Auteursarchief: admin

Vlakverdeling 7

Door Frouke Goudman

Deze keer iets héél anders! We maken het papier zélf tot onderwerp van ons knipsel. Dit klinkt moeilijker dan het is.
We knippen ons detail uit een vierhoekig (dus zo neutraal mogelijk) stuk zwart papier en dit stukje alléén geeft nu aan hoe we de REST van ons papier moeten zien: bij de slijtageplek een lap stof, bij de veter een schoen of een stuk leer, enz.

U zult bij het bekijken van mijn voorbeelden zowel positief (de voorstelling zelf zwart) als diapositief (de voorstelling zelf wit) geknipte details tegenkomen. Erg leuk vind ik het werken met een combinatie van beide werkwijzen, zodat er een detail, dat op zichzelf staat zoals de naald, aan toegevoegd kan worden om de boel wat levendiger te maken.

U ziet dat de kleine gaatjes van klein naar groot de eigenlijke lap stof verbeelden. In plaats van de naald had er evengoed een ánder diapositief geknipt deel uitgeknipt kunnen worden; de naald hoort er niet écht bij maar probeert te benadrukken dat we een lap stof bedoelen.
Het papier is opzettelijk niet in vieren, maar in tweeën gevouwen, om de draden zo natuurlijk mogelijk te laten lopen. Bij het in vieren vouwen komt er gauw een vertekening in de “draden”.
Ziet u overigens de overeenkomst met mijn knipseltje “zonsondergang” uit het vorige nummer? We laten de draden dunner worden om zo meer wit in het knipwerk te krijgen.
Als u dit onder de knie heeft kunt u de stof nog een beetje laten plooien ook! Of knip een ánder weefpatroon! Breiwerk kan ook heel interessant worden: u kunt hier in plaats van een gat een paar steken laten vallen!

Houdt u het basisprincipe wél in de gaten: een flink stuk zwart, een grijswaarde en een flink wit gedeelte. U merkt wel dat u niet ongestraft zonder onderbreking witte lijnen uit een zwart papier kunt knippen. Zorgt u er voor dat er steunlijnen op logische plaatsen zitten! Het is niet de bedoeling dat de hele boel uit elkaar valt! Denk maar dat u een sjabloon aan het maken bent.

Deze manier van knippen vereist een totaal andere wijze van kijken naar de dingen. Als het idee u bezighoudt, is het mogelijk dat u in het dagelijks leven allerlei ideeën opdoet! Nét toen ik de slijtageplek had geknipt en er in de stad een fotokopie van had gemaakt kwam er toch een prachtig voorbeeld aangewandeld! Een jongen in een versleten spijkerbroek met op de bil een juwéél van een half versleten plek. De horizontale draden hingen er nog bij als slingers in een kerstboom, terwijl de verticale verdwenen waren. Daar moet iets heel moois van te maken zijn!

Even verder fietste ik langs een muur waar de verf van afgebladderd was. De zon zorgde met strijklicht voor een extra grijswaarde, de schaduw. Thuis zag ik in gedachten de kraan diapositief uit een Zwarte muur komen en pikzwarte deuren kregen mooie witte sloten! Eenvoudige details krijgen een grote zeggingskracht!

We kunnen bovengenoemde manier van kijken en knippen natuurlijk als onderdeel in een knipsel toepassen: als we ergens een zwart accent nodig hebben maar de voorstelling niet willen onderbreken door een onduidelijke zwarte plek zonder enige functie. In plaats van het uitwerken van elk detail laten we een deel gewoon zwart en suggereren (door het knippen van een traploze overgang) dat het patroon doorgaat. Van een muur hoeft u niet alle bakstenen te knippen en een rok met plooien mag best zwart blijven op plaatsen waar de plooien naar binnen vallen! U kunt zo een beetje spelen met licht en donker.

U zult inmiddels wel ontdekt hebben dat ik een knipsel graag als één geheel zie en alles aan elkaar vastknip. Iedereen maakt zo zijn eigen ongeschreven wetten. Het is natuurlijk een beperking, maar ik voel me er niet door gebonden.

Het is wel verleidelijk om rondom de middelste voorstelling in een knipsel een band wit te houden, maar dan is het voor mij géén eenheid meer. Het moet in één hand vast te houden zijn. Aansluitend hierop kan ik u vertellen dat in Zuoz (Zwitserland) op de kniptentoonstelling dit jaar (1989) prachtige voorbeelden te zien waren van knippers die duidelijk mijn mening niet zijn toegedaan!

Ernst Oppliger had onder meer een enorm werk in meerdere delen gemaakt, genaamd de Ark, en gelijk opgeplakt. Dat moet natuurlijk wel bij deze werkwijze. Als ik een kopie krijg vraag ik toestemming voor publicatie in ons blad. Van deze tentoonstelling zou ik geen verslag voor u kunnen maken. Als je een paar uur kijkt krijg je zoveel indrukken door elkaar dat je er duizelig van wordt.

Wat me bij bleef was de enorme hartelijkheid waarmee ik ontvangen werd door de familie Oppliger. Er werd me zoveel uitgelegd, was het maar op een bandje opgenomen!
Mevrouw Oppliger nam het af en toe van haar man over als hij silhouetten ging knippen. (Dit deed hij niet uit de hand alleen, maar hij gebruikt óók een pantograaf als hulpmiddel). Net nadat mevrouw Oppliger me had verteld hoe de Ark tot stand was gekomen en wat de betekenis ervan was, ontmoette ik een Hollands echtpaar. Zij konden toen informatie uit de tweede hand van me krijgen!

Er was in bovengenoemd werk nauwkeurig op toegezien om geen fouten te maken met het knippen van de juiste aantallen dieren. Het zal je toch gebeuren dat je maandenlang aan iets werkt en er komen mensen langs die je vertellen dat je een aap te weinig hebt geknipt! We hebben ook elkaars scharen geprobeerd maar dat was niet bepaald een succes! Hij:”Ik geloof dat je hier geen kleine gaatjes mee kunt knippen! Ik: “De bovenste laag van mijn vinger heb ik ook meegeknipt!” Mijn werk is minstens twee, drie keer zo grof geknipt als het zijne, daar kwam ik al gauw achter.

De tweede knipper waar ik persoonlijk mee mocht kennismaken was Ch. Flückiger uit Zuoz. Zijn knipsel sierde de tentoonstellingsaffiche en de uitnodiging, en was ook zéér fijn geknipt. Net als mevrouw Oppliger was de echtgenote van de heer Flückiger ook zeer actief aanwezig. Een directe stimulans in eigen omgeving lijkt me onontbeerlijk!

Tot mijn verrassing bleek de knipper Bruno Weber zich opnieuw te hebben vastgebeten in het probleem van de combinatie zwarte verticale lijnen met een wit gat. Waar hij in zijn u, uit Vlakverdeling 6, bekende knipsel nog steun zoekt bij een zwarte contour rond zijn witte vlak (maan), vindt hij nu een veel betere oplossing: een zéér functionele brede zwarte schaduwrand onder drie naast elkaar geplaatste witte parapluus!

Het is allemaal teveel om op te noemen. Kunt u zich voorstellen dat ik me maar met moeite kon losscheuren uit deze boeiende wereld met hartelijke en enthousiaste mensen?

Maar nu gaan we hier aan de gang! Ziet u er al een gat in?
Zet uw tanden dan in deze opgaven en….even doorbijten!

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-3

Vlakverdeling 6

Door Frouke Goudman-Cupido

We verlangen er allemaal wel naar, zélfs na deze niet zo strenge winter, om weer eens van de zon te genieten. We zeggen vaak: “Wat een lekker zonnetje”, maar eigenlijk bedoelen we het effect van de zon: de zonnige plekjes in de tuin, de warmte van de stralen op ons lijf en ga zo maar door!

Maar hoe maken we een knipsel dat iets met de zon te maken heeft? De vraagstelling omdraaien is eenvoudiger.

Niet: Wat doen wij met de zon, maar: Wat doet de zon met ons! Natuurlijk stapelen uw ideeën zich op! We gaan ze in een paar groepen splitsen.

  1. Het constateren van de aanwezigheid van de zon. We knippen één of meer duidelijke zonnen boven ons landschap.
  2. De effecten die de zon teweeg brengt. Het straatje in de zuidelijke stad, met grote witte zonnige vlakken en zwarte schaduwpartijen (zonder grijswaarden). De weerspiegeling van de zon in het water, de zon achter de takken en bladeren van de bomen.

Sfeer proberen te knippen is wél een uitdaging! Het is óók een handigheidje, kijk maar naar het water. Op de plaats waar de zon moet weerspiegelen maken we de golven wat ieler en we zien de zon gelijk zitten, al hebben we haar niet geknipt!

Mijn inspiratiebron is “Bei Vollmond” van de Zwitser Bruno Weber geweest, uit de catalogus van de Zweite Schweizerische Scherenschnittausstellung.

Bei Vollmond, 1987, Bruno Weber, 40 x 50 cm, messerschnitt

De maan had volgens mij wél iets geraffineerder geschenen zonder zwarte cirkel er omheen, maar goed, de werking is duidelijk! Voor de verticale lijnen had hij dan uiteraard steunlijnen moeten improviseren, zoals een doorlopende tak of een vogel. Een ander sfeereffect zit ook al in dit werk, namelijk de minder felle schaduw. U kunt hiermee weer grijswaarden gaan oefenen: Probeert u eens een donkere schaduw geleidelijk een lichtere grijswaarde te geven, zodat deze tenslotte één wordt met het vlak waar deze op valt. Schaduw houdt tenslotte ergens op!

    1. De resultaten van de zonneschijn, de oogst in al zijn facetten bijvoorbeeld.
    2. De zon en ons milieu. De aantasting van de ozonlaag met alle mogelijke gevolgen. Hier kunnen we best nog eens op terugkomen!

Er zal nog wel een punt aan toe te voegen zijn maar zo kunt u in elk geval ieder op uw eigen manier aan de gang!
Een heel prettige vakantie en, als u naar de zon kijkt, vergeet dan niet uw zonnebril!

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-2

Vlakverdeling 5

Door Frouke Goudman-Cupido

Misschien zijn er onder u enthousiastelingen, die geprobeerd hebben wat grijstonen te knippen in een reeks van bijna wit tot bijna zwart?

“Hier klopt geen barst meer van”

En wat zag u? Dat de heel gebleven witte of zwarte vlakken even belangrijk waren! Contrast bestaat niet alleen tussen wit en zwart, maar óók tussen wit en bewerkt wit of zwart en bewerkt zwart. Ik ken zelfs geheel grijze, die er prachtig uitzien. De werking op een grotere afstand is alleen duidelijk minder dan bij een knipsel met grotere witte en zwarte vlakken.

Eieren die ontstaan door het overlappen van verschillende randen of strepen, ca 24 cm breed

Het maken van een nieuw knipsel is voor mij een beetje als ergens gaan wonen. De plaats en het soort huis worden gekozen, daarna komt de stoffering. Als die volgorde wordt omgedraaid wordt het een puinhoop! Maak uw huis éérst; met kasteelmuren of scheidingswandjes, en neem daarvoor grote witte en/of zwarte vlakken. Richt daarna uw huis in met de details, de fijn uitgewerkte delen. Voor deze keer passen we het onderwerp aan bij de komende feestdagen: Pasen! En we gaan uit van een écht huis, een kippenhuis, het ei!

Verstopte eieren tussen bomen.

  1. Vouw een stukje papier van 6 cm hoog en 12 cm breed over de langste kant in drieën, zodat er een pakketje van 4 bij 6 cm overblijft. Tegen de linkervouw tekenen we een half ei met onder en boven nog een beetje ruimte vrij. Hetzelfde rechts, maar dan steken we het halve ei in een halve eierdop. Versier nu de eierdop met allerlei leuke randen, al of niet in perspectief. Knip de eieren met een zwierige haal uit het papier en zorg ervoor dat bij het openvouwen later de lijnen mooi doorlopen Laat de achtergrond helemaal zwart. Openvouwen. Begrijpt u nu wat ik bedoel? Ziet u de samenwerking en gelijkertijd de spanning tussen wit, zwart en grijs? Probeert u deze oefening ook eens met een zwarte eierdop en een bewerkte achtergrond. (afb. 2)

    afb 2.

  2. Vouw een papier als bij oefening 1 en teken een ei iets uit het midden op het gevouwen papiertje. Versier voor de variatie het ei ruimtelijk en u zult bij het openvouwen een levendig geheel te zien krijgen (afb. 3).

    afb 3.

  3. Neem nu een papiertje van 12 bij 12 cm. Weer in drieën vouwen. Een variatie op oefening 1. Nu een half ei een beetje bovenaan links tegen de vouw, en schuin naar beneden tegen de rechtervouw een halve voorjaarsbol in doorsnede. Laat ei en bol met hun kopje boven de achtergrond uitsteken. Breng een motief aan in de achtergrond (hier horizontale lijnen van licht naar donker). Laat de achtergrond aan de onderkant van de bol zwart. Knip hier met een paar dunne haarlijntjes de wortels. Laat één worteltje tegen de vouw als een biljartbal terugkaatsen en u ziet dat deze bij het openvouwen dan gewoon in het andere vlak overloopt! Van deze techniek vertel ik u later meer (afb. 1).
  4. Papier dubbelvouwen. Op de vouw ons halve ei met twee kleintjes er naast. In plaats van de elerdop nu een kip of vogel. Het doet er niet toe hoe dit beest versierd wordt, als de contouren maar heel duidelijk zijn. Het geeft een bijzonder effect om een herkenbare vorm (zoals in dit geval de vogel) in te vullen met abstracte vormen als streepjes, ballen enz. (afb. 4).

    afb. 4

  5. En toen ging ik even voor mezelf aan de gang. De eerste kleine probeersels (van 12 cm breed) strooien we over deze en volgende pagina’s. Deze kleine knipschetsen zijn de basis voor groter werk. Probeert u ook eens een eigen variant uit, maak het eerst klein en ga daarna een groot werkstuk maken!

“Scharrelei”

Paasei voor makelaar, met motieven van zijn eerder geknipte beeldmerk, ca. 18 x 24 cm

Zelf draaide ik helemaal dol van de eieren. Er kwamen zoveel ideeën op me af dat die nooit op tijd geknipt konden worden, Op stapel stonden illusies van een ei te scheppen door bijvoorbeeld het laten verspringen van lijnen, of een ander grijspatroon binnen en bulten de denkbeeldige omtreklijn van het ei, enz. U zult zelf vast ook wel op nieuwe ideeën komen. Ik ben benieuwd, veel succes!

“Ruimte-ei, 12 x 16cm.”

Het was een grote verrassing voor mij om op 6 januari j.l. naast Sara ook veel post van knippers te zien! Hartelijk dank! (zie ook afb. 20)

“Bedank-ei”, hoog 11 cm.

Felicitatie-ei bij geboorte 2e kind, ca.18 x 24 cm.

Eieren die ontstaan door het laten over lappen van verschillende tanden of strepen, ca.24 cm breed. Landschapsei, met en zonder boom. Eibloem. Zonsondergansei. Eimuts. Klederdracht-ei. Tunnel-ei. Theedoek-ei.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-1

Vlakverdeling 4, schets van een serie grijswaarden

Door Frouke Goudman-Cupido

Mijn stukje van de vorige keer eindigde bij de lijst van het knipsel van Ernst Oppliger. Nu, dat bracht me op het idee om eens knipsels te gaan bekijken met een al of niet specifieke randafwerking. Dit bleek zo’n boeiende bezigheid te zijn dat ik nog lang niet uitgekeken ben! Volgend jaar wil ik hier graag op terugkomen.

Maar nu iets anders, het knipsel van Peter Hütter, ook van de vorige keer, nodigde me, samen met het mistige weer van de laatste dagen uit tot het maken van oefeningen in verschillende grijswaarden uit een stukje zwart papier. Toen ik op de regionale contactdag in Driebergen het woord “merklap” hoorde vallen was mijn idee rond: laten we eens een merklap in grijstonen maken. Allerlei waarden, grof en fijn, van wit tot zwart. U krijgt er misschien een extra idee door, straks te gebruiken voor uw kerstkaarten!

Neem een stuk zwart papier van 45 x 25 cm. Vouw dat dubbel zodat er een vlak van 22,5 x 25 cm overblijft. Verdeel dit in blokken van 5 x 5 cm, behalve bij de vouw, daar zijn de maten 2,5 x 5 cm, zodat u bij het openvouwen later daar weer blokken van 5 x 5 krijgt. Trek de verdeellijnen losjes met de hand, dat maakt uw werkstuk wat levendiger. Het is de bedoeling dat deze lijnen in een dikte van 1 of 2 mm (net wat u aan kunt) meegeknipt worden.

Naar de vouw toe tekent u in de eerste baan niets (zwart). In de tweede van boven naar onderen totaal verschillende lijnen, zwaar aangezet of dicht op elkaar, zodat u, als u dit vlakje als een tolletje zou ronddraaien, een donkergrijze kleur krijgt. Naar de vouw toe maakt u deze zelfde voorstelling steeds een beetje ieler, zo dat er een natuurlijke overgang naar het witte vlak ontstaat.

Monique Boillat, 50 x 70 cm

Als u catalogi van knipwerk hebt kijkt u maar eens naar knippers die met “grijzen” werken. Het mooiste donkergrijs dat ik ken wordt gemaakt door de Zwitserse Monique Boillat. En uit Schaarkunst II haal ik een middelgrijs uit het blad van Marjolein van der Aa.

Marjolein van der Aa, 45 x 34 cm

Zo kunnen we nog wel even doorgaan, maar u begrijpt denk ik nu wel wat ik bedoel; dat die verschillende grijswaarden, mits goed toegepast, uw knipsel enorm kunnen verlevendigen! Net als de zwart- en wittonen beïnvloeden ze de balans. U ziet eerst weer het totaalbeeld, de KLEUR als het ware, en dan pas de rest. Eigenlijk begrijp ik de lijst om het knipsel van Peter Hütter niet helemaal, want het heeft met de voorstelling zelf niet zoveel te maken. Maar wat me dit laatste onmiddellijk doet vergeten is dat het wel In een erg mooie kleur grijs geknipt is!

Frouke Goudman-Cupido

Knipt u een grijsje met me mee en u zult zien dat er een wereld voor u open gaat. Veel geluk in het nieuwe jaar dat er nog bij ligt als een gaaf velletje papier. Maakt u er wat van en dan hoop ik dat we tenslotte samen kunnen zeggen: “Het goede hebben we behouden”.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1988-4

Vlakverdeling 3

Door Frouke Goudman-Cupido

Na het globale overzicht van de eerste keer in het maartnummer, gaan we nu eens kijken hoe anderen het probleem van de vlakverdeling oplosten.
Dit roept gelijk vragen op, zo in de trant van; “Moet dat, kan dat, mag dat?” In hoeverre krijgen of houden we een eigen stijl als we naar andermans werk kijken? Als we zelf weer aan het werk gaan zijn we dan geïnspireerd of gaan we imiteren?
Nu, ik vind dat u van de techniek van een ander best kan en mag leren. Iedereen heeft zijn beperkingen en kwaliteiten, waardoor een knipsel tóch iets eigens krijgt. U mag ook best op een idee gebracht worden, maar werk het dan op uw eigen manier uit.
Het lijkt zo aantrekkelijk om een werkwijze die succes heeft over te nemen, maar dit zal toch niet iedereen evenveel voldoening kunnen schenken! Na mijn opmerking thuis dat een knipsel van een ander géén knippatroon is, vond mijn man dat het plezier in het maken voorop stond. Bij het voetballen hebben de 4e klas amateurs vaak meer lol dan de profs. Ze zijn wél even fel op de scheidsrechter hij een foute beslissing! Willen we kunst maken, móeten we kunst maken? Wie mag er iets over zeggen? Mijn zoon van 13 vond me al te jong om dit artikeltje te schrijven! Hij had kennelijk lééftijd als criterium.

Wat er voor mij nog steeds vaststaat is dat KNIPPEN CONTRASTEN scheppen betekent en KNIPKUNST GOEDE CONTRASTEN! Het laatstgenoemde ontspant het oog zoals een goede zanger of zangeres het oor ontspant. U bent dan in balans en dat geeft een prettig gevoel.
Knippen is als beeldhouwen, met een scherp voorwerp als gereedschap. Per knip wordt een keuze gemaakt, wel of niet er af. Wat weg is blijft weg. Eigenlijk doet u iets met wat u niet wilt hebben, de rest blijft vanzelf over.

Escher heeft de noodzaak om contrasten te scheppen zelfs kunnen illustreren en wel met zijn “Ontmoeting” (afb. 2).

afb. 2, M.C. Escher, 1944

Elke vorm maakt zich los van zijn omgeving, komt zijn contravorm tegen, herkent en erkent hem! Beter is het eigenlijk niet te omschrijven.

Al bladerend in catalogi kwam ik tot de voorlopige conclusie dat een knipstijl gevormd kon worden door de tijd of het land waarin men leeft. Daarnaast door imitatie uit bewondering of veiligheid, inspiratie en het gebrek aan behoefte om te kijken hoe een ander werkt, gewoon omdat men zélf lekker bezig is. Van ontroerende perfectie vond ik enkele Oudhollandse knipsels. De kerk van Urk is een van mijn favorieten geworden! Joke en Jan Peter Verhave duiken bijna in elke Knip-Pers met een juweeltje op!

afb. 3, Frouke Goudman-Cupido

afb. 4, Ernst Oppliger

Uit Zwitserse catalogi haal ik standaardmotieven, die door de één veel beter en evenwichtiger worden uitgewerkt dan door de ander. Knipsels van koeien, die naar de bergweiden gaan, kennen veel varianten. Een van mijn favorieten is afbeelding 1 vanwege de prachtige grijswaarden naast de zwart-wit contrasten. De bijna strenge vormgeving sluit hier goed bij aan. Er is daar veel vraag naar traditionele knipsels dus de onderwerpen van de beroepsknippers liggen eigenlijk al vast. Af en toe worstelt iemand zich even los en maakt iets totaal anders. Maar traditioneel of niet, er is van beide soorten iets moois te maken!

De grote knipper van afbeelding 4 heeft, naar ik heb vernomen, zich laten inspireren door mijn kleine schaatsenrijdertje (afb. 3). Hij maakt er wel écht zijn eigen ding van, met een van zijn bijpassende lijsten.

Afb. 1. Peter Hutter, “Himmel über der Weide”. Uit: Katalog Erste Schweizerische Scherenschnitt Ausstellung.
Afb. 2. M.C. Escher, “De Ontmoeting”, 1944.
Afb. 3. Frouke Goudman, “Schaatsenrijdertje”.
Afb. 4. Ernst Oppliger, “Dr Glisinet” 1987, uit: Kultur Beilage der Kleine Bund, 6 feb. 1988.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1988-3

Vlakverdeling 2

Door Frouke Goudman-Cupido

Mijn vorige artikel sloot ik af met een oefening in gevouwen papier. Nu, een kwart jaar verder, kom ik daar graag nog even op terug en wel met stap-voor-stap voorbeelden.

Deze serie is gemaakt in een fotokopieerwinkel. Op deze manier kon ik van elke nieuwe fase weer een afbeelding maken. Om de mensen niet te lang voor de voeten te lopen hebben we het ontwerp maar eenvoudig gehouden!

Van links naar rechts:

* De schets, zomaar een plantje dat niet bestaat. Om het knipsel als het ware door te laten lopen in het volgende vlak (dat in gevouwen toestand eronder zit) heb ik de lijnen, die naar de zijkant gaan, laten terugkaatsen, zoals een biljartbal dat soms doet. Als u een spiegeltje neemt en dat tegen de verticale zijkanten houdt, begrijpt u wat ik bedoel!
Voor de duidelijkheid staan er pijltjes.

* Met de kleinste details beginnen. Het zwarte gedeelte in de bloem is nu uitgeknipt. Geef de meeldraden wat stevigheid door de bolletjes aan elkaar vast te laten, anders lijdt het werk gauw schade, vooral bij grotere knipsels.

* De dichtstbijzijnde stukken uitknippen.

* Nu het middelste deel. De stevigheid blijft dan zo lang mogelijk!

* Nu de onder- en bovenkant. In dit geval beginnen we boven want daar zitten de kleinste details.

* Hier is alles weggeknipt op de zijkanten na. Pas op dat straks uit de teruggekaatste delen het “driehoekje” niet weggeknipt wordt (zie pijlen).

* Klaar! Nu openvouwen, best spannend. Een iets dikkere of dunnere lijn geeft een totaal ander effect.

Vindt u ook niet dat deze keer de “verkeerde” kant er leuker uitziet dan de andere? Dat kan wel eens gebeuren, en als u dan een heel lichte schets hebt gemaakt laat u hen lekker op de verkeerde kant zitten!
Als u gaat oefenen, veel succes en tot de volgende keer!

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1988-2

Vlakverdeling: Vlakveredeling of Vlakverdelging?

Door Frouke Goudman-Cupido

Waarom blijft u bij het ene knipsel of die ene tekening geboeid staan kijken en geeft het u een ontspannen gevoel en denkt u bij het andere: “Knap hoor, ik zou het zelf niet kunnen, maar ik mis wat!” Het laatstgenoemde werk bent u snel weer vergeten en u kijkt er geen tweede keer naar.

afb. 2

Waar zit hem dat nu in? Is de een de tekenkunst soms meer vaardig dan de ander? Nou, met de volgende min of meer abstracte knipsels (afb. 2 en 3) is dit zeker niet het geval. Ze vallen mij het eerst op door hun geweldige compositie, niet om wat ze nu eigenlijk voorstellen.

afb. 3

Laten we gewoon eens naar een paar knipseIs kijken: de poppetjes (afb. 4). We zijn hier vast allemaal mee begonnen. Heel eenvoudig, de ene rij positief, de andere diapositief. Wat valt u hierbij op?

afb. 4

Ze beheersen in al hun simpelheid wel degelijk het hele vlak, ze zijn er niet van af te duwen. Let u eens op de verhouding van wit en zwart in beide knipsels. Wit en zwart zijn niet ondergeschikt aan elkaar, maar vullen elkaar aan. U kent allemaal wel de oefening waarbij een stuk papier in twee gelijke helften verdeeld wordt, een witte en een zwarte. Uit het zwarte vlak wordt iets geknipt en op het witte geplaatst. Zo ontstaat er een harmonieus evenwicht. We komen soms in de problemen als we deze veilige basis verlaten en zonder steun door willen gaan. Let u ook eens op het werk van de graficus Escher. Zijn zwart-wit oefeningen zijn wereldberoemd (afb. 5).

afb. 5, M.C. Escher

Een juiste balans is ook voor een knipwerk van het grootste belang. De een geeft de voorkeur aan het wankele evenwicht van de koorddanser, terwijl de ander dat van de zware tafel met de vier stevige poten kiest. Naast de balans kennen we de spanning die we in ons werk kunnen oproepen als we dat nodig vinden (afb. 6).

afb 6.

Bekijkt u even de bomen met de appeltjes (afb. 7). Twee verschillende knipsels. Het papier is eerst in vieren gevouwen en daarna zijnde boompjes uitgeknipt, de ene keer uit het centrum, de andere keer iets uit het midden: het laatste roept veel meer spanning op. Het is maar net welk effect u beoogt, als u de techniek maar beheerst!

afb. 7

afb. 8.

Een goede opzet geeft aan het eind geen teleurstelling: “Eens kijken wat er van geworden is!”

Geslaagde knipsels hebben allemaal een “ruggengraat” (afb. 8). Het is één geheel, er zitten geen onduidelijke slierten over het vlak, open en dichte partijen wisselen elkaar af. Kijkt u uit dat, wanneer u aan een minutieus kantwerk begint, er ergens een grote lijn in zit. Laat niet uw werk, hoe knap geknipt ook, als een saaie pudding in elkaar storten!

afb. 9

Stelt u zich een boom voor die alleen maar bestaat uit blaadjes, allemaal even groot en perfect geknipt. Zou het geheel niet aan kracht winnen als er ergens een forse tak, vrucht of weet ik wat aan toegevoegd was?
Laat ook de achtergrond of omlijsting het hoofdonderwerp niet opslorpen, deze speelt een belangrijke rol als contravorm! (afb. 9)

Tot slot wil ik met u een paar eenvoudige oefeningen doen in een stukje zigzag in vieren gevouwen papier (afb. 10 en 11).

Mijn voorbeeld is geknipt uit ruim 7 x 12 cm. We gaan uit van poppetjes en boompjes omdat iedereen dat maken kan. De gevorderden kunnen in de uitwerking van de details gewoon verder gaan, het papier openvouwen en wéér een detail aanbrengen, enzovoort.

De volgende keer gaan we ook kijken hoe anderen dit probleem van vlakverdelen oplosten. De Jugendstil levert vaak prachtige voorbeelden.
Maar nu, véél succes alvast met deze oefening!

Bronnen:
Grafiek en tekeningen, M.C. Escher
Catalogus Erste Schweizerische Scherenschnitt-Ausstellung
Catalogus Berner Scherenschnltt-Ausstellung
Leer Knippende Zien, I.G. Kerp-Schlesinger
Catalogus Kniptentoonstelling 1987 te Haifa, Israël
Jugendstil, Grafiek en Tekeningen, Hans H. Hofstätter

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1988-1

Het schip

Door Rieny van Beek

Het schip komt in de christelijke symboliek in verschillende betekenissen voor. Het oudste symbool van de kerk is de ark van Noach, die in de tijd van de zondvloed over de wereldzee voer. Het is het symbool van de zorg van God voor de zijnen. Noach stuurt een duif uit de ark om te zien of de aarde droog is. Zij keert terug met een olijftak in de bek: dit is het symbool van de vrede tussen God en de mensen. Als Noach uit de ark gaat ziet hij de regenboog. Deze staat voor het verbond dat God met Noach maakte, het is een verbindingsbrug tussen God en mens, het is een teken van hoop.

In de tijd van de eerste christelijke gemeenten werd het schip gezien als het beeld van de gemeente van Christus, die met Christus kruis als mast de zeven zeeën der aarde omzeilt. De christelijke kerk is in de geschiedenis als een schip, dat vaart over een woelige zee, de kruisvlag staat in top en Jezus brengt ons naar de veilige haven. Het is zijn Heilige Geest die het zeil doet bollen en het schip voortstuwt. Het scheepje van Petrus is het schip der kerk, dat de gelovigen veilig over de wereldzee voert, de apostelen aan boord worden door Jezus mensenvissers genoemd. In onze tijd is het scheepje met de kruismast het merkteken van de Wereldraad van Kerken en het symbool van de oecumenische beweging.

Het schip is ook een symbool van ons leven. Bij de geboorte begint het levensscheepje te varen over de soms onstuimige levenszee tot aan het einde van ons leven.
Voor de Grieken en Romeinen was de vaart met het levensscheepje een vertrouwd beeld. In de Griekse mythologie zet de veerman Charon de zielen van de overledenen in zijn veerboot over de Styx, de grensrivier van de onderwereld.
Op grafplaatsen uit de vroegchristelijke tijd komen het schip en de vuurtoren voor als symbolen van de vaart van de ziel naar de veilige haven. In de middeleeuwen is het schip het symbool van de hoop. In die tijd verschijnen er in veel vissersdorpen scheepjes in de kerken. Zij roepen de gelovigen op tot gebed voor de vissers, die op zee zijn en voor allen, die familieleden op zee hebben verloren.
Het schip kan ook de betekenis hebben van een huwelijksbootje, het is dan goed te gebruiken bij een gelegenheidsknipsel voor een trouwerij of huwelijksjubileum. In het volksgeloof ziet men het huwelijksbootje als het zegenbrengende schip, dat de vervulling brengt van een grote verwachting.

Symbolen op de schipperstruien

Verwant aan het schip zijn de schipperstruien, die door de Nederlandse vissers gedragen werden. Patronen werden niet opgeschreven, maar van moeder op dochter doorgegeven. Omdat de dorpen onderling niet veel contact hadden, waren de gebruikte steken en patronen plaatsgebonden. Zo kon men aan de trui zien uit welke haven de visser afkomstig was. Het leven van de visser was niet altijd gemakkelijk, afhankelijk van weer, wind en de visvangst.

De vissersbevolking hechtte zeer aan de symboliek. Vandaar dat veel motieven met een symbolische betekenis werden verwerkt. Enkele motieven en hun betekenissen zijn:
Kabels: Een vissersboot kan niet varen zonder kabels of lijnen.
Vlaggetjes: Met behulp van vlaggetjes hielden de vissers contact met elkaar op zee.
Zig-zag: Voorstellend de slang, het symbool van het kwaad.
Ribbels: Dat zijn de ribbels op het strand, die de wind en het terugtrekkende tij achterlaten.
Levensboom: Symbool voor het voortbestaan van de mens, de stam is de vader en de takken zijn de zonen, die al vanaf hun zevende jaar meegingen naar zee.

Toelichting bij onderstaand knipsel:

Linksboven: Het schip der kerk, met het kruis van het geloof als mast, het anker van de hoop aan de boeg, de vredesduif op het achtersteven en de Ichtus-vis (Christus) in haar nabijheid.

Rechtsboven: De ark van Noach, met de vredesduif en de regenboog als symbool van de hoop.

Linksonder: Het scheepje van de oecumene met het kruis van Christus als mast. Rechtsonder: Het levensscheepje met het anker van de hoop, en de duif als symbool van de vrede.

De dieren eromheen zijn de duif (vrede), haan (waakzaamheid) en pauw (onsterfelijkheid).

De korenaren betekenen brood en de druiventrossen betekenen wijn. Samen zijn zij brood en wijn, tekenen van eucharistie en avondmaal.

Het kruis, anker en hart zijn de symbolen voor geloof, hoop en liefde.

Afbeeldingen:
1.Huwelijksbootje met rand, 24 x 17 cm.
2. Symbolisch knipsel met vier scheepjes, 25 x 25 cm.

Gelezen:
Henriëtte van der Klift-Tellegen: Nederlandse visserstruien.
Manfred Lurker: Woordenboek van Bijbelse beelden en symbolen.
Albarta Meulenbelt-Nieuwburg: Merklappen en hun symboliek.
S.S.Smeding: 24 Christelijke Symbolen.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-3

Delfts-bauw knipwerk

Door Wies Palma

Dit knipwerk sluit aan op de kniptip in de Knip-Pers 1988-3. Al knippend kwam ik tot de ontdekking dat het bijzonder leuk is om met twee kleuren blauw te werken op een witte ondergrond. Ik experimenteerde hiermee verder en toen ontstond de associatie met Delfts Blauw. Vandaar Knipwerk-Delfts-Blauw.

De kleuren die ik gebruik zijn lichtblauw en middelblauw van Comar.

Werkwijze:

  1. Knip een bloem uit middelblauw (voorbeeld 1). Knip de bloemblaadjes open door het blauw ook binnen de randjes weg te knippen.
  2. Plak de bloem op een stukje lichtblauw papier. Plaksel even laten intrekken, zodat de bloem goed hecht op de onderlaag.
  3. Knip of snijd in elk lichtblauw bloemblaadje een figuurtje uit, zoals bijvoorbeeld in figuur 3a of 3h is weergegeven.

Let op: het lichtblauwe papier is door het plaksel iets stugger geworden.

  1. Knip tenslotte het overtollige papier rondom de bloem weg.

    Wies Palma, Delfts blauw

De rest wijst zich vanzelf. Bijzonder geschikt voor deze techniek zijn bloemencomposities, vogelfiguren, tegelmotiefjes, levensbomen en andere motieven uit de folklore.

Ook op eieren geeft dit knipwerk een fantastisch resultaat. De techniek is bewerkelijker dan een “zwart-witje”, maar de moeite van het proberen zeker waard.

Wies Palma, Delfts blauw

Wanneer u leuke ervaringen opdoet met dit knipwerk of nieuwe ontdekkingen doet, deel dit dan via knipwerk@papierknippen.nl

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-3

Bladeren knippen

Door Rieny van Beek

Het is al weer herfst en onder de bomen vind je allerlei bladeren. Verzamel eens een aantal bladeren van verschillende vormen en probeer die na te knippen. Je zult merken dat het ene blad ronde vormen heeft, maar het andere blad juist scherpe insnijdingen.

Van een aantal geknipte bladeren kun je een leuke rand maken, misschien knip je er ook nog een paddenstoel bij.

Je kunt ook een blaadjesrand maken van positieve en negatieve vormen. Neem een vierkantje van 8 bij 8 cm, vouw het schuin dubbel, punten op elkaar. Knip nu vanuit de vouw een half blad. Vouw het geknipte blad en het overgebleven stukje papier open en knip het allebei door, precies over de vouw.

Leg nu steeds twee verschillende helften naast elkaar en je hebt een leuke blaadjesrand.
Veel plezier met het knippen!

Deze kniptip verscheen eerder in Knip-Pers 1989-3