Auteursarchief: admin

Boombouwsels

Door Annette Zijlstra

Het thema voor dit jaar is ‘bouwen’, daar kunnen we vast wel wat mee. En bouwen in een boom lijkt me heel spannend!
Wat je nodig hebt: papier, schaar, lijm, potlood en gum.

Hoe gaan we het doen?

  • Je tekent eerst een boom op de achterkant van het papier. Dan gum je het stuk uit waar je het bouwwerk wilt hebben. Kijk op de afbeelding. En dan teken je wat je wilt bouwen op die plek.
  • Je kunt er van alles bij bedenken: een laddertje, schommel, balkon e.d.
  • Dan knip je het uit, het is ook erg leuk als je er van ander gekleurd papier voorwerpen, dieren, mensen, planten e.d. op plakt.

In deze boom zie je het uitgegumde vak.

Deze boom is ingetekend.

Eerder gepubliceerd in Knip–Pers 2019-3

In en op het water

Door Annette Zijlstra

In de zomer is het heerlijk om bij het water te zijn, mocht het wat minder weer zijn, dan is het leuk om te knutselen.

Je hebt nodig:

  • een half A4 blauw papier
  • restjes gekleurd papier (eventueel een kaart er omheen te plakken)
  • lijm en een schaartje

Hoe je het maakt:
Het blauwe vel vouw je door de helft, de onderste helft vouw je zigzaggend.
De zigzag stelt het water voor en de bovenste helft de lucht.
Dan kan je met de restjes papier van alles knippen en plakken wat er in en op het water te vinden is, zoals een bootje, zeemeermin, vissen, eendjes, zeemonster enz.
In de lucht kan je natuurlijk wolken, vogels, of een berg enz. plakken.

Deze keer heeft Salysha (6 jaar) mee geknipt.

Tip van Salysha: “neem een groter papier, dan hoef je niet zo klein te knippen.”

Eerder gepubliceerd in de Knip-Pers 2019-2

Mandala’s II

Samenstelling Maruscha Gaasenbeek-Hensen

afb. 1, 2 en 3 geknipt door Willy Westera Sandbergen uit Zwitserland. Ze heeft ze ontworpen met een passer.

A. Op internet is veel te vinden over mandala’s: van eenvoudige voorbeelden tot complete tekencursussen en van korte uitleg tot uitgebreide teksten. Anneke Tobbe-Langstraat schrijft o.a.: Zoals zovele Oosterse kennis is overgewaaid naar het Westen (en andersom) is dit ook zo met het gebruik van de Mandala als inzichtbrengend of helend beeld. De essentie van de Oosterse Mandala, een weergave van de oneindige kosmos, wordt op een meer Westerse wijze toegepast, een weergave van de eigen persoonlijkheid. Door de gebruikte symbolen en kleuren geeft het aan hoe je op dit moment in het leven staat.

afb. 3

Tekenend (voor ons dus Knippend, red.) wordt binnen de ruimte van de oneindige cirkel contact gemaakt met onze innerlijke kern.

afb. 4, Middeleeuws steenhouwerssymbool, Duitsland.

afb. 5, Roosvenster, Reims, Frankrijk, 13de eeuw

afb. 6, Zonnerad, Gotland, Zweden, 6de eeuw

B Kijk eens op de volgende sites. Ze zijn zeer de moeite waard:
www.kleurplatenenzo.nl
www.kids.flevoland.to
www.juf-hannah.nl
En als je alles wilt zien ga je naar: mandala.startpagina.nl

C Tips voor je begint met ontwerpen:
*Zet ontspannende muziek op
*Ga zitten waar je niet gestoord kunt worden
*Breng je gedachten tot rust
*Sluit je ogen en concentreer je op wat je gaat doen

D Wanneer je een mandala gaat opzetten maak je gebruik van verdelingen, hulplijnen- en cirkels. Met hulp van passer en liniaal worden ze op papier gezet. Daarbinnen kun je met de hand allerlei figuren invoegen: rozetvormen, bloemmotieven, knopen, vrije bewegingen, vlechtwerk enzovoort. Je kunt een motief herhalen, spiegelen, roteren net wat je gevoel je ingeeft. Maak de eerste mandala’s niet te ingewikkeld. Na het vrije tekenen komt voor ons knippers het verstand: hoe blijft alles heel? Maak in het begin je lijnen breder, zodat ze makkelijker te knippen zijn. Geef speciaal aandacht aan de kruisingen: laat de lijnen daar goed doorlopen. Ook gevulde vlakken zijn mooi! Als alles uitgeknipt is, bekijk je het resultaat. Is het zo naar je zin dan ben je klaar.
Wil je verder dan kun je voor invulling gekleurd papier achter je open vakken plakken. Blader daarvoor nog eens terug naar de afbeeldingen A en B in het artikel over Fan Pu, jubileum Knip-Pers, juni 2008. Ook inkleuren met potlood is een mogelijkheid die leuk is om uit te proberen. Volg vooral je gevoel en geniet van het creëren.

afb. 7, Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel, mandala met spreuk. De paardenkoetsen symboliseren de Enkhuizer harddraverijdag, die ieder jaar in september gehouden wordt.

Deze 2 mandala’s zijn geknipt door Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel.

afb. 8, Annie Versnel-Stolp uit Hoogkarspel, mandala gemaakt in 1994, voorstellend de Enkhuizer Maagd (uit het stadswapen). De rand is gemaakt naar voorbeeld van het Staverse Poortje in Enkhuizen. Het kijkt uit op het IJsselmeer.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-2

Mandala’s I

Samenstelling Maruscha Gaasenbeek-Hensen

In ‘Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal’ staat bij mandala: cirkel of veelhoekige figuur met mystische (= verborgen of raadselachtige) betekenis bij de boeddhisten, hulpmiddel bij de meditatie, in de Knip-Pers van september 2001 geeft het artikel ‘Symboliek in de mandala’ geschreven door Rieny van Beek veel informatie over dit onderwerp.

afb. 1, knipwerk D. den Haan, 14,5 cm

A. Janna van Zuijlen gaf tijdens de kadercursus Papierknippen Orvelte 2002 een bijzonder plezierige les: het zelf tekenen en knippen van mandala’s. Haar cursusboek ‘Rozetten` op aanvraag te koop, biedt alles van die les. De schrijfster merkt op dat mandalatekeningen vaak spontaan ontstaan. Bij mandala’s knippen moet echter worden nagedacht, want het knipwerk moet heel blijven (1) en het gebruik van kleur is beperkt! De Zwitserse psychiater Carl Jung beschrijft in zijn boek ‘De mens en zijn symbolen’ het roosvenster als een van de meest schitterende voorbeelden van een mandala, die in de Europese, christelijke traditie uitdrukking geeft aan het eeuwigheidbesef dat de mens heeft van het universum en zichzelf. Met de vele voorbeelden (2) en duidelijke rekentabel is dit prima werkboek van Janna een goede start voor een ontdekkingsreis naar eigen mandala’s.

B. In het prachtige boek “Energie en kracht door MANDALA’S” samengesteld doot Marion en Werner K”stenmacher (uitgeverij Elmar) staan bijna 200 verschillende mandala’s om zelf in te kleuren. Er zijn ornamenten in afgebeeld uit 60 eeuwen. Elke afbeelding gaat vergezeld van een korte bijpasende tekst. Voor knippers kan dit boek een inspiratiebron zijn: om de getoonde motieven te knippen en met gekleurd papier in te vullen; om die motieven als basis voor eigen ontdekkingen te gebruiken.

Uit het voorwoord: “Dit boek over Mandala’s is zelf ook een soort Mandala. Het is het resultaat van een spannende reis naar binnen, die ons door stapels kunstboeken en ornamentenverzamelingen heeft gevoerd. Een reis, waarvan je nooit kunt zeggen dat hij afgelopen is. Als in de nimmer eindige cirkel van een mandala draaien wij – samen met kunstenaars uit verschillende perioden en culturen – rondom een soms niet zichtbaar maar altijd voelbaar Centrum.’

afb. 3

Pompeji (afb. 3).
Het eerste teken van innerlijke kalmte is, dunkt mij even te kunnen stilhouden en bij jezelf blijven (Uitspraak van Seneca). Alle mozaïeken in Pompeji lagen bedolven onder metersdikke lava. Maar de vulkaanuitbarsting in 78 na Chr. heeft wel de schoonheid en de kleuren van de kustzinnige ornamenten geconserveerd. Mandala’s helpen onze hectische tijdgenoten hun bedolven gaven en kennis bloot te leggen.

afb. 4

Ashanti-gravure (afb. 4) in een deksel van messing, Ghana, Afrika. In deze eenvoudige decoratie zit een meervoudige getalssymboliek verborgen. Van binnen naar buiten: ster met 10 stralen; 11-puntige stralenkrans; 5 wegen elk met 9 treden met daartussen 7 golven.
Deze veelvoud aan elementen kun je opvatten als een uitbeelding van het leven in een Afrikaanse gemeenschap.

C. Wie kijkt op internet vindt onder ‘mandala’ een heel scala aan site’s met voorbeelden, cursussen, kant-en-klare mandala’s, spirituele omschrijvingen, kortom veel informatie waarvan hier een piepkleine selectie:

www.mandala.nl
Lesgeefster Hannie de Jong in mandala tekenen met als uitgangspunt cirkels en andere geometrische figuren (Tibet, India), spiralen en randmotieven (Griekse vazen en beelden), stervormig vlechtwerk (Islamitische kunst), knoop- en vlechtwerk (oude Kelten), cirkelvormig Indiaans tekenwerk (Indianen), mandala-invloed in Westerse architectuur, bijvoorbeeld in rozetvensters van kathedralen en verder allerlei vormen van de natuur bloemen, huidtekeningen, doorsneden van vruchten, slakken en schelpen, enz.

www.schoolplaten.com
Gratis te downloaden mandala’s om zelf in te kleuren of, na eigen bewerking, te knippen. Je komt nog eens op een idee! (afb. 5, 6 en 7).

 

afb. 5

afb. 6

afb. 7

D. Patchworkmodellen en quiltpatronen zijn vaak gebaseerd op natuurlijke vormen als bloemen, bladeren, schelpen enz. Als uitgangspunt voor je eigen ontwerpen zijn ze heel geschikt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de opbouw van de vorm en de wijze van kleurgebruik. Bij 2x gevouwen papier is een kwart tekening (afb. 8) voor sommige ontwerpen voldoende. Meer keren gevouwen papier geeft bij dunne kniplijnen soms problemen. Voor patronen met over de as doorlopende schuine lijnen moet je een enkel vel papier gebruiken (afb. 9). Leg in dat geval twee of drie vellen op elkaar. Je krijgt dan meerdere dezelfde of gespiegelde knipsels, die je op verschillende wijze kunt afwerken.

afb. 8, “doorpit” patroon, kwart

afb. 9, “doorpit” patroon voor heel vel papier

afb. 10, knipwerk M. Gaasenbeek

aafb. 11, patchworkpatroon wandkleedje van de Klucht

Zonder achtergrond, met kleine puntjes in een passe-partout geplakt, geeft een kwetsbaar, maar wel prachtig resultaat. Wil je wel een achtergrond dan kun je kiezen uit meerdere kleuren of één kleur. Verbaas je over het effect bij vulling met verschillende kleuren van steeds hetzelfde knipsel! Begin je tekenwerk met een strakke, niet uit de vrije hand gemaakte, cirkel, zeshoek of wat je wilt. Of je nu een eenvoudige (afb. 11) of meer ingewikkelde ( afb. 12) vorm maakt, probeer altijd evenwicht te creëren. Zorg dat er overal verbindingen zijn, in lijn of vlak. Zo wordt je knipwerk altijd één geheel. (De in dit artikel geplaatste, verkleinde afbeeldingen zijn slechts bedoeld als ondersteuning van de tekst, niet als patroon.)

afb. 11, Pa Ndau patroon -Z.O.Azië

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-1

Knip Idee, contour

 

In de vorige Knip-Pers vroegen we naar leuke knip-ideeën. En jawel, van Marga Stringer ontvingen we een erg leuk idee om eens te proberen. Het is de bedoeling om binnen een gegeven omtrek figuren te maken.

Het zou bijvoorbeeld een vlinder, een hart of een cirkel kunnen zijn. Deze omtrek (links bovenaan) vond Marga in haar Franse knipboek. Iedereen kan de afmeting van de omtrek natuurlijk groter of kleiner maken. Veel succes!

Dit is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2009-1

Déchirure, Knip-Pers 2008-2

Door Elly Stroucken

Het heeft mij altijd gefrappeerd dat overal ter wereld mensen, onafhankelijk van elkaar, dezelfde dingen uitvinden, weliswaar niet altijd op hetzelfde tijdstip, maar toch…

Denk aan de boekdrukkunst, of (dichter bij huis) de techniek om dubbelgevouwen te knippen. Het mooie effect hiervan ontdekte men in Polen zowel als in Zwitserland en overal ter wereld… Het bewijst weer eens dat wij mensen in principe allemaal hetzelfde zijn!

In ‘Vrij Nederland’ van 22 maart 2008 vond ik weer een treffend bewijs. Het blad wijdde een groot artikel aan de (duivels)kunstenaar Willem van Malsen (1940-2005). Het artikel was rijkelijk geïllustreerd met onder andere twee afbeeldingen (afb. 1) van wat de kunstenaar noemde: een ‘déchirure’(in het Franse woordenboek staat hierachter: scheur).
Nu wil het geval dat een aantal jaren geleden iemand mij vertelde over een kunstenaar die twee portretten van zijn kinderen gemaakt had in een bijzondere techniek. Uit zijn uitleg kon ik niet wijs worden, maar ik schreef de naam van de kunstenaar (Willem van Malsen!) in mijn agenda en besloot het één en ander uit te zoeken. Maar daar kwam niets van…

Tot ik dus dit artikel tegenkwam, en waarom schokt mij dat nu zo? In 1993 hielden Narda Wilken, Carien Carton en ik een tentoonstelling in Driebergen. Het was de eerste keer dat ik alleen gekleurd werk (collages) tentoonstelde. Mijn zoon Dennis (mimespeler en acteur) zou de tentoonstelling openen. Hij had een prachtige act bedacht (hij had zich helemaal in papier gewikkeld en ‘knipte zichzelf open’ met een schaar); daarna zou hij een knipwerk onthullen dat op een ezel stond. Hij wist niet dat het een portret van hem zelf was in één van zijn clowns-acts (afb. 2). Dat portret moest natuurlijk ook in kleur zijn. Na veel piekeren werd dit dus wat Willem van Malsen een ‘déchirure’ noemde!

Ik heb er later nog één van kleinzoon Buster gemaakt (fb. 3) en daar is het wat déchirures betreft voor mij bij gebleven!

Afmetingen:
afb 1. Willem van Malsen
afb. 2 Elly Stroucken 40 x 50cm
afb. 3 Elly Stroucken, 40 x 50 cm

Verstoppertje spelen

Een leuk spel, verstoppen! Verstop nu niet jezelf maar je naam. Gebruik daarvoor een potplant met ranken en blaadjes en een bloem. Is jouw naambladwijzer klaar, maak er dan één voor al je dierbaren, vrienden en vriendinnen. Ze moeten echt even zoeken voor ze in het knipwerk hun eigen naam ontdekken. Succes verzekerd!

VOORBEREIDING
Begin niet te klein, dat kan later altijd nog. Vouw een strook knippapier van 18×6 cm dubbel tot 18×3 cm.
Teken een rand van 1 cm breedte aan boven- en onderkant en van 0,5 cm aan de open zijkant (x). Tussen randen en vouw verschijnt een (halve) bloempot met je naam op de vouw. Maak ‘kwast’letters, d.w.z. alsof je ze met een brede kwast schildert. Gebruik hulplijntjes om de letters dezelfde maat te geven. Zorg ervoor dat ranken en bladeren de letters raken. Dit zijn de verbindingspunten, die je bij het uitknippen heel moet laten. Fantaseer in bloem bovenaan. Doe nietjes in de buitenranden en op weg te knippen plekken.

 

HET KNIPPEN
Knip de ‘rondjes’ uit de a en de e. Knip bij de vouw de kleine stukjes tussen de letters weg, maar niet de onderkant. Knip langs de bovenkant van de letters, laat daarbij de verbindingen met de blaadjes heel! Knip tussen de ranken en tot slot de hele buitenkant.

HET OPPLAKKEN
Snijd kaartkarton van 18×6 cm in een afstekende kleur. Doe enkele kleine tipjes behangplaksel achter de bloempot. Leg je knipwerk op de kartonstrook en druk de bloempot vast met keukenpapier. Wacht even tot de lijm droog is.
Til vervolgens het knipwerk naar je toe, tip wat lijm tot ongeveer de helft van je naam. Plak vast. Til de rest op en plak vast.


AFWERKEN
Het mooist is het om je ‘naamwijzer’ na droging te sealen of af te dekken met doorzichtig plakplastic. Liever puur papier? Kietel dan met een satéprikker overal een miniem tipje lijm onder en druk vast en droog elk plekje direct.

LETTERPOST
Verstuur eens een kaart met letters.
Vouw 10×6 cm papier tot 10×3 cm. Teken aan de vouw een ½ hart of
½ bloempot en dan een woord naar keuze, bv. HOI, KUS, DOEI, DAG, KOM, LIEF. Bovenaan zet je een ½ bloem, een vlag, een koffiebeker. (Dat worden dus na uitknippen: 2 vlaggen en 2 koffiebekers!).

Letterknipsels plak je op een kaart van 15×10,5(21) cm en verstuur je liefst in een zelfgemaakte envelop.

Knipmerklap

Vele kleintjes maken één grote.

Op de eerste lessen oefen je de kniptechniek ‘draai het papier, knip met de schaar’ door het knippen van een hartje, een vlinder en een spar. Later komen daar zwaantjes bij en letters. Je ontdekt dat er veel dingen zijn die je uit een gevouwen papiertje kunt knippen. Voor deze knipmerklap breng je alle figuren samen.

Begin met een vel zwart/wit knippapier formaat A4. Teken met passer en liniaal de cirkels en
rechthoeken op de witte kant of vergroot onderstaande tekening tot A4. De brede letters teken je eerst op transparant papier. Dat leg je omgekeerd op je witte papier en je trekt de letters over in spiegelbeeld. Vouw het knipvel om over de lijn a. met de zwarte kant naar binnen. Je ziet nu halve cirkels 1 en 2 en een halve rechthoek 3.
Nu komt het knipwerk.
Cirkel 1: Het hart zit op twee plaatsen vast, opzij en onder, aan de rand van de halve cirkel. Maak nog enkele verbindingen met de rand. Sla die punten over met knippen: het hart ‘hangt’ daarmee aan de rand.
Cirkel 2: Voor de ster is het papier nog een paar maal extra gevouwen. Gebruik ev. een los geknipte ster als mal. Let op dat de punten aan de rand vastzitten.
Rechthoek 3: Slechts één zwaan en uitgeknipte golfjes leveren het knipsel in deze rechthoek op.

Zo werk je verder door de vouwlijn b te gebruiken voor de figuren 4,5 en 6. Het leukste resultaat krijg je door je eigen figuren te knippen!

De letters zijn geknipt volgens de ‘brievenbus’ manier. Knip eerst alle rondjes uit de letters. Knip dan de zijkanten en onderkant van het langwerpige lettervak open. Knip de letters nu verder één voor één uit, maar haal niets van de onderkanten af! Zo blijven ze ‘hangen’ aan de bovenkant en lijken, na inlijsten of opplakken, op de onderkant te staan.

Voor versieren van rand en middenstuk maak je vouwen op de versierlijnen c en d. Tot slot knip je je naam of initialen en je eerste grote knipwerk is klaar.

 

.

Papier architectuur

door Tjeerd Kuipers

ALGEMEEN
Het werken met papier heeft vele kanten en één van de mogelijkheden is papierarchitectuur. Ik wil proberen u, door onderstaande uitleg, enthousiast te maken voor papierarchitectuur. Het is een hobby die niet veel beoefend wordt. Wel zijn er diverse mensen op de wereld die zich bezig houden met papierarchitectuur. Ik heb zoveel mogelijk links die betrekking hebben op papierarchitectuur op mijn website gezet. Het ontwerpen van papierarchitectuur modellen vergt wel enig inzicht in 3-D uitvoering. Zoals met elke nieuwe techniek is alle begin moeilijk, maar eenvoudig beginnen en dan langzamerhand overgaan naar ingewikkelder modellen geeft veel voldoening.

Er zijn andere technieken die een beetje tegen papierarchitectuur aanschuren:
Kirigami – het snijden of knippen van papier.
Maquette maken – een driedimensionaal model of gebouw op schaal.
Origami – het vouwen van papier.
Pop-up – het snijden of knippen, vouwen en plakken van papier.

Papierarchitectuur kenmerkt zich door uit een plat vlak een 3-dimensionaal ontwerp uit te vouwen, dit zonder te plakken. Het uitgevouwen model kan weer gevouwen worden tot een plat vlak en uiteraard ook weer uitgevouwen.

Zie tekeningen 1, 2 en 3

ONTWERPEN
Persoonlijk vind ik het ontwerpen van modellen het leukst. De uitdaging is om van een bestaand gebouw (of een ander object) een zoveel mogelijk gelijkend model te maken. Abstracte vormen kunnen natuurlijk ook gemaakt worden, Ingrid Siliakus laat zich bijvoorbeeld inspireren door de tekeningen van Escher.

Het basisprincipe van het ontwerpen is redelijk eenvoudig zoals te zien is in aan de tekeningen hiernaast. Met dit principe als uitgangspunt kan men heel uitgebreide ontwerpen maken. Wel moet men bedenken dat de mogelijkheden met papier niet onbeperkt zijn. Dit komt omdat er bij papierarchitectuur geen gebruik wordt gemaakt van plakken. Lukt iets niet in een ontwerp probeer het dan te vereenvoudigen.

Bij het maken van modellen wordt gebruik gemaakt van vouw- en snijlijnen. Om deze lijnen uit elkaar te houden gebruik ik gekleurde lijnen. In dit artikel zijn deze lijnen door mij omgezet naar streep- en stippellijnen.

Basis vouwlijn, dat is de vouwlijn waar het model over 90 graden (of meer) wordt omgevouwen, ook een dal vouw, ik gebruik daarvoor:
Snijlijn, dat is de lijn die gesneden moet worden, weergave:
Dal vouw, bij het vouwen over deze lijn ontstaat een ‘dal’:
Berg vouw, bij het vouwen over deze lijn ontstaat een ‘berg’:

Dit zijn de basiszaken om te kunnen starten met het maken van het eerste model. Ik zal een eenvoudig voorbeeld geven om te laten zien hoe de werkwijze is. Als eerste zoek ik een object dat mij aanspreekt en dat niet te moeilijk is. Dit gebouw (5)  gebruik ik als voorbeeld.

Eerst druk ik de foto af om de maatvoering vast te stellen en aan de hand van deze maatvoering kan ik het gebouw groter of kleiner maken, al naar gelang het formaat papier dat wordt gebruikt, A3, A4 enz. Daarna ga ik aan de slag om een  tekening/ontwerp te maken. Hieronder (6) geef ik aan hoe de opbouw van een tekening/ontwerp ontstaat. Zelf werk ik met een tekenprogramma op de computer.
Er kan ook een tekening/ontwerp op ruitjes papier worden gemaakt en als dat klaar is kan dit via carbonpapier overgezet worden op het papier waar het model van gemaakt gaat worden. In dat geval wordt er niet met gekleurde lijnen gewerkt, maar met stippel- en streeplijnen.(………..) en (– – – – – –).

1. Start van het ontwerp. Begin altijd vanaf het voorste bouwdeel en ga dan verder.
2. Na 1 komt het volgende bouwdeel dat dan het voorste is.
3. Is de hoogte van het gebouw gedeelte.
4. De plaats van deze lijn kan variëren, zie in de tekening de lijnen 4a, 4b en 4c.

Het model dat gemaakt is, wordt afgedrukt op papier. Ik gebruik Simili-Japon papier 225 grams, maar de keuze van papier is afhankelijk van wat iemands voorkeur heeft. We beginnen met het snijden van het lijnen, zwart snijden we geheel door en de gestippelde lijnen snijden we gedeeltelijk in. Het insnijden van het papier moet een beetje op gevoel gedaan worden, niet te veel, maar ook niet te weinig. Al doende leert men. We starten met het snijden aan de kant waar de lijnen zichtbaar zijn, dat is dus de achterkant van het model. De lijnen die aan de andere kant moeten worden gesneden, voor de berg vouwen, geven we aan door kleine puntjes door het papier te prikken aan het begin en de eind van de lijn, dan het papier omdraaien en van puntje tot puntje insnijden.

Wat direct opvalt bij het ontwerp is dat het hoge gedeelte aan de rechterkant is geprojecteerd, terwijl op de foto het hoge deel links zit. Dit komt omdat de kant van de ontwerplijnen de achterkant is en daarom moet het gebouw in spiegelbeeld worden ontworpen. Als het model ontworpen is dan gaan we eerst de zwarte lijnen (door) snijden en daarna gaan we de stippellijnen insnijden. De basis lijn moet alleen aan de zijkanten worden ingesneden. Bij moeilijker modellen laat ik deze lijn vaak doorlopen in het model. Als alles gesneden en gevouwen is, dan is op onderstaande foto het model te zien dat eruit komt.

Dit is een betrekkelijk eenvoudig model, maar een goed uitgangspunt om te kijken hoe u met een model en een ontwerp te werk moet gaan. Op mijn website staan tekeningen die wat ingewikkelder zijn. U kunt ze afdrukken en als proefmodel snijden en vouwen. Tevens kunt u daar zien welke verschillende technieken zijn toegepast.

PRAKTISCHE TIPS
Benodigde materialen:
1. Metalen of aluminium liniaal om langs te snijden, een liniaal met rubberen onderkant om verschuiven bij het snijden te voorkomen.
2. Snijmat A3 formaat is lekker groot. Goedkoop verkrijgbaar bij Action.
3. Mesjes met scherpe punt om nauwkeurig te snijden, zelf gebruik ik scalpelmesjes.
4. Vergrootglas met standaard, is makkelijk bij kleine details.
5. Basis papier, ik gebruik Simili-Japon papier 225 grams, vanwege de mooie kleur.
6. Gebruik gewoon papier om proefmodellen te maken, wit papier 160 grams.
7. Prikpen met scherpe punt.
8. Zonder gebruik van computer is nodig: ruitjes papier, gum, potlood en carbonpapier.

WAT VERDER HANDIG IS
Om te kijken of een ontwerp goed is bedacht, gebruik ik dus goedkoper papier. Ik snij dan alleen de hoofdlijnen, minder belangrijke zaken en ramen en deuren snij ik nog niet. Zo haal ik geen extra werk op mijn hals, want als het ontwerp om wat voor reden aangepast moet worden (soms gebeurt dat bij mij wel 6 tot 7 keer) kost dat kleine snijwerk onnodig veel tijd. Snij zoveel mogelijk met een liniaal dat geeft het mooiste resultaat. Vouwen is een geduld werkje, bij eenvoudige modellen valt het wel mee, ingewikkelde ontwerpen laten zich soms lastig vouwen. Neem de tijd om te vouwen en ga niets forceren. Zoals ik al eerder aangaf probeer eerst een proefmodel te snijden en te vouwen.

TEKENPROGRAMMA
Als tekenenprogramma gebruik ik libreoffice 3.6. Dit is een gratis office programma in het Nederlands, te vergelijken met office van Microsoft, alleen zit bij libreoffice een geweldig tekenprogramma. U kunt dit programma downloaden via http://nl.libreoffice.org/ Uiteraard kunnen ook andere tekenprogramma` s worden gebruikt, ook hier is eigen voorkeur van toepassing.

WEBSITE
Op mijn website www.paperarchitecture.nl zijn veel links opgenomen die verwijzen naar andere personen die zich bezig houden met papierarchitectuur. Neem daar maar eens een kijkje, bij sommige zijn ook modellen af te drukken. Verder is het een kwestie van beginnen en proberen. Mochten er mensen zijn die tips willen hebben dan, kunnen ze dit via mijn emailadres tjeerd@paperarchitecture.nl geheel vrijblijvend aan mij vragen. In dit artikel is alleen het snijden en vouwen van 90 graden horizontaal beschreven. Er zijn meerdere mogelijkheden, n.l. 90 graden verticaal, 180 graden en ook nog 360 graden. De basisinstructies voor al deze uitvoeringen zijn gelijk.

Dit model is wat moeilijker. Wilt u het maken? Stuur mij een mailtje en u ontvangt het pdf bestand.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2013-4

Zwart-Wit

TULP
Neem een dubbele witte kaart van 13×13 (26) cm en 12×12 cm zwart kaartkarton.
Vouw wit papier van 9,5×6 cm dubbel tot 9,5×3 cm. Knip de (halve) tulp uit.
Vouw open en plak omtrek en  tulp met behangplaksel op zwart karton.
Plak alles op de witte kaart.

BLOEM
Neem een dubbele witte kaart, 15×10,5 cm. Neem zwart kaartkarton.
Snijd 2 vierkanten van 6×6 cm. Vouw wit papier van 6×6 cm dubbel tot 6×3 cm.
Knip 3x delen van de bloem. Knip alle delen doormidden. Plak alles op als op voorbeeld.

APPELTJES
Neem wit kaartkarton. Snijd 4 vierkanten van 4×4 cm.
Neem zwart knippapier. Knip 4 vierkantjes van 4×4 cm.
Knip twee appeltjes met blad. Knip twee andere appeltjes.
Plak ze op de witte vierkanten, daarna op 10×10 cm zwart karton en dan op een dubbele witte kaart.

SPAR
Neem een dubbele witte kaart, 15×10,5 cm.
Vouw zwart knippapier van 6×6 cm dubbel tot 6×3 cm.
Knip de halve spar Doe open en knip de spar door. Knip de omtrek door.
Plak ½ omtrek en ½ geknipte spar boven en ½ geknipte spar en ½ omtrek onder.

HARTJES
Neem zwart kaartkarton. Snijd 4 vierkanten van 5×5 cm.
Neem wit knippapier. Knip 4 vierkantjes van 5×5 cm.
Knip 4 verschillende hartjes, door smalle strookjes, golfjes, hartje midden uit te knippen.
Plak ze op zwarte vierkanten, dan op een dubbele witte kaart.

VLINDER
Vouw zwart papier van 5×5 cm dubbel tot 5×2,5 cm.Knip eerst gaatjes in de vleugel en dan de halve vlinder uit. Knip de omtrek door. Plak de vlinder op een witte kaart  van 10,5×15 cm en de halve omtrekken ernaast.