Auteursarchief: admin

Snijden en prikken

Door Joke en Jan Peter Verhave

In deze Knip-Pers vragen wij uw aandacht voor twee technieken om papier of perkament te bewerken, die naar wij vermoeden zijn voorafgegaan aan het papierknippen, namelijk snijden en prikken.

Het eerste papier in Nederland is gemaakt van lompen, gesneden en met water tot een brij gemengd, vervolgens geschept. De papiermolen in het Openluchtmuseum laat ons zien hoe dit proces in zijn werk ging. Het resultaat is stevig, langvezelig papier.

Wie vroeger dit papier had, de gegoede stand, had ook een veer om het te beschrijven. En om de veer scherp te houden gebruikte men het pennemes. Zo had men het materiaal bij elkaar om papier of perkament te snijden. Overigens is de schaar pas later tot algemeen bezit geworden.

In het boekje “Konstig en Vermaakelijk Tijd-Verdrijf der Hollandsche Jufferen, Of Onderricht der Papiere Sny-konst, 1686”, wordt bij het gereedschap behalve diverse scharen ook opgegeven:

“-een scherppuntig Mesje om Papier meede te snijden.”

“-Eenige naalden moet men ook hebben van verscheyden punten in dikte, om hier of daar een gaatje in te steken, na het vereysch van ‘t werk.”

Het woord Snykonst duidt erop dat snijden en knippen met de schaar doorelkaar gebruikt werden. Vergelijk ook met het Duitse “Scherenschnitte” voor papierknipsels.

Eén van de dames van de Nijmeegse knipkring liet mij een snijtechniek zien, die haar moeder beoefende. Het papier wordt niet weggesneden, maar door middel van een oppervlakkige kerf of schalm wordt een laagje papier opgewipt. Zij gebruik te een stevig soort correspondentiekaarten. Het motief van een bloem leent zich bijzonder voor deze techniek.

Om het effect te verhogen werd nog een kleurtje of glittertje ingeverfd. Haar mesje was gemaakt van een oud potloodje, waarin een stukje van een zakmes met ijzerdraad was vastgezet. Volgens datzelfde systeem worden nu operatiemesjes in losse houders gezet (scalpel).

Waarom zij deze kaarten maakte, zal ik u vertellen:
Deze vrouw woonde in Sittard en bleef in de crisistijd, na een huwelijk dat maar vijf jaar duurde, achter met drie kleine kinderen. Om financiële redenen moesten twee kinderen naar een kindertehuis. Op een goed moment kwam een marskramer aan de deur, die kaarten verkocht, gemaakt volgens bovengenoemde techniek. Van hem heeft ze het geleerd en door de versierde kaarten te verkopen, verdiende ze genoeg om haar kinderen uit het kindertehuis te kopen!

Behalve dat er materiaal wordt weggesneden kunnen, in het papier of perkament dat overblijft, versieringen worden aangebracht door kerven en prikken. We kunnen dit zien in het werk van F.H. van Voorst, die zo stofuitdrukking of schaduw in zijn perkamentsnijsels teweeg bracht.

Prikwerk in papier vindt u in het werk van Dato Scholtens. Duidelijke afbeeldingen hiervan staan op blz. 6, 7 en 8 van de brochure “Line Huizinga en Hil Bottema”. Ook kennen we het van de Devotieprentjes; in mei zal de heer Verspaandonk ons daar ongetwijfeld op wijzen.

In het klooster van de Birgittinessen in Uden woont Zr Maria. oud 87 jaar. Zij werkte in de bibliotheek van het museum voor Religieuze Kunst. Grote voldoening ondervindt zij nog steeds in het maken van “devote prentjes” uit perkament papier, dat is vetgemaakt papier, om perkament te imiteren. Ik laat Zr Maria zelf aan het woord hoe dat gaat: “Men gebruikt daarvoor dun wit papier. Met een.heet strijkijzer over een kaars strijken en dan ‘t ijzer uitstrijken op ‘t witte papier, dan krijgt ‘t dalijk de kleur van perkament. Door wat oefenen krijgt men er slag van, probeer U ‘t maar, zoo heb ik ‘t ook moeten leren van deskundigen. Ik wens U veel succes.” Op zo’n stukje perkamentpapier (ca. 7 x 11 cm) plakt zij een ronde voorstelling: Maria-Christus-een Heilige, met een doorsnede van ca. 3 cm. Er omheen snijdt zij stukjes weg en brengt een versiering van prikwerk aan. Zr Maria prikt aan de achterkant, zodat de voorkant reliëf krijgt. Het uiteindelijke resultaat is een “stralenkrans” om het prentje.

Ook kennen we uit het midden van de 19e eeuw een lofdicht van een meisje voor haar jarige grootvader. Prachtig geschreven en de hele rand is met geprikte roosjes versierd. Zij heeft het papier in vieren gevouwen en toen geprikt. Opengevouwen gaan de prikjes bij het ene kwart neer en bij het andere op.

Ik kan u aanbevelen, wanneer u iemand een briefje schrijft, een hoekje van het papier of de rand te versieren met prikwerk. Door grote vlakken in uw knipwerk reliëf te geven met de prikpen, kan een verrassend effect verkregen worden. Wij, de Nijmeegse Knipkring, hebben twee morgens gewijd aan snijden en prikken. We hebben er plezier aan beleefd en ik verwacht er leuke resultaten van.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-1

Bolbloemen

Door Rieny van Beek

Als de lente komt
dan stuur ik jou…
tulpen uit Amsterdam

Weinig bloemen doen zo aan Holland denken als de tulp. Vele buitenlanders bestellen “Tulips of Holland”, om ze in hun tuin uit te planten, vol verwachting wat eruit groeien zal. Waar de tulpen oorspronkelijk vandaan komen weten we nauwelijks.

Het verhaal wil dat de tulp van oorsprong uit Perzië komt. Een oosterse legende vertelt dat een Perzische jongeling, Ferhad, verliefd werd op een meisje Shirin, die zijn liefde afwees. Ferhad trok de woestijn in om aan een gebroken hart te sterven. Wanneer hij huilde vielen de tranen in het droge zand en veranderden in bloemen. Deze bloemen, wilde tulpen, werden in Perzië “lâle” genoemd en zijn een symbool van de volmaakte liefde. In de 16e eeuw werden deze wilde tulpen uitgegraven en in de koninklijke tuinen geplant, waar ze werden gecombineerd met andere voorjaarsbloeiers zoals hyacint en narcis. Net als in Perzië was het de gewoonte in Turkije om tuinen met geurende planten aan te leggen. Vooral bij de Turkse haremhoven nam de tulp een belangrijke plaats in. De tulp is de nationale bloem van Turkije. Wilde tulpen ziet men daarom veel afgebeeld op stoffen, keramiek en muren van huizen en moskee.

In 1562 werden de eerste bloembollen per schip van Constantinopel naar Antwerpen vervoerd en vandaar kwamen ze terecht in Noord-Nederland.

Met de komst van de lente in de natuur wordt er opnieuw hoop en verwachting in ons opgeroepen. De betekenis van één der eerste lenteboden, het sneeuwklokje, is dan ook hoop. Soms hebben bloemen een minder mooie betekenis; zo is de narcis het symbool voor egoïsme. In de Griekse mythologie is Narcissus een schone jongeling, die de liefde van de nimf Echo versmaadt. Hij wordt gestraft door verliefd op zijn eigen spiegelbeeld te worden, dat hij in het water ziet. Verteerd door deze onbevredigde liefde, kwijnt hij weg en wordt een bloem.

De gele trompetnarcis daarentegen spreekt van aanzien en respect voor iemand. De krocus is een symbool voor blijheid en opgewektheid. De hyacint betekent lieflijkheid, maar de wilde hyacint spreekt van standvastigheid.

Van de zeer vroege voorjaarsbloeiers betekent winterjasmijn gratie en bevalligheid en de toverhazelaar spreekt van betovering.

Andere vroegbloeiende bloemen zijn het viooltje dat trouw voorspelt, de primula die vertrouwen wekt, en het speenkruid dat vertelt van toekomstige vreugde. De anemoon betekent verwachting en het vergeetmijnietje spreekt voor zichzelf.

Rode tulpen zeggen: “ik hou van jou”,
viooltjes fluisteren: “ik blijf je trouw”,
maar ‘t kleinste bloempje dat je ziet vraagt eenvoudig: “vergeet mij niet”.

Gelezen:
Merklapmotieven en hun symboliek, Albarta Meulenbelt, Nieuwburg.
De taal der bloemen, Kate Greenaway.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1989-1

Wilde bloemen en planten

Door Rieny van Beek

Wie er op een mooie dag eens op uit trekt en goed rondkijkt, zal verscheidene wilde bloemen vinden. Ze groeien langs sloten en riviertjes, bij vennen en moerassen, in het bos-, duin- en heidelandschap. Maar ook op weilanden, akkers en opgespoten terreinen komen we wilde planten tegen. Zelfs in de wegbermen zien we tegenwoordig steeds weer wilde planten tussen het gras verschijnen. De oorzaak hiervan is de verandering bij het beheer van wegbermen. Moesten vroeger de bermen netjes kort gehouden worden, tegenwoordig kiest men meer en meer voor een kleurige, bloemrijke berm.

Een vroegbloeiende wilde plant is het klein hoefblad; zodra de zon gaat schijnen gaan de eerste bloemen als stralende zonnetjes open. De symbolische betekenis van het klein hoefblad is: u zal recht worden gedaan.

Een veld vol paardenbloemen is een vrolijk gezicht, met hun wijd geopende warmgele bloemen weerkaatsen zij het voorjaarslicht. Tegen de avond sluiten de bloemen, en kan men zich nauwelijks voorstellen dat het veld midden op de dag een gouden deken was. De paardenbloem betekent: spreken in raadselen.

De scherpe boterbloem betekent luister; met haar geel glanzende bloemen luistert zij de bermen en slootkanten op; haar blad is handvormig.

In de wei- en hooilanden zien we naast de paardenbloem en boterbloem ook de rode en witte klaver. De rode klaver betekent vlijt, de witte klaver zegt: denk aan mij en het klavertje vier brengt geluk.

Een van de vriendelijkste bloemen van onze benen is de akkerhoornbloem, zij is bescheiden in blad en rijk aan bloemen. Haar betekenis is: welkom voor een vreemdeling.

Als de margrieten gaan bloeien is de zomer voor de planten begonnen. Met hun zuiver witte bloemen doen ze hun betekenis eer aan: onschuld.

Alle campanula-soorten, zoals het weideklokje en grasklokje, zijn zeldzaam en daarom beschermd. Het grasklokje vinden we op de zandgronden. Bij regenachtig weer zijn de klokjes een schuilplaats voor wilde bijtjes. Het grasklokje betekent: onderdanigheid. Het weideklokje komt voor in het weidegebied langs de grote rivieren, samen met de klaproos, korenbloem en dagkoekoeksbloem. Het weideklokje betekent dankbaarheid, de klaproos geeft vertroosting, de korenbloem spreekt van fijngevoeligheid en de dagkoekoeksbloem zegt: uw ogen zijn als zonnestralen. De akkerwinde is een kruipende of klimmende plant met klokjesvormige bloemen, de kleur varieert van zuiver wit tot roze, de betekenis van deze plant is nederigheid.

Veldboeket, Rieny van Beek, 20 x 15 cm

De vaste bezoekers van al deze bloemen zijn insecten zoals bijen en vlinders. De bij is het Griekse symbool voor voorspoed. De vlinder betekent blijheid en dartelheid. De vlinder, die van bloem tot bloem fladdert zonder ergens rust te vinden is een symbool van onstandvastigheid.
De vlinder, die rond de helder schijnende kaarsvlam blijft zijn vleugels schroeit, is het beeld van lichtzinnigheid. De ontwikkeling van rups tot pop en van pop tot vlinder is een Egyptisch beeld van de verrijzenis en opstanding.

Bermbeplanting, Ria Kuipers-Mulder, 15,5 x 23 cm.

Gelezen:
Dr. P. Zonderwijk: De bonte berm.
Wim Schroevers en Jan de Hengst: Plantenrijk.
De taal der bloemen, met prentjes van Kate Greenaway.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-2

Afmetingen:
1. vlinders ca. 9 x 6 cm.
2. veldbloemen, ca. 10 x 8 cm

Vlinders knippen

Door Rieny van Beek

Voorbeeld 1.
Knip een vouwblaadje in vier gelijke vierkantjes. Vouw ieder vierkantje (van 8 bij 8 cm) dubbel en knip vanuit de vouw een halve vlinder. Vouw de vlinder en het vierkantje open. De vlinder is het positieve beeld en het overgebleven stukje papier is het negatieve beeld. Knip beide over de vouw door. Leg nu steeds een positief en een negatief beeld tegen elkaar. Plak alles op.

Voorbeeld 2 en 3.

Knip weer een vouwblaadje in vier gelijke vierkantjes. Vouw nu ieder vierkantje schuin dubbel, dus de punten op elkaar. Knip vanuit de vouw een halve vlinder, vouw alles open en knip het door over de vouw. Nu zijn er veel meer mogelijkheden om de vlinders op te plakken, kijk maar naar de voorbeelden. Misschien verzin je er zelf nog meer.

Voorbeeld 4 en 5.

Neem een vierkantje, bijvoorbeeld een vouwblaadje, en vouw het dubbel. Knip eerst vanuit de vouw een half hart. Knip daarna een randje van het hart af. Knip nu uit het overgebleven hart een vlinder.

Leg de positieve stukjes in elkaar en de negatieve stukjes in elkaar. Zo heb je een witte vlinder in een hart en een zwarte vlinder in een hart.

Veel succes!

Deze kniptip verscheen eerder in Knip-Pers 1989-2

Vlak Verdeling

Door Frouke Goudman

Beste Knipcollega’s,

Voor het geval u in dit nummer van de Knip-Pers op zoek gaat naar mijn artikel, moet ik u helaas teleurstellen! Deze zomer is er heel hard gewerkt aan een in het Engels geschreven lesboek voor de contactdag van de Deense knippers, en dit wordt nu verder uitgewerkt en uitgebreid totdat mijn boekje over kniptechnieken compleet is. Op dit moment is er een fase bereikt die mij erg boeit, maar waarschijnlijk voor de meesten onder u minder interessant is. Het heeft met indelingen te maken en alle voorbeelden moeten daarbij worden gezocht of, als ze er nog niet zijn, geknipt. Hier ga ik me écht even op werpen! Daardoor zie ik me genoodzaakt het schrijven van artikelen voor het knipblad al dan niet tijdelijk stop te zetten. In het decembernummer hoop ik met een groot artikel, beschouwt u het maar als nummer 11 en 12, deze serie af te ronden. Het contact zélf zal ik wel missen!

Van het driemaandelijks inleveren van mijn artikel werd gewoon een uitje gemaakt en Magda en ik praatten dan weer even hij. Dat kunnen we uiteraard blij ven doen!

Overigens, u zult wel ontdekt hebben dat de afbeelding van de getekende achterkant van het halfgeknipte werkstuk voor Mien Schaminée in mijn artikel over de witte boom verdwaald was. Dit is helemaal geen “witte boom” en het ding hoorde gewoon bij de kopie van het knipsel zelf thuis. Voor alle positieve reacties op mijn artikelen dank ik u allen heel hartelijk en als u iets te vragen of te vertellen hebt, dan weet u me te vinden!

Veel knipplezier en succes.
Frouke Goudman-Cupido.

In bijgaand knipseltje zitten twee fouten. Eén ervan is een knipfout en de andere een logicafout. Probeert u ze eens op te zoeken. In december krijgt u het antwoord.

Dit artikeltje is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-3

De oplossing in Knip-Pers 1990-4:

Het “gordijn” bestaat uit losse strepen en moet aan de onderkant dus ook een doorlopende rok tonen.
U kunt de redenatie niet omdraaien: Van onderen een dicht gordijn, dus van boven óók de arm van de man kan niet door een dicht gordijn steken. U kunt natuurlijk de hele arm aan de achterkant weglaten, of deze een andere richting geven.
Deze stip * mag aan de zijkant niet open zijn, anders wordt de zwarte streep van het gordijn onderbroken!

Vlakverdeling 11 en 12

Door Frouke Goudman

Bent u al met het maken van uw kerstknipsels begonnen? Of piekert u nog over het onderwerp, dat op de één of andere manier toch iets met kerst of de jaarwisseling te maken moet hebben? Zelf zet ik, om een idee te krijgen, het onderwerp eerst op een ondergeschikte plaats en zoek dan naar een bepaalde knip- en/of vouwtechniek, al of niet gecombineerd met speciale effecten. Hier past dan vrijwel elk onderwerp weer bij, maar het was niet het uitgangspunt! Het heeft zich vaak uit zichzélf aangediend. U zult zien dat bij deze manier van denken en werken ándere creaties uit de bus komen dan bij het richten van de aandacht op wat u wilt hebben: een onderwerp. Het is werken volgens het principe: álles wat geen aandacht krijgt, zal daar wel om gaan vragen!

U kunt nu aan de gang met twee knipopvattingen, één speciaal effect en een paar streepknipsels uit dubbelgevouwen papier.

  1. Het coulissen-knipsel. We doen nét alsof we een serie knipsels áchter elkaar geplaatst hebben met kleine onderlinge tussenruimtes. Een kijkdoos dus! Het vereist nog wel enig denkwerk om bijvoorbeeld uit een stuk zwart papier zowel witte als zwarte beelden tevoorschijn te toveren. Kijk maar gewoon naar de afbeeldingen, want die zeggen meer dan woorden. De witte en zwarte beelden uit één stuk papier moeten altijd aan elkaar “gebreid” worden met een grijswaarde, of dit nu strepen zijn, of sneeuw, of een andere boom die fijn vertakt is, dat doet er niet toe. De taak van deze grijze voorstelling is om het knipsel héél te laten, en het wordt er op deze manier vaak bepaald niet lelijker op! Het principe werkt als volgt:

Elke grondlaag heeft één of meer vormen, die doorgaan tot minstens de volgende laag, anders knipt u losse stukjes! Kijk uit met bomen, de ruimtes er tussen gaan gauw op indianenboten lijken als u er niet hier en daar een groeiseltje aan toevoegt! Op zichzelf lijkt me een roeiwedstrijd tussen de bomen best interessant.

  1. We gaan weer werken met wit en zwart door elkaar, maar nu wat vrijer. Dit is best moeilijk, maar wel leuk. Kijk even naar de schets van de kersttakjes in mijn verhaal.

We beginnen met een tekening te maken in contour. Neem nu een pen met een andere kleur- en teken dwars over alles heen een tweede tekening, óók in contour. Het is de bedoeling dat de eerste voorstelling gesuggereerd wordt door de tweede te knippen. De tweede voorstelling moet dus op strategische plaatsen achter de eerste staan, dat is duidelijk. Ga nu, om goed te weten wat er nu weggeknipt moet worden, die vlakken inkleuren, die achter de eerste schets “om de hoek komen kijken”, anders vergist u zich gauw! Knip nu deze ingekleurde vlakken uit.

  1. We gaan mist in de lucht maken als effect. Op de “grond” laten we alles weer duidelijker worden. Hoe doen we dat? Met een grijswaarde-oefening. U zou hem kunnen zingen als een toonladder! Wit paper dubbelvouwen en op de vouw een halve kerstboom tekenen. Teken van onder naar boven op elke centimeter een horizontale lijn. Deel halverwege de boom één centimeterbaan in tweeën (ook horizontaal) en kleur er één zwart (arceren of zo).

Naar boven toe tekent u in elke centimeterbaan een zwarte lijn, steeds iets dunner dan de vorige, totdat u een héél dun lijntje overhoudt. Maak een klein driehoekje in de top. Naar onderen toe maakt i het zwart steeds breder, totdat het witte lijntje bijna niet meer tussen de banen te zien is. En nu het knippen! Inknippen, de lijn vervolgen naar boven (als u rechtshandig bent, anders natuurlijk andersom), en dan weer naar de vouw terug.

Uw kerstboom staat nu met de top in de mist als u het papier openvouwt! Ga nu variëren en teken een boom met forse takken. U zult véél kleine streepjes moeten knippen, maar het is echt de moeite waard om het te proberen.

Daarna gaan we al deze nieuwe kunstjes gaan mengen, Maak gebruik van deze technieken bij uw eigen ontwerpen en ze komen totaal veranderd onder het mes (de schaar) vandaan. En vindt u het leuker zo? Of liever een strak zwart silhouet? Ik zou zeggen: Leve de variatie en doe wat u het mooist vindt!


Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-4

Vlakverdeling 10

Door Frouke Goudman

De “Knipgymnastiek” van de vorige keer was bedoeld om ideeën te krijgen, maar nu moeten ze nog uitgewerkt worden óók!

We kiezen hiervoor een knipschetsje uit het vorige artikel, de drie boompjes. Voor de duidelijkheid staat het hierboven nog even afgebeeld. Dit voorbeeld leent zich uitstekend voor een uitwerking met véél details. Laten we eerst dit kleine knipseltje ontleden, anders weten we in het grote knipsel niet waar we naar op zoek zijn!
De bomen steken wit af tegen de zwarte lucht, er worden witte bladeren gesuggereerd. De takken zijn zwart en gaan over in een stam, die alléén maar zichtbaar kan zijn omdat de achtergrond wit is daar. Het enige extra detail bestaat uit een serie horizontale strepen, die de verticale groeirichting van de boompjes moet accentueren. Dat is alles! Maakt u nu het volgende proefknipsel mee?

afb. a, Frouke Goudman-Cupido

Eerst gaan we het papier zó vouwen, dat de gewenste bomen op de juiste plaats getekend kunnen worden. In het volgende werkje, 18 x 25 cm groot, is gekozen voor één witte boom en meerdere donkere bomen. Hierbij past een 2-4-dubbel vouwsysteem, waarvan de vier lagen papier niet als een keurig gevouwen pakketje op elkaar passen, maar waarbij de onderste twee uitsteken. Vouw het papier over de langste zijde dubbel, niet in het midden, maar 7 centimeter van de kant. Vouw deze twee ongelijke flappen nóg een keer dubbel. Sla ze maar om naar de binnenkant, dat werkt gemakkelijker!

Nu wordt (afb. a) de tekening op het gevouwen papier gezet. Op het uitstekende twee-dubbele deel wordt tegen de vouw aan de buitenkant een halve witte boom getekend, met zwarte stam en takken in een open witte halve cirkel. Op de buitenvouw aan de andere kant tekenen we op dit vierdubbele deel een boom met omhooggaande takken en precies met de stam over de middenvouw een zwarte kerstboom die aan de ene kant voor de takkenboom langsgaat en aan de andere kant achter de witte boom verdwijnt. Zo kan duidelijk gemaakt worden dat dit wit géén gat is of een stuk achtergrond, maar een heuse bladerkroon!

afb. b, Frouke Goudman-Cupido

De lucht moet een bepaald patroon hebben, dat er voor zorgt dat zowel de witte als de zwarte bomen te zien zijn. Gekozen is voor strepen ter hoogte van de witte bladerkroon en voor een witte achtergrond bij de stammen. Laat de onderste punten van de kerstboomtakken éven doorlopen in dat witte deel. Nu gekozen is voor een streeplucht moeten er wel een paar bomen doorlopen tot aan de bovenste witte lijn, anders valt het knipsel uit elkaar. En hier (afb. b) wordt het knipsel als één geheel geknipt!

De schets gaan we nu wat meer details geven. Neem voor dit doel papier dat tweemaal zo groot is als het vorige, dan hoeft u niet zo te priegelen.

afb. c, Frouke Goudman-Cupido

Ga in dit knipsel op dezelfde manier te werk als bij zijn voorganger. Werk de takken van de witte boom wat fijner uit en houd de rand er omheen weer open. Maak aan de onderkant wat grasjes, boompjes in de verte, of iets anders, als het maar klein en onopvallend is en alléén maar als grijswaarde werkt. (afb. d, 25 x 36 cm).

afb. d, Frouke Goudman-Cupido, 25 x 36 cm

Het grootste en tot nu toe meest uitgewerkte knipsel van mij is de witte boom, waarbij de takken aan de streeplucht vast zitten (afb. f).

afb. f, Frouke Goudman-Cupido, 43,5 x 36 cm

Ze worden wél veel dunner en minder talrijk, om tóch dat witte effect te behouden. De kleine boompjes hebben een donkerder tint gekregen door de takken dichter op elkaar te knippen, zwart tegen een witte achtergrond in de boom zélf. De lucht is hier bijna zwart gehouden om het contrast met de grijze bomen zo groot mogelijk te houden. Dieptewerking wordt gesuggereerd door verticale lijnen (grasjes of hekjes) telkens uit een volgende horizontale lijn te laten komen.

Door tijdgebrek bleven de verdere ideeën op hun uitwerking wachten. Maar gelukkig interesseerden twee van onze knipcollega’s, Wil Ahlrichs en Sunny Latestein, zich dermate voor de witte boom, dat ze hem op hun eigen wijze verschillende keren hebben neergezet. En hoe! In plaats van met een streepachtergrond, wilde ik de lucht graag uitgewerkt zien in verschillende grijswaarden. Elke baan grijs moest een andere herkenbare “vulling’ hebben van iets dat in de lucht kan voorkomen. Zoals neerslag, bladeren en dingen die vliegen. Men ging uit van een oorspronkelijke schets, waarbij de bladeren door driehoekjes waren vervangen. Deze abstracte vorm werd aangehouden voor deze mooie, uit het midden geplaatste, witte boom van Wil Ahlrichs (afb. e). De vorm van de driehoekjes uit de boom komen terug op de voorgrond, toenemend in grootte. De interessante stippeltjes uit de lucht strooit ze nog eens tussen de driehoekjes op de voorgrond.

afb. e, Wil Ahlrichs, 61 x 40 cm

Het volgende knipsel (afb. g) van Wil Ahlrichs is een antwoord op de vraag om een lucht bestaande uit grijswaarden te maken. Ze laat in deze poging sneeuwkristallen van boven naar beneden vallen voor een groepje bomen langs. Deze bomen zijn deels zwart, deels opgebouwd uit driehoekjes, weer geknipt in dunne lijntjes. Ze staan op een heuveltje, waarachter braamstruiken over de hele breedte zorgen voor een egale lichtgrijze tint onder de wit gehouden tussenstrook, waar nog maar één enkele dunne zwarte lijn doorheen loopt. De voorste twee witte bomen mogen voor mij naar boven toe nóg wel een tintje lichter, om een nog groter contrast te vormen met de achtergrond. Maar is het geen voorbeeld van mooie zwart-witverhoudingen?

afb. g, Wil Ahlrichs

afb. h, Sunny Latestein, 36 x 50 cm

Sunny Latestein heeft de grijswaarde-banen speels in elkaar laten verlopen (afb. h). Het wolkenstukje is veelbelovend en zal in een volgend werk nog meer geaccentueerd worden. Het knipsel heeft nog een donker voorkomen en naast de nieuwe wolken zullen de drie lichtere bomen als proef vervangen worden door totaal witte. En dat deed ze! Ze kwam me daar toch met een lap aan van 50 x 72 cm, een waar levenswerk. Wat vindt u van de zebrabomen? En de regen die door de ongelijke vouwwijze extra hard naar beneden lijkt te kletteren? De eerste regenwolken zijn achteraf gezien tóch mooier, en van mij hoeft er geen wit randje tussen de zwarte bomen en de planten eronder. Maar zonder gezeur, is het geen pláátje? (afb. i)

afb. i, Sunny Latestein, 50 x 72 cm

U heeft nu gezien dat de eigen in breng groot kan zijn bij een toch vast gegeven. Mijn advies is dan ook: maak alléén de schetsknipsels en ga daarna met uw eigen invulling aan de gang. We houden dan ‘n heerlijk bos over met een grote verscheidenheid aan bomen. Dat maakt een wandeling daardoorheen nog wel zo interessant. (Zie ook afb. c, de schets van het knipsel voor Mien, op blz 6 (NOG SCANNEN). Of mogen we hopen een wandeling daarlángs, tijdens een expositie? Succes!

Dit artikel is eerder gepubliceerd in  Knip-Pers 1990-2

Vlakverdeling 9

Door Frouke Goudman.

Knipgymnastiek- of hoe komt iemand op een idee?
U heeft vast al even naar de afbeeldingen gekeken voordat u met het lezen begon. Maar zag u de overeenkomsten tussen die totaal verschillende beelden? Nee? Maar die zijn er wel degelijk!
Deze probeersels, geknipt, getekend of gekniptekend, zijn het resultaat van Knip-gymnastiek! Of wel: hoe komt iemand op een idee?
Waarom borrelt de één over van de inspiratie en loopt de ander al vast zodra hij maar probéért te denken? Misschien een kwestie van ontspannen, of juist van niet denken. Of door jezelf beperkingen op te leggen, waardoor je je zekerder voelt. Denk maar eens aan scrabble: met 2 blanco “letters” heb je méér mogelijkheden, maar je denkproces is ingewikkelder en komt moeizamer op gang!
Nog een voorbeeld: Bedenk eens snel een melodie. Dat gaat niet meteen. Maar begint een ander met do-re-mi, dan weet u meteen iets eraan te breien, bijvoorbeeld. “Tussen Keulen en Parijs…“. Dus de beperking brengt u op een idee!

Omdat een gebonden mens inventiever wordt en ideeën krijgt waar hij of zij anders nooit op was gekomen, wil ik u een beperking opleggen in de vorm van een vast gegeven in uw ontwerp, namelijk twee grote zwarte vlakken, die u tegenover elkaar plaatst. Dit kunnen brede balken zijn of een beetje vertekende driehoeken. In elk geval een langwerpige, tamelijk brede vorm. Neem maar twee stukken papier en teken met dikke viltstift verbindingslijnen tussen die vlakken.

Probeer telkens die vlakken een andere betekenis te geven: twee muren, grond en lucht, of een puur abstracte. Concentreert u zich goed op de zwarte vlakken en maakt u zich niet druk om wat er tussen moet komen. Maak een ladder, een schuine oversteek, twee handen die elkaar aanraken, touwen naar een meerpaal aan de “overkant” of wat dan ook. Opééns ziet u iets in uw gekrabbel, dat kán niet missen! Dit gaat u knippen. U merkt dan dat u uw idee heel simpel én heel ingewikkeld kunt uitvoeren, met allerlei details. Overal ga je op den duur iets in zien! Onze knipcollega’s mevrouw Ahlrichs en Synny Latestein hebben zich ook op de knipgym geworpen en hun ideeën, geschetst of geknipt, voeg ik aan de mijne. We zijn inmiddels niet meer te stuiten en zijn er vast van overtuigd dat ook u de smaak te pakken krijgt!

Tot slot nog een tip. Hang alles wat u aan bedenksels tekent of knipt bij elkaar aan de muur op een plaats waar u veel bent. Dat werkt! En voor ontwerpen hoeft u dan geen tijd meer uit te trekken: de inspiratie komt wel tijdens het afwassen of zo! Of fietsen! Of nietsen! Leg wel pen en papier op een strategische plek. En wat voor alle gymnastiek geldt: regelmatige oefening geeft de beste conditie, dus veel succes en veel plezier!

OPEN BRIEF AAN WIES PALMA.
In plaats van het gebruikelijke telefoontje!

Wies, je hebt me destijds een kopie gestuurd van een prachtig knipseltje, jouw uitwerking van “papier als onderwerp zélf” (Vlakverdeling 7).

Ik vind het een grandioos idee! Maar dat heb je met iets dat bijna perfect is: dan gaat een ander zeuren en zeggen hoe het tóch nog even beter geknipt kan worden! Dat eerste zeuren is inmiddels al telefonisch gebeurd en je hebt gereageerd met weer een goed werk. Omdat het jóuw idee is wacht ik er alleen maar op dat je dóórborduurt op dit thema.
Misschien kan de kwast de volgende keer iets langer, kunnen de klodders verf nóg anders op het vlak, kortom, ik verwacht nog een uitgebreide serie! Veel succes!
Het oudste knipsel heeft een rechte streep verf, geen enkele kronkel of los kwasthaartje. Het tweede mag voor mij ook best weer over de lengte “geschilderd” worden!

Het knipsel hieronder is dan de Ark van Ernst Oppliger waarvan sprake was in mijn artikeltje in Knip-Pers 1989-3. U zou de Ark in het echt moeten zien, vooral de lucht! (Hij staat in Vlakverdeling 7 afgebeeld)

Hij heeft het me toegestuurd samen met nog veel neer voorbeelden van zijn vakmanschap, zoals twee handen, geheel uit bomen samengesteld, erg mooi.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1990-1

Vlakverdeling 8

Door Frouke Goudman

“De donkere dagen voor Kerstmis!” Een door mijn moeder gebruikte uitdrukking. En wat doet een mens in een donkere tijd? Op zoek gaan naar lichtpuntjes.
Wij gaan ze knippen.
Iets ongrijpbaars als licht is natuurlijk niet uit te beelden, maar wél weer het effect dat het heeft op zijn omgeving.
Kijkt u ook nog even naar vlakverdeling 6 in Knip-Pers 1989-2, met de ondergaande zon. Dit is een soort vervolg.

Denkt u in deze tijd van het jaar aan een kersttafereel met herders, die hun ogen beschermen tegen het felle licht in de kerstnacht. Licht in de verte geeft dingen op de voorgrond een zwart silhouet. Een donkergrijze lucht die lichter wordt in de buurt van de lichtbron en die we dan ook helemaal wit, zeer fijn gestreept of met andere dunne lijnen overdekt laten: afhankelijk van het onder werp.

Licht dichterbij schijnt op iets, of over iets heen. En is dan ook goed duidelijk te maken. Kijk maar eens naar afbeelding E. De top van de kerstboom heb ik één tint donkerder geknipt op de plaatsen waar hij in de lichtcirkel valt. Gewoon elke lijn een halve millimeter of zo dikker knippen. Omdat de lichtbron verder naar beneden zwakker wordt, liet ik de boom zwart, dat gaf nog het beste contrast!
We gaan wat streepjesoefeningen doen om een lichtje te suggereren. U hoeft echt niet te kunnen tekenen hiervoor!

Een simpele omtrek van een kerstboom en een cirkel is makkelijk te maken. Hier gaan we dan.
A.
De eenvoudigste. Allemaal cirkels om een wit gehouden lichtbron. Heel dunne, ver van elkaar staande vlak om de lichtbron heen. Wat bredere of dichter bij elkaar staande (dit geeft ook een donkerder effect), verder weg. Plaats de kerstboom zwart op de voorgrond en uw knipsel is af.
B.
We knippen in hetzelfde ontwerp een halftoon met de omtrekken van een extra kerstboom. Op die plaats laat u de achtergrondstrepen gewoon wat dikker.
C.
Knip allemaal horizontale lijnen en spaar de zwarte vorm van een kerstboom uit. Binnen de denkbeeldige lijn van een cirkel (lichtbron) versmalt u de lijnen heel sterk. Dit voorbeeld geeft een geleidelijke overgang maar u kunt er ook een trappetje van maken. Teken dan meer cirkels om elkaar en verspring elke keer van lijndikte als u bij een andere cirkelboog komt. Dit is een beetje te zien in een schetsknipseltje (afb. C-1), dat nog niet verder is uitgewerkt. Maak eventueel weer een extra boom in half toon erbij!

D.
Vul cirkelranden met streepjes of iets dergelijks, die steeds dikker worden geknipt naar de achtergrond toe. Wil Olieman uit Rotterdam maakte deze kaars!

afb. D, Wil Olieman, 20 x 29 cm

E.
Vul cirkelranden met steeds wisselende voorstellingen tot deze weer verdwijnen in de achtergrond, het zwart dus.

In dit geval is het veel moeilijker om een juiste “verloopkleur” te knippen, dat zult u wel merken. Het is soms wel leuk om het af en toe een beetje minder gladjes te laten verlopen, anders wordt uw werk nog saai ook!

F.
Een experimentje. combinatie van twee invullingen binnen één lichtcirkeltje, in dit geval het kerstboomlichtje.

De grens is de contour van de kerstboom zèlf. Zie ook afb. C-1.

A+B, A+C, B+C en A+B+C zijn fotokopie grapjes om u op een idee te brengen. Ziet u dat zo’n streepknipsel best wat donkerder kan zijn? Het licht lijkt zo wel beter uit te komen

Laten we hopen dat dit licht verteerbare kost voor u was! Veel plezier weer met deze oefening. Een heel gelukkig Nieuwjaar.

Dit artikel verscheen eerder in Knip-Pers 1989-4