Auteursarchief: admin

De boom als religieus symbool

 ‘ Zou de Wereld morgen zou vergaan, dan zou ik vandaag toch nog een boom planten.”
Maarten Luther

Door Rieny van Beek.

De boomsymboliek in het Christendom
In het paradijsverhaal wordt verteld van de boom des levens, die God plantte in het midden van de Hof van Eden. De vruchten van deze boom verleenden onsterfelijkheid aan de mens.
Ook de boom der kennis van goed en kwaad stond in het Paradijs. God verbood de mens om van deze boom te eten, anders zou hij zeker sterven. De slang verleidde Adam en Eva tot het eten van de vruchten, waardoor zij sterfelijk werden en uit het Paradijs verjaagd (afb. 1).

afb. 1

In het laatste Bijbelboek Openbaring wordt verteld van de boom des levens, Die staat in het nieuwe Paradijs. Deze boom draagt twaalf maal vrucht, iedere maand weer, en zijn bladeren zijn tot genezing van de volkeren. De paasboom of levensboom, die vaak ter gelegenheid van het Paasfeest wordt neergezet, bestaat uit een boom met twaalf eieren en is zo een verwijzing naar Openbaring 22:2 (afb.3).

afb. 3

Tussen deze beide bomen, in het midden van de geschiedenis, zien we een af gehouwen boom, de tronk van Isaï, waarin het leven lijkt afgesneden, maar waar toch weer nieuw leven uit ontspruit: “Er zal een rijsje voortkomen uit de af gehouwen tronk van Isa.” Dit nieuwe leven is Jezus Christus, die eindigde aan het kruis, maar daarna is opgestaan uit de doden. Volgens een oud christelijke overlevering werd het kruis van Jezus gemaakt van het hout van de boom der kennis van goed en kwaad uit het Paradijs.

afb. 2

Zo is de boom der kennis van goed en kwaad met Adam en Eva en de satan als slang geworden tot de boom des levens, door Christus’ kruisdood en zijn overwinning op satan en de dood, tot in eeuwigheid (afb. 2). De vogels zijn een zinnebeeld van de ziel. In de lauwerkrans het Christusmonogram. De alpha en de omega zijn een symbool voor Christus.

De boomsymboliek in het Jodendom
De zevenarmige kandelaar of menora is voor velen in Israël de boom van hoop en leven (afb. 4). De kandelaar wordt wel gezien als een tot hoogste bloei gekomen lichtboom. De menora of zevenarmige kandelaar stond vroeger in de tempel van de Joden. De zeven armen zijn een symbool voor de zeven gaven: wijsheid, verstand, raad, sterkte, wetenschap, vroomheid en vreze Gods. Zeven is ook het getal van de Heiligheid Code. Voor het parlementsgebouw in Jeruzalem, de Knesset, staat een levensgrote menora als symbool van de staat Israël. Deze is gemaakt door beeldhouwer B. Elkan, is vijf meter hoog en vier meter breed, uitgevoerd in brons. De zeven armen zijn versierd met negenentwintig panelen, die in reliëf figuren en gebeurtenissen vertonen, die hoogtepunten zijn in de historie en herleving van het Joodse volk, vanaf Mozes tot het Ghetto van Warschau. Op de middenpilaar staan de woorden:

“Hoor, o, Israël”, de eerste woorden van de Joodse geloofsbelijdenis, die beschreven staat in de thora: “Hoor, o, Israël, de Here is onze God, de Here is één”. De boom als symbool van de wil tot leven en doorleven komt tot uiting in het woud der martelaren. Voor elke omgebrachte Jood in de tweede wereldoorlog is een boom geplant in Israël. In Nederland wordt het bos der rechtvaardigen aangeplant voor de oorlogsslachtoffers in de Jappenkampen.

In Israël kent men sinds 1948 het nieuwjaarsfeest van de bomen. Tijdens dit plantingsfeest op 15 januari gaan de kinderen in schoolverband naar buiten in grote optochten en gaan stekjes van bomen planten op van tevoren aangewezen plekken. Toespraken, zang en spel vullen de planting aan. Ook krijgen de kinderen een traktatie in de vorm van noten en vruchten, zoals druiven, vijgen, granaatappels, olijven en dadels. Om de zeven jaar wordt er een sabbathjaar voor de bomen ingelast, dan mag er één jaar lang niet van de bomen gegeten worden.

Een ander Joods feest is het loofhuttenfeest. Halverwege de herfstmaanden wonen zij zeven dagen in hutten, gemaakt van takken van loofbomen, beekwilgen en palmen. Zij denken dan terug aan de tijd dat het volk Israël door de woestijn trok onder leiding van Mozes en daar in hutten woonde. De inwijding van de tempel van Salomo, vele jaren later, viel samen met het loofhuttenfeest en wordt ook op dit feest herdacht. Tegenwoordig wordt tijdens het loofhuttenfeest een bundeltje planten plechtig rondgedragen. De bundel wordt naar alle vier windstreken gezwaaid en bovendien van boven naar beneden. De symboliek hiervan is dat Jahweh heerst over heel zijn schepping. De bundel bevat groen van verschillende komaf: de koninklijke palm, de nederige wilg en takjes van de altijd groene mirt, waar van de bladeren een heerlijke geur verspreiden. Dit betekent dat alle mensen voor Jahweh gelijk zijn en dat hoog en laag zich moet verenigen om eendrachtig mee te werken aan de opbouw van de wereld.

afb. 4

De boomsymboliek in de Islam
De boom speelt een grote rol in de symboliek van de Islam. De meeste moslims zien de boom als symbool van de voortzetting van het leven. De wortels, die de boom van voedsel voorzien, symboliseren de voorouders die zijn heengegaan nadat ze de levenden hebben grootgebracht. De boom met zijn takken zijn de levenden. De vruchten en zaden zijn de nakomelingen. De boom is symbool van standvastigheid en verdraagzaamheid, omdat hij ondanks storm en regen blijft staan. Moslims die in de woestijn en op het platteland wonen, zien de boom als symbool van moederschap. De mens maakt veel gebruik van de boom. Hij voedt zich met de vruchten, zoekt bescherming tegen zon en regen onder de bladeren en gebruikt dorre takken als brandhout. De boom levert dit alles zonder klagen. Moslims denken dat alleen een moeder zulke offers kan brengen.

De boom als bron van voedsel en leven is in de Islam een sterk levende gedachte. Allah is de schepper van de natuur en heeft zorg voor de mensen; Hij zegent de olijfboom omdat door zijn olie de lampen worden verlicht. Dat licht wordt vergeleken met het goddelijk licht.

De koran vertelt dat Allah twee zeer speciale bomen heeft geschapen. De Al-Moen-taha, de goede boom, is gezegend. Hij staat in de hemel dicht bij de goddelijke troon. Onder deze boom bevinden zich de engelen, die voor nieuwe levens zorgen. Mensen, die tijdens hun leven op aarde Allah gediend hebben mogen onder deze boom staan in het hiernamaals. De profeet Mohammed heeft onder deze boom gestaan en met de profeten gesproken die voor hem op aarde waren.

De slechte boom is de Zakkoem en is vervloekt. Deze staat midden in de hel en wordt voorzien van energie om te blijven branden. Onder de Zakkoem bevinden zich de plaatsen waar de slechtste mensen hun straf moeten uitzitten.

Boomverering
In sommige culturen en godsdiensten worden bomen vereerd omdat ze zo groot worden en zo lang leven. Men denkt dat de bomen een geest of ziel hebben, en brengt daarom offers aan de boom.
In de heilige schriften van de Hindoes, de Bhagavad-Gita, is de banyanboom een heilige boom, waarin goede geesten wonen. Onder deze boom komen mensen bidden en vragen om een gelukkig leven. Aan de lange luchtwortels worden kleine offergaven gehangen, die bestemd zijn voor de goede geesten. Daarmee hopen de mensen op een spoedige verhoring.
De Amaltasboom of Indiase gouden regen is een boom, die een heilige plaats aan geeft, waar een waterbron is of waar een wonder is gebeurd. De goudgele bloemen van deze boom geven de mensen hoop en moed.
In het Boeddhisme vereert men de boom waaronder Siddharta, de stichter van het Boeddhisme, mediteerde en tot nieuwe inzichten kwam. Door te luisteren naar de boom bereikte hij een toestand van eeuwigdurend geluk. Hij noemde dat het Nirwana. De boom wordt de Bodhi-boom genoemd, de boom der verlichting.

Gelezen: De Boom, een uitgave van de Projectgroep Interreligieuze Dialoog.
Alle knipsels zijn van Rieny van Beek.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-3

Boomsymboliek

Door Rieny van Beek.

De bomen komen uit de grond
en uit hun stam de twijgen
en ieder vindt het heel gewoon
dat zij weer bladeren krijgen.
We zien ze vallen naar de grond
en dan opnieuw weer groeien.
Zo heeft de aarde ons geleerd
dat al wat sterft zal bloeien.

Toon Hermans

Bomen hebben altijd een belangrijke plaats ingenomen in het leven van de mensen. Ze hebben grote ‘betekenis voor het voortbestaan van het leven. De boom levert zuurstof en voedsel voor mens en dier. Het hout is een belangrijke grondstof in de industrie en bouw. De boom geeft bescherming, aan vogels en andere dieren bij regen en zonneschijn. Hij is een schuilplaats of vluchtplaats voor mens en dier. Hij is een woonplaats voor vogels en insecten. De boom is soms een klimboom en uitkijkpost.

Een bekend gebruik van de boom als eenheidssymbool is de familiestamboom. In één oogopslag is te zien dat al die mensen en kinderen bij elkaar horen. Het heden bestaat niet zonder het verleden en het handelen van nu is van belang voor de toekomst. Op familiewapens komt vaak een levensboom voor, meestal is dat een eik of linde, soms is het alleen een tak. De linde is het symbool voor de echtelijke liefde.

Symboliek van boom, bloesem en vrucht.
Bomen hebben vaak een symbolische betekenis. Zo is de eik het symbool voor gastvrijheid, de beuk betekent voorspoed, de berk spreekt van zachtmoedigheid, de acacia geeft vriendschap aan en de es is grootheid. De populier betekent moed, de meidoorn spreekt van hoop, de kastanje straalt weelde uit, de treurwilg beeldt verdriet uit, het is de boom van het dodenrijk en het ongeluk. De iep betekent waardigheid, de lariks symboliseert dapperheid en de spar spreekt van hoop in tegenslag. De palmtak of lauwerkrans betekent overwinning. De ceder is een prachtige, altijd groene boom met een heerlijke geur. De wormen hebben geen vat op zijn hout. Het is een symbool voor kracht en eeuwig leven. De cypres is ook altijd groen en staat veel op kerkhoven, het is een symbool voor rouw.

In veel culturen vormen de bloesems van bomen het beeld van de rijkdom van de schepping en het bestaan. Sommige bloesems hebben een symbolische betekenis. Kersenbloesem betekent een goede opvoeding, appelbloesem zegt: zijn roem is groot, amandelbloesem is het symbool voor ontwakend, nieuw leven.
In China is de perzikbloesem het symbool voor onsterfelijkheid en de pruimenbloesem betekent lang leven. Na de bloei komen de vruchten aan de boom. Bij de vruchten gaat het om de kwaliteit. Een goede boom brengt goede vruchten voort. Een vruchtdragende boom is een symbool voor hoop. Vruchten kunnen ook een symboliek in zich hebben. De appel is in de oudheid bekend om zijn zoetheid en schoonheid en daarom het symbool van liefde en vruchtbaarheid. Het overreiken of toewerpen van een appel geldt als een liefdesverklaring. De appel uit het paradijsverhaal betekent verleiding. De peer is het symbool voor genegenheid, de walnoot geeft verstand aan, de citroen levenslust en de braam afgunst. De framboos betekent wroeging en de bosbes verraad. De ananas zegt: U bent volmaakt. De cranberry is een genezing voor hartzeer, de perzik zegt: Uw charme en uw goede karakter vinden hun gelijke niet.

Gelezen:
De Boom, een uitgave van de Projectgroep Interreligieuze Dialoog.
De taal der bloemen, Kate Greenaway.

Alle knipsels op deze pagina’s zijn van Rieny van Beek.

Afmetingen:

  1. Herfst 17 x 24.5 cm
  2. Fantasieboom 11 x 7 cm
  3. Apenboom 28 x 20 cm
  4. Verjaardagsboom 25 x 17 cm
  5. Stamboom 25 x 17 cm.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-2

De levensboom

Door Rieny van Beek.

Een boom is een levenskrachtige eenheid, hij overleeft de seizoenen. Nadat in de herfst de bladeren zijn afgevallen, komt hij elk voorjaar weer tot groei en bloei. De boom draagt vruchten, de grote verscheidenheid aan vruchten levert voedsel voor mens en dier. De boom is stevig geworteld in de aarde, bij een storm blijft hij stevig staan dankzij de kracht van zijn wortels en zijn buigzaamheid. Met zijn takken reikt hij tot ver in de lucht. Voor sommige volken is hij daarom de verbinding tussen hemel en aarde.

De symboliek van de levensboom

Bij alle Germaanse volkeren treffen we de boomsymboliek aan, de levensboom is één van de oudste zinnebeelden. Vanuit de steentijd zijn tekeningen bekend, die aan bomen en takken doen denken. Een forse boom, sterk geworteld in de aarde, de kruin tot aan de hemel, was voor de Germanen het symbool van de wereldes of ‘Yggdrasil’.
In de Noorse landen was deze heilige boom gewijd aan Thor of Freia. De Germanen die aan het begin van de jaartelling in ons land leefden, hielden bij de heilige eik hun religieuze feesten. Ze geloofden dat de eik de woonplaats was van hun god Wodan. Bonifacius liet deze boom omhakken toen hij het christelijke geloof verkondigde.

De Egyptische levensboom was de ‘sycamore’, de wilde vijgenboom, waarop de goden zetelden en van wiens vruchten de goden, de gestorven koningen en de zaligen aten. De vrucht was hun levensbrood.
In Mesopotamië was de levensboom de boom van het licht, die aan het oostelijke uiteinde van de wereld stond, daar waar de zon opgaat, met aan weerszijden soms een geit.
De levensboom uit Perzië was een boom, die zaad droeg van alle planten op aarde, met aan weerszijden een vogel. De zaden werden door de vogels meegenomen en op de aarde rondgestrooid. Zo hield de boom het plantenleven op aarde in stand.
In Griekenland stond de levensboom in de tuin der Hesperiden, dit is het dodenrijk, maar in het mythisch denken juist het land des levens. Soms had de boom gouden appels, die onsterfelijkheid schenken.
De pottenbakkers uit Mexico maken kleurrijke levensbomen van klei. Ze zijn soms wel een meter hoog en prachtig versierd. Deze levensbomen kunnen ook als kandelaar dienen want aan het uiteinde zit een gat, waarin een kaars gestoken kan worden.
Bekend is ook de Poolse levensboom, die in verschillende vormen geknipt wordt, vaak met aan beide kanten een haan (zie de door Maruscha Gaasenbeek geknipte variant op de Poolse levensboom).

De levensboom in de volkskunst

In de volkskunst komen levenszinnenbeelden voor als de lelie en de tulp, die verwant zijn aan de levensboom. De vorm is afgeleid van manrune, die in het runenalfabet zo geschreven wordt, het symbool voor man en mannelijkheid. Runen zijn tekens van het Germaanse alfabet, zij stellen woorden of begrippen voor. Het zijn de eerste uitingen van schrijfkunst van onze voorouders. De manrune beeldt de mens uit, die met opgeheven armen de kracht en het licht van de zon ontvangt en in zich opneemt. Het is een wens om vruchtbaarheid en levenskracht te ontvangen. In de volkskunst is deze gestileerde bloem, driespruit of mensgestalte terug te vinden in het ulebord, gevelteken, in bovenlichten van deuren en op merklappen. Veel levensbomen ontspruiten uit een urn of hart. De urn is het symbool van de levensbron. Het hart is een oud zinnebeeld voor Moeder Aarde en voor de vrouw in het algemeen.

Later heeft zich hieruit een algemeen liefdessymbool ontwikkeld, waarbij de oorspronkelijke typisch vrouwelijke betekenis verloren ging. Soms ziet men in een boom of plank een doorboord hart gekerfd. De pijl heeft een driespruit aan het eind en is een voorstelling van de mannelijkheid, terwijl het hart de vrouwelijkheid symboliseert.

De boom in de volkscultuur

In de volkscultuur is de boomsymboliek aanwezig als teken van hoop en nieuw leven. Bij de geboorte van een kind wordt soms een boom geplant, er is weer een nieuwe loot of spruit aan de stam.
De boom als symbool van vrijheid en het aanbreken van een nieuw tijdperk zien we tijdens de Franse Revolutie. Men danste van vreugde om de vrijheidsboom. Na de tweede wereldoorlog werd er bij de bevrijding of ter gelegenheid van bevrijdingsdag in veel dorpen en steden een boom geplant.

Bij de bouw van een huis is het in sommige streken de gewoonte om een boom of tak op de nok van het nieuwe huis te plaatsen als het hoogste punt is bereikt. Het huis en zijn bewoners kunnen nu spoedig een nieuw leven beginnen.

In sommige streken kent men het gebruik van de wensboom. Mensen hangen hun wensen aan de boom met de hoop op vervulling daarvan. Een jaarlijks terugkerend ritueel is de ‘boomplantdag’. In veel plaatsen worden dan door leerlingen van het basisonderwijs bomen geplant.

De meiboom was het symbool van het nieuwe ontluikende leven in het voorjaar. Het was een symbool van vruchtbaarheid. Er werd om deze boom gedanst. Aan de meiboom bevonden zich ringen, versierd met gekleurde linten. Deze ringen of kransen waren een nabootsing van het zonnerad, die onze voorouders in de lente ronddroegen om de zon bij haar nieuwe omloop weer op gang te helpen. Bovenop de meiboom prijkte een vogel, haan, duif of eend, symbool van de vruchtbaarheid. Eerst was het een levend dier, later werd dat door een broodfiguur vervangen. De meiboom werd ook wel Pinksterboom genoemd, omdat hij tot Pinksterdag bleef staan. Daarna werd hij in het stromend water gegooid of verbrand. Hierdoor meende men regen te krijgen of warmte aan de zon toe te voegen.

De meiboom in het klein was de palmpaas, versierd met een broodhaantje en papieren slingers, vlaggetjes, uitgeblazen eieren, slingers van vruchten of suikergoed. Hiermee hielden de kinderen een palmpaasoptocht op Palmzondag. Het broodhaantje was het symbool van de nieuwe dag die komt. De vruchten die eraan hangen waren het symbool voor nieuw leven. De eieren waren het symbool voor vruchtbaarheid. Een Limburgse gewoonte was de vakantiemei. De laatste schooldag was een feest voor jong en oud. De kinderen liepen in een optocht door het dorp met groene takken, de zogenaamde vakantiemeien. Deze groene takken hadden de kinderen eerst versierd. De ouders waren met de kinderen blij dat ze weer een schooljaar goed konden afsluiten.

Gelezen:
Merklapmotieven en hun symboliek van Albarta Meulenbelt-Nieuwburg.
Folklore der lage landen van Dr. Tj. de Haan.
De boom, een uitgave van de Projectgroep Interreligieuze Dialoog.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-1

Kaarsen knippen

Aafje de Gee

Neem een strookje papier van 7 x 1,5 cm (1). Maak aan de bovenkant een vlam van 2 cm, op de volgende manier:
Knip op 2 cm van boven in het papier, bijna tot het midden, ga nu een klein stukje recht omhoog (dit is de pit), knip daarna in een sierlijke boog naar boven. Keer het papier om en knip op dezelfde manier naar beneden. Zorg ervoor dat de vlam een punt krijgt (2).

Probeer zo verschillende vlammen (3). Maak ook eens een druppel aan de kaars, knip daarvoor aan één zijde een stukje van de strook af (4). Kaarsen kunnen ook symmetrisch geknipt worden. Daarvoor moet de strook dubbelgevouwen worden, daarna kan een halve vlam geknipt worden. De vlam kan versierd worden vanuit de middenvouw (5).
Neen nu een stukje papier van 7 x 3 cm, vouw het dubbel, teken tegen de vouw een halve kaars met vlam en een halve lichtcirkel, knip dit uit en vouw het open (6). Knip er een paar hulstblaadjes bij (7) en zet de kaars in een kandelaar (8). Twee of drie kaarsen in een kandelaar kan ook (9 en 10). Alle voorbeelden van 5 t/n 10 zijn dubbel geknipt.

Maruscha Gaasenbeek

Gaat het kaarsen knippen goed, plaats dan de kaars in een groter geheel, bijvoorbeeld op een hart, in een ovaal, cirkel of omgekeerd hart.

Ook alle voorbeelden 11 tin 14 zijn dubbel geknipt.

Rieny van Beek

knipsels:
1. Aafje de Gee
1. Maruscha Gaasenbeek
Alle andere zijn van Rieny van Beek.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1991-4

Zwanen

Door Rieny van Beek

Een zwanenpaar is het symbool voor huwelijkstrouw en daarom heel geschikt voor het maken van een huwelijksknipsel. Plaats de zwanen in een cirkel, ovaal of hart en maak er riet en blaadjes bij. Wanneer er tussen de zwanen een klein zwaantje geknipt wordt, kan het gebruikt worden voor een geboorteknipsel. De twee ouderzwanen vormen een hart, waarin het kleine zwaantje zich bevindt, dit is een symbool voor ouderliefde. De kleine zwaantjes achter de ouders stellen de andere kinderen uit het gezin voor.


Voorbeelden in bijgaand knipsel:

  1. Zwaan met spiegelbeeld.
    2. Huwelijkstrouw met geloof, hoop en liefde.
    3. Huwelijkstrouw met liefde (hart) en geluk (klavertje vier).
    4. Ouderliefde.

Dit artikel is eerde gepubliceerd in Knip-Pers 1991-2

Vogels

De duif is het symbool voor de vrede en daarom een fijn onder werp om te knippen.
Neem twee stukjes papier van verschillende kleuren van 10 bij 10 cm. Niet deze papiertjes in de hoeken aan elkaar met de goede kanten naar onderen. Knip nu een duif uit het dubbele papier. Plak ze iets verschoven van elkaar op en er ontstaat een duif met schaduw.

Knip weer twee gelijke duiven uit verschillende kleuren papier. Knip nu van de ene duif een randje af en plak de kleine duif op de grote. Heel leuk is een zwarte duif op een zilveren of gouden ondergrond. Knip een duif en versier deze door er stukjes uit te knippen, zoals in de Knip-Pers 1990-3 is beschreven. Plak de duif op een gekleurde ondergrond of op origamipapier met aflopende tinten.

Een vogelpaar heeft een symbolische betekenis: twee vogels in een hart stellen een verliefd, verloofd of pas getrouwd paar voor. In dit knipsel is de tulp het symbool voor volmaakte liefde, de viooltjes betekenen trouw, de lelietjes van Dalen zijn geluk.
Twee vogels bij een wiegje betekenen ouderliefde. In dit knipsel is de tulp het symbool voor gebed, de grasklokjes betekenen dankbaarheid en de klaverzuring is een symbool voor moederliefde.

knipsels en tekst: Rieny van Beek

Paas-netje

Neem een vierkant stuk papier. Boe groter het papier, hoe groter het netje.
Vouw het twee keer recht en een keer schuin (zie voor beeld 1 t/m 4). De stippellijnen zijn vouwlijnen, de stip is het midden van het papier. Maak nu knippen in de vouwen, steeds om en om, net niet tot het einde (voorbeeld 5). Vouw het papier open. Druk nu voorzichtig het midden stuk naar beneden en houd de randen vast. Het netje is klaar en er kunnen een paar paaseitjes in.


Elly Nannenga.

Eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1991-1

Gelukssymbolen

Door Rieny van Beek

Het is bij ons een goede gewoonte om elkaar bij de jaarwisseling een gelukkig nieuwjaar te wensen. De Germanen wensten elkaar heil toe, de Christenen voegden daar zegen aan toe, zodat een oude wens was: Veel heil en zegen in het nieuwe jaar.

Een hoefijzer met de open kant naar boven brengt geluk, maar hang het niet ondersteboven, want dan loopt het geluk eruit. Een dobbelsteen die zes gooit, betekent geluk hebben.

Scherven brengen geluk”, is een bekend Nederlands spreekwoord. In Brabant was het de gewoonte dat de buurvrouwen het huis van een aanstaand bruidspaar schoonmaakten. Als dank daarvoor werden ze na de bruiloft een avond uitgenodigd. Als de koffie op was sloegen ze de kommetjes, die ze zelf meegebracht hadden, tegen elkaar stuk als teken van geluk. In Friesland was het ingooien van ruiten een teken van geluk. Dit werd bij het ouderlijk huis van de bruid gedaan. Daarom zei men tegen de vader van een pasgeboren dochter: “Dat zal je glazen kosten”. In Engeland zegt het volksgeloof dat een bruid die op haar weg een schoorsteenveger tegenkomt, veel geluk zal hebben.

De klaver vier wordt nog altijd gezocht, omdat hij geluk brengt en de bezitter beschermt tegen ongeluk. Als een jongen een klavertje vier aan een meisje geeft zegt hij daarmee: Wees de mijne. Lelietjes van Dalen treffen we vaak aan in bruidsboeketten. Men geloofde vroeger dat ze onheilbrengende geesten konden afweren. Het lelietje van Dalen betekent: Het geluk keert weer. Altijd groene takken brengen geluk en gezondheid. Door een slag met de levensroede hoopten jonge vrouwen de kinderzegen te krijgen. Volgens het oude volksgeloof brengt het geluk, wanneer men bij het dopen een meisje op de linkerarm legt en een jongen op de rechterarm. Bovendien moet het kind schreien als het gedoopt wordt. Een kind met de helm geboren is een gelukskind, het kan in de toekomst kijken en zieken genezen.

De Japanners versieren op nieuwjaarsdag hun deuren met pruimen-, dennen- en bamboetakken als symbool voor een lang en gelukkig leven. Ook zetten ze als offer drie op elkaar geplaatste rijsttaarten in de tokonoma, met papierslingers, bladeren en mandarijntjes versierd. Dit offer brengt geluk. De kinderen krijgen bij het nieuwjaarswensen geld, wat ze in een papieren gelukszakje doen, Het dragen van kammen in het haar brengt de Japanse vrouw geluk. De kraanvogel is een algemeen Japans symbool en betekent geluk.

Er zijn bloemen en planten met een gelukbrengende betekenis. De Stefanotis is een geluksbloem. De Bruidsroos is een symbool voor gelukkige liefde. De Narcis betekent geluk voor de Chinees. De paddestoel is een gelukssymbool. Hulst is gelukaanbrengend. Volgens een Engelse kalender uit 1866 is Hulst de bloem van de maand december. De Bijvoet brengt geluk. Het Vlijtig Liesje betekent gelukzaligheld. Het reukgras zegt: arm, maar gelukkig. Het gele Viooltje betekent landelijk geluk.

In veel landen worden voor de Pasen de eieren rood gekleurd. Effen rode eieren zijn een teken van geluk, vreugde en liefde. In Perzië heette het nieuwjaars feest, dat in de lente gevierd werd, het feest van het rode ei.

Er zijn ook dieren die geluk brengen. De zwaluw, koekoek en ooievaar zijn geluksvogels. Het huis waar een zwaluw nestelt is een gelukkig huis, de bliksem zal er nooit inslaan. Waar een zwaluw aan de stal nestelt, daar sterven de kalveren niet, zegt de Veluwse boer. Een ander gezegde is: Zwaluwen op het dak, guldens in de zak. De ooievaar is het symbool voor heil en kinderzegen. Wie een ooievaar neerschiet heeft geen voorspoed te verwachten. In Overijssel zegt men: “Waar een ooievaar zijn nest bouwt, daar zal geen kraamvrouw sterven.”

In Schotland gelooft men dat iemand, die de koekoek hoort roepen tijdens een wandeling, veel geluk te wachten staat. In Wales hangt het er van af waar men staat. Staat men op gras of bladeren, dan brengt de koekoek geluk. Staat men op een kale plek, dan krijgt men ongeluk. Een varkentje is een gelukssymbool. Het onze-lieve-heersbeestje brengt geluk en mooi weer. Een duif bij de hoorn des overvloeds is een Romeins symbool voor geluk. Een zwaan brengt huwelijksgeluk; het is het dier der minne dat Venus en Amor vergezelt.

Bij spinnen hangt het er van af wanneer men ze ziet, want: “Een spin in de morgen, brengt kommer en zorgen. Maar “de avondspin brengt geluk en zegen in.”

Gelezen:
De bezem en de meitak, door Ben Janssen.
Dieren in het volksgeloof, uit Volksgeloof en bijgeloof, door Dr. P.J. Meertens.
De taal der bloemen, Kate Greenaway.

Knipsels:
1. Liesbeth Veldhuysen, 8 x 10 cm.
2. Rieny van Beek, 27.5 x 16.5 cm.
3. Duri Mantel.

Betekenis van de symboliek in het tweede knipsel: De twee harten zijn het symbool van de liefde. De viooltjes betekenen trouw. De duiven symboliseren vrede. De lelietjes van dalen spreken van geluk. De tulp is een symbool voor gebed. De campanulaklokjes betekenen dankbaarheid.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1991-4

Kerst

Nettie van Vooren maakte prachtige voorbeeldbladen.
Voor je zelfgemaakte Kerstkaarten kan je hier inspiratie opdoen, probeer de ontwerpjes een klein beetje aan te passen zodat ze helemaal van jezelf worden. Hoe leuk is dat!

Lovebirds

Nettie van Vooren maakte prachtige voorbeeldbladen.
Vogels worden veel gebruikt voor (eeuwige) liefde…zwanen blijven altijd bij elkaar…