Auteursarchief: admin

Bloemenkaarten maken

Door Wies Palma

Ter gelegenheid van Valentijnsdag of ter gelegenheid van de Lente -zo het maar uitkomt- organiseer ik doemiddagen waar we bloemenkaartjes maken. Het knippen van deze bloemen vergt geen grote knipervaring, dus ieder kan meedoen.

De grondregel van het knippen – het papier draaien en niet de schaar – kan met deze bloemen goed geoefend worden. We gaan als volgt te werk:

Van origamipapier knippen we drie rondjes, oplopend in grootte. Meestal neem ik rondjes met een diameter tussen 2,5 en 3,5 cm. Deze rondjes dubbelvouwen met de goede kant naar binnen. Uit de dubbelgevouwen rondjes halve bloemen knippen, zoals op de tekening is aangegeven. De onervaren knipper zal ze eerst willen voortekenen, de ervaren knipper doet het zo uit de hand.

 

Vervolgens de opengevouwen bloemen op een kaartje plakken: eerst de grootste en vervolgens de kleinere hier bovenop. Van de drie rondjes maken we dus één bloem! Plak ze met alleen in het midden een dotje lijm zodat de bloemblaadjes dus vrijblijven. Dan een klein rondje knippen van een andere kleur en dit rondje in het midden van de bloem plakken. Als de lijm goed droog is, de bloemblaadjes met de vingers of met het schaartje iets “opbollen”.

Fantasie moet de rest doen. Er, kunnen meerdere rondjes per bloem gebruikt worden; de bloemblaadjes kunnen een andere vorm krijgen; er kan met kleur gespeeld worden; er kunnen groene blaadjes hij; er kan een compositie worden gemaakt enzovoort, enzovoort. Bijzonder leuk worden de bloemen wanneer we ze knippen uit tijdschriftenpapier.

Het feestelijke resultaat van deze bloemenknipperij werkt heel inspirerend!

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1988-1

kniptip voor Kinderen

Door Rieny van Beek

Knip acht vierkantjes van 5 bij 5 cm van zwart of gekleurd papier. Leg deze vierkantjes op een vel stevig wit papier van 20 bij 20 cm (bijvoorbeeld fotokarton). Leg ze om en om zodat er een soort dambord ontstaat. Nu gaan we de vierkantjes versieren. Neem het eerste vierkantje, vouw het dubbel, knip vanuit de vouw een bloem of blad, maar zorg dat het vierkantje aan de randen heel blijft. Leg nu het vierkantje terug en leg de uitgeknipte bloem of het blad ernaast op het witte stuk. Versier zo alle vierkantjes, probeer iedere keer de bloem of het blad iets anders te knippen.

Knip ook eens een versiering in de bloem vanuit de vouw en leg het uitgeknipte deel in de witte bloem. Doe dit ook met het blad.

Plak nu alles op het witte vel papier met behangplaksel. Smeer steeds een stukje van het vel fotokarton in met plaksel, leg daarop het vierkantje en de geknipte stukjes bloem of blad, leg er een stuk keukenrol bovenop en wrijf over het keukenrolpapier alles stevig vast (niet te lang, dan plakt het keukenrolpapier vast). Veel plezier!

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1988-2

Eieren versieren

Door Rieny van Beek

Eieren uitblazen
Voordat de eieren versierd kunnen worden, is het nodig ze uit te blazen. Maak aan de bovenkant en onderkant van het ei een gaatje met een eierprikker. Maak het gaatje onder iets groter, dit kan met een vijltje.
Prik met een satéprikker de dooier door. Blaas nu door de kleine opening van het ei, de inhoud loopt door de grotere opening eruit.
Spoel het ei na met water en een scheutje azijn. Maak ook de buitenkant schoon.

Eieren verven
Steek een lange satéprikker door het ei, eerst door de grote opening,daarna door de kleine; het ei blijft nu vanzelf hangen. Verf het ei met een zachte kwast met acrylverf (mat) voor volksschilderkunst in de kleur naar keuze. Steek de satéprikker met het ei in een potje oasis, om het ei te laten drogen.

Eieren beplakken
We maken rondjes van origamipapier of sitspapier.Meet de omtrek van het ei. Vouw een smalle strook papier dubbel, zo groot als de omtrek van het ei. Zet daarop bij iedere centimeter een streepje. Bedenk nu een patroon, dat bij elke centimeter terugkomt, zo wordt het een gelijkmatig randje.

Knip het randje uit en vouw het open. Smeer het ei in met behangplaksel en plak het randje voorzichtig rondom op het ei. Het ei is nu in twee helften verdeeld.

Maak nu een versiering voor de voor- en achterkant. Maak de versiering met veel inknippingen, anders past het niet op het ronde ei.

Mogelijkheden zijn: een levensboompje, vlinder, hart, zwanen, bloemen, hanen, paashazen.

Deze tip verscheen eerder in Knip-Pers 1989-1

De Palmpaas

Door Rieny van Beek

Palmpasen, de zondag voor Pasen, was vanouds een vreugdedag ter herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. De palm speelde op die dag een grote rol, het was een herinnering aan de palmtakken, symbool voor de overwinnaar en de komende koning, waarmee men Jezus begroette.
Iedereen haalde vroeger zijn palm in huis. Geen echte palmtak, maar een willekeurige groene tak, die men eerst in de kerk moest laten wijden. Ook werd in vroeger tijden op Palmzondag een processie gehouden, waarbij men met zogenaamde palmtakken liep. Kinderen bootsten dit na en kregen van de ouderen wat lekkers om aan de palmtakken te hangen. Zo ontstond het ons vertrouwde palmpaastakje. De palmtakken werden op verschillende manieren versierd en iedere streek kende haar eigen palmpaasvorm en broodfiguren. De palmpaas kon zijn een versierde stok, dennentak, sparrentak, kruisstok, gaffel of bezem. De versiering bestond uit groen van buxustakjes, papieren vlaggetjes, sinasappel of appel, een slinger pinda’s, suikereitjes of papierkettingen. Bovenop de palmpaas prijkte een deegfiguur; in de ene streek was dat een haantje, ergens anders een zwaan, rad of krakeling.

Corry van Schaik

Met deze mooi versierde palmpaasstokken hielden de kinderen optochten. In sommige streken van ons land wordt dat nog steeds gedaan. Verschillende liedjes werden erbij gezongen, zoals:

Haantje op een stokje
bedelt om een brokje
bedelt om een stukje brood
morgen is ons haantje dood.

Of het liedje over het ei:

Palm, palmpasen
hei koerei, hei koerei
nog een zondag,
dan hebben we een ei
een ei is geen ei
twee ei is een half ei
drie ei is een paasei.

Hill Bottema

Het ei

Het ei is een van de oudste zinnebeelden. Het is het symbool van de geboorte, de oorsprong van de wereld, de vruchtbaarheid van het leven. Voor volkeren, die het lentefeest vierden was het ei symbool voor nieuw leven. Men begroef eieren op de akkers om een goede oogst te krijgen. Een bruidje verborg een ei in haar sluier tijdens de huwelijksinzegening en hoopte dat haar huwelijk met kinderen gezegend zou worden. Jonge meisjes in de Eifel gaven in de lente hun geliefde een bepaald aantal eieren om de mate van genegenheid aan te geven.

In Zweden gaven verliefden elkaar uitgeblazen, met bloemen beschilderde eieren, waarin lange papierstroken zaten met wensen en gedichtjes.
Kroatische vrouwen wensten een pasgeboren kindje toe: “dat het blank mag worden als een ei” en legden een ei hij het kind in de wieg. In China geeft men rode eieren als er een jongen geboren is. In Japan krijgen meisjes eipopjes op “meisjesdag”, opdat zij later een goed huwelijk zullen sluiten.

De oudste geverfde eieren zijn rood en werden in graven gevonden. De Germanen gaven hun doden een ei mee in het graf als een kiem van hoop op nieuw leven. Ook andere volkeren legden eieren in het graf als voedsel voor de dode op reis naar het dodenrijk. Effen rode eieren zijn over de hele wereld het teken van vreugde, geluk en liefde. Tot ver na de middeleeuwen was rood de dominerende kleur voor het paasei. In Griekenland wordt Witte Donderdag “Rode Donderdag” genoemd, omdat op deze dag de eieren voor pasen gekleurd worden. In Perzië heet het Nieuwjaarsfeest, dat in de lente gevierd wordt, het feest van het rode ei.

In ons land was het de gewoonte dat kinderen in de week voor Pasen rondgingen bij de boeren om eieren te verzamelen voor het Paasfeest. Eieren verzamelen en eieren rapen wordt nog steeds gedaan, maar nu denken de kinderen dat de paashaas de eieren verstopt heeft.

Hoe eieren versierd kunnen worden is te vinden in onderstaande boekjes; allerlei technieken worden hierin beschreven met veel voorbeelden.

Meta Bardet

Folklore der Lage Landen. redactie Dr.Tj.W.R. de Haan.
“Van nieuwjaar tot ouwejaar” -Hill Bottema.
“Kinderfolklore” -.W.E. Veurman.
Shell Journaal van Nederlands Folklore – Dr.J.M.Fuchs en W.J.Simons.
Eieren versieren van Marianne Henriet.
Eieren verven en versieren van Eva Sehnellenbach.
Osterschmuck. Hans Fasold (Brunnen-Reihe 38).

Dit artikel is eerder gepubliceerd  in Knip-Pers 1987-1

Ei met Paashaas

Door Maruscha Gaasenbeek

Neem een ei. Maak boven en onder een gaatje en blaas het ei leeg. (Wil je meer eieren versieren koop dan een ei-uitblaas pompje. Veel gezonder!) Spoel binnen- en buitenkant van het ei na met azijnwater. Laat drogen.

Neem een velletje papier van 7,5×7,5 cm. Vouw dit dubbel. Teken de halve eivorm en de halve haas erop (afb. 1). Knip de neus uit. Knip borst en buik uit. Steek een gaatje en hol het oor uit. Knip dan de hele buitenkant van de haas uit. Vanaf de wang knip je naar het oog. Geef kleine knipjes (2 mm) onder zijn voorpoot, boven zijn achterpoot, bij de voet en onderin. (Hierdoor voegt het papier zich straks beter om de ronding van het ei.) Open je knipsel. Vind je twee kwastjes te veel? Haal er dan nu één weg. Plet je haasje in een dik boek.

Ga verder met het randje met haasjes. Pak daarvoor twee strookjes papier van 9×2 cm. Vouw in de lengte dubbel tot 9×1 cm. Teken van boven naar beneden halve haasjes, die met het oor aan elkaar zitten (afb. 2). Neem je schaar:
a. Knip aan de vouwlijn gezicht en buikje van elk haasje er uit (afb. 3, zwarte deel).
b. Knip bij de vouwlijn de stukjes papier naast het oor weg (afb. 3, gestreepte deel, vergroot detail).
c. Knip de buitenkant uit. Denk om de snorhaartjes! Open de strookjes.

Dit wordt een priegelwerkje, maar het resultaat is heel leuk. Smeer de omtrek van het ei in met behangersplaksel. Plak één randje vanaf het gat boven in het ei strak naar beneden tot midden onder (wat teveel is wegknippen). Plak het tweede randje langs de andere kant van het ei naar beneden. Laat drogen.

Pak je haas uit het dikke boek. Smeer één eihelft in met plaksel, leg je haas erop en smeer daar plaksel overheen, terwijl je hem voorzichtig vastdrukt. Bij de 2mm in-knipjes schuift het papier iets over elkaar heen en volgt zo de ronding van het ei. Maak tot slot het achterkant knipseltje: één haasje van afb. 3.
Hang het ei op d.m.v. de halve lucifer-met-draadje truc: Knoop een draad stevig vast om het midden van een halve lucifer en duw het houtje door het bovenste gat in het ei.

Paasversieringen

Door Rieny van Beek

Voor een Paasontbijt is het leuk om versieringen te maken voor op tafel.

Neem de kip één keer en het kuiken vijf keer over volgens de tekening, op geel fotokarton. Knip alles uit. Plak op de kuikens een snaveltje van rood sitspapier en een oogje van zwart en wit. Plak op de kip een snavel en kam van rood sitspapier, een oog van zwart en wit en een kraag en veren van groen sitspapier. Knip nu een strook geel fotokarton van 40 cm lang en 3 cm breed. Plak daar de kip op en de vijf kuikens erachter. Vouw de strook rond en plak hem vast. Nu kun je de versiering op een bord zetten en er eieren in doen. Je kunt ook andere kleuren gebruiken.

Om een eierdopje te maken knip je een stukje van een closetrol af en beplak dat met sitspapier. Knip nu een kip van sitspapier, die je kunt versieren volgens de voorbeelden op deze bladzijde. Plak de kip op een stukje fotokarton en knip de buitenrand weer uit. Plak nu de versierde kip in het midden vast op de halve closetrol, en het eierdopje is klaar. Vrolijk Pasen.

Wil je nog neer leuke paasversieringen maken, kijk dan in het ‘boekje: “Geknipt voor u”, van Gunvor Ask en Harriet Ask.
Eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-1

Koekplanken

Door Wies Palma

December is de maand van verschillende feesten met eigen oorsprong en tradities. Een van de culinaire tradities is het bakken van speculaas. Hoewel dit tegenwoordig machinaal gebeurt, kent ieder de koek- en speculaasplanken, ook wel prenten genoemd: houten planken. waaruit allerlei motieven werden gesneden door handwerklieden of door de bakker zelf, het snijden van koekplanken behoorde zelfs lange tijd tot de bakkersgildeproef.

Wies Palma, samen 40 x 30 cm

En hoewel in de ons omringende landen de taai- en speculaasvormen niet onbekend zijn, is dit prentenboek van de bakker nergens zo opgebloeid als in ons land.

 

Wies Palma, 42 x 9,5 cm

Deze speculaasvormen inspireerden mij tot het knippen van de hierbij afgebeelde koekplanken. In de plank met kleine vormen zijn originele elementen verwerkt; de vrijer en vrijster zijn geheel eigen ontwerp. Ik knipte de “planken’ uit zwart papier en plakte ze vervolgens op goudkarton, waarmee ik verband wilde leggen tussen het ontwerp en het koekvergulden, zoals dat in de Camera Obscura zo genoeglijk beschreven wordt.

Oer-Hollandse gezelligheid vierde hoogtij op zo’n avond, waar de koeken werden “verguld” met verguldsel, water, een penseel en een konijnenstaartje. Dit laatste voor het vastdrukken van het opgelegde “goud’. Tegenwoordig bestaat het koekversieren: een taaipop versieren met gekleurde zoetigheden.

De koek- en speculaasplank behoorde eeuwenlang tot de gebruiksvoorwerpen van de bakker, het meest rondom Sinterklaas, Kerst en Driekoningen. Het grootste gedeelte van het jaar lagen de vormen ongebruikt op de zolder van de bakkerij en dat was de periode dat de houtworm toesloeg. Veel van deze aangetaste koekplanken verdwenen in de bakkersoven! Gelukkig zijn ook veel planken gespaard gebleven en hiermee een stukje oude volkskunst. De vormen in de planken zijn velerlei: dieren, ambachten, molens schepen, rijtuigen, ruiters, historische figuren, meubels, gebruiksvoorwerpen. symbolen enzovoort.

In de vormen zit waarschijnlijk nog een stukje heidense symboliek (dierenoffers), later gevolgd door christelijke symbolen, bijbelse taferelen en vormen ontleend aan het dagelijks leven. Veel voorkomende figuren waren de vrijer, vrijster, waarschijnlijk ook symbolische figuren.

Aardig om te vermelden is dat het woord speculaas afkomstig is van het latijnse “specula”, hetgeen “spiegels” betekent. De gebakken speculaas is immers een spiegelbeeld van de figuur in de plank.

 

 

 

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Kerstkniptip

Door Rieny van Beek

Een kerstsymbool bij uitstek is de kerstster. Bij het knippen van sterren is het belangrijk hoe het papier wordt gevouwen. De 4-punt, 8-punt en 16-punt worden op dezelfde manier gevouwen. Neem een vierkant stukje papier. Vouw dit drie keer volgens de tekening. Denk erom bij de derde keer, dat de dichte kant tegen de dichte kant komt.

Van het gevouwen stukje papier wordt nu iets afgeknipt van de open kant. Voor een 4-punt volgens een rechte lijn. Voor een 8-punt een V eruit knippen en voor een 16-punt een W eruit. Zie tekening. Het gearceerde gedeelte wegknippen.

Daarna kunnen in het overgebleven deel versieringen aangebracht worden, door vanuit de vouw stukjes weg te knippen (net als bij kleedjesknippen).

Plak een gouden of zilveren ster op een rode of groene kaart, en een rode ster op een witte kaart. Een leuk effect geeft het om onder een rode uitgewerkte ster een gouden of zilveren te plakken die net iets groter is. Smeer de kaart helemaal in met behangplaksel, leg de ster erop en vloei af met een kladblaadje of keukenrol. Is de kaart droog, dan een nacht onder een stapel boeken leggen om kromtrekken te voorkomen.

Sterren kunnen ook geknipt worden van zilverkleurig of tweekleurig aluminiumfolie en met een paperclip aan de punt in de kerstboom opgehangen worden. Een kerstlint is te maken door enkele sterren, bijvoorbeeld witte, op een rood lint te bevestigen door middel van een splitpen in het midden. Het maken van een adventstak is ook een mogelijkheid. Dit is een idee van Atie Willemse. Begin ermee op de eerste adventszondag. Knip voor elke dag een ster en hang deze in een flinke sparrentak. Hang de sterren zó, dat er na vier adventsweken vier sterrenbanen schuin naar boven lopen. Deze vier banen eindigen in één grote ster, de kerstster, die eerste kerstdag wordt opgehangen.

Een paar voorbeelden om kaarsen te knippen:


Begin bij een dubbel gevouwen stukje papier vanuit de vouw te knippen. Eerst de kleine versieringen uit het grotere motief knippen, daarna het grote motief zelf, ook weer vanuit de vouw, en als laatste de buitenrand.

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Knip-tips van Elly, Nel en Bep

Door Elly Nannenga, verschuiven:
Knip uit dubbelgevouwen papier (zwart met witte achterkant, of effen gekleurd, waar van de beide kanten verschillend van tint zijn) een motief, dat via de erom heen geknipte rand op de vouw aan elkaar blijft. Vervolgens openvouwen en een nieuwe vouw, net iets naar links of rechts van de eerste vouw maken. Zo dubbelgeklapt (de contrasterende binnenkant geeft nu een nieuw contour) op een andere contrasterende ondergrond leggen (goud, zilver of gekleurd). Uw motief heeft nu een lichte rand (of indien u de vouw naar de andere kant maakt een donkere rand. Natuurlijk kunt u de beide knipsels ook los van elkaar, iets verschoven ten opzichte van elkaar, opplakken. In dat geval is een schuine verplaatsing aardig. Meer verschuiven met de goede kanten voor is ook leuk (soms).

Elly Nannenga-Bremekamp

Door Nel Bouwmeester-Kuppens, Letters knippen:
In het Knip-Pers 1987-3 stond een tip voor het overbrengen van letters op zwart papier met witte achterzijde. Alle lof voor deze gemakkelijke manier. Een snellere bestaat er niet! Mijn ervaring met carbon is echter dat het zo vreselijk afgeeft aan de vingers tijdens het knippen.

Een andere manier om letters en cijfers over te brengen is als volgt; Op een stukje doorzichtig patronenpapier schrijf ik mijn tekst met een zacht potlood. Ik leg het omgekeerd, zodat de tekst nu in spiegelbeeld doorschijnt, op de witte achterzijde van het te knippen papier en ga met een harder potlood over de letters in spiegelschrift schrijven. Zo komt de tekst ook heel duidelijk over. Deze methode is iets meer werk, maar bevalt mij prima.n

Door Bep Lieffering, Knippen met tweezijdig zwart papier:
Knipt u het liefst uit tweezijdig zwart papier, plak dan een evengroot dun velletje wit papier op de vier hoekjes aan elkaar vast (een speldepuntje lijm slechts). Dus niet met speld of paperclip (dat zou bobbelen en schuiven) zoals in Knip-Pers 1987-3 stond. Met lijm gaat het uitstekend en bovendien kan het witte papiertje gebruikt worden voor hulplijn of andere steuntjes.

Graag reakties, aanvullingen of NIEUWE TIPS aan ons redaktieadres, het ei van Columbus moet al weer versierd worden, voor u het weet!

Deze tips zijn eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Kerstmis

Door Rieny van Beek

Birgit Selvig, Denemarken

Met Kerstmis staat in veel huizen een kerstboom met zijn stralende lichtjes.  Deze gewoonte bestaat nog niet zo heel lang. Wel was er in de boerengemeenschappen een gebruik om begin december, meestal op 4 december – Sinte Barbara – een kersen- of berketak in het water te zetten, die dan met Kerstmis bloeide of uitliep. In Zuid-Limburg werden deze takken Barbaratakken genoemd. De eerste versierde kerstbomen kwamen in Duitsland, in Straszburg, voor. Omstreeks 1850 waren ze ook bij ons te zien, voornamelijk in de grote steden. Meestal hebben katholieken een kerststal bij de kerstboom staan. Vóór Kerstmis ziet men daarin alleen .Jozef en Maria. In de kerstnacht komt het kindje Jezus erbij en de herders met de schapen. Op Driekoningen verschijnen de drie wijzen met hun kamelen en daarna wordt het stalletje weer opgeborgen.

Dorothea Brockmann

In sommige streken was het de gewoonte om de klokken te luiden, zoals het Sint Thomasluiden in Katlijk en Oudenhorne. Daar luidde men onafgebroken vanaf 21 december tot Nieuwjaar de klokken.

Het blazen op de midwinterhoorn was een gewoonte in Twente. Vanaf de eerste Adventszondag tot Driekoningen toe bespeelde de Twentse boer, vooral ‘s avonds na negen uur, zijn instrument, waarbij de put als klankbord dienst deed.

Rieny van Beek

Nieuwjaar
Onze voorouders kenden geen bepaalde nieuwjaarsdag. De overgang van het oude jaar naar het nieuwe werd gevierd met een feestperiode van twaalf dagen: de zogenaamde Twaalf Nachten, die duurde van 25 december tot 6 januari.
Tijdens deze feesten werden er vreugdevuren ontstoken. Ook geloofde men dat de geesten van gestorvenen in de Twaalf Nachten terug keerden op aarde en men probeerde deze door geraas te verjagen. Dit gebeurde door het blazen op hoorns, het ratelen met ratels, het luiden van klokken, het lossen van schoten. Dit verklaart waarom er nu nog steeds in de oudejaarsnacht zoveel lawaai en vuurwerk is.
Na de komst van het christendom plaatste de kerk aan het begin van de Twaalf Nachten de Kerstdag, aan het einde de Driekoningen en in het midden de Romeinse Nieuwjaarsdag van 1 januari.

Evert Root Sr.

Driekoningen
Het grote huiselijke feest van de winter was in vroeger eeuwen Driekoningen. Volgens het evangelie van Mattheus ging het eçhter om drie wijzen, die koning Herodes naar de geboorteplaats van Jezus vroegen. In later tijden werden zij koningen genoemd en van namen voorzien: Caspar, Melchior en Balthasar. Op Driekoningenavond gaf men elkaar geschenken en werd er een koning gekozen. Dat ging soms met een koningsbrief of door het eten van een koningsbrood. De koningsbrief was een vel met 16 plaatjes, waarop afbeeldingen van de koning, koningin en hun hofbeambten. Dit vel werd in 16 stukjes geknipt en ieder grabbelde een briefje en vervulde het ambt dat hij getrokken had. Ook kon men een koning kiezen door met elkaar te eten van een koningsbrood of bonenkoek, waarin een boon verstopt was. Wie de boon in zijn plak koek vond, werd tot koning gekroond met een kroon van verguld papier. Een andere gewoonte was dat sterrenzangers, gekleed in een wit hemd en met een vergulde kroon op het hoofd, zingend met een ster in de hand langs de huizen gingen om een gift te ontvangen. In sommige delen van het land wordt dit nog steeds door kinderen gedaan.

Toos Dietz

Gelezen:
Ir W.F. van Heemskerk Düker en Ir H..J.van Houten, Zinnebeelden in Nederland
Dr C.C.van der Graft, opnieuw bewerkt door Dr Tj.W.R. de Haan, Nederlandse voiksgebruiken bij hoogtijdagen

Bovenste knipsel: E. van de Broecke, België

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4