Categoriearchief: ideëen

Koningsdagvlagjes

Versier je straat met koningsdagvlaggetjes!

Frederike Jeurink maakte een ontwerp voor je.
Vouw een A4 papier (wat uit de printer komt) dubbel en teken ongeveer de grote kroon na.

Voor de twee achterste stukjes kroon vouw je maar de helft van het papier, zodat je ze tegelijk kan uitknippen.

 

Knip eerst de kleinste gaten uit, daarna de grote kroon.
Hier vind je een PDF van het vouwmodel.

Tip: als je er een uitgeknipt hebt, kan je de volgende overtrekken door met je potlood de uitgeknipte vorm na te trekken.
Zo hoef je er maar één uit te printen.

Tip 2: Maak ook iets leuks van de uitgeknipte kronen. Die kan je ook opplakken op een gekleurd vel, zo maak je twee vlaggen uit één knipsel.

Plak het witte vel op een oranje vel en maak een er een gezellige slinger mee.
Veel plezier!

knippen voor Koningsdag

Frederike Jeurink knipt oranje kroonsterren voor Koningsdag.
Je kan ze op vlaggetjes of op je raam plakken, lekker feestelijk!
Knip je mee?


Voor Koningsdag nemen we natuurlijk oranje papier.
We beginnen met een vierkant.

 

 

Je vouwt het blaadje dubbel, van hoekpunt naar hoekpunt, zodat je een driehoek krijgt.

Die vouw je nog een keer dubbel,
nóg een keer
en nóg een keertje.
Kijk maar op de foto naar het voorbeeld.

Neem deze tekening over op je vouwsel en knip langs de lijntjes.
Je kan telkens vanaf de vouw knippen.

Vouw je knipwerkje open en kijk, daar zijn de koningsdagsterren!

 

 

Kerst Kniptip

Door Lies Markus

Kerstmis lijkt nog ver van ons vandaan, maar degenen onder ons die besloten hebben nu ECHT dit jaar eens zelf kerstkaarten te gaan maken, zullen wel merken dat men het beste al in deze tijd kan beginnen. Hoe dichter bij de feestdagen, hoe minder tijd en enthousiasme er overblijft. Hierboven ziet u enkele zeer eenvoudige voorbeelden, zoals uzelf ook wel in boeken en reclamefolders kunt vinden, maar het gaat nu meer over de toepassing ervan.

Lies Markus

U kunt bv. een aantal kerstboompjes schuin over elkaar heen plakken of in waaiervorm. Leuk om hier bij kleuren toe te passen. Als de bomen steeds kleiner achter elkaar geplakt worden, suggereren ze perspectief. Telkens een klein randje verschuiven staat ook leuk en geeft schaduweffect.

Men kan hetzelfde ook uithalen net andere kerstfiguren, zoals ballen, kaarsen, kerstmannetjes etc. Ook kam men de figuren van binnen uitknippen en daar iets anders in- of achterplakken, zie de voorbeelden. Het hangt van uw fantasie af, welke variatie u maakt.

Vergeet vooral niet gebruik te maken van de “negatieven”, dat zijn de heel gebleven overgeschoten stukjes papier waar u iets uitgeknipt hebt. Ook die geven vaak verrassende resultaten.

Lies Markus

Nog een tip van een onzer leden, mevrouw B. Lieffering: Knipt u het liefst uit tweezijdig zwart papier, maar is dat soms wat moeilijk voor uw ogen: speld of maak dan met paperclipsen een stukje heel dun wit papier (vloei- of doorslagpapier) vast op het door u te bewerken stuk zwarte papier. Eerst het binnenstuk uitknippen en dan pas de rand. Veel knipplezier…

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-3

Kerst-lantaarntje

In het Knipselmuseum Westerbork leerde Wil Schenkel van een bezoeker een envelop-truuk met geknipt zwaantje, Speciaal voor mijn kerstcursus maakte ik daarop de variant met geknipte kaarsjes:

  1. Neem een blanco envelop Plak haar dicht Vouw dubbel (1)
  2. Neem een stevige schaar Knip (of teken eerst) in de zijkant van boven naar beneden een halve kaars en knip weer terug naar boven een half ovaal (2)
  3. Doe ook zo aan de andere vouwkant (3)

Knip tot slot van boven- en onderkant van de envelop 2 mm af. Vouw open en plaats een waxinelichtje of korte kaars in het midden Zo maak je een gezellige kersttafelverlichting

Door Maruscha Gaasenbeek
Dese tip verscheen eerder in Knip-Pers 1994-4

Koekplanken

Door Wies Palma

December is de maand van verschillende feesten met eigen oorsprong en tradities. Een van de culinaire tradities is het bakken van speculaas. Hoewel dit tegenwoordig machinaal gebeurt, kent ieder de koek- en speculaasplanken, ook wel prenten genoemd: houten planken. waaruit allerlei motieven werden gesneden door handwerklieden of door de bakker zelf, het snijden van koekplanken behoorde zelfs lange tijd tot de bakkersgildeproef.

Wies Palma, samen 40 x 30 cm

En hoewel in de ons omringende landen de taai- en speculaasvormen niet onbekend zijn, is dit prentenboek van de bakker nergens zo opgebloeid als in ons land.

 

Wies Palma, 42 x 9,5 cm

Deze speculaasvormen inspireerden mij tot het knippen van de hierbij afgebeelde koekplanken. In de plank met kleine vormen zijn originele elementen verwerkt; de vrijer en vrijster zijn geheel eigen ontwerp. Ik knipte de “planken’ uit zwart papier en plakte ze vervolgens op goudkarton, waarmee ik verband wilde leggen tussen het ontwerp en het koekvergulden, zoals dat in de Camera Obscura zo genoeglijk beschreven wordt.

Oer-Hollandse gezelligheid vierde hoogtij op zo’n avond, waar de koeken werden “verguld” met verguldsel, water, een penseel en een konijnenstaartje. Dit laatste voor het vastdrukken van het opgelegde “goud’. Tegenwoordig bestaat het koekversieren: een taaipop versieren met gekleurde zoetigheden.

De koek- en speculaasplank behoorde eeuwenlang tot de gebruiksvoorwerpen van de bakker, het meest rondom Sinterklaas, Kerst en Driekoningen. Het grootste gedeelte van het jaar lagen de vormen ongebruikt op de zolder van de bakkerij en dat was de periode dat de houtworm toesloeg. Veel van deze aangetaste koekplanken verdwenen in de bakkersoven! Gelukkig zijn ook veel planken gespaard gebleven en hiermee een stukje oude volkskunst. De vormen in de planken zijn velerlei: dieren, ambachten, molens schepen, rijtuigen, ruiters, historische figuren, meubels, gebruiksvoorwerpen. symbolen enzovoort.

In de vormen zit waarschijnlijk nog een stukje heidense symboliek (dierenoffers), later gevolgd door christelijke symbolen, bijbelse taferelen en vormen ontleend aan het dagelijks leven. Veel voorkomende figuren waren de vrijer, vrijster, waarschijnlijk ook symbolische figuren.

Aardig om te vermelden is dat het woord speculaas afkomstig is van het latijnse “specula”, hetgeen “spiegels” betekent. De gebakken speculaas is immers een spiegelbeeld van de figuur in de plank.

 

 

 

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Knip-tips van Elly, Nel en Bep

Door Elly Nannenga, verschuiven:
Knip uit dubbelgevouwen papier (zwart met witte achterkant, of effen gekleurd, waar van de beide kanten verschillend van tint zijn) een motief, dat via de erom heen geknipte rand op de vouw aan elkaar blijft. Vervolgens openvouwen en een nieuwe vouw, net iets naar links of rechts van de eerste vouw maken. Zo dubbelgeklapt (de contrasterende binnenkant geeft nu een nieuw contour) op een andere contrasterende ondergrond leggen (goud, zilver of gekleurd). Uw motief heeft nu een lichte rand (of indien u de vouw naar de andere kant maakt een donkere rand. Natuurlijk kunt u de beide knipsels ook los van elkaar, iets verschoven ten opzichte van elkaar, opplakken. In dat geval is een schuine verplaatsing aardig. Meer verschuiven met de goede kanten voor is ook leuk (soms).

Elly Nannenga-Bremekamp

Door Nel Bouwmeester-Kuppens, Letters knippen:
In het Knip-Pers 1987-3 stond een tip voor het overbrengen van letters op zwart papier met witte achterzijde. Alle lof voor deze gemakkelijke manier. Een snellere bestaat er niet! Mijn ervaring met carbon is echter dat het zo vreselijk afgeeft aan de vingers tijdens het knippen.

Een andere manier om letters en cijfers over te brengen is als volgt; Op een stukje doorzichtig patronenpapier schrijf ik mijn tekst met een zacht potlood. Ik leg het omgekeerd, zodat de tekst nu in spiegelbeeld doorschijnt, op de witte achterzijde van het te knippen papier en ga met een harder potlood over de letters in spiegelschrift schrijven. Zo komt de tekst ook heel duidelijk over. Deze methode is iets meer werk, maar bevalt mij prima.n

Door Bep Lieffering, Knippen met tweezijdig zwart papier:
Knipt u het liefst uit tweezijdig zwart papier, plak dan een evengroot dun velletje wit papier op de vier hoekjes aan elkaar vast (een speldepuntje lijm slechts). Dus niet met speld of paperclip (dat zou bobbelen en schuiven) zoals in Knip-Pers 1987-3 stond. Met lijm gaat het uitstekend en bovendien kan het witte papiertje gebruikt worden voor hulplijn of andere steuntjes.

Graag reakties, aanvullingen of NIEUWE TIPS aan ons redaktieadres, het ei van Columbus moet al weer versierd worden, voor u het weet!

Deze tips zijn eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Leer ziende knippen

Door Ans Miechels

Ans Miechels, winkeltje op Kreta, 30 x 20 cm

Met een variatie op de titel van het boekje van mevrouw Kerp “Leer Knippende Zien”, zou je ook kunnen zeggen: Leer ziende knippen.

Ans Miechels, raam in Lissabon, 26 x 17 cm

Nu het binnenkort weer vakantie is kan je, waar je ook bent en om je heen kijkt, veel onderwerpen zien die met papier en schaartje in een knipsel vertaald zouden kunnen worden. Door bewuster te kijken krijg je een voor het knippen geoefend oog en zie je dingen, waaraan je misschien vroeger achteloos voorbij zou zijn gegaan – met als belangrijkste feit een verruiming van je thema’s, aanvulling van onderwerpen en dergelijke. Je werk wordt daardoor persoonlijker, zonder teveel invloed van buitenaf, al gebeurt dat laatste vaak onbewust en is dat praktisch niet te vermijden. Want, laten we eerlijk zijn, op de kleine regionale knipseltentoonstellingen blijkt nogal eens dat een paar bloemetjes gauw geknipt zijn, terwijl er toch zo veel meer mogelijkheden zijn.

Ans Miechels, Hek in Forcalquier (Fr.), 40 x 22 cm

Steek een schetsboekje bij je, ook al kan je niet zo goed tekenen en gebeurt dat primitief, want al tekenend zie je meer, je vergroot de intensiteit van de waarneming.

Ans Miechels, balkon in Uzès (Fr.), 21 x 20 cm

Zelf zoek ik ij voorkeur de symmetrie, omdat die zo karakteristiek is voor de knipkunst, maar natuurlijk kan het ook anders, dat kan een keuze zijn van het moment. Maak notities, eventueel nog een foto ter ondersteuning. Het zijn dingen die van nut kunnen zijn om ‘ziende te leren knippen’.

Ans Miechels, Griekse duiventil op Tinos, 36 x 26 cm

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-2

Knippen en vouwen

Deze techniek is al oud en werd al in de 19e eeuw in Noord Drenthe toegepast bij het maken van een klokkenkleedje, die de staartklok tegen stof in het uurwerk moest beschermen. Door middel van knippen en omvouwen kunnen leuke patronen gemaakt worden in het papier. Nu is deze techniek weer helemaal terug onder de naam lacé of incire en er zijn volop mallen en voorgedrukte patronen te koop. Toch is het veel leuker om zelf aan de slag te gaan en eigen toepassingen te maken. Het eenvoudigste patroon is een regelmatige rij evenwijdige knippen die daarna omgevouwen worden. Vouw het papier dubbel, teken tegen de vouw op regelmatige afstand een even aantal schuinlopende evenwijdige lijnen, knip deze in, vouw het papier open en vouw de geknipte strookjes om.


Het patroon verandert bij een andere lengte of afstand van de lijnen of bij een andere hoek waaronder geknipt wordt. Deze patronen kunnen gebruikt worden als versiering op een boekenlegger, kerstboom of kerstklok. Ook een kaart kan op deze wijze versierd worden, snij de lijnen dan met een mesje langs een liniaal in de kaart. Gebruik voor deze techniek origamipapier, waarvan iedere zijde een andere kleur heeft of duokarton. De geknipte modellen van origami papier kunnen op een kaart in een afstekende kleur geplakt worden. De gesneden modellen van duokarton zijn leuk om aan een draadje in de kerstboom te hangen of voor het raam.

Kerstboom
De boom is gemaakt van dubbel origami papier van 12 x 8 cm en heeft drie vouwlijnen, waarin de versieringen geknipt worden. Knip uit dubbelgevouwen papier een halve kerstboom (1).
Knip in de middenvouw de versieringen; de lijnen inknippen, het gearceerde gedeelte uitknippen (2).

Vouw de boom open en vouw dan de linker- en rechteronderpunt om tot de middenvouw. Knip vanuit deze twee vouwen de versiering in (3). Vouw alles terug en vouw de geknipte strookjes om. Plak de boom op een kaart, maar plak de gevouwen puntjes niet vast (4).

Kerstster
De ster is gemaakt van dubbel origami papier van 15 x 15 cm. Neem een vierkant stuk papier, vouw dat drie maal schuin, zie afb. 5, 6, 7. Knip vanaf de open kant het gearceerde gedeelte weg en vanuit de vouwen de gearceerde puntjes.
De lijnen inknippen, (8).


Na het openvouwen van de ster moeten de geknipte lijnen omgevouwen worden. Met een grote scherpe schaar is het mogelijk om in één keer door alle lagen heen te knippen. Een andere mogelijkheid is om de ster eerst open te vouwen en dan vouw voor vouw te bewerken. De ster kan op een vierkante kaart geplakt worden of aan een draad voor het raam gehangen worden.

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2002-4

Mandala’s II

Samenstelling Maruscha Gaasenbeek-Hensen

afb. 1, 2 en 3 geknipt door Willy Westera Sandbergen uit Zwitserland. Ze heeft ze ontworpen met een passer.

A. Op internet is veel te vinden over mandala’s: van eenvoudige voorbeelden tot complete tekencursussen en van korte uitleg tot uitgebreide teksten. Anneke Tobbe-Langstraat schrijft o.a.: Zoals zovele Oosterse kennis is overgewaaid naar het Westen (en andersom) is dit ook zo met het gebruik van de Mandala als inzichtbrengend of helend beeld. De essentie van de Oosterse Mandala, een weergave van de oneindige kosmos, wordt op een meer Westerse wijze toegepast, een weergave van de eigen persoonlijkheid. Door de gebruikte symbolen en kleuren geeft het aan hoe je op dit moment in het leven staat.

afb. 3

Tekenend (voor ons dus Knippend, red.) wordt binnen de ruimte van de oneindige cirkel contact gemaakt met onze innerlijke kern.

afb. 4, Middeleeuws steenhouwerssymbool, Duitsland.

afb. 5, Roosvenster, Reims, Frankrijk, 13de eeuw

afb. 6, Zonnerad, Gotland, Zweden, 6de eeuw

B Kijk eens op de volgende sites. Ze zijn zeer de moeite waard:
www.kleurplatenenzo.nl
www.kids.flevoland.to
www.juf-hannah.nl
En als je alles wilt zien ga je naar: mandala.startpagina.nl

C Tips voor je begint met ontwerpen:
*Zet ontspannende muziek op
*Ga zitten waar je niet gestoord kunt worden
*Breng je gedachten tot rust
*Sluit je ogen en concentreer je op wat je gaat doen

D Wanneer je een mandala gaat opzetten maak je gebruik van verdelingen, hulplijnen- en cirkels. Met hulp van passer en liniaal worden ze op papier gezet. Daarbinnen kun je met de hand allerlei figuren invoegen: rozetvormen, bloemmotieven, knopen, vrije bewegingen, vlechtwerk enzovoort. Je kunt een motief herhalen, spiegelen, roteren net wat je gevoel je ingeeft. Maak de eerste mandala’s niet te ingewikkeld. Na het vrije tekenen komt voor ons knippers het verstand: hoe blijft alles heel? Maak in het begin je lijnen breder, zodat ze makkelijker te knippen zijn. Geef speciaal aandacht aan de kruisingen: laat de lijnen daar goed doorlopen. Ook gevulde vlakken zijn mooi! Als alles uitgeknipt is, bekijk je het resultaat. Is het zo naar je zin dan ben je klaar.
Wil je verder dan kun je voor invulling gekleurd papier achter je open vakken plakken. Blader daarvoor nog eens terug naar de afbeeldingen A en B in het artikel over Fan Pu, jubileum Knip-Pers, juni 2008. Ook inkleuren met potlood is een mogelijkheid die leuk is om uit te proberen. Volg vooral je gevoel en geniet van het creëren.

afb. 7, Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel, mandala met spreuk. De paardenkoetsen symboliseren de Enkhuizer harddraverijdag, die ieder jaar in september gehouden wordt.

Deze 2 mandala’s zijn geknipt door Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel.

afb. 8, Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel, mandala gemaakt in 1994, voorstellend de Enkhuizer Maagd (uit het stadswapen). De rand is gemaakt naar voorbeeld van het Staverse Poortje in Enkhuizen. Het kijkt uit op het IJsselmeer.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-2

Mandala’s I

Samenstelling Maruscha Gaasenbeek-Hensen

In ‘Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal’ staat bij mandala: cirkel of veelhoekige figuur met mystische (= verborgen of raadselachtige) betekenis bij de boeddhisten, hulpmiddel bij de meditatie, in de Knip-Pers van september 2001 geeft het artikel ‘Symboliek in de mandala’ geschreven door Rieny van Beek veel informatie over dit onderwerp.

afb. 1, knipwerk D. den Haan, 14,5 cm

A. Janna van Zuijlen gaf tijdens de kadercursus Papierknippen Orvelte 2002 een bijzonder plezierige les: het zelf tekenen en knippen van mandala’s. Haar cursusboek ‘Rozetten` op aanvraag te koop, biedt alles van die les. De schrijfster merkt op dat mandalatekeningen vaak spontaan ontstaan. Bij mandala’s knippen moet echter worden nagedacht, want het knipwerk moet heel blijven (1) en het gebruik van kleur is beperkt! De Zwitserse psychiater Carl Jung beschrijft in zijn boek ‘De mens en zijn symbolen’ het roosvenster als een van de meest schitterende voorbeelden van een mandala, die in de Europese, christelijke traditie uitdrukking geeft aan het eeuwigheidbesef dat de mens heeft van het universum en zichzelf. Met de vele voorbeelden (2) en duidelijke rekentabel is dit prima werkboek van Janna een goede start voor een ontdekkingsreis naar eigen mandala’s.

B. In het prachtige boek “Energie en kracht door MANDALA’S” samengesteld doot Marion en Werner K”stenmacher (uitgeverij Elmar) staan bijna 200 verschillende mandala’s om zelf in te kleuren. Er zijn ornamenten in afgebeeld uit 60 eeuwen. Elke afbeelding gaat vergezeld van een korte bijpasende tekst. Voor knippers kan dit boek een inspiratiebron zijn: om de getoonde motieven te knippen en met gekleurd papier in te vullen; om die motieven als basis voor eigen ontdekkingen te gebruiken.

Uit het voorwoord: “Dit boek over Mandala’s is zelf ook een soort Mandala. Het is het resultaat van een spannende reis naar binnen, die ons door stapels kunstboeken en ornamentenverzamelingen heeft gevoerd. Een reis, waarvan je nooit kunt zeggen dat hij afgelopen is. Als in de nimmer eindige cirkel van een mandala draaien wij – samen met kunstenaars uit verschillende perioden en culturen – rondom een soms niet zichtbaar maar altijd voelbaar Centrum.’

afb. 3

Pompeji (afb. 3).
Het eerste teken van innerlijke kalmte is, dunkt mij even te kunnen stilhouden en bij jezelf blijven (Uitspraak van Seneca). Alle mozaïeken in Pompeji lagen bedolven onder metersdikke lava. Maar de vulkaanuitbarsting in 78 na Chr. heeft wel de schoonheid en de kleuren van de kustzinnige ornamenten geconserveerd. Mandala’s helpen onze hectische tijdgenoten hun bedolven gaven en kennis bloot te leggen.

afb. 4

Ashanti-gravure (afb. 4) in een deksel van messing, Ghana, Afrika. In deze eenvoudige decoratie zit een meervoudige getalssymboliek verborgen. Van binnen naar buiten: ster met 10 stralen; 11-puntige stralenkrans; 5 wegen elk met 9 treden met daartussen 7 golven.
Deze veelvoud aan elementen kun je opvatten als een uitbeelding van het leven in een Afrikaanse gemeenschap.

C. Wie kijkt op internet vindt onder ‘mandala’ een heel scala aan site’s met voorbeelden, cursussen, kant-en-klare mandala’s, spirituele omschrijvingen, kortom veel informatie waarvan hier een piepkleine selectie:

www.mandala.nl
Lesgeefster Hannie de Jong in mandala tekenen met als uitgangspunt cirkels en andere geometrische figuren (Tibet, India), spiralen en randmotieven (Griekse vazen en beelden), stervormig vlechtwerk (Islamitische kunst), knoop- en vlechtwerk (oude Kelten), cirkelvormig Indiaans tekenwerk (Indianen), mandala-invloed in Westerse architectuur, bijvoorbeeld in rozetvensters van kathedralen en verder allerlei vormen van de natuur bloemen, huidtekeningen, doorsneden van vruchten, slakken en schelpen, enz.

www.schoolplaten.com
Gratis te downloaden mandala’s om zelf in te kleuren of, na eigen bewerking, te knippen. Je komt nog eens op een idee! (afb. 5, 6 en 7).

 

afb. 5

afb. 6

afb. 7

D. Patchworkmodellen en quiltpatronen zijn vaak gebaseerd op natuurlijke vormen als bloemen, bladeren, schelpen enz. Als uitgangspunt voor je eigen ontwerpen zijn ze heel geschikt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de opbouw van de vorm en de wijze van kleurgebruik. Bij 2x gevouwen papier is een kwart tekening (afb. 8) voor sommige ontwerpen voldoende. Meer keren gevouwen papier geeft bij dunne kniplijnen soms problemen. Voor patronen met over de as doorlopende schuine lijnen moet je een enkel vel papier gebruiken (afb. 9). Leg in dat geval twee of drie vellen op elkaar. Je krijgt dan meerdere dezelfde of gespiegelde knipsels, die je op verschillende wijze kunt afwerken.

afb. 8, “doorpit” patroon, kwart

afb. 9, “doorpit” patroon voor heel vel papier

afb. 10, knipwerk M. Gaasenbeek

aafb. 11, patchworkpatroon wandkleedje van de Klucht

Zonder achtergrond, met kleine puntjes in een passe-partout geplakt, geeft een kwetsbaar, maar wel prachtig resultaat. Wil je wel een achtergrond dan kun je kiezen uit meerdere kleuren of één kleur. Verbaas je over het effect bij vulling met verschillende kleuren van steeds hetzelfde knipsel! Begin je tekenwerk met een strakke, niet uit de vrije hand gemaakte, cirkel, zeshoek of wat je wilt. Of je nu een eenvoudige (afb. 11) of meer ingewikkelde ( afb. 12) vorm maakt, probeer altijd evenwicht te creëren. Zorg dat er overal verbindingen zijn, in lijn of vlak. Zo wordt je knipwerk altijd één geheel. (De in dit artikel geplaatste, verkleinde afbeeldingen zijn slechts bedoeld als ondersteuning van de tekst, niet als patroon.)

afb. 11, Pa Ndau patroon -Z.O.Azië

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-1