloem. Volgens een legende vergat Adam haar een naam te geven. Voordat Adam wegliep hoorde hij haar snikken, zij kreeg toen de naam vergeet mij niet; opdat niemand deze bloem zou vergeten. Alchemilla heeft de volksnaam Onze Lieve Vrouwenmantel omdat op haar mantelvormige blad de dauw als parels blijft liggen.
De roos is een symbool voor liefde, de rode roos met doornen betekent lijden, de witte roos is een teken voor zuiverheid. Een roos met vijf bloemblaadjes betekent zwijgplicht en deze wordt soms boven een biechtstoel afgebeeld. De uitdrukking ‘sub rosa’, in vertrouwen, in geheim, is hiervan afgeleid. In de christelijke iconografie werd de roos als ‘koningin van de bloemen’ tot symbool van de hemelse ‘koningin Maria en van de maagdelijkheid. Alleen maagden mocht in de middeleeuwen rozenkransjes dragen. Maria is de roos zon der doornen. Volgens een legende hadden de rozen in het paradijs nog geen doornen. Zij zou den deze na de zondeval gekregen heb ben. Op voorstellingen van de Annunciatie, de aankondiging van de geboorte van Jezus door de aartsengel Gabriël aan Maria, is vaak een witte lelie te zien. Deze lelie heeft daarom de naam Madonnalelie gekregen. De symbolische betekenis van de lelie is onschuld, zuiverheid en reine maagdelijke liefde, door haar witte kleur, zoete geur en schoonheid. Het kleine viooltje heeft blauwe bloemen en betekent nederigheid en ootmoed, eigenschappen van Maria. De roos, de lelie en het viooltje zijn de Mariabloemen bij uitstek.

De stichter en eerste abt van Clairvaux, Sint Bernardus, zegt dan ook:
“0 Maria, viooltje van ootmoedigheid, lelie van de zuiverheid, roos van de liefde”.

Gelezen:
Symbolische bloemsierkunst, Aad van Uffelen en Tini Brugge.
24 Christelijke Symbolen, geknipt en verklaard door S.S. Smeding.
Merklappen en hun symboliek, Albarta Meulenbelt Nieuwburg.
Prisma van de Symbolen, Hans Biederis

Knipsels door Rieny van Beek.
Dit artkikel verscheen eerder in Knip-Pers 1994-1.

Christelijke symbolen III

Door Rieny van Beek

Deugden en ondeugden
Reeds in de vierde eeuw na Christus treffen we in de christelijke tradities de gedachte van de zeven deugden met daar tegenover de zeven ondeugden of hoofdzonden aan. Tot de deugden rekent men de drie goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde en de vier kardinale deugden: standvastigheid, rechtvaardigheid, matigheid en voorzichtigheid. Deze deugden samen vormen een zevental, wat het getal der volmaaktheid is.

De zeven ondeugden zijn: hovaardij, gierigheid, nijd, toom, onmatigheid, luiheid en onkuisheid.

In het algemeen worden de deugden en ondeugden voorgesteld als een vrouwelijk persoon met één of meer attributen. Dit verschijnsel noemt men personificatie. In de Middeleeuwen worden vaak de deugden en ondeugden als elkaars tegengestelden afgebeeld om daarmee de mens te waarschuwen op het rechte pad te blijven. In de 17e eeuw zien we afbeeldingen van deugden op preekstoelen verschijnen, als oproep tot het leiden van een goed leven.

De drie goddelijke deugden
De drie goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde vinden we in de bijbel in 1 Korinthe 13.

  

Liefde
De liefde tot God wordt afgebeeld als een vrouwenfiguur met een brandend hart: vurige liefde. De liefde tot de naaste komt tot uitdrukking in de zeven werken van barmhartigheid, dit zijn: het laven van dorstigen, het voeden van hongerigen, het bezoeken van gevangenen, het vertroosten van zieken, het herbergen van reizigers en liet kleden van naakten. Aan deze zes liefdewerken wordt sinds de 13e eeuw toegevoegd: het begraven van doden.

Geloof
Het geloof wordt voorgesteld als een vrouw met als attributen: kruis, beker en boek. Het kruis verwijst naar het offer van Christus en zijn opstanding; de beker wijst naar het avondmaal; het boek of de wetstafels wijzen naar het woord van God, wat de grondslag van het christelijke geloof is.

Hoop
De hoop is door de eeuwen heen afgebeeld als een vrouwenfiguur m als attribuut een anker. Dit vindt zijn grond in Hebreeën 6, waar in de hoop beschreven wordt als anker der ziel, veilig en vast. In de Middeleeuwen heeft de hoop nog verschillende attributen, zoals schop, sikkel en hoorn des overvloeds, verwijzend naar de hoop op een goede oogst; een vogelkooi, verwijzend naar de hoop op vrijheid; en een schip, wat wij St naar de hoop op een behouden thuis komst.

De vier kardinale deugden
De oorsprong van deze deugden is te vinden in én van de apokriefe (=verborgen) boeken, die bekend is als “De Wijsheid van Salomo”. Daarin staat: deugden zijn het resultaat van de inspanning der wijsheid. Want zij leert: matigheid, voorzichtigheid, rechtvaardigheid en standvastigheid.

Voorzichtigheid is een vrouw met als attribuut een slang of spiegel. De slang wijst naar Mattheus 10:16, weest dan voorzichtig als de slangen. De spiegel is een verwijzing naar zelfkennis.

Rechtvaardigheid wordt afgebeeld als een vrouw met weegschaal en zwaard als attribuut, sinds de 16e eeuw bovendien geblindoekt. Dit wijst er op dat rechtvaardigheid zonder aanzien des persoons te werk gaat. Deze personificatie van het recht zien we nu nog steeds in gebruik bij gerechtsgebouwen als “vrouwe justitia”.

Matigheid wordt voorgesteld als een vrouw met als attributen allerlei meetwerktuigen zoals passer, liniaal en zandloper. Dit betekent dat zij de juiste maat moet meten. Een zandloper geeft soms ook aan de VERGANKELIJKHEID van het leven, dit in combinatie met een cirkel, wat dan de EEUWIGHEID voorstelt.

Standvastigheid is een vrouw, vergezeld van een pilaar, de drager van een kathedraal. Soms wordt STERKTE als laatste deugd genoemd in plaats van standvastigheid. Dan zien we de leeuw of de stier als attribuut; dit wijst op lichamelijke kracht.

De Stier is ook een egyptisch symbool voor VRUCHTBAARHEID.

De Leeuw heeft meerdere betekenissen. Wanneer de leeuw vecht met een draak symboliseert hij het goede. Wanneer de leeuw een lam aanvalt is hij juist het tegenovergestelde: het kwade. Eén of twee leeuwen als standbeeld bij een deur of ingang geven de leeuw de betekenis van deurwachter en zijn zo symbool voor WAAKZAAMHEID.

Nog twee deugden

Snelheid Het symbool van de snelheid is de arend.

Een voorbeeld van dit symbool is te vinden in Tel Aviv in Isra Daar staat, een standbeeld, opgericht voor de strijders van de zesdaagse oorlog (1967). Het stelt de arend en de leeuw voor. Eronder staat de tekst: “Zij waren sterker dan leeuwen, sneller dan arenden.”
Een andere betekenis van de arend of adelaar zien we in de heraldiek. Daar is de adelaar evenals de leeuw het symbool van koninklijke macht.

Waarheid Symbool voor de waarheid is een vrouwenfiguur met de attributen palmtak, boek en wereldbol. De palmtak (ook wel lauwerkrans) wijst op de OVERWINNING van de waarheid op de leugen. Het boek wijst op de bijbel, waarin de waarheid te vinden is. De wereilbol geeft aan dat de waarheid in de wereld het meeste waard is. Ook een symbool voor de waarheid is de zon: de waarheid houdt van het licht, de leugen van het duister. De zon is ook een symbool voor God, die waarheid is. Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.

Zo is de zon ook een symbool voor Christus, te lezen in Maleachi, waar geschreven wordt over de Christus als de “Zonne der Gerechtigheid”. In de 19e en 20e eeuw zijn de attributen, die de vrouwenfiguren vergezellen, steeds meer een eigen leven gaan leiden en het symbool voor de deugd geworden. De drie goddelijke deugden zijn daarvan het bekendste voorbeeld. Geloof, hoop en liefde beelden wij nu af als kruis, anker en hart.

In het hierboven afgebeelde knipsel zijn deze deugden verwerkt en aangevuld met symbolen uit een vorig artikel, zoals lelie (barmhartigheid), roos (kuisheid), pauw (onsterfelijkheid), duif (vrede) en haan (waakzaamheid).

Literatuur:
Klaas Dijkstra: Christelijke symbooltaal.
30 Plaatjes met christelijke symbolen, op de achterzijde kort toegelicht, een uitgave van de Vereniging tot Verspreiding van de Heilige Schrift.
Fritz Griebel: Zeichen der Christenheit.

Knipsels door Rieny van Beek.
Dit artkikel verscheen eerder in Knip-Pers 1986-2.

Christelijke symbolen II

Door Rieny van Beek

Bloem en plant als symbool.
In de tijd van Jezus’ wandeling op aarde heeft hij veel beelden en voorwerpen van toen gebruikt om op zichzelf te betrekken. Hierin liggen ook voor ons symbolen verborgen. Een voorbeeld hiervan is het woord van Jezus: “Ik ben de ware wijnstok” (Joh 15 : 1—8), symbolisch weergegeven als WIJNRANK MET DRUIVENTROSSEN. Het betekent: de wijnstok is het symbool voor Jezus en de ranken zijn de gelovigen. Een tweede voorbeeld is: “Ik ben het brood des levens” (Joh. 6 : 35), symbolisch weergegeven als een KORENAAR. Deze twee symbolen samen zijn tevens een symbool voor het avondmaal, dat bestaat uit brood en wijn (lichaam en bloed van Christus).

BLOEMEN verwijzen naar de vergankelijkheid van het menselijk leven.
DOORNSTRUIKEN en DISTELS zijn het beeld voor het kwaad en ondeugd. Twee, bloemen die vaak voorkomen in de christelijke symbooltaal zijn de lelie en de roos.
De LELIE is het symbool van de barmhartigheid en het symbool voor de maagdelijkheid. De lelie komt vaak voor in afbeeldingen van de Annunciatie, de aankondiging van de geboorte van Christus aan Maria door de engel Gabriel, als verwijzing naar de maagdelijke geboorte.
De betekenis van DE ROOS overlapt die van de lelie ten dele. Ook de roos is een symbool voor de maagdelijkheid. Een Witte roos is symbool voor kuisheid en een rode roos is een verwijzing naar -de martelaren, die hun leven hebben gegeven omwille van hun geloof. Symbool voor Maria is roos zonder doornen.

Het Kruisteken
In het Christendom neemt het kruis een centrale plaats in. Het wijst allereerst naar het lijden en sterven van Christus, maar tevens naar zijn opstanding op de derde dag. Zo zijn dood en leven in het kruis verenigd. In de christelijke verkondiging is het kruis het symbool van de verlossing en de overwinning op de dood en teken van zegening en genade.

Voor de eerste christenen was het gevaarlijk om het kruisteken te gebruiken, daarom zochten zij liever naar bestaande symbolen en gaven die een christelijke betekenis. In het ANKER zien zij een verborgen kruisvorm, waaraan men later de naam ankerkruis geeft. Het anker is het symbool voor de hoop, deze werd door de eerste christenen betrokken op de zinvolle kruisdood van Jezus. Het ankerkruis verwijst naar de hoop op een beter leven in een andere wereld, waarvoor het sterven van Christus nodig was.

ankhteken

Een tweede kruisvorm waaraan men een christelijke betekenis gaf is het ANKH-teken. Dit is een teken uit het egyptische hieroglyfenschrift en betekent leven. Het krijgt later de naam hengselkruis. In 313 werd het christendom staatsgodsdienst door toedoen van de romeinse keizer Constantijn en doet het KRUIS zoals wij het kennen zijn intrede. Uiteindelijk zien we twee kruisvormen ontstaan:

het LATIJNSE KRUIS voor het westerse christendom en het griekse kruis voor het oosterse christendom. Als laatste kruisvorm: een GRIEKS KRUIS IN EEN CIRKEL.

De plaats van ontstaan is onzeker. De cirkel, zonder begin en eind, is symbool voor de eeuwigheid, maar ook verwijzing naar de wereld of kosmos. Wanneer dit gecombineerd wordt met het kruis, geeft het een symbool met verschillende betekenissen.

Nauw verbonden met het kruisteken is het christusmonogram. Dit bestaat uit de eerste twee griekse letters van het woord Christus. Christus is het griekse woord voor gezalfde en de hebreeuwse vertaling van het woord messias. In griekse letters schrijf je het zo:
De combinatie van de eerste twee letters wijst naar de persoon van Christus. Wanneer er ook nog een horizontale balk toegevoegd wordt, wijst het tevens naar de dood en opstanding van Christus. Ook dit christogram dateert uit de tijd van christenvervolgingen. Tegenwoordig wordt dit teken nog vaak gebruikt, soms met de letters “alpha” en “omega” erbij, de eerste en laatste letter van het griekse alfabet. De betekenis hiervan is te vinden in openbaringen 1 : 8, waar staat: “Ik ben de alpha en de omega, zegt de Here God, die is en die was en die komt, de Almachtige”.
Deze letters verwijzen zo naar de almacht van God.

Literatuur:
Christelijke symbooltaal van Klaas Dijkstra.
Symbols, Signs and Signets van Erngt Lehner.
Bijbels woordenboek van Frithiof Dahlby, vertaald door J.M. Vreugdenhil.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1986-1

Christelijke symbolen

Door Rieny van Beek

Christelijke symboliek is ontstaan rond het begin van onze jaartelling. De eerste Christenen trachtten zich onder moeilijke omstandigheden een plaats te veroveren temidden van de andere wereldgodsdiensten. De Romeinen zien in het Christendom een bedreiging en verbieden deze godsdienst. Christenen worden om hun geloof vervolgd en gedood, daarom is het een hachelijke zaak om openlijk voor hun geloof uit te komen. Dus zoeken de eerste christenen naar symbolische voorstellingen en voor werpen om contact met elkaar te onder houden. Dit is niet zo gevaarlijk omdat de voorstellingen en voorwerpen in eerste instantie een andere betekenis hebben.

In de Middeleeuwen zien we ook veel symbolen ontstaan. Omdat de meeste mensen in die tijd niet kunnen lezen en schrijven worden symbolen en symbolische voor stellingen gebruikt om de mensen te wijzen op de tegenstellingen tussen goed en kwaad, deugden en ondeugden. Dit wordt vaak zeer realistisch weergegeven.

Rieny van Beek

Het dier als symbool

In de eerste eeuwen van het christendom wordt de VIS als symbool voor Christus gebruikt. De symbooltaal is in deze tijd ook geheimtaal onder de christenen vanwege de geloofsvervolgingen. Aan deze eis voldoet de vis uitstekend, want de symbolische betekenis ligt niet voor de hand.
In die tijd was een van de hoofdtalen Grieks.
Het griekse woord voor vis is ichtus en bestaat uit vijf griekse letters: i—ch—th—u—s.
Deze letters vormen dé beginletters van de woorden:
Ièsous Christos Theou Uios Soter, dat wil zeggen: Jezus Christus Zoon van God Redder.
Via deze geloofsuitspraak is de vis een Christussymbool geworden.
Vissen worden soms ook afgebeeld met betrekking tot de doop. Hierachter ligt de gedachte, dat zoals de vis niet zonder water kan leven, zo kan de ware christen niet leven zonder het water van de doop. Zo is de vis een symbool voor Christus, maar soms ook een verwijzing naar de dopeling. Ook wordt in dit verband het beeld van Jona en de vis gebruikt. Als Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster heeft doorgebracht, wordt hij weer op het land gespuwd om alsnog de stad Ninevé op haar fouten te wijzen. Jona is het beeld van de dopeling, die na de doop ontvangen, zijn leven gaat wijden aan God.

Een tweede dier, dat tevens een Christussymbool is, is het LAM.
Dit dankt zijn verwijzende functie aan Johannes 1:29 “Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt”. In Jezus tijd werden dagelijks lammeren als zoen- en schuldoffer aan Jahwe opgedragen. Hieraan zal men toen direct gedacht hebben. De christen brengt het Lam Gods tevens in verband met het boek Openbaringen, waar het de zegels van de boekrol opent. De nadruk ligt bij dit beeld op het offerkarakter van Jezus’ dood.

Rieny van Beek

Een bekend dier in de christelijke symboliek is de DUIF.
Algemeen bekend is de duif als symbool voor de vrede. Zij is dan vaak voorzien van een olijftak als attribuut. Dit gegeven vinden we terug in het verhaal van Noach, die na de zondvloed een duif weg laat vliegen, die ‘s avonds terugkeert met een olijftak in haar snavel, ten teken dat er weer vrede is tussen God en de mens. Een neerdalende duif is het symbool voor de Heilige Geest. Het verband  tussen de duif en de Heilige Geest wordt in de bijbel gegeven. In Matth. 3:16 lezen we: “Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen”. Tenslotte verwijzen zeven duiven (afgebeeld in een kring) naar de zeven gaven van de Heilige Geest: wijsheid, verstand, raad, sterkte, kennis, vreze des Heren en vroomheid. (Jes. 2:2 en 3). In de latijnse vertaling van de bijbel, de vulgaat, is de vroomheid toegevoegd. Deze voorstelling kan ook weergegeven worden als één neerdalende duif met zeven stralen.

Rieny van Beek

De PAUW is het beeld van de opstanding of onsterfelijkheid. Staat de pauw tussen tekens die op Christus wijzen, zoals kruis of christogram, dan betekent het de opstanding van Christus.

De HAAN kan als symbool verwijzen naar verschillende zaken. Om te beginnen kan de haan een symbool voor Christus zijn. Als de haan ‘s morgens vroeg met zijn gekraai aangeeft dat de nacht ten einde is en de nieuwe dag begint dan is zijn gekraai een teken van overwinning op de duisternis. Zo is ook Christus overwinnaar van de duivel en de duistere machten.
De weerhaan op de kerktoren, ons allen bekend, is een verwijzing naar degenen die “met open vizier strijden”, ter verdediging van de kerk en het christelijke geloof in een wereld, die doortrokken is van boze machten. Boze machten, die door de wind worden gesymboliseerd. In de katholieke kerk verwijst de haan naar de biecht en passie; dat vindt zijn oorsprong in de rol die de haan speelt in de nacht van de verloochening van Petrus.
Een laatste symbool van de haan is waakzaamheid. De haan is het dier dat iedereen wekt, dus moet hij zelf waakzaam zijn. Ieder mens moet als de haan waakzaam zijn met het oog op de wederkomst van Christus.

De UIL, het voor de wijsheid, wordt in de christelijke symboliek gebruikt als symbool voor de satan. Zoals de uil. een nachtdier is en de duisternis waardeert boven het licht, zo wordt ook de satan afgeschilderd als de macht der duisternis.

In het scheppingsverhaal komen we de SLANG tegen, die Eva verleidt tot het eten van de verboden vrucht en zo de oorzaak is van de zondeval. Hier is de slang een symbool voor de duivel.
In Numeri 21 staat het verhaal van de slangenplaag, waardoor de lsraëlieten geteisterd worden op hun woestijntocht. Om te voorkomen dat het hele volk sterft, moet Mozes een koperen slang op een stok plaatsen. Ieder die gebeten is zal in leven blijven wanneer hij naar de slang opkijkt. In dit geval. wordt de opgerichte koperen slang gezien als een heenwijzing naar de kruisdood van Christus.
Een bij ons algemeen voorkomend symbool van de slang is het esculaapteken, in gebruik bij artsen. De naam is afgeleid van de griekse God der geneeskunst: Asclepius, die vereerd werd in de gedaante van een slang. Zijn romeinse naam is Aesculapius, staf en slang zijn de symbolen.
Een laatste verschijningsvorm van de slang als symbool is de ouroboros, een grieks woord voor “staartvreter”. Het is een slang, die zichzelf in de staart bijt en op deze manier een cirkel vormt. Het is zo een symbool voor de eeuwigheid. Wanneer dit in combinatie afgebeeld wordt met een zandloper, zien we de tegenstelling eeuwigheid-vergankelijkheid.

Rieny van Beek

Om het HERT als symbool te kunnen gebruiken, worden er bovennatuurlijke eigenschappen aan toegeschreven. Dit staat in de Physiologus, een middeleeuws boekwerk, waarin eigenschappen van dieren en fabeldieren worden toegepast op Christus, de duivel en de kerk. Over het hert vertelt de physiologus, dat het de natuurlijke vijand is van de slang (het kwaad). Het hert vervolgt de slang en als hij hem heeft gevangen, snuift hij het gif eruit en vermorzelt de slang onder zijn hoeven. Dan zoekt het hert water om het slangengif te neutraliseren. Zo herleeft het hert door het water. Het hert is hier het symbool van het goede, maar ook een verwijzing naar de doop, namelijk vernieuwd leven door water.

Het hert komt ook voor in verband met Sint Hubertus. Volgens de legende achtervolgde Hubertus op Goede Vrijdag een reusachtig hert, dat zich tenslotte naar hem omkeerde met een schitterend kruis tussen het gewei. Een stem beval hem zich onder leiding van de Heilige Lambertus te stellen. Daarom is Hubertus (bisschop van Tongeren-Maastricht) schutspatroon van de jacht.

Dit artikel beoogt niet volledig te zijn. Aanvullingen zijn van harte welkom, zodat te zijner tijd een aanvullend artikel over dit onderwerp kan volgen.
Literatuur:
Christelijke symbooltaal van Klaas Dijkstra.
Symbols, Signs en Signets van Ernst Lehner.
Bijbels woordenboek van Frithiof Dahiby, vertaald door J.M.Vreugdenhil.

Dit artikel is eerder gepubliceerd  in Knip-Pers 1985-4