Auteursarchief: admin

Geknipte kunstwerkjes voor het poppenhuis

Van restjes papier knip je een héél klein plaatje. Maak daar een fraaie lijst omheen, aan de achterkant een ophangtouwtje en je knipperijtje is klaar! Hoe doe je dat?

Neem een zwart papiertje van ong. 5×7 cm. Een krantenfoto, van bijvoorbeeld een oude boerderij met bomen, prik je minstens twee meter van je af aan de muur. Knip op je gevoel het boompje, het dakje en alles wat je verder ziet na. Zo klein als je kunt! Kijk daarbij veel naar de foto en weinig naar je eigen papier. Houd het simpel. Een paar grassprietjes aan het eind voltooien het geheel.

Neem je knipsel tussen duim en wijsvinger, houd het van je af naar de foto toe en gluur door je oogharen om te zien waar er nog iets af moet. Tot slot hol je het deurtje uit. Gewoon een paar keer doen geeft een steeds leuker resultaat.
Plak met behangplaksel je knipsel op een stukje (zuurvrij) papier. Maak van strookjes mooi karton (bv. passe-partout karton), luciferhoutjes of ringetjes (voor portretjes) een lijstje. Een stukje garen, waarin je twee knoopjes legt is je ophanglus, die je met sterke lijm aan de achterkant plakt.

Natuurlijk is een boerderij slechts één idee. Wat dacht je van: eendjes in het water, een kind op een schommel, fruit op een schaal, een portret, de zee met een schip, een poes of een hond, een vaas met bloemen, een grachtenhuisje, een kinderwagen, een molen in het landschap enz. enz. Fantaseer er lustig op los! Zo ontstaat je eigen galerie.

Knipperijtjes, leuk om te maken, fijn om cadeau te geven én om te krijgen!

Knipmerklap

Vele kleintjes maken één grote.

Op de eerste lessen oefen je de kniptechniek ‘draai het papier, knip met de schaar’ door het knippen van een hartje, een vlinder en een spar. Later komen daar zwaantjes bij en letters. Je ontdekt dat er veel dingen zijn die je uit een gevouwen papiertje kunt knippen. Voor deze knipmerklap breng je alle figuren samen.

Begin met een vel zwart/wit knippapier formaat A4. Teken met passer en liniaal de cirkels en
rechthoeken op de witte kant of vergroot onderstaande tekening tot A4. De brede letters teken je eerst op transparant papier. Dat leg je omgekeerd op je witte papier en je trekt de letters over in spiegelbeeld. Vouw het knipvel om over de lijn a. met de zwarte kant naar binnen. Je ziet nu halve cirkels 1 en 2 en een halve rechthoek 3.

Nu komt het knipwerk.
Cirkel 1: Het hart zit op twee plaatsen vast, opzij en onder, aan de rand van de halve cirkel. Maak nog enkele verbindingen met de rand. Sla die punten over met knippen: het hart ‘hangt’ daarmee aan de rand.
Cirkel 2: Voor de ster is het papier nog een paar maal extra gevouwen. Gebruik ev. een los geknipte ster als mal. Let op dat de punten aan de rand vastzitten (zie blz. 41).
Rechthoek 3: Slechts één zwaan en uitgeknipte golfjes leveren het knipsel in deze rechthoek op.

Zo werk je verder door de vouwlijn b te gebruiken voor de figuren 4,5 en 6. Het leukste resultaat krijg je door je eigen figuren te knippen!

De letters zijn geknipt volgens de ‘brievenbus’ manier. Knip eerst alle rondjes uit de letters. Knip dan de zijkanten en onderkant van het langwerpige lettervak open. Knip de letters nu verder één voor één uit, maar haal niets van de onderkanten af! Zo blijven ze ‘hangen’ aan de bovenkant en lijken, na inlijsten of opplakken, op de onderkant te staan.

Voor versieren van rand en middenstuk maak je vouwen op de versierlijnen c en d. Tot slot knip je je naam of initialen en je eerste grote knipwerk is klaar.

Papiervouwen

Uniek creatief materiaal, papier! Naast knippen, scheuren, prikken, snijden, verven, opbollen, kreukelen enz. is het ook, voor het bewerkt wordt, te vouwen. Zo ontstaan er perfecte ‘dubbelgangers in spiegelbeeld’: je knipt een half huis en je krijgt, naast de vouw, de rest van het huis. Je knipt één boom en naast het gras, tegen de vouw, verschijnt de tweede boom. Die rechtopstaande vouw is slechts één manier van vouwen. Door te vouwen ontstaat symmetrie, veel gebruikt in knipwerk. Het is een goede manier om te zorgen voor rust en stabiliteit. Bekijk de volgende mogelijkheden en benut ze voor eigen ontwerpen.

1. Verticale vouw
De vouw loopt van boven naar beneden en levert knipwerk op dat rechts en links naast de vouw aan elkaar gespiegeld is. Als een geknipte eekhoorn in de rechterhelft naar rechts kijkt, kijkt hij links naar links.

         

2. Horizontale vouw

De vouw loopt van links naar rechts. Het resultaat wordt ook wel waterspiegeling genoemd: de herhaling van het geknipte vind je ónder jouw knipwerk, a.h.w. weerspiegeld ‘in het water’. De geknipte letter R geeft een op z’n kop staande letter onder de vouw en een geknipte zwaan weerspiegelt letterlijk in het water.

  

3. Verticale en horizontale vouw

De combinatie van I. en II. zorgt voor een dubbeleffect: het geknipte zie je 2x recht en 2x ondersteboven terug. Voor een goed resultaat dient het papier niet dik te zijn. Ook moeten de lagen stevig met nietjes vast gemaakt worden. Als alternatief kan het motief eerst uit twee lagen worden geknipt en vervolgens hetzelfde motief aan de andere kant  weer uit twee lagen.

4. Harmonicavouw

Deze evenwijdige herhalingsvouw ontstaat door het papier eerst steeds opnieuw in dezelfde richting dubbel te vouwen. Vervolgens gaat het vel open en worden de vouwen om en om gelegd, dal en bergvouw, als bij een muizentrapje. Dit levert de regelmatige harmonicavouw op: alle strookjes zijn even breed. Beiden kunnen zowel verticaal als horizontaal worden toegepast. Ook hier geldt: dun papier en stevig verankeren zorgen voor het mooiste knipwerk. Een knipsel maken uit een onregelmatig gevouwen vel papier vraagt enige oefening en geeft verrassend resultaat.

5. Diagonale vouw

Een vierkant vel papier diagonaal 2x dubbel gevouwen geeft een driehoek. Nogmaals dubbelgevouwen, ontstaat een puntzak. Na afronden van de bovenkant ontstaat het achtste deel van een cirkel. Het hieruit geknipte motief, met verbindingen naar links en rechts, wordt na openvouwen achtmaal zichtbaar.

6. Schuine vouw

Meerdere vouwen, die niet evenwijdig aan elkaar lopen, delen het te knippen papier op in verschillend gevormde vlakken. Kan verticaal en horizontaal worden gebruikt. Het levert fascinerende effecten, een studie waard!

 

Bloemenkaarten maken

Door Wies Palma

Ter gelegenheid van Valentijnsdag of ter gelegenheid van de Lente -zo het maar uitkomt- organiseer ik doemiddagen waar we bloemenkaartjes maken. Het knippen van deze bloemen vergt geen grote knipervaring, dus ieder kan meedoen.

De grondregel van het knippen – het papier draaien en niet de schaar – kan met deze bloemen goed geoefend worden. We gaan als volgt te werk:

Van origamipapier knippen we drie rondjes, oplopend in grootte. Meestal neem ik rondjes met een diameter tussen 2,5 en 3,5 cm. Deze rondjes dubbelvouwen met de goede kant naar binnen. Uit de dubbelgevouwen rondjes halve bloemen knippen, zoals op de tekening is aangegeven. De onervaren knipper zal ze eerst willen voortekenen, de ervaren knipper doet het zo uit de hand.

 

Vervolgens de opengevouwen bloemen op een kaartje plakken: eerst de grootste en vervolgens de kleinere hier bovenop. Van de drie rondjes maken we dus één bloem! Plak ze met alleen in het midden een dotje lijm zodat de bloemblaadjes dus vrijblijven. Dan een klein rondje knippen van een andere kleur en dit rondje in het midden van de bloem plakken. Als de lijm goed droog is, de bloemblaadjes met de vingers of met het schaartje iets “opbollen”.

Fantasie moet de rest doen. Er, kunnen meerdere rondjes per bloem gebruikt worden; de bloemblaadjes kunnen een andere vorm krijgen; er kan met kleur gespeeld worden; er kunnen groene blaadjes hij; er kan een compositie worden gemaakt enzovoort, enzovoort. Bijzonder leuk worden de bloemen wanneer we ze knippen uit tijdschriftenpapier.

Het feestelijke resultaat van deze bloemenknipperij werkt heel inspirerend!

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1988-1

Eieren versieren

Door Rieny van Beek

Eieren uitblazen
Voordat de eieren versierd kunnen worden, is het nodig ze uit te blazen. Maak aan de bovenkant en onderkant van het ei een gaatje met een eierprikker. Maak het gaatje onder iets groter, dit kan met een vijltje.
Prik met een satéprikker de dooier door. Blaas nu door de kleine opening van het ei, de inhoud loopt door de grotere opening eruit.
Spoel het ei na met water en een scheutje azijn. Maak ook de buitenkant schoon.

Eieren verven
Steek een lange satéprikker door het ei, eerst door de grote opening,daarna door de kleine; het ei blijft nu vanzelf hangen. Verf het ei met een zachte kwast met acrylverf (mat) voor volksschilderkunst in de kleur naar keuze. Steek de satéprikker met het ei in een potje oasis, om het ei te laten drogen.

Eieren beplakken
We maken rondjes van origamipapier of sitspapier.Meet de omtrek van het ei. Vouw een smalle strook papier dubbel, zo groot als de omtrek van het ei. Zet daarop bij iedere centimeter een streepje. Bedenk nu een patroon, dat bij elke centimeter terugkomt, zo wordt het een gelijkmatig randje.

Knip het randje uit en vouw het open. Smeer het ei in met behangplaksel en plak het randje voorzichtig rondom op het ei. Het ei is nu in twee helften verdeeld.

Maak nu een versiering voor de voor- en achterkant. Maak de versiering met veel inknippingen, anders past het niet op het ronde ei.

Mogelijkheden zijn: een levensboompje, vlinder, hart, zwanen, bloemen, hanen, paashazen.

Deze tip verscheen eerder in Knip-Pers 1989-1

Koekplanken

Door Wies Palma

December is de maand van verschillende feesten met eigen oorsprong en tradities. Een van de culinaire tradities is het bakken van speculaas. Hoewel dit tegenwoordig machinaal gebeurt, kent ieder de koek- en speculaasplanken, ook wel prenten genoemd: houten planken. waaruit allerlei motieven werden gesneden door handwerklieden of door de bakker zelf, het snijden van koekplanken behoorde zelfs lange tijd tot de bakkersgildeproef.

Wies Palma, samen 40 x 30 cm

En hoewel in de ons omringende landen de taai- en speculaasvormen niet onbekend zijn, is dit prentenboek van de bakker nergens zo opgebloeid als in ons land.

 

Wies Palma, 42 x 9,5 cm

Deze speculaasvormen inspireerden mij tot het knippen van de hierbij afgebeelde koekplanken. In de plank met kleine vormen zijn originele elementen verwerkt; de vrijer en vrijster zijn geheel eigen ontwerp. Ik knipte de “planken’ uit zwart papier en plakte ze vervolgens op goudkarton, waarmee ik verband wilde leggen tussen het ontwerp en het koekvergulden, zoals dat in de Camera Obscura zo genoeglijk beschreven wordt.

Oer-Hollandse gezelligheid vierde hoogtij op zo’n avond, waar de koeken werden “verguld” met verguldsel, water, een penseel en een konijnenstaartje. Dit laatste voor het vastdrukken van het opgelegde “goud’. Tegenwoordig bestaat het koekversieren: een taaipop versieren met gekleurde zoetigheden.

De koek- en speculaasplank behoorde eeuwenlang tot de gebruiksvoorwerpen van de bakker, het meest rondom Sinterklaas, Kerst en Driekoningen. Het grootste gedeelte van het jaar lagen de vormen ongebruikt op de zolder van de bakkerij en dat was de periode dat de houtworm toesloeg. Veel van deze aangetaste koekplanken verdwenen in de bakkersoven! Gelukkig zijn ook veel planken gespaard gebleven en hiermee een stukje oude volkskunst. De vormen in de planken zijn velerlei: dieren, ambachten, molens schepen, rijtuigen, ruiters, historische figuren, meubels, gebruiksvoorwerpen. symbolen enzovoort.

In de vormen zit waarschijnlijk nog een stukje heidense symboliek (dierenoffers), later gevolgd door christelijke symbolen, bijbelse taferelen en vormen ontleend aan het dagelijks leven. Veel voorkomende figuren waren de vrijer, vrijster, waarschijnlijk ook symbolische figuren.

Aardig om te vermelden is dat het woord speculaas afkomstig is van het latijnse “specula”, hetgeen “spiegels” betekent. De gebakken speculaas is immers een spiegelbeeld van de figuur in de plank.

 

 

 

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Knip-tips van Elly, Nel en Bep

Door Elly Nannenga, verschuiven:
Knip uit dubbelgevouwen papier (zwart met witte achterkant, of effen gekleurd, waar van de beide kanten verschillend van tint zijn) een motief, dat via de erom heen geknipte rand op de vouw aan elkaar blijft. Vervolgens openvouwen en een nieuwe vouw, net iets naar links of rechts van de eerste vouw maken. Zo dubbelgeklapt (de contrasterende binnenkant geeft nu een nieuw contour) op een andere contrasterende ondergrond leggen (goud, zilver of gekleurd). Uw motief heeft nu een lichte rand (of indien u de vouw naar de andere kant maakt een donkere rand. Natuurlijk kunt u de beide knipsels ook los van elkaar, iets verschoven ten opzichte van elkaar, opplakken. In dat geval is een schuine verplaatsing aardig. Meer verschuiven met de goede kanten voor is ook leuk (soms).

Elly Nannenga-Bremekamp

Door Nel Bouwmeester-Kuppens, Letters knippen:
In het Knip-Pers 1987-3 stond een tip voor het overbrengen van letters op zwart papier met witte achterzijde. Alle lof voor deze gemakkelijke manier. Een snellere bestaat er niet! Mijn ervaring met carbon is echter dat het zo vreselijk afgeeft aan de vingers tijdens het knippen.

Een andere manier om letters en cijfers over te brengen is als volgt; Op een stukje doorzichtig patronenpapier schrijf ik mijn tekst met een zacht potlood. Ik leg het omgekeerd, zodat de tekst nu in spiegelbeeld doorschijnt, op de witte achterzijde van het te knippen papier en ga met een harder potlood over de letters in spiegelschrift schrijven. Zo komt de tekst ook heel duidelijk over. Deze methode is iets meer werk, maar bevalt mij prima.n

Door Bep Lieffering, Knippen met tweezijdig zwart papier:
Knipt u het liefst uit tweezijdig zwart papier, plak dan een evengroot dun velletje wit papier op de vier hoekjes aan elkaar vast (een speldepuntje lijm slechts). Dus niet met speld of paperclip (dat zou bobbelen en schuiven) zoals in Knip-Pers 1987-3 stond. Met lijm gaat het uitstekend en bovendien kan het witte papiertje gebruikt worden voor hulplijn of andere steuntjes.

Graag reakties, aanvullingen of NIEUWE TIPS aan ons redaktieadres, het ei van Columbus moet al weer versierd worden, voor u het weet!

Deze tips zijn eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-4

Het Johanniter- of Mathezerkruis

Door Rieny van Beek

Tijdens de eerste kruistocht werd de orde van St. Jan gesticht. Toen de kruisridders onder leiding van Godfried van Bouillon in 1099 de stad Jeruzalem hadden veroverd, vonden ze in de omgeving een klein hospitaal, gewijd aan Johannes de Doper. Een aantal ridders vormden een verplegersorde: de ridderlijke orde van het hospitaal van St. Jan te Jeruzalem.
Het kenteken van deze orde is een achtpuntige witte ster. De acht punten wijzen naar de acht zaligsprekingen (Mattheus 5:3 t/m 11): Zalig zijn de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, de hongerigen, de barmhartigen, de reinen van hart, de vreedzamen, de vervolgden.

 

Van 1309 tot 1522 verplaatste de orde zich naar het eiland Rhodos en in de 16de eeuw werd het eiland Malta het hoofdkwartier van de orde.

In ons land hebben de ridders van St. Jan al in de 13de eeuw de St. Janskerken en gasthuizen gesticht. Rond 1250 beheerden zij in Utrecht het St. Catharijneklooster met het daarbij behorende gasthuis.

Tegenwoordig kennen we in Nederland twee takken van de orde van St. Jan: de orde van Malta, een roomskatholieke orde en de Johanniterorde, een protestantse orde. Beide werken nauw samen met het Nederlandse Rode Kruis. De Johanniterorde bezit enkele tehuizen voor lichamelijk gehandicapten. Prins Bernhard was de landcommandeur van de Johanniterorde in Nederland.

Het Hugenotenkruis

Oorspronkelijk was het Hugenotenkruis het teken van de Franse protestanten in de tijd van hun geloofsvervolging in Frankrijk In de 16de en 17de eeuw. Nu is het internationaal het symbool van het wereldprotestantisme. De symboliek van het Hugenotenkruis bestaat uit drie delen. Het hoofdbestanddeel is het Maltezerkruis. Op de acht punten van dit kruis bevinden zich acht parelen. Tussen de armen van het kruis is een krans van vier lelies. Deze lelie, eigenlijk een lisbloem, is het teken van het Franse koningshuis. Deze vertegenwoordigt het wereldgezag, waaraan de Franse protestanten, ondanks alles, trouw wilden blijven. De lelie is ook een symbool voor reinheid. De vier open ruimten tussen de armen van het kruis vormen vier harten, symbolen van trouw. Het aanhangsel is een neerdalende duif als symbool van de Heilige Geest.

Gelezen:
S.S. Smeding, 24 Christelijke Symbolen.
Zie ook “Lexikon der Symbole”.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-3

Leer ziende knippen

Door Ans Miechels

Ans Miechels, winkeltje op Kreta, 30 x 20 cm

Met een variatie op de titel van het boekje van mevrouw Kerp “Leer Knippende Zien”, zou je ook kunnen zeggen: Leer ziende knippen.

Ans Miechels, raam in Lissabon, 26 x 17 cm

Nu het binnenkort weer vakantie is kan je, waar je ook bent en om je heen kijkt, veel onderwerpen zien die met papier en schaartje in een knipsel vertaald zouden kunnen worden. Door bewuster te kijken krijg je een voor het knippen geoefend oog en zie je dingen, waaraan je misschien vroeger achteloos voorbij zou zijn gegaan – met als belangrijkste feit een verruiming van je thema’s, aanvulling van onderwerpen en dergelijke. Je werk wordt daardoor persoonlijker, zonder teveel invloed van buitenaf, al gebeurt dat laatste vaak onbewust en is dat praktisch niet te vermijden. Want, laten we eerlijk zijn, op de kleine regionale knipseltentoonstellingen blijkt nogal eens dat een paar bloemetjes gauw geknipt zijn, terwijl er toch zo veel meer mogelijkheden zijn.

Ans Miechels, Hek in Forcalquier (Fr.), 40 x 22 cm

Steek een schetsboekje bij je, ook al kan je niet zo goed tekenen en gebeurt dat primitief, want al tekenend zie je meer, je vergroot de intensiteit van de waarneming.

Ans Miechels, balkon in Uzès (Fr.), 21 x 20 cm

Zelf zoek ik ij voorkeur de symmetrie, omdat die zo karakteristiek is voor de knipkunst, maar natuurlijk kan het ook anders, dat kan een keuze zijn van het moment. Maak notities, eventueel nog een foto ter ondersteuning. Het zijn dingen die van nut kunnen zijn om ‘ziende te leren knippen’.

Ans Miechels, Griekse duiventil op Tinos, 36 x 26 cm

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Knip-Pers 1987-2

Kerstbeertje

Dit knipbeertje kun je aankleden met een ijsmuts tegen de kou; speciaal voor kerst krijgt hij een feeststrik om.

Werkwijze:
Neem het model van de halve beer over of maak een kopietje. Vouw een velletje wit papier van 10 x 7 cm dubbel tot 10 x 3,5 cm. Leg de halve beer met de stippellijn tegen de vouw en maak vast met nietjes in de omtrek zoals op de tekening. Knip vanuit de vouw: hartje, mond, neus enz. Steek een gaatje voor oog, strikdelen, pootrand en voet. Knip tot slot de buitenkant uit.

Heel mooi wordt het beertje als je hem haartjes geeft. Maak daarvoor langs wang, voorpoot en achterpoot allemaal kleine knipjes, recht en schuin.

NB Vind je dit beertje te klein? In Word of Paint kun je hem tot BEER laten groeien. Maak verschillende maten en je knipt een hele berenfamilie. Behalve verschillende strikken en mutsen kun je ook knopen knippen, oogjes dicht doen en wimpertjes knippen, een dikke sjaal omslaan, voorpoot uitsteken en twee beren aan elkaar knippen, een grote cirkel tekenen en beren met honingpotten op de rand zetten enz. enz. Heel lief: twee beren knippen uit zilver of goud papier en dan ruggelings tegen elkaar geplakt met een haakje door z’n muts in de kerstboom hangen. Een ‘berengoeie’ kerst gewenst!