Auteursarchief: admin

Koekplanken

Door Wies Palma

December is de maand van verschillende feesten met eigen oorsprong en tradities. Een van de culinaire tradities is het bakken van speculaas. Hoewel dit tegenwoordig machinaal gebeurt, kent ieder de koek- en speculaasplanken, ook wel prenten genoemd: houten planken. waaruit allerlei motieven werden gesneden door handwerklieden of door de bakker zelf, het snijden van koekplanken behoorde zelfs lange tijd tot de bakkersgildeproef.

Wies Palma, samen 40 x 30 cm

En hoewel in de ons omringende landen de taai- en speculaasvormen niet onbekend zijn, is dit prentenboek van de bakker nergens zo opgebloeid als in ons land.

 

Wies Palma, 42 x 9,5 cm

Deze speculaasvormen inspireerden mij tot het knippen van de hierbij afgebeelde koekplanken. In de plank met kleine vormen zijn originele elementen verwerkt; de vrijer en vrijster zijn geheel eigen ontwerp. Ik knipte de “planken’ uit zwart papier en plakte ze vervolgens op goudkarton, waarmee ik verband wilde leggen tussen het ontwerp en het koekvergulden, zoals dat in de Camera Obscura zo genoeglijk beschreven wordt.

Oer-Hollandse gezelligheid vierde hoogtij op zo’n avond, waar de koeken werden “verguld” met verguldsel, water, een penseel en een konijnenstaartje. Dit laatste voor het vastdrukken van het opgelegde “goud’. Tegenwoordig bestaat het koekversieren: een taaipop versieren met gekleurde zoetigheden.

De koek- en speculaasplank behoorde eeuwenlang tot de gebruiksvoorwerpen van de bakker, het meest rondom Sinterklaas, Kerst en Driekoningen. Het grootste gedeelte van het jaar lagen de vormen ongebruikt op de zolder van de bakkerij en dat was de periode dat de houtworm toesloeg. Veel van deze aangetaste koekplanken verdwenen in de bakkersoven! Gelukkig zijn ook veel planken gespaard gebleven en hiermee een stukje oude volkskunst. De vormen in de planken zijn velerlei: dieren, ambachten, molens schepen, rijtuigen, ruiters, historische figuren, meubels, gebruiksvoorwerpen. symbolen enzovoort.

In de vormen zit waarschijnlijk nog een stukje heidense symboliek (dierenoffers), later gevolgd door christelijke symbolen, bijbelse taferelen en vormen ontleend aan het dagelijks leven. Veel voorkomende figuren waren de vrijer, vrijster, waarschijnlijk ook symbolische figuren.

Aardig om te vermelden is dat het woord speculaas afkomstig is van het latijnse “specula”, hetgeen “spiegels” betekent. De gebakken speculaas is immers een spiegelbeeld van de figuur in de plank.

 

 

 

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Kerstkniptip

Door Rieny van Beek

Een kerstsymbool bij uitstek is de kerstster. Bij het knippen van sterren is het belangrijk hoe het papier wordt gevouwen. De 4-punt, 8-punt en 16-punt worden op dezelfde manier gevouwen. Neem een vierkant stukje papier. Vouw dit drie keer volgens de tekening. Denk erom bij de derde keer, dat de dichte kant tegen de dichte kant komt.

Van het gevouwen stukje papier wordt nu iets afgeknipt van de open kant. Voor een 4-punt volgens een rechte lijn. Voor een 8-punt een V eruit knippen en voor een 16-punt een W eruit. Zie tekening. Het gearceerde gedeelte wegknippen.

Daarna kunnen in het overgebleven deel versieringen aangebracht worden, door vanuit de vouw stukjes weg te knippen (net als bij kleedjesknippen).

Plak een gouden of zilveren ster op een rode of groene kaart, en een rode ster op een witte kaart. Een leuk effect geeft het om onder een rode uitgewerkte ster een gouden of zilveren te plakken die net iets groter is. Smeer de kaart helemaal in met behangplaksel, leg de ster erop en vloei af met een kladblaadje of keukenrol. Is de kaart droog, dan een nacht onder een stapel boeken leggen om kromtrekken te voorkomen.

Sterren kunnen ook geknipt worden van zilverkleurig of tweekleurig aluminiumfolie en met een paperclip aan de punt in de kerstboom opgehangen worden. Een kerstlint is te maken door enkele sterren, bijvoorbeeld witte, op een rood lint te bevestigen door middel van een splitpen in het midden. Het maken van een adventstak is ook een mogelijkheid. Dit is een idee van Atie Willemse. Begin ermee op de eerste adventszondag. Knip voor elke dag een ster en hang deze in een flinke sparrentak. Hang de sterren zó, dat er na vier adventsweken vier sterrenbanen schuin naar boven lopen. Deze vier banen eindigen in één grote ster, de kerstster, die eerste kerstdag wordt opgehangen.

Een paar voorbeelden om kaarsen te knippen:


Begin bij een dubbel gevouwen stukje papier vanuit de vouw te knippen. Eerst de kleine versieringen uit het grotere motief knippen, daarna het grote motief zelf, ook weer vanuit de vouw, en als laatste de buitenrand.

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Knip-tips van Elly, Nel en Bep

Door Elly Nannenga, verschuiven:
Knip uit dubbelgevouwen papier (zwart met witte achterkant, of effen gekleurd, waar van de beide kanten verschillend van tint zijn) een motief, dat via de erom heen geknipte rand op de vouw aan elkaar blijft. Vervolgens openvouwen en een nieuwe vouw, net iets naar links of rechts van de eerste vouw maken. Zo dubbelgeklapt (de contrasterende binnenkant geeft nu een nieuw contour) op een andere contrasterende ondergrond leggen (goud, zilver of gekleurd). Uw motief heeft nu een lichte rand (of indien u de vouw naar de andere kant maakt een donkere rand. Natuurlijk kunt u de beide knipsels ook los van elkaar, iets verschoven ten opzichte van elkaar, opplakken. In dat geval is een schuine verplaatsing aardig. Meer verschuiven met de goede kanten voor is ook leuk (soms).

Elly Nannenga-Bremekamp

Door Nel Bouwmeester-Kuppens, Letters knippen:
In het Knip-Pers 1987-3 stond een tip voor het overbrengen van letters op zwart papier met witte achterzijde. Alle lof voor deze gemakkelijke manier. Een snellere bestaat er niet! Mijn ervaring met carbon is echter dat het zo vreselijk afgeeft aan de vingers tijdens het knippen.

Een andere manier om letters en cijfers over te brengen is als volgt; Op een stukje doorzichtig patronenpapier schrijf ik mijn tekst met een zacht potlood. Ik leg het omgekeerd, zodat de tekst nu in spiegelbeeld doorschijnt, op de witte achterzijde van het te knippen papier en ga met een harder potlood over de letters in spiegelschrift schrijven. Zo komt de tekst ook heel duidelijk over. Deze methode is iets meer werk, maar bevalt mij prima.n

Door Bep Lieffering, Knippen met tweezijdig zwart papier:
Knipt u het liefst uit tweezijdig zwart papier, plak dan een evengroot dun velletje wit papier op de vier hoekjes aan elkaar vast (een speldepuntje lijm slechts). Dus niet met speld of paperclip (dat zou bobbelen en schuiven) zoals in Knip-Pers 1987-3 stond. Met lijm gaat het uitstekend en bovendien kan het witte papiertje gebruikt worden voor hulplijn of andere steuntjes.

Graag reakties, aanvullingen of NIEUWE TIPS aan ons redaktieadres, het ei van Columbus moet al weer versierd worden, voor u het weet!

Deze tips zijn eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Kerstmis

Door Rieny van Beek

Birgit Selvig, Denemarken

Met Kerstmis staat in veel huizen een kerstboom met zijn stralende lichtjes.  Deze gewoonte bestaat nog niet zo heel lang. Wel was er in de boerengemeenschappen een gebruik om begin december, meestal op 4 december – Sinte Barbara – een kersen- of berketak in het water te zetten, die dan met Kerstmis bloeide of uitliep. In Zuid-Limburg werden deze takken Barbaratakken genoemd. De eerste versierde kerstbomen kwamen in Duitsland, in Straszburg, voor. Omstreeks 1850 waren ze ook bij ons te zien, voornamelijk in de grote steden. Meestal hebben katholieken een kerststal bij de kerstboom staan. Vóór Kerstmis ziet men daarin alleen .Jozef en Maria. In de kerstnacht komt het kindje Jezus erbij en de herders met de schapen. Op Driekoningen verschijnen de drie wijzen met hun kamelen en daarna wordt het stalletje weer opgeborgen.

Dorothea Brockmann

In sommige streken was het de gewoonte om de klokken te luiden, zoals het Sint Thomasluiden in Katlijk en Oudenhorne. Daar luidde men onafgebroken vanaf 21 december tot Nieuwjaar de klokken.

Het blazen op de midwinterhoorn was een gewoonte in Twente. Vanaf de eerste Adventszondag tot Driekoningen toe bespeelde de Twentse boer, vooral ‘s avonds na negen uur, zijn instrument, waarbij de put als klankbord dienst deed.

Rieny van Beek

Nieuwjaar
Onze voorouders kenden geen bepaalde nieuwjaarsdag. De overgang van het oude jaar naar het nieuwe werd gevierd met een feestperiode van twaalf dagen: de zogenaamde Twaalf Nachten, die duurde van 25 december tot 6 januari.
Tijdens deze feesten werden er vreugdevuren ontstoken. Ook geloofde men dat de geesten van gestorvenen in de Twaalf Nachten terug keerden op aarde en men probeerde deze door geraas te verjagen. Dit gebeurde door het blazen op hoorns, het ratelen met ratels, het luiden van klokken, het lossen van schoten. Dit verklaart waarom er nu nog steeds in de oudejaarsnacht zoveel lawaai en vuurwerk is.
Na de komst van het christendom plaatste de kerk aan het begin van de Twaalf Nachten de Kerstdag, aan het einde de Driekoningen en in het midden de Romeinse Nieuwjaarsdag van 1 januari.

Evert Root Sr.

Driekoningen
Het grote huiselijke feest van de winter was in vroeger eeuwen Driekoningen. Volgens het evangelie van Mattheus ging het eçhter om drie wijzen, die koning Herodes naar de geboorteplaats van Jezus vroegen. In later tijden werden zij koningen genoemd en van namen voorzien: Caspar, Melchior en Balthasar. Op Driekoningenavond gaf men elkaar geschenken en werd er een koning gekozen. Dat ging soms met een koningsbrief of door het eten van een koningsbrood. De koningsbrief was een vel met 16 plaatjes, waarop afbeeldingen van de koning, koningin en hun hofbeambten. Dit vel werd in 16 stukjes geknipt en ieder grabbelde een briefje en vervulde het ambt dat hij getrokken had. Ook kon men een koning kiezen door met elkaar te eten van een koningsbrood of bonenkoek, waarin een boon verstopt was. Wie de boon in zijn plak koek vond, werd tot koning gekroond met een kroon van verguld papier. Een andere gewoonte was dat sterrenzangers, gekleed in een wit hemd en met een vergulde kroon op het hoofd, zingend met een ster in de hand langs de huizen gingen om een gift te ontvangen. In sommige delen van het land wordt dit nog steeds door kinderen gedaan.

Toos Dietz

Gelezen:
Ir W.F. van Heemskerk Düker en Ir H..J.van Houten, Zinnebeelden in Nederland
Dr C.C.van der Graft, opnieuw bewerkt door Dr Tj.W.R. de Haan, Nederlandse voiksgebruiken bij hoogtijdagen

Bovenste knipsel: E. van de Broecke, België

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Het Johanniter- of Mathezerkruis

Door Rieny van Beek

Tijdens de eerste kruistocht werd de orde van St. Jan gesticht. Toen de kruisridders onder leiding van Godfried van Bouillon in 1099 de stad Jeruzalem hadden veroverd, vonden ze in de omgeving een klein hospitaal, gewijd aan Johannes de Doper. Een aantal ridders vormden een verplegersorde: de ridderlijke orde van het hospitaal van St. Jan te Jeruzalem.
Het kenteken van deze orde is een achtpuntige witte ster. De acht punten wijzen naar de acht zaligsprekingen (Mattheus 5:3 t/m 11): Zalig zijn de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, de hongerigen, de barmhartigen, de reinen van hart, de vreedzamen, de vervolgden.

 

Van 1309 tot 1522 verplaatste de orde zich naar het eiland Rhodos en in de 16de eeuw werd het eiland Malta het hoofdkwartier van de orde.

In ons land hebben de ridders van St. Jan al in de 13de eeuw de St. Janskerken en gasthuizen gesticht. Rond 1250 beheerden zij in Utrecht het St. Catharijneklooster met het daarbij behorende gasthuis.

Tegenwoordig kennen we in Nederland twee takken van de orde van St. Jan: de orde van Malta, een roomskatholieke orde en de Johanniterorde, een protestantse orde. Beide werken nauw samen met het Nederlandse Rode Kruis. De Johanniterorde bezit enkele tehuizen voor lichamelijk gehandicapten. Prins Bernhard was de landcommandeur van de Johanniterorde in Nederland.

Het Hugenotenkruis

Oorspronkelijk was het Hugenotenkruis het teken van de Franse protestanten in de tijd van hun geloofsvervolging in Frankrijk In de 16de en 17de eeuw. Nu is het internationaal het symbool van het wereldprotestantisme. De symboliek van het Hugenotenkruis bestaat uit drie delen. Het hoofdbestanddeel is het Maltezerkruis. Op de acht punten van dit kruis bevinden zich acht parelen. Tussen de armen van het kruis is een krans van vier lelies. Deze lelie, eigenlijk een lisbloem, is het teken van het Franse koningshuis. Deze vertegenwoordigt het wereldgezag, waaraan de Franse protestanten, ondanks alles, trouw wilden blijven. De lelie is ook een symbool voor reinheid. De vier open ruimten tussen de armen van het kruis vormen vier harten, symbolen van trouw. Het aanhangsel is een neerdalende duif als symbool van de Heilige Geest.

Gelezen:
S.S. Smeding, 24 Christelijke Symbolen.
Zie ook “Lexikon der Symbole”.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-3

Kerst Kniptip

Door Lies Markus

Kerstmis lijkt nog ver van ons vandaan, maar degenen onder ons die besloten hebben nu ECHT dit jaar eens zelf kerstkaarten te gaan maken, zullen wel merken dat men het beste al in deze tijd kan beginnen. Hoe dichter bij de feestdagen, hoe minder tijd en enthousiasme er overblijft. Hierboven ziet u enkele zeer eenvoudige voorbeelden, zoals uzelf ook wel in boeken en reclamefolders kunt vinden, maar het gaat nu meer over de toepassing ervan.

Lies Markus

U kunt bv. een aantal kerstboompjes schuin over elkaar heen plakken of in waaiervorm. Leuk om hier bij kleuren toe te passen. Als de bomen steeds kleiner achter elkaar geplakt worden, suggereren ze perspectief. Telkens een klein randje verschuiven staat ook leuk en geeft schaduweffect.

Men kan hetzelfde ook uithalen net andere kerstfiguren, zoals ballen, kaarsen, kerstmannetjes etc. Ook kam men de figuren van binnen uitknippen en daar iets anders in- of achterplakken, zie de voorbeelden. Het hangt van uw fantasie af, welke variatie u maakt.

Vergeet vooral niet gebruik te maken van de “negatieven”, dat zijn de heel gebleven overgeschoten stukjes papier waar u iets uitgeknipt hebt. Ook die geven vaak verrassende resultaten.

Lies Markus

Nog een tip van een onzer leden, mevrouw B. Lieffering: Knipt u het liefst uit tweezijdig zwart papier, maar is dat soms wat moeilijk voor uw ogen: speld of maak dan met paperclipsen een stukje heel dun wit papier (vloei- of doorslagpapier) vast op het door u te bewerken stuk zwarte papier. Eerst het binnenstuk uitknippen en dan pas de rand. Veel knipplezier…

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-3

Leer ziende knippen

Door Ans Miechels

Ans Miechels, winkeltje op Kreta, 30 x 20 cm

Met een variatie op de titel van het boekje van mevrouw Kerp “Leer Knippende Zien”, zou je ook kunnen zeggen: Leer ziende knippen.

Ans Miechels, raam in Lissabon, 26 x 17 cm

Nu het binnenkort weer vakantie is kan je, waar je ook bent en om je heen kijkt, veel onderwerpen zien die met papier en schaartje in een knipsel vertaald zouden kunnen worden. Door bewuster te kijken krijg je een voor het knippen geoefend oog en zie je dingen, waaraan je misschien vroeger achteloos voorbij zou zijn gegaan – met als belangrijkste feit een verruiming van je thema’s, aanvulling van onderwerpen en dergelijke. Je werk wordt daardoor persoonlijker, zonder teveel invloed van buitenaf, al gebeurt dat laatste vaak onbewust en is dat praktisch niet te vermijden. Want, laten we eerlijk zijn, op de kleine regionale knipseltentoonstellingen blijkt nogal eens dat een paar bloemetjes gauw geknipt zijn, terwijl er toch zo veel meer mogelijkheden zijn.

Ans Miechels, Hek in Forcalquier (Fr.), 40 x 22 cm

Steek een schetsboekje bij je, ook al kan je niet zo goed tekenen en gebeurt dat primitief, want al tekenend zie je meer, je vergroot de intensiteit van de waarneming.

Ans Miechels, balkon in Uzès (Fr.), 21 x 20 cm

Zelf zoek ik ij voorkeur de symmetrie, omdat die zo karakteristiek is voor de knipkunst, maar natuurlijk kan het ook anders, dat kan een keuze zijn van het moment. Maak notities, eventueel nog een foto ter ondersteuning. Het zijn dingen die van nut kunnen zijn om ‘ziende te leren knippen’.

Ans Miechels, Griekse duiventil op Tinos, 36 x 26 cm

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-2

Knip kaarsen uit je Kerstkaart

Heerlijk werk, kerstkaarten knippen! Dit ontwerp leent zich voor kaarsen, kerstbomen, ballen en andere kerstonderwerpen. Het werkt net andersom als anders: wat je overhoud wordt je kaart!

Neem een vel zwart papier van 14 x 10,5 cm. Maak een zigzagvouw: de hoofdvouw komt op 8,3 cm en daarna vouw je beide delen terug naar de hoofdvouw.
Zet fig. 1 over op je gevouwen papier en maak vast met nietjes in de kaarsen. Knip de hele en halve kaarsen uit. Vouw gedeeltelijk open en knip nog een halve kaars uit de hoofdvouw. Naar je zin? Dan weet je nu hoe het gaat!

de hoofdvouw is de linkerzijkant er zit een vouw midden door de middelste kaars de rechterkant is ook een vouwlijn

Je eigen ontwerp werk het uit op bovenstaande manier. Plak het resultaat met enkele tipjes lijm op stevig wit papier. Maak 2 (verkleinde) kopietjes van het geheel en plak ze rechts onder elkaar op een liggend A4 wit papier iets vrij van de kanten

Ga naar een goede kopieerwinkel. Kies 160 grams wit papier. Voeg ze in een speciale la van de kopieermachine (men is altijd bereid je te helpen!). Leg je vel met twee kopietjes op de glasplaat. Maak eerst een dunne kopie om te zien of alles er goed op staat. Oké?
Stel het aantal gewenste exemplaren in en druk op start. Als alles klaar is snijd je de vellen netjes overdwars doormidden. Vouw elke strook dubbel en je kaarten zijn klaar.

En verder… Met je eigen ontwerp kun je ook verder experimenteren, zoals hieronder te zien is met het ‘kaarsen ontwerp’.
Verklein vier kopietjes van je knipwerk. Ga nu schuiven: leg zo naast elkaar, gedeeltelijk over elkaar heen, knip er onderdelen af, neem het negatieve beeld enz. Doe dit net zolang tot je een aardig totaal plaatje hebt gekregen. Daarmee stap je naar de kopieerwinkel. Je maakt tot kaartformaat verkleinde kopietjes enzovoort, zoals eerder beschreven.
Klinkt het ingewikkeld? Het doen valt erg mee. Gewoon beginnen en stap voor stap uitvoeren. Dan wordt je er snel handig in.

Sneeuw

Met het vallen van sneeuwvlokken wordt de wereld wit en stil. De bomen en struiken lijken betoverd. Elke voetstap veroorzaakt een dof krakend geluid. Vriendelijk schijnt ‘s avonds het lamplicht uit de ramen. Kun je je voorstellen hoe alles er dan uit ziet? Dan nu snel een schaartje pakken met een stukje zwart papier en je sneeuw-/kerst-kaart komt eraan!

WERKWIJZE

Neem zwart/wit papier van 13 x 8,5 cm. Maak een schets van bv. een huis met wat sparren er omheen. Nu goed nadenken: wegknippen wat wit moet zijn! Vind je dat moeilijk, zet dan eerst streepjes in alles wat je weg gaat knippen. Ook de verlichte ramen en het deurgat worden uitgeknipt. Op de grond ligt al een heel pak sneeuw bobbelig over de planten in de tuin, zodat daar zwarte schaduwen ontstaan. De schoorsteen krijgt een wit hoedje. Als laatste knip je gaatjes in de donkere lucht: sneeuw!

Je winterse knipsel is klaar. Kijk verder eens in een boek met landschappen, fotoboek en dergelijke. Hekken, kerkjes, planten, appeltjes op een schaal: met een laagje sneeuw erop zijn het betoverende knipobjecten.

Kerstbeertje

Dit knipbeertje kun je aankleden met een ijsmuts tegen de kou; speciaal voor kerst krijgt hij een feeststrik om.

Werkwijze:
Neem het model van de halve beer over of maak een kopietje. Vouw een velletje wit papier van 10 x 7 cm dubbel tot 10 x 3,5 cm. Leg de halve beer met de stippellijn tegen de vouw en maak vast met nietjes in de omtrek zoals op de tekening. Knip vanuit de vouw: hartje, mond, neus enz. Steek een gaatje voor oog, strikdelen, pootrand en voet. Knip tot slot de buitenkant uit.

Heel mooi wordt het beertje als je hem haartjes geeft. Maak daarvoor langs wang, voorpoot en achterpoot allemaal kleine knipjes, recht en schuin.

NB Vind je dit beertje te klein? In Word of Paint kun je hem tot BEER laten groeien. Maak verschillende maten en je knipt een hele berenfamilie. Behalve verschillende strikken en mutsen kun je ook knopen knippen, oogjes dicht doen en wimpertjes knippen, een dikke sjaal omslaan, voorpoot uitsteken en twee beren aan elkaar knippen, een grote cirkel tekenen en beren met honingpotten op de rand zetten enz. enz. Heel lief: twee beren knippen uit zilver of goud papier en dan ruggelings tegen elkaar geplakt met een haakje door z’n muts in de kerstboom hangen. Een ‘berengoeie’ kerst gewenst!