Categoriearchief: Knip Mee (Maruscha)

Ei met Paashaas

Door Maruscha Gaasenbeek

Neem een ei. Maak boven en onder een gaatje en blaas het ei leeg. (Wil je meer eieren versieren koop dan een ei-uitblaas pompje. Veel gezonder!) Spoel binnen- en buitenkant van het ei na met azijnwater. Laat drogen.

Neem een velletje papier van 7,5×7,5 cm. Vouw dit dubbel. Teken de halve eivorm en de halve haas erop (afb. 1). Knip de neus uit. Knip borst en buik uit. Steek een gaatje en hol het oor uit. Knip dan de hele buitenkant van de haas uit. Vanaf de wang knip je naar het oog. Geef kleine knipjes (2 mm) onder zijn voorpoot, boven zijn achterpoot, bij de voet en onderin. (Hierdoor voegt het papier zich straks beter om de ronding van het ei.) Open je knipsel. Vind je twee kwastjes te veel? Haal er dan nu één weg. Plet je haasje in een dik boek.

Ga verder met het randje met haasjes. Pak daarvoor twee strookjes papier van 9×2 cm. Vouw in de lengte dubbel tot 9×1 cm. Teken van boven naar beneden halve haasjes, die met het oor aan elkaar zitten (afb. 2). Neem je schaar:
a. Knip aan de vouwlijn gezicht en buikje van elk haasje er uit (afb. 3, zwarte deel).
b. Knip bij de vouwlijn de stukjes papier naast het oor weg (afb. 3, gestreepte deel, vergroot detail).
c. Knip de buitenkant uit. Denk om de snorhaartjes! Open de strookjes.

Dit wordt een priegelwerkje, maar het resultaat is heel leuk. Smeer de omtrek van het ei in met behangersplaksel. Plak één randje vanaf het gat boven in het ei strak naar beneden tot midden onder (wat teveel is wegknippen). Plak het tweede randje langs de andere kant van het ei naar beneden. Laat drogen.

Pak je haas uit het dikke boek. Smeer één eihelft in met plaksel, leg je haas erop en smeer daar plaksel overheen, terwijl je hem voorzichtig vastdrukt. Bij de 2mm in-knipjes schuift het papier iets over elkaar heen en volgt zo de ronding van het ei. Maak tot slot het achterkant knipseltje: één haasje van afb. 3.
Hang het ei op d.m.v. de halve lucifer-met-draadje truc: Knoop een draad stevig vast om het midden van een halve lucifer en duw het houtje door het bovenste gat in het ei.

Knip kaarsen uit je Kerstkaart

Heerlijk werk, kerstkaarten knippen! Dit ontwerp leent zich voor kaarsen, kerstbomen, ballen en andere kerstonderwerpen. Het werkt net andersom als anders: wat je overhoud wordt je kaart!

Neem een vel zwart papier van 14 x 10,5 cm. Maak een zigzagvouw: de hoofdvouw komt op 8,3 cm en daarna vouw je beide delen terug naar de hoofdvouw.
Zet fig. 1 over op je gevouwen papier en maak vast met nietjes in de kaarsen. Knip de hele en halve kaarsen uit. Vouw gedeeltelijk open en knip nog een halve kaars uit de hoofdvouw. Naar je zin? Dan weet je nu hoe het gaat!

de hoofdvouw is de linkerzijkant er zit een vouw midden door de middelste kaars de rechterkant is ook een vouwlijn

Je eigen ontwerp werk het uit op bovenstaande manier. Plak het resultaat met enkele tipjes lijm op stevig wit papier. Maak 2 (verkleinde) kopietjes van het geheel en plak ze rechts onder elkaar op een liggend A4 wit papier iets vrij van de kanten

Ga naar een goede kopieerwinkel. Kies 160 grams wit papier. Voeg ze in een speciale la van de kopieermachine (men is altijd bereid je te helpen!). Leg je vel met twee kopietjes op de glasplaat. Maak eerst een dunne kopie om te zien of alles er goed op staat. Oké?
Stel het aantal gewenste exemplaren in en druk op start. Als alles klaar is snijd je de vellen netjes overdwars doormidden. Vouw elke strook dubbel en je kaarten zijn klaar.

En verder… Met je eigen ontwerp kun je ook verder experimenteren, zoals hieronder te zien is met het ‘kaarsen ontwerp’.
Verklein vier kopietjes van je knipwerk. Ga nu schuiven: leg zo naast elkaar, gedeeltelijk over elkaar heen, knip er onderdelen af, neem het negatieve beeld enz. Doe dit net zolang tot je een aardig totaal plaatje hebt gekregen. Daarmee stap je naar de kopieerwinkel. Je maakt tot kaartformaat verkleinde kopietjes enzovoort, zoals eerder beschreven.
Klinkt het ingewikkeld? Het doen valt erg mee. Gewoon beginnen en stap voor stap uitvoeren. Dan wordt je er snel handig in.

Sneeuw

Met het vallen van sneeuwvlokken wordt de wereld wit en stil. De bomen en struiken lijken betoverd. Elke voetstap veroorzaakt een dof krakend geluid. Vriendelijk schijnt ‘s avonds het lamplicht uit de ramen. Kun je je voorstellen hoe alles er dan uit ziet? Dan nu snel een schaartje pakken met een stukje zwart papier en je sneeuw-/kerst-kaart komt eraan!

WERKWIJZE

Neem zwart/wit papier van 13 x 8,5 cm. Maak een schets van bv. een huis met wat sparren er omheen. Nu goed nadenken: wegknippen wat wit moet zijn! Vind je dat moeilijk, zet dan eerst streepjes in alles wat je weg gaat knippen. Ook de verlichte ramen en het deurgat worden uitgeknipt. Op de grond ligt al een heel pak sneeuw bobbelig over de planten in de tuin, zodat daar zwarte schaduwen ontstaan. De schoorsteen krijgt een wit hoedje. Als laatste knip je gaatjes in de donkere lucht: sneeuw!

Je winterse knipsel is klaar. Kijk verder eens in een boek met landschappen, fotoboek en dergelijke. Hekken, kerkjes, planten, appeltjes op een schaal: met een laagje sneeuw erop zijn het betoverende knipobjecten.

Kerstbeertje

Dit knipbeertje kun je aankleden met een ijsmuts tegen de kou; speciaal voor kerst krijgt hij een feeststrik om.

Werkwijze:
Neem het model van de halve beer over of maak een kopietje. Vouw een velletje wit papier van 10 x 7 cm dubbel tot 10 x 3,5 cm. Leg de halve beer met de stippellijn tegen de vouw en maak vast met nietjes in de omtrek zoals op de tekening. Knip vanuit de vouw: hartje, mond, neus enz. Steek een gaatje voor oog, strikdelen, pootrand en voet. Knip tot slot de buitenkant uit.

Heel mooi wordt het beertje als je hem haartjes geeft. Maak daarvoor langs wang, voorpoot en achterpoot allemaal kleine knipjes, recht en schuin.

NB Vind je dit beertje te klein? In Word of Paint kun je hem tot BEER laten groeien. Maak verschillende maten en je knipt een hele berenfamilie. Behalve verschillende strikken en mutsen kun je ook knopen knippen, oogjes dicht doen en wimpertjes knippen, een dikke sjaal omslaan, voorpoot uitsteken en twee beren aan elkaar knippen, een grote cirkel tekenen en beren met honingpotten op de rand zetten enz. enz. Heel lief: twee beren knippen uit zilver of goud papier en dan ruggelings tegen elkaar geplakt met een haakje door z’n muts in de kerstboom hangen. Een ‘berengoeie’ kerst gewenst!

Kerstkleed en een snelle ster

Hoe groter het papier, hoe meer onderdelen er passen in de gevouwen punt. Als kerstkleedje is het een sieraad voor het raam (A). Maak een eigen vulling aan de hand van dit idee. Neem rustig de tijd en gebruik het voor je kerstkaarten.

Wat dacht je van gekleurd knipwerk? Grote rollen kaftpapier zijn in diverse effen kleuren te koop. De prachtige glans van dat papier geeft je knipsel nog iets extra’s. Kortom: mogelijkheden genoeg, echt een uitdaging om winteravonden mee te vullen.

Werkwijze:

A. Neem een vel papier van 30 x 30 cm. Vouw 3x dubbel tot een punt. Rond met potlood de bovenkant af. Doe nietjes door het uitstekende deel. Deel de punt in vieren: buitenrand 1 cm, motiefdeel 6 cm, binnenrand 1 cm, centrumdeel 6 cm. Breng je schets aan. Knip met een stevige schaar de tandjesrand. Doe nietjes door 2 laagjes en knip dat uit, herhaal het motief op de punt er onder en knip weer door 2 laagjes. Vouw alles open en druk het knipsel mooi plat.
B. Snijd uit de voorkant van dubbele kaart 13 x 13 cm een vierkant, diagonaal 9cm (= zijden 6,4 cm) op de punt. Vouw donkerblauw knippapier 8 x 8 cm drie keer dubbel. Knip of snijd de puntjes uit. Vouw open en plak achter het venster. Dek af met holografisch papier 8,5 x 8,5 cm of laat open.

Toch nog iemand vergeten een zelfgemaakte kaart te sturen? Dan is hier één idee voor een super snelle ster. Veel plezier bij het ontdekken van de variaties!

De bovenkant van de afbeelding is de open kant van het vouwsel in vieren.

 

Sterrenregen

Vroeg beginnen met het maken van kerststerren, dan krijgt iedereen dit jaar van jou een verschillende ster op de kerstkaart.

Oefen eerst met een vouwblaadje. Lukt het? Gebruik dan wit of geel papier. Van origami zilver of goud maak je wel héél speciale sterren! Op de dubbele kaart van 14,8×10,5 cm past een ster-op-de-punt. Aan de slag:

Vouw een velletje papier van 6×6 cm dubbel zoals hierboven (1 t/m 5). De ‘M’ staat voor ‘Middelpunt’ van je blaadje. Zorg dat deze punt altijd naar je toe ligt. Teken met potlood de lijnen van één van de negen tekeningen op je gevouwen driehoek na. Doe een nietje in de bovenste rand. Knip over de lijnen, de gestippelde delen vallen af. Maak scherpe hoeken. Open je ster en leg hem in een boek om plat te worden.

Van elk soort dubbele ster is er één met dicht middenstuk, één met open middenstuk en één met veel sterretjes binnenin. Op deze manier, dicht, open en veel én door andere vouwwijzen kun je zelf sterren verzinnen.

Voor sterren met 8 even lange punten neem je een velletje papier van 8×8 cm. Vouw dubbel als boven (1 t/m 5). Maak de zijkanten van 5 even lang: knip de gestippelde driehoek af (5a). Met dit nieuwe model driehoek werk je weer de negen tekeningen af.

Voor een 6-punt ster vouw je, na 1, je papier niet dubbel maar in drieën, zoals 2a. Knip daarna de gestippelde delen af (2b) en maak de lijnen ongeveer als bij de negen tekeningen.

Leg elke ster op een kaart in afstekende kleur. Plak alleen de puntjes vast. Gebruik weinig lijm: gekleurd karton geeft soms af! Zet de sterkaarten, die klaar zijn, naast elkaar op een plank. Tot december, als ze verstuurd worden, geniet je van je eigen tentoonstelling met titel : ‘Sterren regen’!

IJskristallen

Onder een microscoop zie je de prachtige structuur van ijskristallen. Geweldig om te knippen met een sterke, scherpe schaar! Neem velletjes dun wit of zilver papier van 8 x 8 cm.

Voor de werktekeningen bij A vouw je het papier in 6-en, voor de werktekeningen bij B in 8-en (zie Sterrenregen). De punt onderaan is het middelpunt van het papier; de stippellijnen zijn de vouwen. Doe, als het kan, een nietje door het weg te knippen deel. Vind je het erg klein, vergroot de werktekeningen en kies je eigen papiermaat. Heb je eenmaal de slag te pakken, laat je fantasie dan samen met je schaar, nieuwe, onbekende kristallen creëren!

Maxi rozet

door Maruscha Gaasenbeek

Aan de muur, voor het raam of als heel speciale kaart. Lees eerst de tekst, maak dan een keus en knippen maar!

Algemene werkw(jze: Vouw een vel dubbel en leg een kopie van het patroon met de stippellijn tegen de vouw. Zet alles vast met nietjes buiten de rand en binnen het patroon op plekken die weggeknipt worden. Maak eventueel met een hobbymesje in elk detail een sneetje om te beginnen en knip de vakjes met de schaar uit. Knip tot slot langs de buitenkant van de halve cirkel.

ROZET 1
Als heel speciale kaart: Knip de rozet uit 15×15 cm goudpapier.
Plak hem midden op lavende kaart- karton van 18×18 cm.
Plak het geheel op goudgeel van 21×18,5 cm. daarna op lichtgeel kaartkarton van 24×18,5 cm (of plak twee stroken van 2,5×18,5 cm, 1 cm achter de boven- en onderkant!) en tot slot op donkerblauw kaartkarton van 29,8×21 cm. Doe dit kunstwerkje in een envelop en maak er iemand blij mee.

Voor het raam: Neem donkerblauw kaartkarton van 20×20 cm. Snijd uit het midden met de cirkelsnijder een cirkel met doorsnede 14 cm. Plak de witte rozet achter de cirkelrand. Kleef met fotolijm op het raam.

Aan de muur: Knip de rozet uit goudpapier zonder de stippelvakjes uit te knippen. Verklein het patroon tot 13,5 cm. Knip de verkleinde rozet uit kerstrood papier en knip ook de stippelvakjes uit. Plak de rozetten in het midden op elkaar vast en daarna de randen. Neem kerstrood kaartkarton van 17×17 cm. Snijd een cirkel 0 14cm uit. Plak de rozetten achter de rand. Bevestig het geheel eerst op crèmekleurig kaartkarton van 19×18 cm en daarna op donkerrood van 24×19 cm. Hang hem met een dunne draad in de bovenhoeken aan de muur.

ROZET 2

is klein maar fijn, geknipt uit 10x10cm, past op of in een dubbele kaart van 1 3×13 cm.
Mooi geworden? Fijn! Teken nu je eigen patroon, het lukt altijd. Knippen uit een kwartcirkel gaat sneller. Kies dan dun papier en zet je tekening goed vast. Succes!

Eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2008-3

Verstoppertje spelen

Een leuk spel, verstoppen! Verstop nu niet jezelf maar je naam. Gebruik daarvoor een potplant met ranken en blaadjes en een bloem. Is jouw naambladwijzer klaar, maak er dan één voor al je dierbaren, vrienden en vriendinnen. Ze moeten echt even zoeken voor ze in het knipwerk hun eigen naam ontdekken. Succes verzekerd!

VOORBEREIDING
Begin niet te klein, dat kan later altijd nog. Vouw een strook knippapier van 18×6 cm dubbel tot 18×3 cm.
Teken een rand van 1 cm breedte aan boven- en onderkant en van 0,5 cm aan de open zijkant (x). Tussen randen en vouw verschijnt een (halve) bloempot met je naam op de vouw. Maak ‘kwast’letters, d.w.z. alsof je ze met een brede kwast schildert. Gebruik hulplijntjes om de letters dezelfde maat te geven. Zorg ervoor dat ranken en bladeren de letters raken. Dit zijn de verbindingspunten, die je bij het uitknippen heel moet laten. Fantaseer in bloem bovenaan. Doe nietjes in de buitenranden en op weg te knippen plekken.

 

HET KNIPPEN
Knip de ‘rondjes’ uit de a en de e. Knip bij de vouw de kleine stukjes tussen de letters weg, maar niet de onderkant. Knip langs de bovenkant van de letters, laat daarbij de verbindingen met de blaadjes heel! Knip tussen de ranken en tot slot de hele buitenkant.

HET OPPLAKKEN
Snijd kaartkarton van 18×6 cm in een afstekende kleur. Doe enkele kleine tipjes behangplaksel achter de bloempot. Leg je knipwerk op de kartonstrook en druk de bloempot vast met keukenpapier. Wacht even tot de lijm droog is.
Til vervolgens het knipwerk naar je toe, tip wat lijm tot ongeveer de helft van je naam. Plak vast. Til de rest op en plak vast.


AFWERKEN
Het mooist is het om je ‘naamwijzer’ na droging te sealen of af te dekken met doorzichtig plakplastic. Liever puur papier? Kietel dan met een satéprikker overal een miniem tipje lijm onder en druk vast en droog elk plekje direct.

LETTERPOST
Verstuur eens een kaart met letters.
Vouw 10×6 cm papier tot 10×3 cm. Teken aan de vouw een ½ hart of
½ bloempot en dan een woord naar keuze, bv. HOI, KUS, DOEI, DAG, KOM, LIEF. Bovenaan zet je een ½ bloem, een vlag, een koffiebeker. (Dat worden dus na uitknippen: 2 vlaggen en 2 koffiebekers!).

Letterknipsels plak je op een kaart van 15×10,5(21) cm en verstuur je liefst in een zelfgemaakte envelop.

Knipmerklap

Vele kleintjes maken één grote.

Op de eerste lessen oefen je de kniptechniek ‘draai het papier, knip met de schaar’ door het knippen van een hartje, een vlinder en een spar. Later komen daar zwaantjes bij en letters. Je ontdekt dat er veel dingen zijn die je uit een gevouwen papiertje kunt knippen. Voor deze knipmerklap breng je alle figuren samen.

Begin met een vel zwart/wit knippapier formaat A4. Teken met passer en liniaal de cirkels en
rechthoeken op de witte kant of vergroot onderstaande tekening tot A4. De brede letters teken je eerst op transparant papier. Dat leg je omgekeerd op je witte papier en je trekt de letters over in spiegelbeeld. Vouw het knipvel om over de lijn a. met de zwarte kant naar binnen. Je ziet nu halve cirkels 1 en 2 en een halve rechthoek 3.
Nu komt het knipwerk.
Cirkel 1: Het hart zit op twee plaatsen vast, opzij en onder, aan de rand van de halve cirkel. Maak nog enkele verbindingen met de rand. Sla die punten over met knippen: het hart ‘hangt’ daarmee aan de rand.
Cirkel 2: Voor de ster is het papier nog een paar maal extra gevouwen. Gebruik ev. een los geknipte ster als mal. Let op dat de punten aan de rand vastzitten.
Rechthoek 3: Slechts één zwaan en uitgeknipte golfjes leveren het knipsel in deze rechthoek op.

Zo werk je verder door de vouwlijn b te gebruiken voor de figuren 4,5 en 6. Het leukste resultaat krijg je door je eigen figuren te knippen!

De letters zijn geknipt volgens de ‘brievenbus’ manier. Knip eerst alle rondjes uit de letters. Knip dan de zijkanten en onderkant van het langwerpige lettervak open. Knip de letters nu verder één voor één uit, maar haal niets van de onderkanten af! Zo blijven ze ‘hangen’ aan de bovenkant en lijken, na inlijsten of opplakken, op de onderkant te staan.

Voor versieren van rand en middenstuk maak je vouwen op de versierlijnen c en d. Tot slot knip je je naam of initialen en je eerste grote knipwerk is klaar.

 

.