Categoriearchief: ideëen

Knippen en vouwen

Deze techniek is al oud en werd al in de 19e eeuw in Noord Drenthe toegepast bij het maken van een klokkenkleedje, die de staartklok tegen stof in het uurwerk moest beschermen. Door middel van knippen en omvouwen kunnen leuke patronen gemaakt worden in het papier. Nu is deze techniek weer helemaal terug onder de naam lacé of incire en er zijn volop mallen en voorgedrukte patronen te koop. Toch is het veel leuker om zelf aan de slag te gaan en eigen toepassingen te maken. Het eenvoudigste patroon is een regelmatige rij evenwijdige knippen die daarna omgevouwen worden. Vouw het papier dubbel, teken tegen de vouw op regelmatige afstand een even aantal schuinlopende evenwijdige lijnen, knip deze in, vouw het papier open en vouw de geknipte strookjes om.


Het patroon verandert bij een andere lengte of afstand van de lijnen of bij een andere hoek waaronder geknipt wordt. Deze patronen kunnen gebruikt worden als versiering op een boekenlegger, kerstboom of kerstklok. Ook een kaart kan op deze wijze versierd worden, snij de lijnen dan met een mesje langs een liniaal in de kaart. Gebruik voor deze techniek origamipapier, waarvan iedere zijde een andere kleur heeft of duokarton. De geknipte modellen van origami papier kunnen op een kaart in een afstekende kleur geplakt worden. De gesneden modellen van duokarton zijn leuk om aan een draadje in de kerstboom te hangen of voor het raam.

Kerstboom
De boom is gemaakt van dubbel origami papier van 12 x 8 cm en heeft drie vouwlijnen, waarin de versieringen geknipt worden. Knip uit dubbelgevouwen papier een halve kerstboom (1).
Knip in de middenvouw de versieringen; de lijnen inknippen, het gearceerde gedeelte uitknippen (2).

Vouw de boom open en vouw dan de linker- en rechteronderpunt om tot de middenvouw. Knip vanuit deze twee vouwen de versiering in (3). Vouw alles terug en vouw de geknipte strookjes om. Plak de boom op een kaart, maar plak de gevouwen puntjes niet vast (4).

Kerstster
De ster is gemaakt van dubbel origami papier van 15 x 15 cm. Neem een vierkant stuk papier, vouw dat drie maal schuin, zie afb. 5, 6, 7. Knip vanaf de open kant het gearceerde gedeelte weg en vanuit de vouwen de gearceerde puntjes.
De lijnen inknippen, (8).


Na het openvouwen van de ster moeten de geknipte lijnen omgevouwen worden. Met een grote scherpe schaar is het mogelijk om in één keer door alle lagen heen te knippen. Een andere mogelijkheid is om de ster eerst open te vouwen en dan vouw voor vouw te bewerken. De ster kan op een vierkante kaart geplakt worden of aan een draad voor het raam gehangen worden.

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2002-4

Mandala’s II

Samenstelling Maruscha Gaasenbeek-Hensen

afb. 1, 2 en 3 geknipt door Willy Westera Sandbergen uit Zwitserland. Ze heeft ze ontworpen met een passer.

A. Op internet is veel te vinden over mandala’s: van eenvoudige voorbeelden tot complete tekencursussen en van korte uitleg tot uitgebreide teksten. Anneke Tobbe-Langstraat schrijft o.a.: Zoals zovele Oosterse kennis is overgewaaid naar het Westen (en andersom) is dit ook zo met het gebruik van de Mandala als inzichtbrengend of helend beeld. De essentie van de Oosterse Mandala, een weergave van de oneindige kosmos, wordt op een meer Westerse wijze toegepast, een weergave van de eigen persoonlijkheid. Door de gebruikte symbolen en kleuren geeft het aan hoe je op dit moment in het leven staat.

afb. 3

Tekenend (voor ons dus Knippend, red.) wordt binnen de ruimte van de oneindige cirkel contact gemaakt met onze innerlijke kern.

afb. 4, Middeleeuws steenhouwerssymbool, Duitsland.

afb. 5, Roosvenster, Reims, Frankrijk, 13de eeuw

afb. 6, Zonnerad, Gotland, Zweden, 6de eeuw

B Kijk eens op de volgende sites. Ze zijn zeer de moeite waard:
www.kleurplatenenzo.nl
www.kids.flevoland.to
www.juf-hannah.nl
En als je alles wilt zien ga je naar: mandala.startpagina.nl

C Tips voor je begint met ontwerpen:
*Zet ontspannende muziek op
*Ga zitten waar je niet gestoord kunt worden
*Breng je gedachten tot rust
*Sluit je ogen en concentreer je op wat je gaat doen

D Wanneer je een mandala gaat opzetten maak je gebruik van verdelingen, hulplijnen- en cirkels. Met hulp van passer en liniaal worden ze op papier gezet. Daarbinnen kun je met de hand allerlei figuren invoegen: rozetvormen, bloemmotieven, knopen, vrije bewegingen, vlechtwerk enzovoort. Je kunt een motief herhalen, spiegelen, roteren net wat je gevoel je ingeeft. Maak de eerste mandala’s niet te ingewikkeld. Na het vrije tekenen komt voor ons knippers het verstand: hoe blijft alles heel? Maak in het begin je lijnen breder, zodat ze makkelijker te knippen zijn. Geef speciaal aandacht aan de kruisingen: laat de lijnen daar goed doorlopen. Ook gevulde vlakken zijn mooi! Als alles uitgeknipt is, bekijk je het resultaat. Is het zo naar je zin dan ben je klaar.
Wil je verder dan kun je voor invulling gekleurd papier achter je open vakken plakken. Blader daarvoor nog eens terug naar de afbeeldingen A en B in het artikel over Fan Pu, jubileum Knip-Pers, juni 2008. Ook inkleuren met potlood is een mogelijkheid die leuk is om uit te proberen. Volg vooral je gevoel en geniet van het creëren.

afb. 7, Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel, mandala met spreuk. De paardenkoetsen symboliseren de Enkhuizer harddraverijdag, die ieder jaar in september gehouden wordt.

Deze 2 mandala’s zijn geknipt door Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel.

afb. 8, Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel, mandala gemaakt in 1994, voorstellend de Enkhuizer Maagd (uit het stadswapen). De rand is gemaakt naar voorbeeld van het Staverse Poortje in Enkhuizen. Het kijkt uit op het IJsselmeer.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-2

Mandala’s I

Samenstelling Maruscha Gaasenbeek-Hensen

In ‘Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal’ staat bij mandala: cirkel of veelhoekige figuur met mystische (= verborgen of raadselachtige) betekenis bij de boeddhisten, hulpmiddel bij de meditatie, in de Knip-Pers van september 2001 geeft het artikel ‘Symboliek in de mandala’ geschreven door Rieny van Beek veel informatie over dit onderwerp.

afb. 1, knipwerk D. den Haan, 14,5 cm

A. Janna van Zuijlen gaf tijdens de kadercursus Papierknippen Orvelte 2002 een bijzonder plezierige les: het zelf tekenen en knippen van mandala’s. Haar cursusboek ‘Rozetten` op aanvraag te koop, biedt alles van die les. De schrijfster merkt op dat mandalatekeningen vaak spontaan ontstaan. Bij mandala’s knippen moet echter worden nagedacht, want het knipwerk moet heel blijven (1) en het gebruik van kleur is beperkt! De Zwitserse psychiater Carl Jung beschrijft in zijn boek ‘De mens en zijn symbolen’ het roosvenster als een van de meest schitterende voorbeelden van een mandala, die in de Europese, christelijke traditie uitdrukking geeft aan het eeuwigheidbesef dat de mens heeft van het universum en zichzelf. Met de vele voorbeelden (2) en duidelijke rekentabel is dit prima werkboek van Janna een goede start voor een ontdekkingsreis naar eigen mandala’s.

B. In het prachtige boek “Energie en kracht door MANDALA’S” samengesteld doot Marion en Werner K”stenmacher (uitgeverij Elmar) staan bijna 200 verschillende mandala’s om zelf in te kleuren. Er zijn ornamenten in afgebeeld uit 60 eeuwen. Elke afbeelding gaat vergezeld van een korte bijpasende tekst. Voor knippers kan dit boek een inspiratiebron zijn: om de getoonde motieven te knippen en met gekleurd papier in te vullen; om die motieven als basis voor eigen ontdekkingen te gebruiken.

Uit het voorwoord: “Dit boek over Mandala’s is zelf ook een soort Mandala. Het is het resultaat van een spannende reis naar binnen, die ons door stapels kunstboeken en ornamentenverzamelingen heeft gevoerd. Een reis, waarvan je nooit kunt zeggen dat hij afgelopen is. Als in de nimmer eindige cirkel van een mandala draaien wij – samen met kunstenaars uit verschillende perioden en culturen – rondom een soms niet zichtbaar maar altijd voelbaar Centrum.’

afb. 3

Pompeji (afb. 3).
Het eerste teken van innerlijke kalmte is, dunkt mij even te kunnen stilhouden en bij jezelf blijven (Uitspraak van Seneca). Alle mozaïeken in Pompeji lagen bedolven onder metersdikke lava. Maar de vulkaanuitbarsting in 78 na Chr. heeft wel de schoonheid en de kleuren van de kustzinnige ornamenten geconserveerd. Mandala’s helpen onze hectische tijdgenoten hun bedolven gaven en kennis bloot te leggen.

afb. 4

Ashanti-gravure (afb. 4) in een deksel van messing, Ghana, Afrika. In deze eenvoudige decoratie zit een meervoudige getalssymboliek verborgen. Van binnen naar buiten: ster met 10 stralen; 11-puntige stralenkrans; 5 wegen elk met 9 treden met daartussen 7 golven.
Deze veelvoud aan elementen kun je opvatten als een uitbeelding van het leven in een Afrikaanse gemeenschap.

C. Wie kijkt op internet vindt onder ‘mandala’ een heel scala aan site’s met voorbeelden, cursussen, kant-en-klare mandala’s, spirituele omschrijvingen, kortom veel informatie waarvan hier een piepkleine selectie:

www.mandala.nl
Lesgeefster Hannie de Jong in mandala tekenen met als uitgangspunt cirkels en andere geometrische figuren (Tibet, India), spiralen en randmotieven (Griekse vazen en beelden), stervormig vlechtwerk (Islamitische kunst), knoop- en vlechtwerk (oude Kelten), cirkelvormig Indiaans tekenwerk (Indianen), mandala-invloed in Westerse architectuur, bijvoorbeeld in rozetvensters van kathedralen en verder allerlei vormen van de natuur bloemen, huidtekeningen, doorsneden van vruchten, slakken en schelpen, enz.

www.schoolplaten.com
Gratis te downloaden mandala’s om zelf in te kleuren of, na eigen bewerking, te knippen. Je komt nog eens op een idee! (afb. 5, 6 en 7).

 

afb. 5

afb. 6

afb. 7

D. Patchworkmodellen en quiltpatronen zijn vaak gebaseerd op natuurlijke vormen als bloemen, bladeren, schelpen enz. Als uitgangspunt voor je eigen ontwerpen zijn ze heel geschikt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de opbouw van de vorm en de wijze van kleurgebruik. Bij 2x gevouwen papier is een kwart tekening (afb. 8) voor sommige ontwerpen voldoende. Meer keren gevouwen papier geeft bij dunne kniplijnen soms problemen. Voor patronen met over de as doorlopende schuine lijnen moet je een enkel vel papier gebruiken (afb. 9). Leg in dat geval twee of drie vellen op elkaar. Je krijgt dan meerdere dezelfde of gespiegelde knipsels, die je op verschillende wijze kunt afwerken.

afb. 8, “doorpit” patroon, kwart

afb. 9, “doorpit” patroon voor heel vel papier

afb. 10, knipwerk M. Gaasenbeek

aafb. 11, patchworkpatroon wandkleedje van de Klucht

Zonder achtergrond, met kleine puntjes in een passe-partout geplakt, geeft een kwetsbaar, maar wel prachtig resultaat. Wil je wel een achtergrond dan kun je kiezen uit meerdere kleuren of één kleur. Verbaas je over het effect bij vulling met verschillende kleuren van steeds hetzelfde knipsel! Begin je tekenwerk met een strakke, niet uit de vrije hand gemaakte, cirkel, zeshoek of wat je wilt. Of je nu een eenvoudige (afb. 11) of meer ingewikkelde ( afb. 12) vorm maakt, probeer altijd evenwicht te creëren. Zorg dat er overal verbindingen zijn, in lijn of vlak. Zo wordt je knipwerk altijd één geheel. (De in dit artikel geplaatste, verkleinde afbeeldingen zijn slechts bedoeld als ondersteuning van de tekst, niet als patroon.)

afb. 11, Pa Ndau patroon -Z.O.Azië

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-1

Knip Idee, contour

 

In de vorige Knip-Pers vroegen we naar leuke knip-ideeën. En jawel, van Marga Stringer ontvingen we een erg leuk idee om eens te proberen. Het is de bedoeling om binnen een gegeven omtrek figuren te maken.

Het zou bijvoorbeeld een vlinder, een hart of een cirkel kunnen zijn. Deze omtrek (links bovenaan) vond Marga in haar Franse knipboek. Iedereen kan de afmeting van de omtrek natuurlijk groter of kleiner maken. Veel succes!

Dit is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-1

Déchirure, Knip-Pers 2008-2

Door Elly Stroucken

Het heeft mij altijd gefrappeerd dat overal ter wereld mensen, onafhankelijk van elkaar, dezelfde dingen uitvinden, weliswaar niet altijd op hetzelfde tijdstip, maar toch…

Denk aan de boekdrukkunst, of (dichter bij huis) de techniek om dubbelgevouwen te knippen. Het mooie effect hiervan ontdekte men in Polen zowel als in Zwitserland en overal ter wereld… Het bewijst weer eens dat wij mensen in principe allemaal hetzelfde zijn!

In ‘Vrij Nederland’ van 22 maart 2008 vond ik weer een treffend bewijs. Het blad wijdde een groot artikel aan de (duivels)kunstenaar Willem van Malsen (1940-2005). Het artikel was rijkelijk geïllustreerd met onder andere twee afbeeldingen (afb. 1) van wat de kunstenaar noemde: een ‘déchirure’(in het Franse woordenboek staat hierachter: scheur).
Nu wil het geval dat een aantal jaren geleden iemand mij vertelde over een kunstenaar die twee portretten van zijn kinderen gemaakt had in een bijzondere techniek. Uit zijn uitleg kon ik niet wijs worden, maar ik schreef de naam van de kunstenaar (Willem van Malsen!) in mijn agenda en besloot het één en ander uit te zoeken. Maar daar kwam niets van…

Tot ik dus dit artikel tegenkwam, en waarom schokt mij dat nu zo? In 1993 hielden Narda Wilken, Carien Carton en ik een tentoonstelling in Driebergen. Het was de eerste keer dat ik alleen gekleurd werk (collages) tentoonstelde. Mijn zoon Dennis (mimespeler en acteur) zou de tentoonstelling openen. Hij had een prachtige act bedacht (hij had zich helemaal in papier gewikkeld en ‘knipte zichzelf open’ met een schaar); daarna zou hij een knipwerk onthullen dat op een ezel stond. Hij wist niet dat het een portret van hem zelf was in één van zijn clowns-acts (afb. 2). Dat portret moest natuurlijk ook in kleur zijn. Na veel piekeren werd dit dus wat Willem van Malsen een ‘déchirure’ noemde!

Ik heb er later nog één van kleinzoon Buster gemaakt (fb. 3) en daar is het wat déchirures betreft voor mij bij gebleven!

Afmetingen:
afb 1. Willem van Malsen
afb. 2 Elly Stroucken 40 x 50cm
afb. 3 Elly Stroucken, 40 x 50 cm

Hartebrieven

Als er naar onze eerste kennismaking met het papierknippen gevraagd wordt, gaat de herinnering vaak terug tot het eindeloos kleedjes knippen in de kinderjaren. Was het zo dat we, bij gebrek aan beter en gebrek aan speelgoed in de oorlogsjaren, dan maar gingen knippen? Of viel onze jeugd toevallig in een oorlogstijd en maakt iedereen even wel zo’n papieren periode door? We knipten heel eenvoudig, eigenlijk alleen rondjes, vierkantjes en maantjes uit een paar maal gevouwen papier. Maar toch! Terwijl er zo oneindig veel meer van te maken is en het resultaat geknipt is om te gebruiken als een heel persoonlijke ondergrond van je handschrift.

Toén was de spanning: het zo lang mogelijk wachten met openvouwen om de verrassing zo groot mogelijk te maken. Dan de verbazing. Ook nú verbaas ik me steeds weer en steeds meer over de varianten die bedacht worden en het verrassende effect bij het openvouwen. Soms zijn het heel gedetailleerd bewerkte hartebrieven, ik bedoel dat het hele vel gebruikt is. Maar behalve het hele vel tot hartebrief te knippen, kan ook alleen de rand of alleen het hart van de brief ‘uitgeknipt’ worden. Een brief wissel je uit, een hartebrief dus ook.

Maak eens een Hartebrief!
Magda Helms

hartebief door B. van Weperen-de Vries, 18 juli 1992

eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1993-3

Spirelli-kaarten

door Rieny van Beek

Wie graag bezig is met kaarten maken, is steeds op zoek naar nieuwe technieken. Een leuke en gemakkelijke techniek is spirelli. Hiervoor zijn spirellikaarten nodig en garen. De spirelli-stanskaarten zijn in de hobbywinkel te koop, maar kunnen ook heel gemakkelijk zelf gemaakt worden van kaartenkarton. Op deze bladzijde staan drie patronen, die daarvoor gebruikt kunnen worden.

Maak een kopie van de patronen, knip ze ruim uit en plak ieder patroon met verwijderbaar plakband (Scotch blue removable tape) op een stukje kaartenkarton. Nu moeten de puntjes uitgesneden worden. Gebruik daarvoor een ijzeren lineaal en atbreekmesje en werk op een snijmat. Snij eerst alle lijnen aan de ene kant van het puntje en daarna alle lijnen aan de andere kant. Snij steeds van binnen naar buiten. Is alles netjes gesneden dan valt de spirelli zo uit het karton.

 

Nu wordt de spirelli versierd met draad. Gebruik daarvoor goud- of zilverdraad of gekleurd draad met een glinstering, Neem de grote ronde spirelli. Plak het uiteinde van de draad aan de achterzijde met plakband vast en haal de draad tussen twee puntjes door naar voren. Tel zeven puntjes verder en leg de draad naar achteren, wikkel hem om de spirelli en haal hem één puntje verder weer naar voren, daarna zeven puntjes verder weer naar achteren. Ga zo door tot de hele spirelli omwikkeld is. Bij de laatste wikkel wordt de draad weer aan de achterzijde met plakband vastgezet.

Bij de kleine ronde spirelli ontstaat een kleine opening in het midden. Dit komt omdat er bij het wikkelen dertien puntjes zijn overgeslagen. Bij de ovale spirelli zijn er steeds negen puntjes overgeslagen. Hoe minder puntjes er worden overgeslagen, hoe groter de opening in het midden.

Van de verschillende modellen spirelli’s zijn leuke kaarten te maken in combinatie met knipwerk. De grote ronde spirelli kan in het midden versierd worden met een bloemenknipsel. Onder de spirelli zijn twee halve cirkels geplakt in een afstekende kleur. Versier de ovale spirelli met een langwerpig knipsel zoals een levensboompje of een vormsnoeiboompje in pot. Wikkel de kleine ronde spirelli met gouddraad, knip een vlinder en plak er goudpapier onder. Plak alleen het lijfje van de vlinder Vast in het midden van de spirelli en zet de vleugels iets omhoog. Onder de spirelli is een cirkel in een afstekende kleur geplakt.