Auteursarchief: admin

Kerst begrippen

Door Rieny van Beek

Bethlehem, de geboorteplaats van het kindje Jezus. De naam betekent broodhuis.
Stal, de plaats waar Jezus geboren werd, eigenlijk een grot, die als schaapskooi benut werd. In 330 liet keizer Constantijn boven de geboortegrot de Basiliek der geboorte bouwen. In het midden van de oostelijke wand van de grot bevindt zich de geboortenis, waarvoor een altaar geplaatst is, onder het altaar is een zilveren ster te zien met het opschrift: Hic de Virgine Maria Jesus Christus natus est (Hier is Jezus Christus uit de maagd Maria geboren).
Maria, de moeder des Heren.
Jozef, de man van Maria, timmerman uit Nazareth.
Kribbe, een voederbak voor de dieren, hierin werd het kindje Jezus gelegd door Maria zijn moeder. Het is het symbool voor onze geestelijke verlossing.
Stro, een herinnering aan de kribbe van Bethlehem, het symbool voor een goede oogst en de vruchtbaarheid van de aarde.
Engel, een brenger van de goede boodschap, boodschapper van God.
Engel met bazuin, een heraut, brengt de aankondiging van Jezus geboorte.
Herders, zij hoorden de engelenzang en waren de eersten die het kindje kwamen aanbidden. Symbool voor koning of kerkelijk leider.
Schaap, symbool voor de vrome mens, geduldig en lijdzaam.
Os en ezel, zij zijn in het kerstverhaal gekomen in de Middeleeuwen door Franciscus van Assisi op grond van het woord van Jesaja 1 vers 3: “Een os kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester. Ook kunnen zij het symbool zijn van het oude en het nieuwe testament, die door de geboorte van de Messias verbonden werden.

afb. 1 en 2, Rieny van Beek

Ezel, deze is het symbool voor de nederige mens, nuttig en goedig, maar soms ook koppig en dom.

An van Hoogstraaten

Morgenster, aankondiging van de dageraad en opkomst van de zon, die het duister van de nacht overwint. De komst van Christus in de wereld is als het opgaan van de ster. Christus is de morgenster.

Maria Stevens

Drie koningen, wijzen of magiërs, zij zagen de geboortester. In latere tijden werden zij van namen voorzien: Caspar, Melehior en Balthasar. Zij gaven het Christus kind geschenken.
Goud, symbool van het goddelijke koningsschap.
Mirre, symbool van de versterving, Gods zoon zal sterven.
Wierook, symbool van aanbidding en verering van het Christuskind.
Kameel, rijdier van de wijzen of magiërs, dikwijls voorzien van versierselen en soms met een soort baldakijn tegen de felle zon.

Gelezen:
Woordenboek van Bijbelse beelden en symbolen, Manfred Lurker.
Bijbelse encyclopedie, Prof. Dr. W.H. Gispen e.a.

Eugeen Van den Broeck.

Met een glimlach naar de Kerstdagen toe en met een knipoog naar het Nieuwe Jaar!

Dit artikel is eerder gepubliceerd in  Knip-Pers 1990-4

Vlinders

Door Rieny van Beek

Neem een stukje papier en vouw het dubbel. Begin groot en probeer het daarna met een steeds kleiner stukje papier.

Knip vanuit de vouw een halve vlinder. Nu gaan we de vlinder versieren, doe dit vanuit de dubbelgevouwen vlinder.

Bij voorbeeld 1 is dit steeds vanuit de vouw gedaan. Om de gekartelde rand te krijgen is het nodig om eerst een hulplijn vanuit de vouw te knippen en daarna vanaf de hulplijn met de punt van de schaar de driehoekjes eruit knippen.

Bij voorbeeld 2 is er voor ieder gaatje steeds ingeprikt met de punt van de schaar of een naald, en daarna geknipt. Doe het op de volgende manier.

hier inprikken

knip naar de punt  knip nu in een vloeiende lijn het gaatje

Op de versieringen zijn veel variaties mogelijk.

Is het moeilijk om de vlinder tijdens het versieren vast te houden, doe het dan op de volgende manier. Vouw een papiertje dubbel, met de goede kanten naar binnen.
Teken tegen de vouw een halve vlinder. Knip nu binnen deze tekenlijn EERST de versieringen uit de vlinder en knip ALS LAATSTE de buitenrand. Veel succes!

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-3

Werken met Vredessymholen

Door Marie Wieten

Op de vorige Vredeszondag in 1989, werden in alle kerken van Den Burg, door het Texels Vredesplatform (inter- en buitenkerkelijk), een activiteit georganiseerd, waarbij iedereen de hele dag welkom was. De aan mij gestelde vraag was: Wil je knippen over vrede, met kinderen en volwassenen? Natuurlijk wilde ik dat, en het voorafgaande denkwerk leverde het volgende idee op; stickers met vredessymbolen.

Er was bij iedere sticker een korte verklaring en elke bezoeker kon er zelf eentje uitzoeken om als “teken op de hand” de hele dag te dragen. Zowel kinderen als volwassenen deden graag mee zodat de voorraad stickertjes nauwelijks toereikend was. Hoewel dit idee veel gesprekstof opriep, was er toch behoefte aan meer activiteit. Om die te bevorderen waren “vrede” en “onvrede” op grote vellen karton uitgebeeld. Er werd aan de mensen niet gevraagd om iets aan de onvrede toe te voegen! We wilden daaraan geen tijd besteden.

Aan de vrede daarentegen kon iedereen, jong of oud, meewerken. En dat werd gedaan!

De vrede hangt soms aan een zijden draadje Van een zijden draadje was dus een spiraal geplakt van circa 60 cm doorsnee. Een spiraal, géén (afgesloten) cirkel – voelt u de symboliek? Nu konden én de demonstrerende knipsters, én de mensen die kwamen kijken, de “weg van de vrede met zelf bedachte, geknipte vredessymbolen invullen. Opvallend was dat kinderen onder de tien jaar veel huizen knipten. “Thuis” was duidelijk toch synoniem met geborgenheid en vrede. Bij de ouderen waren uiteraard de vredesduiven geliefd, maar er waren ook sterren, bloemen, bomen, engelen, een open (!) hand en de kaars van Amnesty. Eigenlijk waren er dus erg veel symbolen om “vrede” mee in te vullen.

Liefde en vrede een veelbelovend stel.

De weg naar de vrede begint in je hart.

Je mag de vrede best een handje helpen.

Wie vrede in ‘t hart draagt, verspreidt haar al.

Vrede heeft een maar al te tere vlam.

Het kruis brengt ons de vrede aan.

Doe iets terwille van de vrede.

Wie niet liefde handelt, dient de vrede.

De groten helpen de kleinen.

vrede vraagt inzet van hart en handen.

Laten uw daden van vrede zijn.

Je hart en je hoofd hebben alles met vrede te maken.

Geloof, hoop en liefde geoorloofde wapens.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-3

Japanse symbolen 3

Door Rieny van Beek.

Evenals de kunst van het bloemschikken, Ikebana, wordt ook de traditie van het theezetten door veel jonge meisjes geleerd voor het huwelijk. Het mengen van de groene poeder, het drinken van de thee en het wassen van de vaat, moet met eenvoudige en volmaakte gebaren geschieden. De theeceremonie werd in de 15e eeuw ontwikkeld uit Boeddhistische riten en is een onderdeel van de Japanse gastvrijheid. Voordat men een Japans huis binnen gaat moet men zijn schoenen uittrekken en een kimono aantrekken. Men zit op dunne zwarte kussens op de tatami (rijst-stromat) bij een lage tafel. De kamers hebben papieren schuifwanden. ‘s Nachts slaapt men in dezelfde kamer en haalt laken, deken en kussen uit de kast. Een kimono is een kledingstuk zowel voor mannen als voor vrouwen en ziet er heel fraai uit. De patronen op de kimono’s zijn prachtig en worden soms naar geknipte voorbeelden aangebracht.


In de traditionele dracht dragen Japanse vrouwen kammen in het haar ter versiering. De kammen worden uit oud geurig hout gemaakt. De tanden worden gepolijst met een speciale vijl, die bedekt is met schurende bladeren. Het duurt soms meer dan vijf uur om één kam te maken. Het dragen van kammen brengt geluk en ze beschermen de deugdzaamheid van de draagster. Als een echtgenote een kam uit haar haar trekt, is dit een teken dat ze wil scheiden.

Een Japanse kunst is het maken van vliegers en het oplaten ervan. Oorspronkelijk werden ze opgelaten als symbolische dankoffers aan de goden en droegen ze geschreven lettertekens die goede voortekenen aangaven. Nu worden ze meestal versierd met kleurige patronen van traditionele ontwerpen.
Poppen worden niet alleen als speelgoed, maar ook als kunstwerk gemaakt. Tijdens een Boeddhistisch poppenfeest verbrandt men de oude poppen om zo op een eerbiedige manier afstand te doen van oud speelgoed. Met meisjesdag zet men poppen in de tokonoma die de keizerlijke familie voorstellen.

Het smeden van zwaarden was vroeger een religieuze ceremonie, waarbij de smid speciale gewaden aantrok en de buitenwereld vermeed. De kling was vaak prachtig versierd en tegenwoordig gebruikt de smid bij het maken van zwaarden nog steeds traditionele boeken als handleiding. Met jongensdag plaatst men vaak enkele zwaarden in de tokonoma als symbool voor dapperheid en mannelijkheid. Goden worden gesymboliseerd door een spiegel en een zwaard.

De spiegel, het zwaard en de komma zijn de drie symbolen van het keizerrijk. Zij symboliseren macht. De komma is een juweel van agaat of jade en is in de vorm van een tijgerklauw, dat kracht symboliseert. Het mitsutomoeteken stelt drie komma’s in een cirkel voor. Zij zijn de drie schatten van het Boeddhisme: de Boeddha, de leken en de wet.

Over de spiegel als keizerlijk symbool wordt het volgende verhaal verteld: Toen Ninigi no Mikoto, de grootvader van de eersté Japanse keizer en de kleinzoon van de godin van de zon, uit de hemel neerdaalde om Japan te veroveren, kreeg hij van zijn grootmoeder de heilige spiegel. Die bleef tot op heden het symbool van de keizerlijke functie en wordt bewaard in brokaat gewikkeld, op een vergulde houten sokkel, in de tempel van Ise, gewijd aan de godin van de zon. Volgens de legende staat op de rug van de spiegel in het Hebreeuws: “Ik ben die ben”, maar nog nooit heeft iemand het gezien. De tempel wordt om de twintig jaar afgebroken en vernieuwd volgens de oude afmetingen. De huidige tempel is de achtenvijftigste.

De krijgers in het oude Japan waren de Samoerai. Hun stand werd gesymboliseerd door twee zwaarden. Zij riepen een nieuwe traditie in het leven: het gevecht met de sabel, het symbool van de onbezoedelde eer. De samoerai waren kampioen in de gevechtskunst., Ze beoefenden het schermen (kendo) en legden zich toe op de boogschutterskunst (kioedo). Ook waren ze bedreven in de gevechtskunsten judo en karate. De samoerai streven naar loyaliteit, energie, zelfverloochening en zelfbeheersing.

OP 6 augustus wordt jaarlijks de explosie van de atoombom herdacht. Dan keren de zielen van de afgestorvenen voor een tijdje terug op aarde. In het Park van de Vrede te Hiroshima laat men op die dag duizenden lantaarns opstijgen en wegdrijven. Elke lantaarn symboliseert één ziel. In het Park van de Vrede staat ook een gedenkteken. Op de punt van een symbolische atoombom verheft zich de bronzen figuur van een meisje. In haar ten hemel gestrekte handen houdt zij een gouden kraanvogel. De kraanvogel is een algemeen Japans symbool en betekent geluk. Deze is een gevouwen kraanvogel, volgens de Japanse vouwkunst of origami. Karl Bruckner schreef hierover het boek “Die ene seconde”. Het boek vertelt over het leven van een meisje vanaf de val van de atoombom tot haar dood, tien jaar later. Als ze in het ziekenhuis ligt probeert ze de hoop op leven te behouden door het vouwen van duizend kraanvogels. Als ze er duizend af heeft gaat haar wens in vervulling: ze zal weer beter worden en gelukkig zijn.

Gelezen:
Japan, Larousse Landenserie
Japan, Richard Story
Symhols, signs en signets – Ernst Lebner
Die ene seconde, Karl Bruckner

Illustraties:
1,2,4,5: Greetje Beekman
3,6,7: Ans van Oeveren

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1990-3

Japanse symbolen 2

Door Rieny van Beek.

Vuurrood en warm
Straalt nog steeds de zomerzon
Doch de herfstwind waait

Basho

Bovenstaand Japans gedichtje is een Haiku. Het is een drieregelig vers van 17 lettergrepen, dat over één onderwerp gaat. Het maken van deze verzen wordt in alle lagen van de bevolking beoefend. Jaarlijks organiseert het Bureau van het Keizerlijk Huis een wedstrijd rond een bepaald thema: de zee, de herfst, de kerselaar enzovoort. Eén van de grootste dichters van de Haiku is Basho.

De Japanner heeft een grote liefde voor de natuur; poëzie en kunst zijn daar een afspiegeling van. De taal der bloemen wordt in Japan heel precies gebruikt. Je mag een zieke nooit gele tulpen geven, want ze kunnen een voorteken zijn van een fataal einde. De witte camelia is het symbool voor ideale liefde, zij bloeit bijna het hele jaar door. Hoewel erg geliefd in Japan, vermijdt men toch de bloem bij blijde gebeurtenissen te gebruiken omdat deze bloem vrij plotseling afvalt en daarmee een vroege dood suggereert. De narcis is een voorjaarsbloeier en beeldt moed uit. Hij verjaagt de winter en zegt dat de lente op komst is. De witte trosnarcis is het symbool van zuiverheid. Klimplanten symboliseren aanhankelijkheid.

De altijd groene dennentak betekent voorspoed, welvaart en een lang leven, bemoste dennentakken zijn symbolisch voor ouderdom en rijpheid. De bamboe groeit snel en is veerkrachtig, zodat het met de wind meebuigt. Het betekent duurzaamheid, buigzaamheid. oprechtheid en vitaliteit. De pruim is de eerste boom die bloeit in het jaar, hij kondigt de lente aan en is een symbool voor moed en uithoudingsvermogen. Met deze drie takken: den, pruim en bamboe versieren de Japanners hun huis tijdens het nieuwjaarsfeest. Iedereen is vrij van 29 december tot 5 januari. Men maakt van bamboe en dennentakken een poort en hangt aan een koord van stro gevouwen repen papier ”gohei”, om de god van het nieuwe jaar te begroeten. De ikebana schikking op de eerste dag van de eerste maand bestaat uit pruimen- (afb. 1), dennen- (2) en bamboetakken (3). Deze combinatie, die ook gebruikt wordt voor andere gelukbrengende gebeurtenissen, is als geheel symbolisch voor een lang en gelukkig leven.

Op de laatste dag van december is het in Japan tijd om voorbereidingen te treffen om het leven opnieuw te beginnen. Het huis wordt schoongemaakt, oude kleren weggedaan en uitstaande rekeningen betaald. Tegen middernacht klinken in Tokio de tempelklokken 108 maal, wat een herinnering is aan het aantal kwaden in de boeddhistische leer, die de wereld der mensen plaagt. Als de laatste slag heeft geklonken gaan de burgers van Tokio naar buiten om in de tempels en heiligdommen te bidden voor geluk en succes. Feestvuren en lampions verlichten de tempels. Veel Japanners blijven op om de eerste zonsopgang van het nieuwe jaar te zien. Daarna besteden zij speciale aandacht aan het eerste bad en houden een speciaal ontbijt. Op de eerste dag van het nieuwe jaar wordt er door veel mensen een bezoek gebracht aan de goden.

Bij de tempels en heiligdommen kan men horoscopen op reepjes papier kopen, die na het lezen aan iets heiligs worden gebonden, zoals handvatten van de tempeldeur, het hek of takjes van bomen in de tempeltuin. Dit wordt gedaan om het noodlot te weren. Aan de god van het nieuwe jaar wordt geofferd voor een goede oogst door in de tokonoma drie boven elkaar geplaatste rijsttaarten te zetten, met papierslingers, bladeren en mandarijntjes versierd. Dit offer brengt geluk. Op 6 januari eindigt het nieuwjaarsfeest met het verbranden van de versieringen: een ceremoniële gebeurtenis.

Tijdens Japanse feesten, Matsuri, versieren de mensen hun huizen met vrolijk gekleurde papieren lampions en bloemen boven de deur. Eén van de Japanse feesten is meisjesdag; het valt op de derde dag van de derde maand. De versieringen voor deze dag zijn perzikbloesemtakken en koolzaadbloemen. De perzikbloesem symboliseert vrouwelijke deugden, zoals zachtheid en vriendelijkheid. In de tokonoma, de nis waarin de ikebanaschikking geplaatst wordt, zet men poppen, die de keizerlijke familie voorstellen. Men biedt de keizer en keizerin en hun gevolg kleurige rijsttaarten en zoete sake, rijstwijn, aan in een speelgoedserviesje.

Een ander feest is jongensdag op de vijfde dag van de vijfde maand. De ikebanaschikking voor die dag bestaat uit irissen, die dapperheid symboliseren, terwijl het blad de vorm heeft van een zwaard. Het dragen van een zwaard in het oude Japan mocht alleen door de samurai, de krijgers. In de tokonoma worden bij de irisschikking ook enkele samuraipoppen en een wapenuitrusting ge plaatst. Buiten het huis worden aan een lange bamboestok katoenen karpers gehangen, die als linten in de wind wapperen. Aan het aantal karpers kan men zien hoeveel jongens er in het gezin zijn. De irisbloem (afb. 4) symboliseert dapperheid, oprechtheid en mannelijkheid. De karper betekent moed en doorzettingsvermogen, omdat deze vis tegen de stroom in kan zwemmen.

Bij feestelijke gelegenheden, zoals huwelijken en deftige theepartijen, worden vrolijke snoepjes in de vorm van bloemen en bladeren geserveerd. De uiterlijke vorm is voor de Japanner even belangrijk als de smaak. De snoepjes zijn gemaakt van suiker en rijstebloem en ze hebben de vorm van esdoornbladeren, chrysanten, kersen- en pruimenbloesem. Tot slot nog een Haiku over de wind:

Zonder penseelstreek
schildert toch de wilgenboom
een beeld van de wind

Sarijn

Gelezen:
Ikebana in kleur, Doris Diels-Kraift
Japan, Richard story
Japan, Larousse landenserie
Symbols, signs en segnets, Ernst Lehner

Afbeeldingen:
1 tm 4 uit Symbols, signs en segnets
5 en 7 Annet van der Heide
6 Greetje Beekman

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-2

Japanse symbolen 1

Door Rieny van Beek

Heel die lentenacht
eindigde in morgenrood
op kersebloesen

De symboliek van Japanse bloemen en planten komt tot uiting in Ikebana, dat is de Japanse kunst van het bloemschikken. Ikebana betekent: het tot leven brengen van bloemen en planten in een schikking. De priester Ono-no-Imoko introduceerde het Chinese gebruik om bloemen voor het altaar van de goden te plaatsen. Hij sticht te de Ikenobo-school, waar de bloemschikkunst geleerd kon worden. Aanvankelijk werden de bloemstukken alleen in de tempels geplaatst als offerande ter ere van Boeddha, later ook in de huizen voor het familiealtaar, bijvoorbeeld voor de rust van een overledene.
Onder invloed van het Zen-Boeddhisme werden de bloemschikkingen niet meer gezien als huldigingen aan Boeddha, maar in de tokonoma geplaatst met een decoratieve functie. De tokonoma is de traditionele ereplaats van de Japanse woning, een alkoof in de kamer, meestal gelegen tegenover de tuin. De bodem is bedekt met een tatami, een dikke rijststromat. Het is een rustige plaats voor meditatie. Hier plaatst men de bloemschikkingen, die daar goed tot hun recht komen.

In het Boeddhisme is de lotusbloem het symbool van reinheid en onsterfelijkheid. De chrysant is de meest geliefde bloem in Japan. Zij symboliseert rijpheid, waardigheid, onsterfelijkheid en een lang leven. De chrysant werd 1000 jaar geleden uit China naar Japan overgebracht en daar gecultiveerd tot een grote verscheidenheid in soorten en kleuren. In de herfst gaan veel mensen de tentoonstellingen in de openbare parken bezoeken om de chrysanten te bewonderen. De 16-bladige chrysant is het embleem van de keizerlijke familie en is op praktisch alle voorwerpen van het keizerlijke huis te zien. Kikumon is het embleem van de keizer (afb. 1) en kirimon is het embleem van de keizerin (afb. 2).

Het chrysanthemum is afkomstig uit het Grieks en betekent gouden bloem; goud als de kleur van de zon. Dit wijst naar de rode cirkel op de witte vlag van Japan: de opgang van de zon. Japan is het land van de rijzende zon.

De kersenbloesem (afb. 3) is de nationale bloem van Japan. Kersenbomen worden om de bloesem geplant en in het voorjaar neemt bijna elke familie wel een dag vrij om de schoonheid van de bloesems te bewonderen. De kersenbloesem is het symbool voor mannelijkheid, dienstbaarheid en ridderlijkheid en wordt vergeleken met de samurai, de Japanse krijger. De wilg, die in het vroege voorjaar ontluikt is een symbool voor nieuw leven en blijheid. Lange, tot op de grond hangende takken symboliseren lang leven. Riet betekent beweeglijkheid en onbezorgdheid, uitgebloeide pluimen zijn een symbool voor weemoed en rust.

De pioenroos (afb. 4) is de koning van de bloemen en betekent nobelheid en voorspoed. De dahlia betekent dankbaarheid, de amarylis spreekt van aanhankelijkheid en de magnolia duidt trouw en echte liefde aan.
Op het embleem van adelijke families komen veel van deze bloemen voor, maar ook vlinders (afb. 5), insekten, bomen en voorwerpen uit het dagelijks leven zoals sleutels (afb. 6) en scharen (afb. 7). Vanaf 900 waren deze emblemen al bekend en vooral in het feodale tijdperk in de l7de eeuw, bereikte het gebruik ervan een hoogtepunt.

Het familiesymbool of mon komt voor op alles wat de familie bezit. Ook komen zij voor op bruidskleding, rouwkleding en doodskleding (hara—kiri). De patronen zijn geweven of geborduurd, en op vijf plaatsen op elk kledingstuk genaaid; op elke mouw, elke borst en achter in de hals.

Tot besluit nog een Japans gedichtje of Haiku over kersenbomen in bloei.

Het is mei
een middag
in bloei.

Miki Rofoe.

Gelezen:
Ikebana in kleur, Doris Diels Krafft
Symbols, Signs en Signets: Ernst Lebner

Illustraties:
1 t/m 7 uit Symbols, Siqns en Signets van Ernst Lehner

  1. Ineke Sanders, afm.10 x 5 cm
  2. Liesbeth Teunissen, 19 x 10 cm
  3. Rieny van Beek, 7 x 6 cm
  4. Ineke Sanders, 4,5 x 9 cm

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-1

Luilak en pinksterbruid

Door Rieny van Beek

In Noord-Holland begint Pinksteren nogal luidruchtig met een luilakviering. Het wordt vooral gevierd in Amsterdam, Haarlem, de Zaanstreek en de. kop van Noord-Holland. Op zaterdagmorgen, al om een uur of vijf als het nog schemerdonker is, lopen er jongens op straat te schreeuwen: “Luilak, luilak, beddezak!”
Als er een agent in de buurt komt, dan nemen ze de benen. Tegen zes uur komen er meer jongens op straat, die met groenteblikken of oude fluitketels achter zich aan lopen te gillen en joelen net zo lang tot iedereen wakker is, want uitslapen is er op deze zaterdag niet bij.

In Haarlem is er een speciale luilakmarkt, die van vrijdagavond tot zaterdagochtend voor Pinksteren wordt gehouden. Het is voornamelijk een bloemenmarkt en iedere ware Haarlemmer komt op luilakmorgen dan ook met een bloemetje thuis.

Pinkstergebruiken in de Zaanstreek- het reinigen van huis en hof voor Pinkster

Käthy Kuiper, die zichzelf 10 jaar geleden de oude technieken van knippen, snijden en prikken heeft aangeleerd, maakte deze prent in 1983. In haar jeugd – zo rond 1950 – was het nog een algemeen gebruik in de Zaanstreek, dat vóór Pinksteren alles aan kant moest zijn. De heggen werden geknipt, de paden geharkt, het onkruid tussen de stenen uitgetrokken en het huis met bezemen gekeerd.

Käthy Kuiper, 1983,  afm.30 x 21 om

De Pinksterbruid
De Pinksterbruid is een meisje, getooid met bloemen in het haar en omhangen met rozenslingers. Zij is het zinnebeeld van de herleefde natuur. Vooral in Twente was dit gebruik algemeen. De Pinksterbruid loopt onder een boog, versierd met bloemen, papier en groen, die door twee vriendinnetjes boven haar hoofd wordt gehouden. Zij lopen zo van erf tot erf en van huis tot huis, onder het zingen van een liedje met de vraag of er iets gegeven wordt. Krijgt de groep iets, dan strooit het meisje een paar lovertjes (van papier of bloemblaadjes) voor de deur als een zegenend gebaar van de kleine lentefee.

Hill Bottema,

Soms werden er pinksterkronen opgericht, waaronder gezongen en gedanst werd.
De pinksterkroon bestond uit staken van vier of vijf meter hoog, waaraan hoepels bevestigd waren met afhangende van gekleurd papier geknipte slingers. In Deventer was het de gewoonte om op dinsdag na Pinksteren de pinksterkroon te begraven. Dit gebeurde door de kroon in de IJssel te smijten of op een weiland te verbranden.

Gelezen:
D.J. van der Ven: Met de goastok door Twente en Salland.
Dr. J.M. Fuchs en W.J. Siinons: Shell Journaal van de Nederlandse Folklore.

De bloemenmand is geknipt door Rieny van Beek

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-2

Voor iedereen een huis

Door Annette Zijlstra.

Het is leuk om voor iedereen een huis te bedenken, welk huis past bij wie?

Bij de prinses op de erwt van de vorige keer hoort natuurlijk een kasteel, maar waar woont bijvoorbeeld een kabouter, een muis en wie woont er in een boomhut?

Met een groepje knipsters hebben we ons daar mee bezig gehouden. Nadia heeft een huisje voor Minnie Mouse geknipt (afb. 2).

afb. 2

Louise had een heel ander idee en knipte een brug waar poezen op wonen. Zij knipte met losse elementen in verschillende kleuren, dus ik hoop dat het goed op de foto te zien is (afb. 3).

afb. 3

Sara heeft een rond huis geknipt voor een Eskimo (afb. 4).

afb. 4

We hebben een nieuwe knipster Salysha erbij, ze is 5 jaar en heeft een huis voor een kikker geknipt, ze heeft hem eerst gekleurd en daarna uitgeknipt (afb. 5).

afb. 5

De meesten van de groep vonden het moeilijk om de raampjes uit te knippen, dat gaat het beste als je eerst een gaatje maakt en daar dan je schaar in zet. Dan knip je de raampjes rondom uit, misschien heb je iemand die het vóór kan doen. Bij Sara lukte het even goed niet, maar dat is niet erg, je kunt het altijd vastplakken.
Voor wie wil jij een huis knippen? We zijn erg benieuwd!

Het huis met de twee torentjes is geknipt door Annette Zijlstra

Knippen en vouwen

Deze techniek is al oud en werd al in de 19e eeuw in Noord Drenthe toegepast bij het maken van een klokkenkleedje, die de staartklok tegen stof in het uurwerk moest beschermen. Door middel van knippen en omvouwen kunnen leuke patronen gemaakt worden in het papier. Nu is deze techniek weer helemaal terug onder de naam lacé of incire en er zijn volop mallen en voorgedrukte patronen te koop. Toch is het veel leuker om zelf aan de slag te gaan en eigen toepassingen te maken. Het eenvoudigste patroon is een regelmatige rij evenwijdige knippen die daarna omgevouwen worden. Vouw het papier dubbel, teken tegen de vouw op regelmatige afstand een even aantal schuinlopende evenwijdige lijnen, knip deze in, vouw het papier open en vouw de geknipte strookjes om.


Het patroon verandert bij een andere lengte of afstand van de lijnen of bij een andere hoek waaronder geknipt wordt. Deze patronen kunnen gebruikt worden als versiering op een boekenlegger, kerstboom of kerstklok. Ook een kaart kan op deze wijze versierd worden, snij de lijnen dan met een mesje langs een liniaal in de kaart. Gebruik voor deze techniek origamipapier, waarvan iedere zijde een andere kleur heeft of duokarton. De geknipte modellen van origami papier kunnen op een kaart in een afstekende kleur geplakt worden. De gesneden modellen van duokarton zijn leuk om aan een draadje in de kerstboom te hangen of voor het raam.

Kerstboom
De boom is gemaakt van dubbel origami papier van 12 x 8 cm en heeft drie vouwlijnen, waarin de versieringen geknipt worden. Knip uit dubbelgevouwen papier een halve kerstboom (1).
Knip in de middenvouw de versieringen; de lijnen inknippen, het gearceerde gedeelte uitknippen (2).

Vouw de boom open en vouw dan de linker- en rechteronderpunt om tot de middenvouw. Knip vanuit deze twee vouwen de versiering in (3). Vouw alles terug en vouw de geknipte strookjes om. Plak de boom op een kaart, maar plak de gevouwen puntjes niet vast (4).

Kerstster
De ster is gemaakt van dubbel origami papier van 15 x 15 cm. Neem een vierkant stuk papier, vouw dat drie maal schuin, zie afb. 5, 6, 7. Knip vanaf de open kant het gearceerde gedeelte weg en vanuit de vouwen de gearceerde puntjes.
De lijnen inknippen, (8).


Na het openvouwen van de ster moeten de geknipte lijnen omgevouwen worden. Met een grote scherpe schaar is het mogelijk om in één keer door alle lagen heen te knippen. Een andere mogelijkheid is om de ster eerst open te vouwen en dan vouw voor vouw te bewerken. De ster kan op een vierkante kaart geplakt worden of aan een draad voor het raam gehangen worden.

Deze tip is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 2002-4

Kerstsymboliek

Liesbeth Veldhuysen

Door Rieny van Beek

Onze Germaanse voorouders vierden het midwinterfeest of joelfeest. Dat was een doden, vruchtbaarheids- en zonnefeest. De Germanen vereerden bomen, vooral de eik was een heilige boom. Tijdens het joelfeest ontstaken zij vuren en lichten bij grote bomen om de doden te eren. Ook het haardvuur, dat heilig werd beschouwd, werd op het joelfeest gedoofd en opnieuw aangestoken. Er werd een wortelig stuk van de onderstam van de eik verbrand, joelblok genoemd, waarvan de as een genezende eigenschap had en de vruchtbaarheid bevorderde, wanneer ze over het land werd uitgestrooid.

Heleen Derksen Staats-van Spaandonk

Het joelfeest werd gevierd van 25 december tot 6 januari, wanneer de zon in de laagste stand stond. Gedurende de joeltijd mocht niets op aarde draaien, de spinnewielen werden stilgezet. Na 12 nachten werd als afsluiting van het joelfeest een draaiend rad rondgedragen of een brandend rad van een berg gerold als teken van het weerkerende zonlicht. Op het joelfeest werd een joelboom opgericht op het dorpsplein, waarbij men zong en danste. Het woord joel is afgeleid van hjul, dat rad of wiel betekent. In het Deens, Noors en Zweeds komt het woord in deze betekenis voor. Het kerstfeest wordt daar nog steeds Jul genoemd.

I.L.G. Kerp-Schlesinger

Na de komst van het christendom werden de heidense gebruiken verboden. Karel de Grote liet in de Saksenwetten het verbod van de boomverering opnemen en verbood ook het plaatsen van lichten en vuren bij bomen, Het oude volksgeloof was niet uit te roeien, daarom heeft de kerk het oude joelfeest gekerstend door de geboortedag van Christus op 25 december te plaatsen en het feest van Driekoningen op 6 januari. De kerkvader Ambrosius noemde Christus de nieuwe zon, Christus werd het licht der wereld.
Hoewel de kerk de joelboom verbood, bleef deze gewoonte toch in enkele streken van Duits land bestaan.

Chris van Veen-Scholten

De kerstboom door de tijden heen
Het oudste gebruik van de kerstboom, voorzover uit oude stukken bekend, komt voor in de Elzas. Uit 1561 is een verordening bekend waarin staat dat iedere burger met kerst slechts één mei mag omhakken. Met een mei wordt een feestboom bedoeld en een wintermei is een kerstboom. Uit 1605 is bekend dat in Straatsburg de gewoonte bestond om met Kerstmis een sparrenboom in de kamer te zetten. Deze bomen waren versierd met appels en papieren bloemen. Uit brieven van Liselotte van de Paits (1652-1722) is bekend dat er een kerstboom stond in het paleis in Hannover.

An van Hoogstraten-de Saegher

In de l8de eeuw kwam de kerstboom steeds vaker voor in Duitsland. Liselotte, die trouwde met een broer van Lodewijk XIV, probeerde de kerstboom aan het hof te Versaille te introduceren, maar de zonnekoning wilde deze Duitse mode niet. Het duurde tot 1840 voordat prinses Hélène van Orléans een kerstboom in de Tuilleriën ontstak. In Engeland schonk Albert van Saksen in 1840 een versierde kerstboom van 40 voet hoog aan zijn gemalin koningin Victoria. In Hongarije was het ook een vorstin, die de kerstboom introduceerde, prinses Maria Dorothea van Würtemberg, de derde vrouw van aartshertog Josef. Vanaf de l9de eeuw zien we de kerstboom ook in Zwitserland en Oostenrijk.

In Amerika is de gewoonte van de kerstboom meegebracht door de Duitse emigranten. August Imgart richtte in 1847 voor het eerst een lichtboom op in de Nieuwe Wereld en sindsdien is de kerstboom daar populairder dan in Duitsland. Honderd jaar later, in 1947, werd ter ere van dit feit een herinneringsbord gemaakt in Amerika.

To van Waning-Mijnlieff

In Nederland en Vlaanderen komt de kerstboom pas vanaf het einde van de l9de eeuw voor. Duitsers, die hier woonden, brachten de gewoonte van de versierde boom mee. Dat een kerstboom toen nog iets bijzonders was blijkt uit een bericht in de ‘Wageningsche Courant’ van 23 december 1875, waarin stond aangekondigd dat op donderdag-, vrijdag- en tweede kerstdagavond de kerstboom van banketbakker G. Hijnekamp verlicht was. Eerst kwam het gebruik voor in de kerk en de zondagsschool, daarna hij de gegoede burgerij in de stad, later was het ook algemeen bekend op het platteland.

Kwam de boom eerst vooral binnenshuis voor, tegenwoordig ziet men steeds meer verlichte bomen buiten staan. Grote verlichte bomen staan in het midden van de stad naar Scandinavisch voorbeeld. Kleinere bomen verlichten ‘s avonds steeds meer de tuinen. Eveneens uit de Scandinavische landen is het gebruik overgenomen om in de kersttijd in de masten van schepen kerstgroen aan te brengen. Vooral in de havens van Delfzijl en Harlingen liggen dan veel versierde schepen.

Frouke Goudman-Cupido

Kerstboomversieringen
De oudste kerstboomversieringen bestonden uit appels, noten, verschillende koekvormen, papieren bloemen, suikergoed en kaarsjes. De eetbare versieringen waren vruchtbaarheidssymbolen en bedoeld als offers voor de goden. De koekvormen bestonden uit kransjes, krakelingen en honingkoeken in de vorm van een paard, hert, eekhoorn, geluksvarken of levens boom met mensenpaar. De kransjes, eerst van koek of suikergoed en later van chocolade, stelden de zon voor, herinnerend aan het midwinter-of zonnewendefeest. De boom bleef tot Driekoningen staan om dan door de kinderen geplukt te worden.

Ook werden er zilveren slingers gebruikt, die aan de boom rijkdom en lichtglans gaven. De papieren bloemen en rozetten herinnerden eraan dat de kerstboom of joelboom niet alleen vruchtdragend, maar ook een bloeiende boom was. In de top bevond zich een ster met acht stralen; deze stelde oorspronkelijk het zonnerad voor, maar kreeg later de betekenis van de ster van Bethlehem.

Sister Nary Jean Dorcy

Omstreeks 1880 verdwenen de eetbare en papieren versieringen. Zij werden vervangen door verzilverde, glazen voorwerpen. De chemicus Justus, Freiherr von Liebig had een methode ontdekt waardoor glazen voorwerpen verzilverd konden worden. De glasblazers in Thüringen pasten dit nieuwe procédé toe en maakten zilverkleurige glazen kerstboomversieringen in de vorm van ballen, klokken, trompetjes en dergelijke. De verlichting van echte kaarsjes herinnerde aan de lichtgevende wereldboom. Een kerstboom met brandende kaarsjes was sfeervol en het hoogtepunt van de kerstfeestviering. Na de opkomst van de elektrische kerstboomverlichting is de kerstboom geworden tot een gezellige schemerlamp die dagelijks brandt.

Gelezen:
Dr. C. Catharina van de Graft – Nederlandse volksgebruiken bij hoogtijdagen.
S.J. van der Molen – Onze Folklore – Het jaar rond.
A.P. van Gilst – De Kerstboom, herkomst, geschiedenis en folklore.
Henk Sweers e.a -Jaarfeesten.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1992-4